null Beeld

Kanarie, Kakker of Boer: Onze Man wordt voetbalfan

Wij stelden aan alle clubs van de vaderlandse eerste klasse A en B één welgemikte vraag: ‘Zou u mij kunnen vertellen waarom precies úw team mijn steun verdient?’

'Supporteren voor een club is als verliefd worden op de vrouw van je leven'

Voor deze missie heb ik me omgedoopt tot Daniel Gläser, een humanresourcesmanager uit het Duitse Bonn. Een pruik die ik in mijn mail naar de clubs opzet, omdat journalisten vaak met diplomatische argwaan worden benaderd en ik ongefilterde, eerlijke reacties zoek, gericht tot een potentiële nieuwe supporter. Als Daniel Gläser ben ik, al zolang ik me kan herinneren en met dank aan de jarenlange indoctrinatie van Großpapi, een Kaiserslautern-fan. Om ‘persoonlijke redenen’ verhuis ik binnenkort naar Hoegaarden en ook in mijn nieuwe heimat wil ik wedstrijden bijwonen. ‘Maar niet als neutrale toeschouwer: ik wil met enthousiasme en hartstocht een ploeg kunnen aanvuren. Misschien de uwe?’

Ik schrijf 24 clubs aan: 16 Jupiler Pro League-teams en de 8 ploegen van de Proximus League. Negen beantwoorden – bij monde van press officers, multitaskende secretaresses dan wel voorzitters van gelieerde supportersclubs – mijn oproep: Club Brugge, Sporting Lokeren, KAA Gent, Oud-Heverlee Leuven, Lierse SK, Waasland-Beveren, KV Mechelen, STVV en KV Oostende.

Het moet voor deze clubs verleidelijk zijn geweest om de eigen merites extra dik in de verf te zetten. Om de waarheid zo te verbuigen dat ze in een gunstiger licht komt te staan. Tegenover iemand uit Duitsland, waar het Belgische clubvoetbal als een exotische rariteit wordt beschouwd, komen ze daarmee weg. Maar ik betrap niemand op staalhard liegen. Als Lierse meldt dat hun ploeg ‘niet jaarlijks kampioen speelt, maar wél af en toe – en anders winnen we al eens de beker’, dan valt daar geen speld tussen te krijgen. Ook al moet je voor de recentste beker zeventien jaar terug en voor de laatste kampioenstitel alweer twee decennia. Andere clubs zijn pijnlijk eerlijk, en schrijven berustend dat het ‘dit jaar wellicht wéér niets zal worden’. En voor een supporter in spe klinkt een zin als ‘Het spelniveau van de Jupiler Pro League is vergelijkbaar met dat van de Duitse tweede klasse, maar de stadions zijn kleiner en ouder’ niet echt veelbelovend.


Fier en hecht

Ik verwachtte vooraf vooral ongeïnteresseerd bandwerk in de antwoorden. In het beste geval: berekend professionalisme. Maar ik vind oprechte geestdrift, voor het spel en voor de eigen club. Ik zie optelsommen van jarenlang gedeeld lief en leed in de tribunes. Danny Kerkhove excuseert zich in naam van Malinwa zelfs nadrukkelijk omdat hij ‘zo laat’ mailt, terwijl ik hoogstens een paar dagen op een antwoord heb moeten wachten: ‘We hebben net ons jaarlijks fanweekend achter de rug: daar hebben we even al onze energie aan gewijd.’

Vijftien clubs antwoorden helemaal niet: voor hen ben ik dus quantité négligeable. Een vrijpostige hooligan. Of ze hebben al meer dan genoeg supporters. Ik weet nu al dat ik straks voor een Vlaamse club zal kiezen, aangezien geen enkele Brusselse of Waalse club zich aanmeldt. Was mijn Frans te krukkig? Zijn ze onder de taalgrens nuchter genoeg om door onze knullige vermomming heen te kijken? Of zien Waalse clubs, sinds een groep Britse en Duitse neanderthalers tijdens EURO 2000 in Charleroi een veldslag hebben uitgevochten, teutoonse fans liever gaan dan komen?

Slecht nieuws voor norse einzelgängers: ‘Wij zijn een fiere en hechte familieclub’ is een wervende zin die door zowel Lierse, KV Mechelen, OHL, AA Gent, Waasland-Beveren als STVV wordt bovengehaald. De uitroeptekens en de drukletters impliceren bovendien dat ze vermoeden iets exclusiefs in handen te hebben. Marc De Noël, voorzitter van het supportersverbond K. Lierse S.K. vzw, belooft me dat – als ik regelmatig naar het Lisp afzak en een inspanning lever om de mensen áchter de supporters te leren kennen – ik een faire kans krijg om vroeg of laat zelf in de familie te worden opgenomen.

Het woord ‘hart’ doet het ook goed in recruteringsmails. Truienaars blijken ‘het hart op de juiste plaats te hebben’. Roel van OHL raadt me aan bovenal met het hart te kiezen, want ‘met het hoofd alleen kan je niet supporteren’. En Peter Gheysen van Club Brugge vindt het fijn om te horen dat ik als Duitser ‘het hele Belgische voetbal een warm hart toedraag’. Cynthia Reekmans, communicatieverantwoordelijke van STVV, omschrijft haar verbazing omtrent dat laatste met een kernachtig ‘Wat een gekke mail’.

undefined

null Beeld


Waasland-Beveren ligt ver van de bewoonde wereld; geen bemoeizieke oliesjeik of gas-Rus die dat ooit weet te vinden.

undefined


Feesten, niet winnen

Wie geeft de geloofwaardigste indruk mij er écht als supporter bij te willen? Extra punten zijn er voor KV Mechelen en Waasland-Beveren, die de langste, meest gedetailleerde en best geschreven antwoorden sturen. En voor KAA Gent, dat op het eerste antwoord nog twee extra mails – met filmpjes en bewijsmateriaal – laat volgen. Behalve Beveren spreekt ook Sporting Lokeren mij in hun brief aan in het Duits, zelfs nadat ik alle clubs vooraf op het hart had gedrukt dat ze zich gerust in eigen taal mochten uitdrukken.

Wie geen Duits spreekt, probeert anderszins de scalp mijner gemoed te masseren. KAA Gent doet beroep op mijn empathisch vermogen wanneer het spreekt over de jammerlijke omstandigheden waarin de club vorig jaar in de Champions League Lyon partij gaf. ‘Wegens de net gebeurde aanslagen in Parijs mochten onze supporters niet aanwezig zijn. Spijtig, aangezien dit mogelijk onze allergrootste verplaatsing ooit zou zijn geworden bij een Europese uitwedstrijd.’

Andere clubs wijzen op de ampele parallellen tussen hun vereniging en ‘mijn’ familieclub Kaiserslautern. Soms op gezochte, oppervlakkige wijze (‘Beide clubs hebben een rijke traditie’ is als argument ongeveer even verrassend als ‘We schenken allebei bier!’), soms concreet, en meermaals in de vorm van ex-voetballer Stijn Vreven. De man die nog op de loonlijst stond bij KV Mechelen, AA Gent en STVV, speelde effectief ooit acht matchen bij de Duitse club uit de Rheinland-Pfalz. Anno 2016 is hij hoofdtrainer bij Waasland-Beveren. De cultvoetballer met de lange manen verzamelde doorheen zijn lange carrière bijnamen als Indiaan en Geronimo, nu is hij ook Lokmiddel.

Een extra wortel aan de stok die mij richting Beveren en Freethiel maant, komt er in de gestalte van Jean-Marie Pfaff – bekend van FC Bayern en omstreken – die er elk seizoen enkele keren live te bezichtigen valt.

Deze Duitser heeft meteen ook een goede inkijk gekregen in de ziel van de Vlaming: we blijken ook hier een bescheiden (‘We hopen dit jaar niet te degraderen’ is een veelgehoorde ambitie), bourgondisch (het woord ‘feesten’ valt vaker dan ‘winnen’), warm (in Lier vindt men het belangrijk dat de supporters elkaar onderling groeten), maar kritisch volk (‘Als het spel niet goed is, zeggen we het ook’). En we zijn een gemeenschap van gewiekste middenstanders: de meeste clubs lokken me met vrijblijvende incentives (‘Kom gewoon eens kijken, dan praten we verder’), alleen KAA Gent hanteert met het dreigend definitief klinkende ‘Once a Buffalo, always a Buffalo’ een harde no return-policy. Potentiële argumenten die vreemd genoeg door geen enkele club aangehaald of vermeld worden: goedkope jaarabonnementen, catchy supportersliederen, de prijs van het getapte bier... Bijna niemand vermeldt de bijnaam van de eigen supportersclan, terwijl ik toch wil weten of ik morgen een Kanarie, een Kakker of een Boer genoemd zal worden. Ook gek: met KAA Gent en OHL zijn er slechts twee clubs die – in één geval de recente degradatie ten spijt – sterk de nadruk leggen op de schoonheid van het eigen geleverde voetbal.

KV Oostende test de rekkelijkheid van mijn supportersgeduld het langst: de club belooft me eerst kort maar vriendelijk ‘later’ op mijn verzoek terug te komen, maar laat vervolgens niets meer van zich horen.

undefined

null Beeld


Ik krijg een goede inkijk in de ziel van de Vlaming: we blijken ook hier een bescheiden, bourgondisch, warm en kritisch volk.

undefined


Snackbar Stayen

Voetbal is oorlog, en blijkbaar geldt dat ook in mails naar potentiële kopers van seizoensabonnementen. Hans De Bruyn, die namens Waasland-Beveren schrijft, heeft het terloops over de aartsrivalen ‘uit L#k#r#n’, een spellingswijze als een onderdrukte vloek. En mijn uitnodiging naar Leuven wordt vergezeld door een steek richting Luik: ‘Toestanden zoals bij Standard maak je bij ons niet mee!’

Past hier ook: leedvermaak. Sommige clubs benadrukken eerst alinea’s na elkaar dat ze klein en bescheiden zijn, maar doen mij daarna wel opschepperig kond van die twee keer in de voorbije tien jaar (‘Op een glorieuze dag in 2009...’) dat ze Club Brugge of Anderlecht in eigen huis van het kastje naar de muur hebben gespeeld. Giant killer blijft een populaire geuzennaam.

De clubs vergasten mij terloops ook op fun facts, weetjes en faits divers. Nu weten we dat de Duitser Philipp Lahm zijn allereerste internationale doelpunt maakte in 2004, met VfB Stuttgart op bezoek op de Freethiel. Dat je in het Leuvense Den Dreef ‘sociaal verantwoord’ mag schreeuwen. Dat onze Belgische competitie de oudste is op het Europese vasteland. En dat Lierse zo ongeveer ‘de grootste kleine club van het land’ is.

In Groot-Brittannië onderzocht een relatiebureau ooit de fysieke aantrekkelijkheid van de landelijke supportersclans. De ondervraagden bleken de fans van Manchester United en Chelsea het lelijkst te vinden, en die van Bournemouth en Southhampton het meest sexy. Ook zonder dure enquête weten wij nu dat de warmste en vriendelijkste mensen van ons land in Sint-Truiden gedomicilieerd zijn... volgens de Truienaren zelf.

Sommige clubs gaan indrukwekkend ver in hun poging Daniel Gläser afdoende te informeren over de Belgische competitie. De beschrijving die de man van Waasland-Beveren mij van het Freethiel-stadion geeft, inclusief jaartal en omvang van elke gedeeltelijke verbouwing sinds 2007, is zo gedetailleerd dat ik er in de catacomben nooit verloren zal lopen. De bedenking ‘De meeste Belgische stadions beschikken over pilaren die het zicht belemmeren – niet zo in de Freethiel!’ klinkt als opschepperij, maar het is een terecht vermelde meerwaarde voor wie niet naar België is verhuisd om naar beton te kijken. Van de Duitse middenvelder Heinz Schönberger, die ooit bij SK Beveren het mooie weer maakte, ken ik nu woonplaats én huidige job. En KV Mechelen informeert mij, behalve over de leeftijdsbegrenzing van hun supportersclub voor de allerjongsten, ook uitvoerig over de details van hun donkerste dagen, het faillissement in december 2002.

Dat een naïeve vraag van een willekeurige Duitse kwast met zoveel ijverige ernst wordt beantwoord, stemt vrolijk, zeker in een periode dat veel mensen hun degout van deze ‘decadente miljardenbusiness’ niet langer binnensmonds houden.

Andere clubs zijn kariger in hun uitleg. Ik lees dat STVV heel trots is op ‘De hel van Stayen’, maar ik krijg niet mee wat dat dan precies ís. Als Belg ken ik Stayen als het allereerste Belgische voetbalstadion met een kunstgrasveld en in het verleden heb ik me al tweemaal in de hel gewaagd, maar als ingeweken Duitser vermoed ik een in kruidige saus gespecialiseerde snackbar. De allerkortste mail – die van Oostende buiten beschouwing gelaten – komt van Club Brugge. Logisch: wie over één van de grootste (en luidruchtigste) supporterslegioenen van het land beschikt, ligt niet wakker van één fan meer of minder. Peter Gheysen, Community Coördinator van Club, is hoe dan ook de enige die mij níét met klem en slogans aanmaant om voor zijn club te kiezen. Hij doet me plaatsvervangend een polyvalente levenswijsheid van de hand: ‘Supporteren voor een voetbalclub is als verliefd worden op de vrouw van je leven: je kunt het niet altijd goed verklaren. Doe je zin en misschien komen we elkaar ooit tegen. Als Club-supporter, of als bezoeker van de tegenpartij.’

undefined

'Argumenten die door geen enkele club aangehaald worden: goedkope jaarabonnementen, catchy supportersliederen, de prijs van het getapte bier'


En de winnaar is...

Tijd om kleur te bekennen en een club te kiezen. Val ik voor de hard to get-aanpak van Club? Laat ik mij charmeren door de dynamische go-getters van KV Mechelen, dat van alle Belgische clubs het recentst een Europese beker gewonnen heeft? Of wordt het Gent, dat mijn gevoel voor esthetiek aanspreekt door te vermelden dat ze het mooiste logo van Europa hebben? We kiezen uiteindelijk voor het bescheiden maar fiere Waasland-Beveren. Ook los van de lengte en detailzucht van hun antwoordmail geven ze ons het overtuigendst het gevoel blij te zijn als ik mij straks bij hun (kleine en dus gezellige) legioen voeg. Ze bouwen een geloofwaardig verhaal op dat verder reikt dan bullet points, slogans en holle strijdkreten. Het blijkt ook een ploeg voor al wie meer belang hecht aan een rijke geschiedenis (de gouden jaren tussen ’78 en ’84! El Sympatico! Yaya Touré!) dan aan recent succes. Na vijf competitiewedstrijden in het seizoen ’16-’17 staat de ploeg overigens verweesd voorlaatste in de stand: ze kunnen onze steun dus gebruiken. En Beveren ligt ver genoeg van de bewoonde wereld; geen bemoeizieke oliesjeik of gas-Rus die dat ooit weet te vinden. Waasland-Beveren lijkt mij ook de beste keuze voor al wie niet in L#k#r#n woont.

Ik voel theoretisch wel iets voor de ‘Support your local club’-filosofie – een duurzame reflex die ervoor zorgt dat niet enkel miljoenenclubs overleven – maar tegelijk ben ik een man van het rijk gevulde buffet: ik wil kunnen kiezen. En op het smörgåsbord van het professionele Belgische clubvoetbal ligt Waasland-Beveren vandaag het knapperigst naar mij te knipogen, en misschien ook naar ú. En wie het niet bevalt, kan achteraf nog altijd gewoon naar Duitsland emigreren: daar zijn de stadions naar verluidt groter en nieuwer, en het bier komt er standaard in halve liters. Volgende week in Humo: Unser Mann ist Fußballfan!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234