null Beeld

Josip Weber: voorlopig afscheid van een superspits

Aan het eind van het gesprekt stroopt Josip Weber zijn jeans af. Hij brengt zijn twee ontblote knieën naast elkaar. ‘Zie je het verschil?’ vraagt hij. Ik moet bekennen dat mij, behalve een groot litteken op zijn linkerknie niks opvalt. ‘En nu?’ Weber is inmiddels op zijn hurken gaan zitten. Ja, nu heeft hij wel één knie die dikker is dan de andere. Achter zijn linkermeniscus heeft zich in de voorbije twee jaren een nieuw weefsel gevormd - het gevolg van drie zware ingrepen. ‘Wild vlees?’ vraag ik. - ‘Een tennisbal,’ zegt hij. ‘Ik heb nu een bal in mijn knie.’

undefined

'Ik zal niemand anders verantwoordelijk stellen, maar wie het voetbal volgt, weet genoeg'

Alle ellende begon toen Josip Weber twee jaar geleden op de training bij Anderlecht, na een wilde tackle over zijn knie ging. De mediale band was geraakt en de kruisbanden waren gescheurd.

JOSIP WEBER «Stabiliteit is het grootste probleem. Ik heb een dansende knie die me belet kort te draaien. Met mijn linkervoet kan ik zelfs niet tegen een bal trappen; de pijn snijdt me doormidden.

»Met pijn valt te leven, elke voetballer krijgt wel eens een verdovende inspuiting. Maar ik blokkeer; ik heb nog steeds hetzelfde gevoel in mijn knie als twee jaar geleden. En de dokter zegt: ‘Het wordt niet meer beter.’ Waarom zou je dan blijven hopen? Je moet ook eerlijk met jezelf zijn: in juni loopt mijn contract af, in november ben ik drieëndertig. Ik heb niet veel keuze meer (zucht).

»Ik wil ook niet, zoals zoveel oud-voetballers, op krukken eindigen. Onlangs zag ik Geert Broeckaert, die kan geen tien minuten staan of hij vertrekt van de pijn. Henk Houwaart sukkelt ook, Paul Van Himst, noem maar op. Ik ben niet van plan van mezelf een volledige invalide te maken. Nu speelt mijn knie op als ik ze plooi bij het fietsen of als ik te lang stilzit. Hopelijk blijft het daarbij. Over tien jaar wil ik nog voor mijn plezier aan sport kunnen doen.»

HUMO Wanneer is de twijfel in je hoofd geslopen?

JOSIP WEBER «Op de eerste trainingsdag van dit seizoen. Ik had goede hoop na een intensieve behandeling door dokter Peharec, de man die Luc Leblanc en Jordi Cruijff weer fit heeft gemaakt. Na twee dagen verblijf in zijn instituut kon ik mijn knie weer plooien. Ik dacht dat ik droomde: dit lukt in België alleen nog onder narcose. Peharec hoopt de knie weer stabiel te maken door de spieren van de quadriceps te ontwikkelen. ’t Was hard labeur in zijn power-zaal: de spieren groeiden, de kracht kwam terug, maar de knie kon niet volgen. (Stil) Het ging te snel.

»Op de eerste trainingsdag raakte ik, voor het eerst in maanden, een bal. Het was een drama. Ze hadden net zo goed een mes in mijn knie kunnen steken. En in augustus werd ik voor de tweede keer wegens verkalking in de knie geopereerd, terwijl ik pertinent zeker wist dat dàt niet het probleem was - zoals ook is gebleken. Maar goed, je hoort van alle kanten dat eenendertig te jong is om te stoppen, je bent in conditie, je wordt sterker, je denkt: ‘Ik ga er nog eens voor.’ En zoveel maanden later speel je weer op het indoortoernooi van Moorsele.»

HUMO Op een harde ondergrond.

JOSIP WEBER «Dat deed er niet toe. Ik voelde meteen al dat mijn linkerbeen het liet afweten, ik kon er weer niet mee trappen. Algauw wist elke verdediger van tevoren welke actie ik zou maken; ik ging telkens rechts buitenom. Veel verrassing zat er niet in mijn spel.»

HUMO En toch scoorde je.

JOSIP WEBER «Twee keer zelfs, in de tien minuten dat ik op het veld stond (lacht). Achteraf ging ik bij dokter Martens op consult, ik legde hem de toestand uit. Hij was het ermee eens dat het in de gegeven omstandigheden geen zin heeft om nog eens een jaar out te zijn, zonder de minste garantie.»

HUMO En jij die zo vurig op een wederoptreden tegen Inter Milaan had gehoopt.

JOSIP WEBER «Ik wou er vanaf het begin van de terugronde staan. Anderlecht heeft een probleem in de spits, de ploeg heeft te weinig scorend vermogen. Normaal draag ik de oplossing aan: ik ben de geknipte man. Maar ik moet weken-, maanden-, jarenlang werkeloos vanaf de tribune toezien. Weet je wat dat betekent? Als ze me niet hadden verplicht elke thuiswedstrijd bij te wonen, was ik niet gekomen. Ik kan het niet meer aanzien.»

HUMO Is je knieblessure het gevolg van je bezetenheid om te slagen? Je moest en zou je critici, die je al sinds het wereldkampioenschap in Amerika op de korrel namen, de mond snoeren.

JOSIP WEBER «Ik heb een goed eerste seizoen bij Anderlecht gespeeld, hoor. Ik werd topschutter, maakte veertien goals in veertien competitiewedstrijden. En ook, in de beker en Champions League trof ik raak. Als je de feiten laat spreken, deed ik het meer dan behoorlijk. Dus, ik heb me niet geforceerd, als je dat bedoelt. Het is tegenslag dat ik bij een sliding met mijn studs aan het drainagesysteem blijf hangen.»

HUMO Heb jij een verklaring waarom je bij Cercle Brugge nooit geblesseerd was? Bij Anderlecht hield het niet op: rugpijn, spierscheuring, knie stuk.

JOSIP WEBER «Bij Cercle speelde ik één wedstrijd per week, bij Anderlecht drie. De ene was al belangrijker dan de andere: Champions League, beker van België, competitie, interlands. In anderhalve maand had ik geen enkele vrije dag. En wat die rugpijn betreft, dat was nièt het gevolg van overbelasting. Doll raakte me in een duel op de training.»

HUMO En jij verzweeg de pijn.

JOSIP WEBER (fel) «Je hebt blessures en blessures. Met Cercle heb ik ooit met negenendertig graden koorts gespeeld. Uit bij Germinal, vier doelpunten van Weber! Die rug belette me echt niet om goed te voetballen.»

HUMO Als je alles op een rijtje zet, kom je allicht ook tot het besluit dat je in je carrière maar één fout hebt begaan: Belg worden.

JOSIP WEBER «Om redenen die niks met voetbal te maken hebben. Wij hadden gebouwd, de kinderen groeiden op - wij dachten dat onze toekomst hier lag. Via Cercle lekte het bericht van onze naturalisatie uit, de bond sprong er - in het vooruitzicht van de eindronde van de wereldbeker - bovenop, ik werd international, en opeens was alles anders. Iedereen volgde mijn verrichtingen onder een vergrootglas. Ik moest tien keer beter dan een ander zijn of ik had er gelegen. Bij Anderlecht kreeg ik geen vijf minuten krediet. Nu, merk ik, krijgen spelers op dezelfde positie zes maanden krediet.»

HUMO Yaw Preko, bedoel je?

JOSIP WEBER «Maakt niet uit. Van een spits wordt te veel verwacht: scoren, assists geven, bewegen, meespelen. Het lijkt vaak alsof een elftal van één speler afhankelijk is. De druk is te groot.

»Neem De Bilde: ik zal zijn vuistslag niet vergoelijken, maar wat hem overkomt is typerend voor een spits. Eerst worden wij de hemel ingeschreven, daarna zo diep mogelijk onder de grond gestopt. Ik spreek uit eigen ervaring: het is niet simpel om met zulke extreme reacties om te gaan. Vergeet ook niet dat in elke wedstrijd twee schoppers op je huid zitten die je met allerlei truuks uit de wedstrijd houden. Tikken tegen de knie, elleboogjes, fluimen in je nek; op negentig procent van die provocaties volgt zelfs geen bestraffing. Maar jij moet kalm blijven, ook als je niet goed bezig bent. Me dunkt dat zijn schorsing van drie maanden meer dan genoeg is.»

HUMO Waarom ben jij nooit in provocaties getrapt?

JOSIP WEBER «Wanneer ik als speler word gepakt, wind ik me niet op. In het voormalige Joegoslavië ging het véél ruwer toe. Als je met een verdediger in je rug de bal aannam, moest je springen of je benen waren weg. Wat dat betreft, is België een makkie.

»Ik had het moeilijker met de etiketten die zogenaamde kenners op je kleven. Na één seizoen bij Cercle Brugge heette ik een counterspeler te zijn. Zeven jaar heb ik dat mogen horen: iedereen praatte elkaar na. (Fel) Ze mogen vertellen wat ze willen: ik ben van jongs af aan een technische speler. Alleen voer ik alles op topsnelheid uit, da’s iets anders dan iemand die op zijn gemak de bal aanneemt, een draai maakt, en aan de wandel gaat. Voor de kenners is dàt een technicus. Laat me niet lachen, zo iemand vertraagt het spel. Als ik geen techniek heb, waarom heb ik dan zo vaak uit vrije trappen gescoord? Of zoveel moeilijke goals gemaakt? Oké, de uitvoering was niet altijd vlekkeloos. Maar hoeveel spelers zijn perfect op topsnelheid? Twee? Drie? Ik heb een redelijke techniek, ben snel, sterk, en: ik ben waar ik moet zijn. Ik loop op het geschikte moment naar de eerste of tweede paal. Als ik een spits op een voorzet zie staan wachten krijg ik het. Dat kàn dus niet hé. En toch gebeurt het elke wedstrijd. Niemand ziet dat, ook de ‘kènners’ niet die bakken kritiek over je uitstorten. Het spijt me maar het oordeel van zulke mensen interesseert me niet meer. Voor hen was op een bepaald moment alles wat ik deed verkeerd. Als ik de assist voor een doelpunt had gegeven, had ik niet gescoord. En als ik had gescoord, had ik niet meegespeeld. Ja, dan weet je dat het niks meer met voetbal heeft te maken.»

HUMO Met wat dan wel?

JOSIP WEBER «Ik was te populair geworden, hé. Ik was een bedreiging voor sommigen. Dat begon bij de nationale ploeg, en dat leefde verder bij Anderlecht.»

HUMO Heb je jezelf al vaak verwenst omdat je in je eerste officiële interland, tegen Zambia, vijf keer hebt gescoord?

JOSIP WEBER «Als ik in een wedstrijd honderd goals kan maken, maak ik er honderd.»

HUMO Maar nu was je plots ‘het geschenk uit de hemel’.

JOSIP WEBER «We hebben toch een redelijke wereldbeker gespeeld? Nogmaals, voetbal speel je met zijn elven, niet alleen met een spits. Hèt voorbeeld is in mijn ogen Moeskroen. Voor de competitie verwachtte niemand dat ze tien punten zouden pakken. Nu het einde van de competitie nadert, staan ze los aan de kop. Dat is de verdienste van de groèp, niet van enkelingen.»

HUMO Ook al heeft Moeskroen in de M’Penza’s twee goede spitsen.

JOSIP WEBER «Goede spitsen? Als de Bilde of Weber in tweeëntwintig wedstrijden acht keer scoren, spreekt men van een catastrofe. Pas op, daar kunnen die jongens niks aan doen. Jullie maken hen groter dan ze zijn; hopelijk vergeten ze dat niet.»

HUMO Geef toe dat het bij Anderlecht niet is geworden wat je je ervan had voorgesteld.

JOSIP WEBER «Ik heb mijn hele leven geïnvesteerd om bij een topclub te spelen. Toen ik er eindelijk was, leefde ik als een monnik voor mijn sport. Ik vocht tegen de kritiek, tegen de blessures, tot ik in de beste conditie van mijn leven zat. Uitgerekend op dat moment begaf mijn knie het. Ik ben diep ontgoocheld, voor mezelf en de club. Ik heb de bestuurders en de supporters te weinig kunnen geven.»

HUMO In het najaar van ’95 keerde je even terug. Je viel in bij Anderlecht - Antwerp en je scoorde.

JOSIP WEBER «Dat was een prachtig moment. En de wedstrijd daarop, in Ekeren, scoorde ik weer. Maar in de laatste minuut gebeurde het: een voorzet van De Bilde, er staat een speler tussen ons, ik zie de bal amper aankomen, ik denk: ‘De tweede paal is vrij, ik glijd ‘m binnen.’ Maar ik mis de bal op het nippertje en ik knal met mijn knie tegen de paal. Ik zat in de miserie, maar toen begon de grote miserie.»

HUMO Was het de doodsteek?

JOSIP WEBER «Volgens dokter Martens wel. Ik had een overgevoelige knie; ze was niet volledig hersteld. In feite hoor je een jaar te rusten. Maar in de top is tijd geld. Zowel de club als ik wilden te graag.»

(Irena Weber komt, met haar dochter Josipa, de woonkamer binnen. Ze heeft een dikke wang. ‘Drie pikuurtjes van de tandarts,’ zegt ze.)

HUMO Heb je niet overwogen om er, à la Musonda, een jaartje tussenuit te knijpen?

JOSIP WEBER «Allez, ik ben bijna drieëndertig. Ik had geen tijd te verliezen. En, om eerlijk te zijn: ik kon het niet meer aan, ik werd er gek van. Zeven keer onder narcose, weet je wat dat betekent? En de operaties en de revalidaties en de duizenden foto’s en de bestralingen die normaal voor kankerpatiënten zijn voorbehouden. Alles heb ik geprobeerd: kruiden, diëten, aangepaste oefeningen. Ik zal blij zijn als ik weer gewoon kan leven.»

HUMO Hoe makkelijk was het om rustig te blijven?

JOSIP WEBER «Ik heb mijn best gedaan (zucht).»

IRENA «Hij kreeg alleen maar een maagzweer.»

HUMO Marco van Basten, die ook wegens knieproblemen uit het voetbal is verdwenen, verklaarde onlangs: 'Eén chirurg heeft mij meer toegetakeld dan alle schoppende verdedigers samen.’ Hij doelde naar alle waarschijnlijkheid op dokter Martens. Ga jij twijfelen, als jij zoiets leest?

JOSIP WEBER «Dat zou het makkelijkst zijn, natrappen naar dokter Martens. Ik weet één ding: de dokter heeft het beste met me voorgehad. Wij hebben een schitterende relatie, waarin wij elkaar de waarheid durven te zeggen. Het laatste wat je mij zal horen verklaren is dat het zijn fout is. Het is niet de fout van Martens. Anderlecht of Weber; het is een nederlaag voor ons allemaal.»

HUMO Hoeveel tijd heeft het gevergd dat je wellicht niet meer kan voetballen?

JOSIP WEBER «Zoiets rijpt langzaam; je zit met al je vezels aan het voetbal vast. Maar stilaan denk je: ‘Ik ben relatief jong, ik heb een gezin, ik moet aan mijn toekomst denken.’ Dat is een hele zware beslissing, ook omdat je niet weet welke richting je nu uitgaat. Na al die jaren in het voetbal zou het jammer zijn mocht ik de sport verlaten. De beste optie voor een man met mijn temperament - ik geef me altijd voor honderd procent - is trainer worden. Bij voorkeur in België, als ik een mooie aanbieding krijg.»

HUMO De stress en de intriges neem je erbij?

JOSIP WEBER «Pfff, geef toe dat ik me in alle stress en miserie van de afgelopen jarig kranig heb gehouden. Waar hoef ik bang voor te zijn? Hoe meer je vecht, hoe sterker je wordt.

»Een andere optie is een terugkeer naar Kroatië, waar ik al aanbiedingen heb. Vanwege mijn eerste club, Slavonski Brod, een derdeklasser, maar ook vanwege Marsonia SB, een eersteklasser. Dat lijkt me ietsje te vroeg. Ik ben te lang uit het land weg om meteen in de top te beginnen. In de verre toekomst kern we in elk geval terug: ik blijf een Kroaat in hart en nieren.»

HUMO Ben jij binnen?

JOSIP WEBER «Ik ben iemand die voorzichtig met zijn spaarcenten omspringt. Dat betekent niet dat ik safe ben in een duur land als België.»

IRENA «Desnoods verhuren we ons huis in Brugge en leven we in Kroatië van de opbrengst. Daar hebben we ook een huis.»

JOSIP WEBER «Neen, ik heb te veel ambitie.»

IRENA «Weet je wat mijn droom is? In Kroatië een kinderboetiek openen.»

JOSIP WEBER «We zien wel. Ik heb geen buitensporige rijkdom nodig om gelukkig te zijn. Ik ben niet verslaafd aan bekendheid. Ik verlang naar een normaal leven.»

HUMO Maar je zal het voetbal missen.

JOSIP WEBER «Wat wil je? Bij Cercle Brugge - Anderlecht had ik het al te kwaad. Enkele minuten voor het einde van de wedstrijd daalde ik van de tribune af om de spelers goeiedag te zeggen. Ik stelde me naast het veld op. Jawadde; de geur van het gras bedwelmde mij.»

IRENA «Ze hadden Josip een microfoon in de hand moeten drukken en hem in vier woorden afscheid van de supporters moeten laten nemen: ‘Merci, Anderlecht! Arrividerci, Cercle!’ Maar niemand denkt daaraan.»

HUMO Aan welke goal heb je, als drievoudige topschutter, het meeste plezier beleefd?

JOSIP WEBER «Misschien die vrije trap in de derby tegen Club Brugge, doelpunt nummer honderdeneen? Het zijn er zoveel geweest, hé? Ik weet het echt niet meer.»

HUMO Zal je later nog ooit het geluk van het scoren evenaren?

JOSIP WEBER «Misschien als trainer, wanneer iemand het in mijn plaats doet (lacht). Neen, het zal natuurlijk niet hetzelfde zijn: de acties, de voorbereiding, het positie kiezen, de laatste fractie van een seconde waarin je kijkt waar de keeper zicht bevindt en afdrukt. Dat is waarschijnlijk voorbij. Maar ik mag niet klagen: mijn carrière is, alles bij elkaar genomen, super verlopen. Ik kan op zoveel mooie momenten terugblikken. De kinderen mogen trots op hun papa zijn. Allez, dat hoop ik toch.»

HUMO Slaapt Marco, je zoon, nog steeds in paars-wit?

JOSIP WEBER (knikt) «En in groen-zwart.»

IRENA «Marco, wie is de beste voetballer van Anderlecht?»

MARCO «Papa.»

IRENA «Maar die doet niet meer mee.»

MARCO (zwijgt)

IRENA «Allez, zeg het maar: Suad Ka-ta-na.»

JOSIP WEBER (lacht) «Ik denk niet dat ik in het zwarte gat zal vallen. Als je je goed omringd weet, is het gevaar klein. Ik heb ook niet alleen voor mezelf aan een terugkeer gewerkt. Ik deed het voor mijn vrouw, mijn kinderen, de supporters, het bestuur van Anderlecht. Dàt gaf me de energie. Ik leefde op hoop. Het niveau van het Belgisch voetbal is in de jongste jaren zoveel gezakt dat het zelfs op zeventig procent had gekund (zwijgt).

»Straks trek ik voor een paar weken met vakantie naar huis om met mezelf in het reine te komen. Het is nergens beter dan in Kroatië: de bergen, het klimaat, het eten, het gezelschap - ik heb het lang gemist..»

HUMO Op het moment dat in je thuisland een burgeroorlog woedde, heb jij het als voetballer gemaakt. Heb jij hier je eigen kleine oorlog uitgevochten?

JOSIP WEBER (denkt lang na) «Ik heb mijn beste jaren gekend toen mijn ouders in de vuurlijn lagen. Ze wonen dichtbij een rivier - het noodlot kon elk moment toeslaan. Er zijn granaten op twintig meter afstand ontploft. Maar blijkbaar heeft de angst voor een fatale telefoon me op de een of andere onverklaarbare manier gestimuleerd. In het veld kon ik alles van me afzetten.»

HUMO In tegenstelling met je oud-ploegmaat Branko Karacic.

JOSIP WEBER «Branko heeft zijn zwager in het begin van de oorlog verloren. Dat heeft zwaar op hem gedrukt. Ik had het geluk dat niemand van mijn familie is omgekomen. Dat maakte het draaglijker.

»Je begrijpt dat ik lang heb getwijfeld vooraleer ik me, in volle oorlogstijd, tot Belg liet naturaliseren. De angst om thuis voor saboteur te worden aangezien zat heel diep. Ik had het nooit gedaan als de Kroatische voetbalbond me zijn steun had ontzegd. Gelukkig toonden ze begrip; het was de laatste keer dat ik de eindronde van een wereldbeker kon meemaken, en Kroatië beschikte met Suker en Boksic over wereldspitsen. Ik sta bij de federatie in het krijt; ook al heb ik veel ballen en shirtjes geleverd. Het knààgt een beetje. Daarom zeg ik ook: ik hoef van België geen dank voor mijn beslissing om voor de Rode Duivels te spelen, wel respect. Ik heb een risico genomen.»

HUMO Wat denk jij nu als Goradan Vidovic (Moeskroen) in zeven haasten met een Belgische trouwt om voor de Rode Duivels uit te kunnen komen?

JOSIP WEBER «Ik blijf ervan overtuigd dat België ook zonder genaturaliseerde spelers een goede ploeg heeft, of ze nu Weber, Oliviera, Vidovic, M’Penza of Jbari heten. Misschien was ik een geval apart, met de eindronde van de wereldbeker in het verschiet. Maar in principe had Marc Wilmots gelijk, toen hij al die naturalisaties aan de kaak stelde. Nu ja, ik was zijn probleem natuurlijk niet. Als Wilmots beter is, speelt hij.

»Mijn vrouw was er vanaf het begin tegen dat ik voor België zou spelen. Zij was bang voor de reacties uit Kroatië en België. Dat mensen zouden zeggen: die smeerlap heeft de Belgische nationaliteit alleen maar aangenomen om naar Amerika te gaan.»

(De bel gaat. Een buurjongetje schooit om gehandtekende foto’s van Weber in Anderlecht-outfit.)

IRENA «Ik was bang. Zelfs in de euforie na België - Zambia besefte ik dat die vijf goals zich tegen Josip konden keren; succes is een mes dat aan twee kanten snijdt. In de volgende oefenwedstrijd, België - Hongarije, zag ik al dat hij minder ballen kreeg. Hij werd anders aangespeeld. Nu zal je misschien denken: wat weet die vrouw daarvan? Maar ik zit toevallig al van jongs af aan in het voetbal, mijn vader is in vaste dienst bij Hajduk Split.

»Ik was bang voor sabotage - mensen zijn ontzettend jaloers. Dat merkte ik al toen Josip bij Cercle opkwam. De anderen pikten het niet dat de aandacht van de pers vooral naar hem uitging. Dat snap ik, hoor: die andere tien leveren ook hun bijdrage. Het is niet correct om hen over te slaan. Maar de pers vraagt om een doelpuntenmaker, juist?

»In de nationale ploeg ging het net zo: goede wedstrijden tegen Zeeland, Zambia, Hongarije. Daarna begon het spelletje. Hij kreeg te korte of te lange ballen, hij leed balverlies - Josip is geen robot. En de meesten zagen niet eens waarom hij een bal verloor.»

HUMO Dat is ook niet te zien.

IRENA «Juist, dat moet je voelen. Voetbal is heel gevoelige materie, voetbal is kunst!»

HUMO Wringt het dat je geen wraak zal kunnen nemen op alles wat je in de nationale ploeg en Anderlecht overkomen is?

JOSIP WEBER «Ik zal niemand anders verantwoordelijk stellen voor mijn tegenslag. Mij zal je geen mensen horen brandmerken. Wie het voetbal volgt, weet genoeg.»

IRENA «Wij zijn zulke kleine mensen, wraak komt ons niet toe.

»Hoog boven ons, in de hemel, zetelt iemand die zegt: ‘God is geen kat die krabt, God stuurt zijn heiligen om orde op zaken te stellen.’ Dat is een Kroatisch gezegde waarmee wij aangeven dat wraak ons niet toekomt. God ziet alles; hij geeft iedereen, vroeg of laat, zijn verdiende loon. Misschien is Josip door iemand kapot gemaakt, dat kan. Maar daar hoeven wij ons niet om te bekommeren. Die persoon zàl boeten, nu of over tien jaar, of later.

»Josip is bij Anderlecht drie keer op de training geblesseerd. Is dat normaal? Ik spreek met daar niet over uit, ik kan niets bewijzen. Of wel is ’t het noodlot ofwel een lage streek; de tijd zal het uitwijzen.»

HUMO Speel je nog accordeon, Josip?

JOSIP WEBER «Ik heb ‘m al meer dan een jaar niet meer aangeraakt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234