Joyce Delbaere: 'Natuurlijk lieten ze mij gaan, op vrije voeten was ik veel nuttiger'

Joyce Delbaere werkt aan haar roman ‘Effe chille’. Elke week houdt ze de Humo-lezer op de hoogte van haar vorderingen.

Ik zat blij en zorgeloos te zingen in de tuin van Geert, mijn uitgever, mijn alles. En daar stond hij plots.

‘Wat doe je hier, Joyce?’

‘Gewoon, effe chille. Clap along if you know what happiness is to you, Geert.’ Hij ging daar niet op in. De arme man wist blijkbaar niet wat geluk is. Wat wilt ge, in zo’n huwelijk.

‘Ik wil dat je weggaat, Joyce,’ zei hij.

‘Waarom? Ik zit hier goed. Clap along if you feel like happiness is the truth!’ Beetje dom bevel aan iemand die niet weet wat happiness is, besefte ik. Arme Geert!

‘Mijn vrouw heeft de politie gebeld, Joyce. Dit is huisvredebreuk.’

Plots zag ik de samenhang. Ik begreep het. Ik overhandigde hem het manuscript van ‘Brief aan mijn uitgever’.

‘Dit is voor jou, Geert,’ zei ik, ‘zorg dat het niet in verkeerde handen valt. Tot ziens.’

Rustig en zonder omkijken liep ik de tuin uit. Ik voelde de blik van die mollige heks van hem in mijn rug branden. Een politiecombi kwam traag aangereden. Ik wuifde naar de agenten. Ze wuifden niet terug. Ik zag op mijn gsm dat mijn moeder mij acht keer had gebeld. Om mij te traceren, natuurlijk.

Mijn moeder en de vrouw van Geert speelden onder één hoedje, dat wist ik inmiddels. Ze waren tot alles bereid om te beletten dat mijn boek zou worden uitgegeven. Nu begreep ik waarom: omdat mijn boek ver boven de middelmaat uitstak. Dat maakte hen zenuwachtig. Het onbehagen van de middenklasse, verstaat ge? Het heeft Le Pen en Donald Trump omhooggestuwd, het dreef die sukkels in de armen van Poetin. En de armen van Poetin, dat zijn tentakels die de hele wereld omvatten. Syrië. N-VA-ers die elkaar bespioneren in Brugge. Omgekochte voetbalmatchen. Het verband is niet direct zichtbaar, maar als ge de melkweg ziet, kunt ge u ook moeilijk voorstellen dat de aarde daar een onderdeel van is.

Er zat een oudere man met een hond op een bank. Ik ging naast hem zitten.

‘Dag meneer,’ zei ik. ‘Ik heb iets ontdekt, en ik wil mijn ontdekking met u delen, want ik weet dat ik u kan vertrouwen. Ik kan mensen goed inschatten, ik ben namelijk een schrijfster. Er is, ik ga het samenvatten, een operatie bezig om de gevoelens van de mensen af te vlakken. Alles wat goed en waardevol is, zoals de twee boeken die ik heb geschreven, moet eraan geloven. En dat is georganiseerd van hoog naar laag: van Trump en Poetin tot mijn eigen omgeving. Zelfs mijn eigen moeder speelt dat spelletje mee. Nu ja, ze is niet echt mijn biologische moeder, dat heb ik pas ontdekt.’

De politiecombi kwam aangereden.

‘En als ge denkt: ‘Kunt ge dat wel bewijzen?’ kijk dan maar eens naar wat er nu gebeurt,’ zei ik.

Een agente stapte uit.

‘Valt zij u lastig, meneer?’ vroeg ze aan de man, die wijselijk deed alsof hij haar niet begreep.

‘Voilà,’ zei ik.

‘En u bent Joyce D.?’

‘Dat ben ik, ja. En ik weet wie u heeft gestuurd en waarom. Ik neem u niks kwalijk hoor. Wilt ge mij meenemen? Arresteren? Doe maar! Hollandse popgroep, jaren 80.’

De agente liep terug naar de combi voor overleg.

‘We gaan het zo laten,’ zei ze toen ze terugkeerde. ‘Maar ik waarschuw u: als ge nog eens ongevraagd in de tuin van die mensen binnendringt, gaan we optreden!’

‘Wow, een optreden van Doe Maar!’ antwoordde ik, en ik begon te lachen. Natuurlijk lieten ze mij gaan, op vrije voeten was ik veel nuttiger. Dan konden ze nagaan met wie ik zoal optrok. Hoe doorzichtig!

De combi reed weg. De man met de hond stond op, en zei iets in een taal die ik niet verstond. Het klonk Arabisch.

Ik dacht aan Amir, de hoofdpersoon uit ‘Het huis met de deur’, mijn tweede roman. Het zou mooi zijn als dit de vader van Amir was. De teruggekeerde Syriëstrijder zit ondergedoken op een zolderkamer, twee straten verder. En hier zit zijn oude papa, die treurt om zijn zoon. Hij treurt dubbel: omdat zijn oogappel zich heeft aangesloten bij IS, en omdat hij denkt dat de jongen gesneuveld is. Maar hij heeft het tweemaal mis. Amir was een idealist die enkel humanitaire hulp heeft geboden, en de duiven die voorbijvliegen zijn net door de verloren zoon gevoerd, met wat muesli, in de dakgoot. Werkelijkheid en fictie kunnen zo mooi in elkaar schuiven dat je ze niet meer van elkaar kunt onderscheiden. Dat hoeft ook niet, want het zijn twee kanten van één muntstuk. Maar je moet een schrijver zijn om dat te beseffen. En daarom zijn schrijvers gelukkige mensen.

Dat is precies wat Pharrell bedoelt met ‘Clap along if you know what happiness is to you.’ Verstaat ge? Zijt ge mee?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234