null Beeld

Joseph O'Connor - Volgspot

De Liefde is een foorwijf met een slecht verzorgd gebit. Dat wíst u natuurlijk al, maar het is goed dat schrijvers van stand ons daar op gezette tijden aan herinneren. Joseph O'Connor
- de man van 'De verkoper' en 'Stella Maris' - tekent in 'Volgspot' (Anthos) een ontroerende apologie van de onmogelijke liefde op.

Jeroen Maris

Hij heeft zich het diepromantische patois van een geliefde-in-nood toegeëigend, de hulpkreet van een vrouw die sterft. Aan weemoed, en aan alles waar men aan kan sterven.

De feiten: in het Londen van 1952 peinst Molly Allgood aan vervlogen dagen. De tijd heeft aan haar geheugen zitten sjorren, ze kijkt dieper in het glas dan goed is voor lever en leven, en ze zwemt in algehele moedeloosheid.

In een aan James Joyce
refererende stream of consciousness glijdt ze terug naar het begin van de twintigste eeuw. Toen was ze ten prooi gevallen aan amour fou - dat stinkdier dat een mens van zijn waardigheid berooft.

Molly, een actrice van een schoonheid die pijn doet, legt het aan met John Synge - een gevierde toneelschrijver. Wat volgt is een amourette die tumultueus is, vol van pijnlijke oprechtheid, besmuikte woorden, stille overgave. Daar tekent zich een sprookje af, juichte ik, maar helaas: geen liefde die niet gekarteld of gecorrumpeerd is.

Het verschil in leeftijd, in religie, in klasse, in wat-weet-ik-allemaal blijkt een sta-in-de-weg. En Synge sterft vroeg - hij was 37. Molly leefde daarna nog een heel leven, maar dat komt slechts zijdelings aan bod in 'Volgspot' - O'Connor belicht die ene passie die een leven herleidt tot de smakkende essentie.

Synge en Allgood hebben overigens écht bestaan, en écht een relatie gehad, en O'Connor heeft de boel vervolgens gefictionaliseerd. Maakt niet uit: elke goeie fictie is non-fictie. En nu ik er zo over nadenk: ik weet eigenlijk niet of ik dit boek moet aanraden. Het doet pijn - schiet roekeloos de ziel in. En mijn paarsrode neus, mijn gebrekkige blik en mijn gehavende spraak doen het ergste vermoeden: ik heb wat te veel in dit boek geleefd.

Het nekschot geef O'Connor in zijn epiloog: een liefdesbrief van Molly aan haar 'lieve landloper'. Het is een warrelige melange van tranentrekkende tederheid, devote liefde en schmierige passie. Ik hield het niet droog, moet ik toegeven, en bekende me de rest van de dag tot het foorwijf met het slecht verzorgde gebit.

Misschien moet ik dat de rest van mijn dagen maar doen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234