Kadèr Gürbüz ('Thuis') verkent liefde en dood: 'Ik kán geen moeder zijn, ik ben panisch voor verlies'

Kadèr Gürbüz (47) speelt in 'Thuis' Karin Baert, de ijskoude advocate die weer mensenbloed in zich voelt stromen sinds haar zoon (zoekgemaakt) en haar grote liefde (zoekgeraakt) haar verleden zijn komen opgraven.

'Ze zeggen dat je verliefdheid niet kunt tegenhouden. Maar dat klopt niet: ik heb het jaren gedaan'

Eigenlijk speelt ze die rol al heel lang: de afgelopen twintig jaar walste Gürbüz door het beeld telkens als een personage een advocaat nodig had. Maar een dragende rol, dat was nieuw.

Kadèr Gürbüz «De eerste keer dat ik als Karin moest flirten met iemand, vroeg ik me af: ‘Jamaar, ben ik wel vrijgezel?’ Ik wist niet veel over de achtergrond van mijn personage, en de scenaristen hadden daar ook nog niet over nagedacht. Logisch: er was me vooraf heel duidelijk gezegd dat Karin er louter was omdat Tom, het personage van Wim Stevens, een collega nodig had om tegen te praten. Maar gaandeweg werd het dus meer. Met Eddy en Nancy is indertijd hetzelfde gebeurd: initieel was hun aandeel in de reeks ook niet zo groot. Dat is het verschil met een gewone fictiereeks als ‘Chaussée d’Amour’: daar weet je als acteur waar je begint en waar je eindigt, en wie je onderweg tegenkomt. In een soap weet je niet wat er morgen zal gebeuren – net als in het echte leven.»

HUMO Anders dan veel klassieke soaps zet ‘Thuis’ in op verschillende, onafhankelijk van elkaar lopende verhaallijnen. Daardoor kennen acteurs elkaar soms alleen van in de schminkstoel.

Gürbüz «Ja: Pol Goossen is zo iemand met wie ik haast nooit scènes heb. Frank is dit seizoen één keer toevallig langsgelopen in het advocatenkantoor, en jaren geleden is Karin kort zijn advocaat geweest. Ik herinner me nog dat ik ontzettend zenuwachtig was, en dat Pol toen heel lief en attent reageerde – ook toen ik al voor de derde keer een scène verknoeide. Dat vond ik enorm geruststellend, want hij is zo’n acteur naar wie ik erg opkijk. Mja, nu ik er zo over nadenk: misschien moet ik de scenaristen maar eens vragen of Karin hém niet eens op haar bureau kan smijten (lacht).»

HUMO Juist: je personage is bepaald niet preuts.

Gürbüz «Het seks- en liefdesleven van Karin ziet er toch, euh, enigszins anders uit dan het mijne. Ik moet altijd lachen als zich in het scenario weer een nieuwe bedpartner aandient: ‘Allee, die dus ook!’ Ze doet niet sentimenteel over seks: als een man geen zin heeft om met haar te vrijen, haalt ze haar schouders op en belt ze iemand anders. Ze vindt het ook niet contradictorisch om haar collega te verleiden en hem dan na hun nummertje advies te geven over zijn relatie. Seks is iets onpersoonlijks voor haar: het heeft geen betekenis, behalve de vervulling van een lichamelijk verlangen.»

'Het seks- en liefdesleven van Karin ziet er toch, euh, enigszins anders uit dan het mijne'

HUMO Het past bij hoe ze zich profileert: koel, berekend en meedogenloos.

Gürbüz «Ze huilt ook nooit – toch niet en plein public. Dat vind ik mooi meegenomen, want ik kán niet blèten op commando. Ik heb lang met afgunst staan kijken naar Vanya (Wellens, die Femke speelt, red.) en Monika (Van Lierde, Ann in de reeks, red.), die de tranen op eenvoudig verzoek laten rollen. Maar toen ik Julianne Moore in een interview hoorde zeggen dat ze het ook niet kan, was ik gerustgesteld. Je kunt dus Oscars winnen zónder dat kunstje te beheersen (lacht).

»Ik ben niet snel jaloers, maar het brutale zelfvertrouwen van Karin zou ik ook graag hebben. Ze is complexloos zichzelf: ze stelt zich een doel, gaat daarop af en trekt zich niets aan van de slachtoffers die ze onderweg maakt. Ik ben ingehoudener – een gevolg van mijn opvoeding, allicht. Maar het is heel bevrijdend om zo’n rol te spelen. Ik heb al veel aan Karin gehad: wat ik in het echte leven niet durf, kan ik in fictie wel.»

HUMO Ze is een topadvocate die haar werk altijd magna cum laude wil doen. Alles moet wijken voor professioneel succes. Is jouw werk ook zo belangrijk voor je?

Gürbüz «Ik doe het vooral gráág. Maar ik ben nu 47, en dus vraag ik me af wat de toekomst zal brengen. Het is een gevaarlijke leeftijd: ik zou kunnen zeggen dat de contouren van mijn leven vaststaan. Maar ik heb geen zin om in te dommelen, en dus zitten er grote keuzes aan te komen. Ik moet me bijvoorbeeld afvragen of ik ga blijven acteren, of toch nog voor iets radicaal anders ga. Ik ben geïntrigeerd door mensen die op een bepaald moment alles overboord gooien en een totaal andere richting durven uit te gaan. Het is ook zo’n spannend gedachte-experiment: welk ander leven zou ik nog kunnen leiden? Ik heb nog geen concrete plannen, hoor, maar het is wel iets wat me bezighoudt. Het zou dan wel iets strafs moeten zijn, want ik acteer zo ontzettend graag. Maar stiekem verlang ik naar iets dat nog grootser is. Ik zou graag van meer betekenis zijn voor anderen.»

HUMO Dat klinkt een tikje megalomaan.

Gürbüz «Dat is exact het woord dat mijn vrienden altijd gebruiken als ik wegdroom: megalomaan. Ik moet mijn fantasieën wat downsizen, vinden ze. Maar ik kan het niet helpen: mijn hele leven al ben ik gefascineerd door grootsheid. Mijn idolen zijn de genieën en de visionairen. Da Vinci! Einstein! Jeanne d’Arc! De grote operazangers! De briljante economen! Ik was tot tranen toe geroerd toen François Englert de Nobelprijs kreeg. Niet dat ik precies kan uitleggen wat hij voor de natuurkunde heeft betekend, maar ik zie dan hoe zo iemand een leven lang monomaan heeft zitten prutsen aan die theorie, en ik vind dat van een indrukwekkende schoonheid. En dan voel ik soms lichte spijt omdat ik niet zo’n gave heb. Want daar ben ik intussen wel achter: Einstein zal ik nooit worden.»

HUMO Moet dat dan? Grootsheid kan toch ook liggen in wat je betekent voor je eigen kleine omgeving?

Gürbüz «Misschien moet ik het daar zoeken, ja. Van mijn wolk afdalen en beseffen dat ik al heel wat bén. Een liefdevolle dochter, bijvoorbeeld, en een fijne vriendin. Maar het voelt alsof dat niet genoeg is.»

'Op een bepaald moment zeggen mensen vaak: 'Dit is wie ik ben, en dat zal niet meer veranderen.' Wat is het leven dan nog waard?'


Paalknuffelaar

HUMO Misschien kan Karin je op weg zetten. Want zij heeft nagelaten om groots te zijn voor haar omgeving: kort na zijn geboorte heeft ze haar zoon in de steek gelaten. En nu, 24 jaar later, ontploft de boel in haar gezicht.

Gürbüz «Als je 24 jaar lang geen enkel contact zoekt met je zoon, hoe hárd ben je dan niet? Het staat zo ver van me af dat ik het moeilijk had om het vorm te geven. Ik moest terugdenken aan mijn tijd op het conservatorium, toen ik Medea speelde, de vrouw die haar eigen kinderen vermoordt. Ik kon daar simpelweg niet bij, ik begréép dat niet.

»Toen haar zoon plots opdook, reageerde Karin aanvankelijk heel hard. Die hardheid kon ik niet uit mezelf halen, en dus probeerde ik me zo goed mogelijk voor te stellen hoe het voor Karin was. Want het gebeurt natuurlijk wel, ouders die hun kinderen in de steek laten.»

HUMO Zelf heb je geen kinderen.

Gürbüz «Er zijn momenten geweest waarop het kon, maar ik heb de sprong nooit gewaagd. Nu begrijp ik waarom: de monumentale kwetsbaarheid die je gratis bij het ouderschap krijgt, zou me gewurgd hebben. ‘Je leert daarmee leven,’ zeggen ouders dan, ‘en je krijgt er ook zoveel waardevols bij.’ Dat geloof ik, maar ik zou er niet tegen opgewassen zijn. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me ervan bewust ben dat ik dat niet kán, een moeder zijn.

»Het is mijn achilleshiel: ik ben panisch voor verlies. Zelfs in het dagelijkse leven kan ik geen afscheid nemen. Ik ben het type dat nog staat te zwaaien als jij al lang uit het zicht bent. En Het Grote Afscheid, dat kan ik al helemaal niet. Dat vind ik zo oneerlijk aan het leven: dat de dood de enige zekerheid is, en dat we net met die zekerheid zo worstelen.»

HUMO Vorig jaar is je grootmoeder gestorven. Ze was je kompas.

Gürbüz «Ze was 97. Ze heeft zich zó hard aan het leven vastgeklampt. Op het einde woog ze nog 35 kilo, ze had doorligwonden en er zat mist in haar hoofd. Ze was op, dat was duidelijk, maar haar hart bleef tikken. Het was angst om te sterven, denk ik, willen leven tot de laatste snik. Op een bepaald moment heb ik haar toegefluisterd dat ze mocht gaan, als ze dat wilde. Dat ze niet verplicht was om zo te vechten.

»Heel lang heb ik me niet kunnen voorstellen dat ze ooit zou sterven, maar het leven heeft me daar erg in geholpen. Toen ze daar zo weerloos lag en er niets van toekomst meer was, kon ik eindelijk denken: ‘Laat dit eindigen.’ (Peinzend) Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik verlies kon aanvaarden.»

HUMO Wat heb je van haar geleerd?

Gürbüz «Dat liefde onvoorwaardelijk kan zijn. Nochtans was ze van de generatie die geen tederheid heeft geleerd: als je haar knuffelde, kon je net zo goed een paal vastpakken. Nee, het zat ’m in haar vanzelfsprekende, geruststellende aanwezigheid. En in de manier waarop ze me nooit veroordeelde: wat ik ook deed, voor haar was het goed. Ik krijg altijd te horen dat ik zo druk ben, en eerlijk: ik ben dat beu. Ik zeg toch ook niet tegen rustige, trage mensen dat ze dringend een fusee in hun gat moeten steken? Maar mijn grootmoeder omarmde mijn persoonlijkheid gewoon. Dat soort onvoorwaardelijkheid ga ik nooit nog vinden.

»De relatie met mijn grootmoeder heeft me ook geleerd dat liefde heel diep en vol kan worden als ze tijd krijgt. Stel het je voor: mijn grootmoeder is er 46 jaar lang elke dag geweest voor mij. Zij was het geschenk van mijn leven.»

'Hoe ouder ik word, hoe meer ik me ervan bewust ben dat ik dat niet kán, een moeder zijn. Ik ben panisch voor verlies'


Gevoelige snaar

HUMO Laten we ’t ook even over een ander filiaal van de liefde hebben: die tussen twee partners. In ‘Afgewezen’, het boek dat haar verhaallijn uitdiept, las ik dat Karin valt op mannen die macht en gezag uitstralen.

Gürbüz «Daarin lijk ik op haar: ik hou van intimiderende mannen. Iemand die een ruimte binnenkomt, waarop plots iedereen zwijgt: dan gaat er diep in mij iets aan het zingen. Vaak is zo’n man het type waar je voor gewaarschuwd wordt. Maar als mensen me zeggen dat iemand een blaas is, wordt mijn interesse net gewekt. Dan wil ik net het tegendeel ontdekken, en meestal slaag ik daar ook in.

»Dat ontzag voel ik vaak ook voor collega-acteurs. Ik moest eens een hoorspel opnemen met Dirk Tuypens: één brok massieve stilte, een prachtig mysterie. Of de kennismaking met Dirk Roofthooft en Josse De Pauw op de eerste draaidag van ‘Chaussée d’Amour’: ik vind het heerlijk om te werken met mensen die iets stevigs uitstralen.»

HUMO Karin wil dat gezag vervolgens wel ondermijnen. Zij is de baas.

Gürbüz «Die behoefte voel ik dan weer niet. Een theaterstuk zonder regisseur spelen vind ik niet leuk: ik hou er net van dat er iemand is die boven me staat, en dingen uit me sleurt waarvan ik niet wist dat ze in me zaten. En zo is het dus ook in de liefde. Ik vind het fijn om overweldigd te worden door iemand, om me een beetje nederig te voelen. Maar voor alle duidelijkheid: ik wil niet slécht behandeld worden, hè, en ik streef naar gelijkwaardigheid in een relatie – ik moet de ander óók verrijken. Als er een te duidelijke hiërarchie is, wordt een relatie een machtsverhouding, en dat wil ik niet. Maar dat beetje bewondering, dat gulzig kunnen leren van de ander: ja, graag.

»Het is geen toeval dat mijn ex-partners nog altijd mijn vrienden zijn. Ze zijn zo belangrijk voor me geweest dat ik me niet kan voorstellen dat ze alleen nog maar een herinnering zouden zijn. Al mijn relaties hebben me rijker gemaakt.»

HUMO Ook daarin verschil je van Karin. Zij heeft indertijd haar zoon in de steek gelaten omdat die haar altijd zou herinneren aan een stormachtig liefdesverdriet. Ze was kwetsbaar geweest, en wilde dat nooit meer zijn.

Gürbüz «Zo weten we op z’n minst dat ze niet altijd zo koel en beredeneerd is geweest. Maar begrijpen doe ik het niet. Hoe kun je nu zó lang vastzitten in je leven? Je moet toch ooit in het reine komen met je kwetsuren? Ik kwam eens iemand tegen die me vertelde dat ze het erg lastig had met haar scheiding. Ze slaagde er maar niet in om de draad weer op te pikken. In de loop van het gesprek vroeg ik hoelang ze al gescheiden was: achttien jaar. Ik stond perplex. Achttien jaar die je weggooit aan verdriet? Natuurlijk ben je kwaad en triest na een breuk, uiteraard moet je door een rouwperiode. Maar er komt een dag waarop je het stof van je kleren moet kloppen. Want het is gevaarlijk om in zo’n verdriet te blijven wonen. Het wordt dan een comfortabel nest, een veilige gewoonte: je houdt het leven op een afstand, waardoor je niet meer kwetsbaar hoeft te zijn.

»Ik heb er altijd voor gekozen om me wél opnieuw kwetsbaar op te stellen. En om dingen af te sluiten, want je mag nooit oud sentiment meenemen naar een nieuwe relatie. Die moet blanco beginnen. Je moet vertrouwen hebben, en dat héb ik. Daarin ben ik sterker dan Karin. Nu goed, ik heb het geluk dat ik altijd relaties heb gehad die me rijker maakten. Dat had ik vaak niet onmiddellijk door, dan moest er een jaar of twee overheen gaan, maar uiteindelijk kwam ik altijd bij dezelfde mooie conclusie uit: ik heb mezelf beter leren kennen.»

HUMO Geef eens een voorbeeld?

Gürbüz «Met één van mijn grote liefdes had ik een discussie over een gedachte uit ‘De profeet’, een boek van Khalil Gibran. Een relatie is als een gitaar, schrijft die: de snaren zijn aparte entiteiten, maar ze maken samen muziek. Ik was het daar fundamenteel niet mee eens: ik vond dat twee geliefden samen één snaar moesten vormen. Ik was zó overtuigd van de ultieme symbiose: één lichaam worden. En nog altijd blijf ik dat romantische verlangen onderhuids meedragen, maar intussen zie ik wel in dat de stelling uit het boek klopt: fundamenteel ben je alleen. Je kunt niet samengevoegd worden met iemand anders – niet met een geliefde, niet met je ouders, niet met je vrienden.»

HUMO Maar er schuilt dus een romanticus in je?

Gürbüz «Ja. In een relatie heb ik de neiging om 48 uur per dag bij die andere te willen zijn. De liefde is dan alles voor mij. Maar ik heb intussen geleerd dat je niet alles kunt delen, en dat je de andere vooral ruimte moet laten.

»Het beperkt zich niet tot de liefde: ik ben altijd op zoek naar de vierde dimensie. In seks, in relaties, in acteren. Ik wil meegesleept en opgetild worden, het liefst samen met mensen die ik graag zie. Het klinkt etherisch, en zo ben ik eigenlijk helemaal niet, maar ik kan het niet beter omschrijven: ik wil een eenheid vormen met anderen. Maar intussen hoeft dat al niet elke dag meer (lacht).»

HUMO Waar komt dat verlangen vandaan, denk je?

Gürbüz «Ik was als kind gefascineerd door het ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’-einde van sprookjes. Dat was mijn ideaal: oud, wijs en gelukkig eindigen op een bankje, naast de man met wie ik alles heb overwonnen. Maar dat ideaal is verschrompeld in onze samenleving. De keuzemogelijkheden zijn eindeloos, waardoor het veel gemakkelijker is geworden om iets op te blazen. Zo zijn we het verleerd om moeilijkheden te overwinnen. Terwijl het zo mooi kan zijn om een parcours vol verraderlijke kuilen en steile hellingen te lopen, om dan aan de finish te zeggen: ‘Wat goed dat wij samengebleven zijn.’ Nu, ik pleit ook schuldig, hoor. Ik ben 47, en mijn pad tot nu is er eentje van seriële monogamie geweest. Ik heb intussen het punt bereikt dat ik daar blij mee kan zijn, al blijft dat ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’-ideaal nog wel ergens in me opspelen.»

HUMO Je kunt ook zeggen dat we realistischer zijn geworden. Dat we ons losgemaakt hebben van de gesuikerde droom die sprookjes ons oplepelen.

Gürbüz «Da’s waar. Sandra Bullock won in 2010 een Oscar, en de volgende dag kwam ze erachter dat haar echtgenoot haar bedroog: dát is het leven, hè. Vroeger geloofde ik dat je altijd gelukkig kon zijn. Dat het gewoon berustte op een keuze. Nu sta ik meer aan de kant van Schopenhauer, die het leven als één groot tranendal zag: je wordt geboren en je sterft, en daartussen moet je het maar zien te redden. Klinkt dat nu plots heel pessimistisch? Zo zie ik het niet: het is realistisch.»

HUMO ‘Het leven op zich vind ik niet echt een geschenk,’ zei je al op je 30ste in Humo.

Gürbüz «Robbie Williams, een andere filosoof die ik erg bewonder, zegt in zijn magnum opus ‘Angels’: ‘I don’t wanna die, but I ain’t keen on living either’. Ik vind het leven in beginsel niet altijd prettig, nee, maar ik weet wel wat je kunt doen tegen die melancholie. Als ik in de supermarkt in de rij sta aan de kassa waar het het traagst gaat, denk ik aan al die keren dat ik in de rij stond waar het het snelst gaat. Dat principe probeer ik ook op de grote dingen toe te passen. Je moet je eigen geluk creëren, bedoel ik. Anders wordt het leven het tranendal van Schopenhauer. Je maakt veel pijn mee in een mensenleven, maar voor wie goed oplet, is er ook zoveel schoonheid.»

'Ik krijg altijd te horen dat ik zo druk ben, ik ben dat beu. Ik zeg toch ook niet tegen rustige mensen dat ze dringend een fusee in hun gat moeten steken?'


Eilandraad

HUMO Weer naar ‘Thuis’: Karin heeft niet alleen 24 jaar het bestaan van haar zoon ontkend, ze wilde al die tijd ook haar moeder niet zien.

Gürbüz «Nog zoiets dat ik niet begrijp: ik zou zoveel afstand tussen mij en mijn ouders niet kunnen verdragen. Mijn ouders hebben mij op jonge leeftijd gekregen, en dat zat me vroeger misschien wat in de weg: ze waren zo dichtbij. Maar nu vind ik dat kleine leeftijdsverschil een cadeau. Als mijn moeder zegt dat ik later voor haar zal moeten zorgen, antwoord ik altijd dat dat er niet in zal zitten: als zij in een rolstoel zit, zal ik een rollator nodig hebben (lacht).

»Ik vind het fijn om te zien dat mijn moeder nooit vastgeroest is. Op een bepaald moment zeggen mensen vaak: ‘Dit is het. Dit is wie ik ben, en dat zal niet meer veranderen.’ Maar wat is het leven dan nog waard? Mijn moeder is niet zo: ze wil blijven groeien.»

HUMO Je drukt je altijd heel respectvol uit over je ouders.

Gürbüz «Weet je, je zou kunnen oordelen dat de grote, je volledig makende liefde aan me voorbijgelopen is: ik heb tot nu geen grote relatie gehad die bleef duren, en ik heb geen kinderen. Maar zelf voel ik dat niet zo aan. Ik heb immers de onvoorwaardelijke, grootse liefde van mijn ouders. Die vult me helemaal op. Misschien ligt daar zelfs een reden voor het afspringen van mijn relaties: dat ik altijd op zoek ben naar iets dat me net zozeer vervult.»

HUMO In ‘Chaussée d’Amour’, waarin je een sm-meesteres speelde, werd je beplast tijdens een verkrachting. Een gruwelijke scène: hebben je ouders die gezien?

Gürbüz «Ik weet het niet. Mijn vader zeker niet. Mijn moeder misschien wel: ze heeft me alleszins gezegd dat ze naar de reeks ging kijken. Maar we praten er niet over. Dat is een ongeschreven, pragmatische wet die we hebben aangenomen: ze mogen naar alles van mij kijken, maar we hoeven het er niet noodzakelijkerwijs over te hebben.»

HUMO Je speelt wel vaker seksueel geladen rollen. Ik kan me voorstellen dat dat niet evident is voor je vader, een Turkse moslim die je als jong meisje verbood om met jongens om te gaan. ‘Ik heb als tienermeisje ‘nee’ leren zeggen tegen mijn gevoelens,’ zei je daar eens over.

Gürbüz «Als kind ging ik graag om met jongens: dat speelse, het competitie-element en de wildheid trokken me aan. Tot het ‘Ik wil het aan met u’-moment kwam en ik me moest terugtrekken. Want dat was taboe voor mijn vader. Ik heb mezelf toen getraind in het tegenhouden van al mijn gevoelens, uit respect voor hem. Op die manier ben ik heel lang een kind gebleven, zelfs toen ik al het lichaam van een vrouw had. Ik begreep het allemaal niet zo goed, het spel tussen de seksen. Daar is iets van blijven hangen: ik ben niet zo bereikbaar. Vaak blijf ik te lang op mijn eiland zitten. Misschien komt het daardoor dat ik me vooral aangetrokken voel tot mannen die lef hebben en iets dominants uitstralen? Zij lijken de kracht te hebben om me wél van mijn eiland te halen.

»Enfin, ik hoor altijd zeggen dat je verliefdheid niet kunt tegenhouden. Maar dat klopt niet: ik heb het jaren gedaan.»

HUMO Maar of dat gezond is? Karin heeft haar gevoelens ook jaren in de koelkast gestopt.

Gürbüz «Het is waar, het is een kleine misvorming. Maar ik ben er niet in geslaagd om mezelf te herprogrammeren.»

HUMO Neem je dat je vader kwalijk?

Gürbüz «Absoluut niet: hij deed het ook maar omdat de sociale druk in zijn gemeenschap zo groot was. En voor het overige ben ik net heel vrij opgevoed. Atatürk, de grondlegger van het moderne Turkije, is zijn idool. Die had zijn dochter laten studeren – ze werd pilote – en dus vond hij dat ik ook een diploma moest halen. En hij reikte me wel zijn geloof aan, maar heeft me nooit verweten dat ik een ander pad koos. Mijn vader is een heel pientere, evenwichtige man met respect voor elk geloof. Iemand die vrouwen respecteert, en geen probleem heeft met holebi’s. Niet met jongens mogen omgaan was het enige stukje conservatisme in mijn opvoeding.»

HUMO Als hij zo’n liberale moslim is, is hij vast niet zo blij met de troebele tijden in zijn thuisland.

Gürbüz «Turkije gaat de andere kant op, ja. Ik denk dat hij het daar moeilijk mee heeft, maar hij hoedt zich ervoor om dat luidop uit te spreken, net omdat hij zoveel waarde hecht aan gematigdheid, evenwicht en samenhorigheid. Alhoewel: op een bepaald moment begon hij toch dingen te ventileren op Facebook. Hij had het over vrijheid en gelijkheid, en over respect voor andere culturen. Ik heb hem dat afgeraden. Het waren geen politieke statements, maar ik was bang dat het fout geïnterpreteerd zou worden. De ogen van Erdogan zijn overal, hè.

»Hoor mij voorzichtig zijn, zeg. Het was al duidelijk dat ik nooit Einstein zal worden, nu weet ik dat Jeanne d’Arc er ook niet meteen in zit (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234