Joshua van der Aa Beeld Marco Mertens
Joshua van der AaBeeld Marco Mertens

'The Sky Is The Limit'

Joshua Van der Aa, cosmetisch arts uit ‘The Sky Is the Limit’: ‘Het schoonheidsideaal bestaat niet. Al die projecties over het ideale gezicht: dikke zever’

De nieuwe reeks van ‘The Sky Is the Limit’ op Play4 is als vanouds een verwonderde antropologische studie van de rijke medemens. Joshua Van der Aa valt op: hij is pas 31, maar woont in de City, het financiële hart van Londen, en flaneert met verende tred door een leven waarin een bibliotheekboete nooit tot ingrijpen van een gerechtsdeurwaarder zal leiden. Hij is cosmetisch arts, gespecialiseerd in botox en fillers, en ziet zijn patiënten vanuit de hele wereld aanvliegen – modellen, acteurs en CEO’s nemen nu eenmaal niet zo vaak de lijnbus.

Jeroen Maris

HUMO Is dat moeilijk, een goeie cosmetische arts zijn?

JOSHUA VAN DER AA «De basis is eigenlijk betrekkelijk eenvoudig. Iedereen die medisch geschoold is en dus weet hoe je op een veilige manier een injectie zet, kan het. Maar: het is een moeilijk vak als je het doet op de manier waarop ik het doe.»

HUMO Hoe dan?

VAN DER AA «Met voorzichtigheid en verantwoordelijkheid, en vooral: met de aspiratie om elke ingreep onzichtbaar te houden. Er bestaat een verwrongen beeld van cosmetische geneeskunde: mensen denken aan de duck lips van realitysterren, aan mensen – niet zelden is hun familienaam Kardashian – die hun lichaam op een ingrijpende, opzichtige manier laten manipuleren. Maar dat wordt nu ordinair bevonden, en terecht. Het moet nu elegant zijn, mooi én onzichtbaar. Mensen willen er beter uitzien, maar zonder dat meteen duidelijk is dat er aan hun gezicht gewerkt werd. En precies dat is mijn niche. Daar sta ik om bekend: als je bij dokter Joshua langsgaat, zal het resultaat natuurlijk ogen, subtiel en elegant. Je komt bij mij niet met een duck face of grotesk opbollende wangen buiten.»

HUMO Waarom is dat moeilijker?

VAN DER AA «Het is makkelijk om snel – ‘Ju!’ – een spuit in het lichaam van een patiënt te ploffen. Maar de anatomie van een gezicht kalm analyseren om te kijken wat nodig is en wat niet, dat is moeilijker. Wat kan ik doen om een schaduw optimaal weg te werken, of een lichtreflex te veranderen? Waar moet ik zeker van afblijven? Dat grondige onderzoek is de kern van mijn kunstje.

»Tijdens de eerste consultatie gebeurt het grootste werk. Iemand komt mijn praktijk binnen en meteen scan ik welke gezichtsspieren die persoon gebruikt en welke niet. Ik zie hoe de schaduwen vallen, waarin de schoonheid van het gezicht zit, en hoe die schoonheid nog geaccentueerd kan worden. Patiënten zijn dan aan het praten en hebben niet door dat ik op dát moment het belangrijkste werk aan het verrichten ben. Als je goed bent in die analyse, als je zíét wat een gezicht nodig heeft, ben je al beter dan 80 procent van de collega’s out there. Daar moet je een zeker basistalent voor hebben, maar je kunt er gaandeweg ook beter in worden. Als je maar gulzig blijft: ik ga vaak naar congressen en ik loop geregeld mee met collega’s. Laatst heb ik nog vijf dagen na elkaar op twee congressen gespendeerd, om mensen te horen praten over hun ervaringen, over de valkuilen en de successen. Onze branche is één van de velden binnen de geneeskunde die zich het snelst ontwikkelen, de evolutie gaat in een razend tempo. Daar bestaat een heel prozaïsche verklaring voor, natuurlijk: er gaat ontzettend veel geld om in de cosmetische geneeskunde. Er is een industrie op gebouwd, en dus wordt er voortdurend aan vernieuwing gewerkt. Maar 80 procent daarvan is smoke and mirrors: pure quatsch. De kunst zit erin om de 20 procent aan research te vinden die effectief voor vooruitgang zorgt.»

HUMO Stel je patiënten soms teleur? Zeg je weleens: ‘Neen, dit ga ik niet doen’?

VAN DER AA «Natuurlijk. Maar eigenlijk komt daar nooit ontgoocheling van. Mijn consultaties duren langer dan gemiddeld, omdat ik mijn tijd neem om het waarom van mijn suggesties uit te leggen. Want als ik weiger om iets te doen, maar daar geen verklaring voor geef, loopt de patiënt gewoon naar de volgende deur, waar dan vast een dokter zit die wél alles uitvoert wat hem gevraagd wordt. En als de gevolgen dan kwalijk zijn, staat die patiënt een poos later weer bij mij: ‘Kan je dit oplossen?’ Neen, dan leg ik liever grondig uit waarom ik iets afraad.»

HUMO Geef eens een voorbeeld?

VAN DER AA «Ik zie vaak mensen die iets willen doen aan hun wallen, of aan de kringen rond hun ogen, maar die helemaal niet met een volumetekort kampen, die niet die typische groeven in de huid hebben. Hun ogen zijn opgezet door een teveel aan vocht, of door hyperpigmentatie – een verkleuring van de huid door opgehoopt pigment. In zulke gevallen maken fillers het probleem alleen maar groter. Wanneer ik dat uitleg, is er haast altijd begrip. Opluchting zelfs, want zo’n patiënt beseft dat ik hem of haar voor iets naars heb behoed.

»Ik hou het in eerste instantie ook altijd klein: ik zal zelden meteen een heel gezicht verbouwen. Nee, ik begin bij het begin: wat is de grootste klacht? En vervolgens tast ik af: waar voelt de patiënt zich comfortabel bij, wat kan er in de toekomst nog gebeuren, hoe groot is het budget? Soms is het ook gewoon eenvoudig en heeft iemand maar één behandeling nodig.

»De patiënt moet een beetje opgeleid worden. Hoe nauwkeuriger ik mensen inlicht, hoe kleiner de kans dat de kwakzalvers in de industrie hen kunnen uitbuiten. Want het zijn die lui die mijn vak een slechte naam geven. En het gaat de goeie richting uit, hoor, de roekeloze opportunisten vormen nog slechts een minderheid, maar hun impact is wel nog altijd groot. Omdat je alleen hún werk ziet en niet het mijne. Geloof me: er lopen zóveel mensen rond die cosmetische geneeskunde ondergaan hebben, maar aan wie je het simpelweg niet kunt aflezen. Maar wat je wel ziet: het minder geslaagde werk dat in de realityshows van het scherm spat.»

HUMO Maar wat is het nut van cosmetische geneeskunde als het resultaat niet zichtbaar is?

VAN DER AA «Er is wel degelijk een verandering. Alleen wordt die niet toegeschreven aan een ingreep. Iedereen praat vol bewondering over Jennifer Lopez en Jennifer Aniston: vijftigers intussen, maar ze zien er nog altijd prachtig uit. En niemand die zegt: ‘Amai, serieuze facelift gehad!’ Terwijl die volgehouden schoonheid er niet gekomen is door flink water te drinken en uit de zon te blijven, hè. Maar het is allemaal subtiel gedaan, met finesse.

»Er goed uitzien, en er goed blíjven uitzien: daar gaat het voor mij om.»

HUMO Waarom is dat zo belangrijk?

VAN DER AA «Er aan de buitenkant uitzien zoals je je aan de binnenkant voelt: dat is toch van het krachtigste dat er is? Ik heb vaak te doen met al die jonge moeders die mijn praktijk binnenlopen. Ze hebben net het grootste gedaan dat je kunt doen – leven doorgeven – en voelen zich sterk en gelukkig. Maar: het moederschap is ook vermoeiend, en de groeven onder hun ogen diepen zich uit. Daar worden ze ook voortdurend op gewezen. ‘Oei, is alles wel goed? Je ziet er zo moe uit?’ Wel, een beetje filler onder die ogen, en het regent plots complimenten: ‘Amai, je oogt zo fris en vitaal!’ Je kunt er schamper over doen, maar zo’n ingreep doet iets sensationeels met je zelfbeeld.

»Het verschil tussen de eerste en de tweede keer in mijn praktijk is vaak frappant. Mensen komen timide binnen, bestuderen angstig hun schoenpunten. Maar de tweede keer, wanneer de eerste ingreep achter de rug is, komen ze plots binnenlopen met het hoofd trots rechtop en de schouders vol zelfvertrouwen achteruit. Ze stralen zelfvertrouwen uit, en joie de vivre. Dat is de grote waarde van mijn vak: ik verkoop geen fillers, wel zelfvertrouwen.»

‘Mensen willen er beter uitzien, zonder dat meteen duidelijk is dat er aan hun gezicht gewerkt is. Precies dat is mijn niche: als je bij dokter Joshua langsgaat, zal het resultaat natuurlijk ogen.’ Beeld SBS
‘Mensen willen er beter uitzien, zonder dat meteen duidelijk is dat er aan hun gezicht gewerkt is. Precies dat is mijn niche: als je bij dokter Joshua langsgaat, zal het resultaat natuurlijk ogen.’Beeld SBS

EEN EXTRA KIN

HUMO Is het een plicht om er zo goed mogelijk uit te zien? Je kunt een lichaam toch ook gewoon als iets nuttigs beschouwen? We hebben nu eenmaal iets nodig dat onze botten en organen bij elkaar houdt.

VAN DER AA «Er zijn mensen die totaal niet bezig zijn met hun uiterlijk. Het kan hun gestolen worden hoe ze eruitzien of welke kleren ze dragen. Dat vind ik prima, maar voor andere mensen is het wél belangrijk. Ik vind dat ik voor mezelf de plicht heb om er goed uit te zien. En dat gaat niet alleen om fillers en botox – want ik heb zelf ook al wat ingrepen ondergaan, ja. Het is ook: geregeld naar de fitness gaan en een beetje op mijn lijn letten. Ervoor zorgen dat ik genoeg energie heb om te doen wat ik graag doe. Het grootste deel van de bevolking denkt er zo over, maar toch worden we nog altijd geshamed. Die aandacht voor het uiterlijk heet dan oppervlakkig. Maar wat kan er in hemelsnaam oppervlakkig zijn aan je kansen op geluk groter maken?

»Nog zo’n vaak terugkerend kritiekje: dat cosmetische geneeskunde de natuur niet respecteert. Maar met fillers en botox kan je óók natuurlijk oud worden! Als je het maar goed laat doen. Er is bovendien niemand die commentaar geeft op hair extensions, valse nagels of gekleurde haren. Zijn dat dan geen correcties die je aanbrengt op de natuur? Fillers en botox zijn natuurlijk invasiever, dat weet ik wel, maar het blijft toch een heel arbitraire grens. Daarom doe ik ook mee aan ‘The Sky Is the Limit’: ik wil het stigma doorbreken.»

HUMO Maar als je gezichten en lichamen kunt corrigeren, impliceert dat dat er een consensus bestaat over wat mooi is. Het schoonheidsideaal! Is het wel gezond om mensen in zo’n strenge mal te duwen?

VAN DER AA «Het schoonheidsideaal bestaat niet. Al die pseudowetenschappelijke projecties van hoe het ideale gezicht eruitziet: dikke zever. Sommige mensen zijn prachtig met een groot voorhoofd. Of kijk naar actrice Anya Taylor-Joy (bekend als Beth Harmon in de Netflix-serie ‘The Queen’s Gambit’, red.): volgens de aannames over het perfecte gezicht staan haar ogen te ver uit elkaar, en beantwoordt ze dus niet aan het schoonheidsideaal. Maar we vinden haar allemaal wonderlijk knap, toch? Of neem Emma Stone: nog zo’n supermooie vrouw, terwijl – volgens die zogenaamde regeltjes – haar ogen iets te dicht bij elkaar staan. Dus neen: mijn patiënten moeten geen mal in. Ze moeten doen waar ze zich zélf goed bij voelen.»

HUMO Maar is het wel zo eenvoudig om dat zelf te bepalen? Op sociale media wordt ons toch een welomlijnd beeld van schoonheid opgelepeld?

VAN DER AA «Komt een patiënt met een foto van een beroemdheid of een influencer aanzetten, dan is dat meteen een red flag voor mij. Zóveel mensen moet ik nog uitleggen dat alles op Instagram nep is. ‘Zelfs de vakantiefoto’s van je beste vriendin zijn bijgewerkt,’ zeg ik dan. ‘Alleen de beste pose met de beste lichtinval haalt het internet, en dan gaat er ook nog een filtertje over.’ Ik benadruk het voortdurend: je mag jezelf op je slechtst niet met een ander op z’n best vergelijken.

»Veel van die modellen ken ik persoonlijk, hè. Ik weet dus hoe ze er in het echte leven uitzien. Het zijn effectief heel mooie vrouwen, zeker, maar zij hebben ook een extra kinneke als ze over hun gsm gebogen zitten, en een rolleke ter hoogte van de heupen als ze ergens neerploffen. Maar wanneer ze poseren, gebeurt dat in de ideale omstandigheden en wordt elk storend detail bijgewerkt. Enfin, ik probeer dus om de verwachtingen realistisch te houden. Optimaliseren wat er is, dat is eigenlijk wat ik doe. Iemand met een smal, lang gezicht kan bijvoorbeeld baat hebben bij vollere jukbeenderen, want dan valt de lengte-breedteratio beter uit. Begrijp je? Het gaat om balans. Niet om iets te creëren dat er niet is. Dat kan trouwens ook niet met fillers. Daar heb je chirurgie voor nodig.»

HUMO Met chirurgie hou jij je niet bezig: je snijdt niet in mensen.

VAN DER AA «Klopt. Ik hou het bij fillers, botox en lasers. De basis van chirurgie ken ik wel, maar ik heb nooit de specialisatieopleiding gevolgd. Dat heeft voor- en nadelen. Chirurgie is complex, en je kunt er heel veel mee doen, veel meer dan met fillers. Wat ik doe, is dus wat conservatiever. Soms voelt het aan alsof ik daardoor iets mis, maar aan chirurgie zijn ook veel risico’s verbonden. Er is dus een enorme verantwoordelijkheid. Je moet dan ook wachtdiensten lopen, en er komt een grote administratie bij kijken. Naar dat stukje verlang ik niet.»

DROOG BROOD

HUMO Een cosmetische ingreep is duur. Diep je op die manier de klassenverschillen niet mee uit? Wie geld heeft, kan mooi zijn. Wie geen geld heeft, heeft pech.

VAN DER AA «Dat is zo. Mensen met middelen hebben mooiere huizen, mooiere auto’s en mooiere vakanties. Zijn ze per definitie gelukkiger? Neen, maar ze hebben wel makkelijker toegang tot de dingen die hen gelukkig zouden kunnen maken. Het leven is nu eenmaal fundamenteel oneerlijk. En eigenlijk vind ik dat net mooi. Hoe grijs zou de wereld ogen als iedereen hetzelfde zou zijn? Als niemand zich zou kunnen onderscheiden? Als er geen dingen zouden zijn die blinken en glanzen en doen dromen?»

HUMO Dat is waar, maar je hoort dat natuurlijk alleen zeggen door wie het geluk heeft aan de leuke kant te zitten.

VAN DER AA «Mogelijk, ja. Maar de mensen die aan die leuke kant zitten, hebben daar doorgaans wel zelf voor gezorgd. Ze beseffen dat het leven niet iets is dat je overkomt. (Stellig) Je bent de som van je beslissingen, niet van de omstandigheden. Voor 90 procent, toch; je kunt morgen natuurlijk ook een terminale kanker krijgen. Maar toch: veel mensen die misnoegd zijn over het succes en de weelde van anderen, geloven dat het leven je alleen maar voldongen feiten serveert. Ze positioneren zich als een slachtoffer.»

HUMO Maar DNA, opvoeding, materiële condities, persoonlijke relaties, toeval: veel van wat ons bepaalt, hebben we toch niet zelf in de hand?

VAN DER AA «Dat is de eeuwige discussie, hè. Ik vind: geluk is eerder een beslissing dan een gevolg van de situatie waarin je je bevindt. Ik zie in Londen steenrijke mensen die er maar niet in slagen om gelukkig te zijn, en omgekeerd: mensen die een heel eenvoudig leven leiden maar stralen van vreugde. Je moet beslissen om je geluk te zien in alledaagse dingen, in dat wat je hébt. Door het ergens anders te leggen, door het vast te klikken aan een doel dat je nog niet bereikt hebt, torpedeer je je geluk. Want dan zeg je: ‘Waar ik nu ben, kan ik niet gelukkig zijn.’ Ik ben zelf nog niet bij mijn doel, er is nog zoveel dat ik wil bereiken. Maar ondertussen vergeet ik niet om gelukkig te zijn.»

HUMO Ik denk niet dat je met die stelling zou scoren in een Oekraïense schuilkelder.

VAN DER AA «Die nuance maak ik natuurlijk ook: er zijn omstandigheden die het een mens moeilijk kunnen maken. Het zal niet onmogelijk zijn om gelukkig te worden in een schuilkelder in Oekraïne, maar het is wel veel moeilijker dan wanneer je, zoals ik, in de comfortabelste wijk van Londen woont. Maar in het algemeen vind ik dus dat je zelf je verantwoordelijkheid hoort op te nemen. Een troebele jeugd, een vervelende thuissituatie, de schrammen en de blutsen en de builen die je onderweg oploopt: ik begrijp dat dat factoren zijn die je niet met een vingerknip wegtovert. Maar na je 30ste moet je toch inzien dat je daar niet eeuwig aan vast kunt blijven hangen? Dat de loop der dingen niet uitgestippeld is, en dat je zélf de stuurknuppel mag vasthouden?

»De mensen die nu jaloers zijn op mij, waren dat wellicht niet toen ik in Londen maandenlang droog brood at omdat ik net mijn eigen praktijk was begonnen en geen cent op overschot had. Dat was geen leven dat door fleurige lampionnetjes beschenen werd, hoor. Maar: ik durfde. Ik durfde de stuurknuppel vast te pakken.»

HUMO Je komt niet uit een geweldig geprivilegieerd gezin.

VAN DER AA «Inderdaad: ik ben niet geboren in het leven dat ik nu leid. Ik kom niet uit een familie met geld, status en connecties. We waren niet arm, maar er waren wel wat financiële tegenvallers, en mijn ouders moesten de eindjes aan elkaar zien te knopen. Niet dat dat me ooit bezwaard heeft: het was de enige werkelijkheid die ik kende. Pas aan de universiteit ontdekte ik dat er ook rijke mensen bestaan, met mooie huizen en knappe auto’s.

»Pas sinds drie jaar heb ik een meer fortuinlijke levensstijl. Ik vind het goed dat die weelde nieuw is: zo kan ik vergelijken. Toen ik een poos geleden in de Caraïben op een superjacht zat met Leonardo DiCaprio, Mike Tyson en Drake, dacht ik niet gewoon: welja, dit is mijn leven, hè. Neen, ik dacht: wauw, hier heb ik nooit van durven te dromen! Ik ben heel dankbaar dat ik beide zijdes van de medaille heb gezien. Net door het contrast apprecieer ik mijn huidige leven ten volle.»

‘Ik deed mee aan een proefexamen geneeskunde en had 2 op 40. Dus begon ik machinaal te blokken: ik volgde bijlessen, online cursussen en trainingen, en ik studeerde me kapot. Hetlukte: ik was nipt geslaagd voor het toelatingsexamen.’ Beeld Marco Mertens
‘Ik deed mee aan een proefexamen geneeskunde en had 2 op 40. Dus begon ik machinaal te blokken: ik volgde bijlessen, online cursussen en trainingen, en ik studeerde me kapot. Hetlukte: ik was nipt geslaagd voor het toelatingsexamen.’Beeld Marco Mertens

DIEPVRIESVADER

HUMO Je bent opgegroeid met twee moeders.

VAN DER AA «Klopt: mijn broer en ik zijn het product van kunstmatige inseminatie met donorzaad. Handig, want zo weet ik zeker dat ik geen accidentje was (lacht). Ernstig: eind jaren 80, begin jaren 90 was dat nog een groot taboe. In Leuven was het toen zelfs nog verboden voor holebi’s. Mijn moeder – dan heb ik het over mijn natuurlijke moeder – is er toen voor naar Brussel gegaan, naar de VUB. Een jaar of zeven geleden, toen ik in Leuven studeerde, stond in mijn syllabus trouwens nog altijd dat een voorwaarde voor inseminatie is dat het om een heterokoppel gaat. In de praktijk is dat achterhaald, maar het staat dus wel nog altijd zo opgetekend.

»Opgroeien met twee moeders voelde heel normaal. Ik zag natuurlijk wel dat mijn vrienden ook een vader hadden, maar dat leidde niet tot de grote waarom-vraag. Pas in mijn puberteit begon ik de invloed van een vaderfiguur wat te missen. Toen zocht ik actief mannelijke rolmodellen op – in de sport, bijvoorbeeld. Maar om nu te zeggen dat ik het ooit echt vervelend heb gevonden? In gezinnen mét een vader gaat ook vaak iets mis, hè. Dan verkies ik toch twee moeders die gewoon hun best doen.

»Ik voel ook niet de behoefte om de donor te kennen – wettelijk gezien kan dat trouwens niet. Ik zou er simpelweg geen boodschap aan hebben: hij is mijn vader niet. De rolmodellen in mijn leven hebben meer betekend dan de man die wat DNA heeft afgestaan. Ik voel de behoefte niet om plaats te maken in mijn leven, om die man in de armen te vallen. Hij heeft mijn moeder ook nooit gekend, hè. Ik hou het eenvoudig: één van mijn twee verwekkers is een containerke in de vriezer van de VUB geweest.

»Er zit nog een mooi voordeel aan opgroeien met twee moeders: ik ben in tune met hoe vrouwen denken, met wat ze verlangen en verwachten. Dat komt me nu ook professioneel van pas: 85 procent van mijn patiënten zijn vrouwen.»

HUMO Wat doen je ouders nu?

VAN DER AA «Ze zijn met pensioen en genieten van het leven. Mijn moeder heeft dat lang te weinig gedaan. Met dank aan mij, vrees ik: ik heb het haar lang moeilijk gemaakt. Je moet weten: ik kleurde principieel alleen maar buiten de lijntjes. Iets mocht niet? Dan moest ik het zeker doen. Ik was onrustig, wild, altijd klaar om over de grens te stappen. Ik aanvaardde niet dat anderen me het leven doceerden: ik wilde zélf tegen de lamp lopen. (Lachje) En dus ben ik ook vaak tegen de lamp gelopen.

»Mijn moeder is een heel lieve, voorzichtige vrouw. Ze was wiskundeleerkracht, deed de dingen volgens de regeltjes en spaarde netjes voor haar pensioen. En dus werd ze gék van die balorige zoon. Dat heeft tot veel frustraties geleid. Toen ik aan de universiteit studeerde, ontstond er een kloof. Ik kwam niet vaak meer naar huis en was vooral bij de ouders van mijn toenmalige vriendin. Zij hebben me door mijn bachelorjaren gesleurd. Van mijn ouders wilde ik geen raad aannemen, maar mijn toenmalige schoonouders hadden al drie dochters door de opleiding geneeskunde geloodst: tegen hen kón ik niet zeggen dat ze er niets van begrepen (lacht).

»Afstand kan helend werken. Mijn moeder en ik zijn heel verschillend, en als we te lang samen zijn, ontstaat er wrijving. Soms blijft de liefde bewaard net omdat je elkaar een beetje laat doen. Mijn moeder heeft bijvoorbeeld ook niets met Londen: het is er te druk, ze kent de taal niet, en ze kan haar hondje niet meenemen. Ze heeft Valery, mijn vrouw, ook nog maar één keer gezien. Ons huwelijksfeest heb ik mijn moeder bespaard: we hadden de helft van Annabel’s afgehuurd, een private club in Londen, en mijn moeder is allergisch voor chichi. Haar geluk vindt ze in een caravan in het Zwarte Woud in Duitsland, te midden van de natuur. Maar: ze respecteert het leven dat ik leid. Ze ziet dat ik op mijn pootjes terechtgekomen ben en ze begrijpt dat dit mijn weg naar geluk is.»

VAN HET PAADJE

VAN DER AA «Ik heb geen spijt van die roerige jeugd. Want wat vaak vergeten wordt: het kan ook heel núttig zijn om naast in plaats van op het pad te lopen.»

HUMO Zoals toen je besloot om geneeskunde te studeren terwijl je uit een tso-richting kwam.

VAN DER AA «Voilà. Ik had techniek-wetenschappen gevolgd. Dat is geen richting die je rechtstreeks naar de geneeskunde voert, hè.

»Ik speelde American football, een ruige contactsport die me geregeld in het ziekenhuis deed belanden. Die wereld fascineerde me. De combinatie van het cerebrale en het technische trok me aan. Ik zou zeker niet alleen met mijn hersenen willen werken, maar ook niet alleen met mijn handen. Goed, ik besloot dus om geneeskunde te proberen. Ik deed mee aan een proefexamen en had 2 op 40. Dat was heel ontnuchterend. Ik besefte dat ik nooit voor het toelatingsexamen zou slagen als ik niet een wervelende sprint zou inzetten. En dus begon ik machinaal te blokken: ik volgde bijlessen, online cursussen en trainingen, en ik studeerde me kapot. Een groot deel van de bepalende leerstof had ik niet gezien in de lessen biologie en fysica op school, en dus moest ik de concepten doorgronden, de patronen leren herkennen. Maar: het lukte. Ik was nipt geslaagd voor het toelatingsexamen. Mijn moeder en ik hebben gejankt van geluk toen we het nieuws kregen.

»Voor mij is het een bewijs van wat ik eerder zei: je kunt zelf bij de stuurknuppel, als je maar bereid bent om hard te werken en jezelf dingen te ontzeggen. Ik ben niet buitengewoon intelligent, maar ik heb wel een diploma geneeskunde. Als ik dat kan, kan het merendeel van de mensen het. Maar je moet wel buiten de lijntjes durven te kleuren. Van iedereen in mijn jaar geneeskunde was ik degene die de kleinste kans had om te geraken waar ik nu ben. Maar kijk!»

HUMO Je nam een heel groot risico: zes maanden na je studie geneeskunde vertrok je naar Londen, zonder specialisatie op zak.

VAN DER AA «Ik was aan een studie tandheelkunde begonnen, maar kreeg een aanbod van een cosmetische kliniek in Londen. In Rotterdam werkte ik toen al met botox en fillers – daar was ik terechtgekomen omdat ik een inkomen zocht én omdat die wereld me erg interesseerde. Op een congres werd ik herkend door de directeur van die kliniek in Londen. Uiteindelijk kwam hij met de vraag of ik daar niet wilde werken. Ik was toen nog maar vijf of zes maanden aan het injecteren, maar dat liep wel meteen heel goed en ik had al wat naam gemaakt. Het sollicitatiegesprek in Londen was geen gesprek: ze hadden een heel weekend patiënten ingeboekt en ik moest meteen aan de slag, met die directeur als observator op de bank. Dat ging goed en ik mocht beginnen.

»Iedereen raadde me die stap ten stelligste af. Het was ook gek: ik ging naar een land dat ik niet kende, ik had geen specialisatiediploma, en ik ging werken in een kliniek waar ik weinig over wist. Maar ik wilde het zo graag en ik durfde op mezelf te vertrouwen. Het was niet zoiets als aandelen kopen en hopen dat ze in waarde zullen stijgen. Neen, ik koos voor iets waar ik zélf het verschil kon maken.

»Na anderhalf jaar werd me duidelijk dat die kliniek toch niet zo heel koosjer was. Er werd niet altijd in het belang van de patiënten gehandeld, zelfs niet in dat van de dokters. Dan doe ik het zelf, redeneerde ik, en ik zette de volgende grote stap: ik richtte mijn eigen kliniek op.»

HUMO Die werd in enkele jaren tijd heel succesvol. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

VAN DER AA «Mond-tot-mond-reclame is cruciaal. Patiënten zijn tevreden, vertellen het verder aan hun familie en vrienden, en die komen vervolgens op mijn Instagram-pagina terecht. Daar toon ik heel zorgvuldig waar ik voor sta.

»In mijn patiëntenbestand vind je alle lagen van de bevolking. Van de working class over de upper middle class tot de CEO’s en de celebrity’s. Ik help leerkrachten én ik help miljardairs die de hele zomer op hun jacht in Miami zitten: dat is toch prachtig?»

HUMO Wie zijn je vrienden?

VAN DER AA «De meesten wonen ook in de City, en zitten dus in finance – investment banking, venture capitalism, private equity. In België heb ik ook nog mijn vriendenkring van vroeger, en van op de universiteit. En er zijn mijn patiënten: ik vind het heerlijk om tijdens het uitgaan mensen tegen te komen die me dankbaar zeggen dat ik hun lippen heb gedaan. Vervolgens diepen we dan het contact uit.

»Uiteraard leef ik in een bubbel. Maar ik vind dat niet per se erg. Ik koester nog altijd dezelfde waarden als vroeger en ik loop niet naast m’n schoenen. En dat ik niet meer leef zoals vroeger, tja, dat is net het hele opzet, hè. Wat heb ik deze week gedaan? Waar ben ik naartoe gevlogen? Welke nieuwe mensen heb ik ontmoet? Die vragen stel ik me voortdurend. En die rijkdom koester ik. Ik werk ontzettend hard – mijn record is 22 behandelingen op één dag – maar ik ben even gulzig in mijn ontspanning. Ik leef mijn pensioen nu al, tussen het werken door. Want ik wil niet ooit, net voor ik doodval, denken: verdorie, ik ben niet tot bij de stuurknuppel geraakt.»

‘The Sky is the Limit’, Play4, maandag 5 december, 21.00

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234