'Het eerste deel van mijn leven is tumultueus en donker geweest. Daardoor ga ik nu voor vol, compromisloos geluk.' Beeld Joris Casaer
'Het eerste deel van mijn leven is tumultueus en donker geweest. Daardoor ga ik nu voor vol, compromisloos geluk.'Beeld Joris Casaer

de 7 hoofdzonden

Katrien De Ruysscher: ‘Ik vind gulzigheid een deugd: ik wil groot, breed en diep leven’

Een doffe klap boert door het koffiehuis. Zonet heeft Katrien De Ruysscher (43), galopperend door een bevlogen betoog, haar hoofd naar achteren gegooid, niet bedacht op de stenen muur die het gesprek afluistert. Ze bloedt als een rund en kermt als een kermispony, en terwijl ik bedremmeld paracetamol suggereer – ik ben goed in tweede en derde zorgen, niet in eerste – belt een alerte ober een ambulance. De actrice – ze speelt dokter Judith Van Santen in ‘Thuis’, maar die heeft momenteel geen dienst – wordt op een draagberrie gegespt, en nadat hij sip haar schedel gemonsterd heeft, mompelt een verpleegkundige een zorgwekkende diagnose. Ja, zo hád het kunnen gaan, maar op deze donderdagochtend doet de werkelijkheid het liever rustig aan. Na de klap wrijft De Ruysscher routineus over haar achterhoofd, ze spreekt haar vermoeden van een toekomstige buil uit en gaat gloedvol door met biechten. De 7 Hoofdzonden van een vrouw die weet hoe je van muren wint.

KATRIEN DE RUYSSCHER «Tot mijn 10de ben ik katholiek opgevoed. Mijn ouders zaten zelfs in een gebedsgroep. Dat was een hecht samenklitten van een aantal gelovigen, enkele zusters en een priester. Ik vond dat best fijn: het voelde als een veilige haven. En ook, niet onbelangrijk voor een kind: we deden veel leuke uitstapjes (lacht). Maar toen was er plots de scheiding van mijn ouders, en wat later hebben ze beiden gebroken met die gebedsgroep. Van mijn vader weet ik het niet zo, maar mijn moeder heeft toen ook echt een streep onder haar geloof getrokken. Dat had alles te maken met de reacties op de breuk. Binnen de katholieke kerk lag scheiden toen nog heel moeilijk, hè. In een relatie konden dingen schots en scheef zitten, maar die moest je dan maar met de mantel der liefde bedekken. Terwijl mijn moeder net vond dat je pijn niet mag verbloemen. Dat je de puist wél moet uitknijpen.

»Daardoor is er bij mij niets katholieks blijven hangen. Mijn man en ik voeden onze drie kinderen niet religieus op. Toch heb ik geen probleem met geloof an sich. Integendeel zelfs: ik heb de afgelopen jaren behoorlijk wat vrijwilligerswerk gedaan met vluchtelingen, veelal moslims, en dat heeft me doen inzien hoe krachtig het kan zijn, geloven in een god die je pad bepaalt. Hoeveel troost je daaruit tovert. Als je een land bent ontvlucht waar je dagelijkse werkelijkheid rauw en ellendig was, en je vervolgens onthutst in Europa aan een nieuw leven probeert te beginnen, helpt het als je gelooft dat je gewoon in de bedding loopt die God voor je uitgegoten heeft.

»Goed: met welke hoofdzonde beginnen we?»

‘Ik zit dit seizoen tien jaar in ‘Thuis’. Dat is confronterend: zo zie ik jaar na jaar mijn lichaam veranderen. Maar me goed voelen in mijn vel vind ik belangrijker dan het aantal rimpels in dat vel.’ Beeld vrt
‘Ik zit dit seizoen tien jaar in ‘Thuis’. Dat is confronterend: zo zie ik jaar na jaar mijn lichaam veranderen. Maar me goed voelen in mijn vel vind ik belangrijker dan het aantal rimpels in dat vel.’Beeld vrt

GULZIGHEID

HUMO Het is nu negen uur ’s ochtends. Tijd voor een voorzichtig aperitiefje, toch?

DE RUYSSCHER «Ik moet je al meteen teleurstellen: ik ben volledig gestopt met alcohol, ongeveer anderhalve maand geleden. Niet dat ik zo’n problematische drinker was, hoor. Maar ik hou van het glas, en ik begon het gevaar te zien dat in de gewoonte schuilt. De aantrekkingskracht van een aperitief, de vanzelfsprekendheid van het wijntje ’s avonds: ik wilde me daar graag van losmaken.»

HUMO Het listige van alcohol is dat het je op lange termijn helemaal kan verwoesten, maar – en daar kijken wetenschappers, hulpverleners en consequente limonadedrinkers vaak naast – je op korte termijn naar iets moois kan brengen.

DE RUYSSCHER «Ik begrijp wat je bedoelt: na twee glazen komt die doezelige lichtheid en verdwijnen de scherpe kantjes. En wat vaak vergeten wordt: een sporadische dronkenschap leert je ook iets over jezelf. Bij mij kwamen er dan weleens dingen naar boven waarvan ik niet wist dat ze nog zo nadrukkelijk onder het oppervlak zaten. Ik kon me dan achteraf wel schamen over mijn openhartigheid – ‘Wat heb ik gisteren toch weer gezegd?’ – maar ik vond het vooral nuttig om mezelf beter te leren kennen. Maar goed, ik wil me dus wapenen tegen de gewoonte. Op de achtergrond speelt mijn familiegeschiedenis: mijn vader is aan het drinken gestorven. Dat maakt een mens voorzichtig, hè. Ik weet niet of het voor altijd is, dat niet-drinken, maar het zou best kunnen. Een leven zonder alcohol levert me veel meer op dan het me ontneemt.

»Algemeen gesproken vind ik gulzigheid eerder een deugd dan een zonde. Ik heb het dan over een leven leiden dat groot, breed en diep is, over dagen die vol zijn. Ik wil véél: een carrière als actrice én een gezin met kinderen én mezelf ontwikkelen én geëngageerd in de wereld staan. Dat dat lukt, heeft veel met ‘Thuis’ te maken. Tevoren was ik een freelancer, en dat hollen van project naar project leidde tot een holderdebolderleven dat mijn moederschap wat in de weg stond. Dankzij ‘Thuis’ heb ik structuur in mijn leven: het is een fijne baan waar tegelijk veel naast kan.»

HUMO Heb je enig idee waar die gulzigheid vandaan komt?

DE RUYSSCHER «Het is in eerste instantie iets karakterieels, natuurlijk. Maar ik kan niet ontkennen dat mijn persoonlijke geschiedenis erin meespeelt. Het eerste deel van mijn leven is tumultueus en donker geweest, en dat heeft ervoor gezorgd dat ik nu voor vol, compromisloos geluk ga.

»In een podcast hoorde ik acteur Peter De Graef zeggen dat hij een verfrommelde jeugd heeft gehad. (Proeft de woorden) ‘Een verfrommelde jeugd’: ik vind dat zo’n mooie, tragische term, en hij is ook helemaal van toepassing op mijn jonge leven. Ik vertelde je al dat mijn ouders gescheiden zijn. Ik was 8 toen het gebeurde, en ik heb mijn vader daarna nooit meer gezien. En toen ik 18 was, is hij overleden. Die tien jaar zonder mijn zus en mij moeten voor hem heel moeilijk zijn geweest. Hij had, zo realiseer ik me nu, niet de kracht om op te boksen tegen wat hem bezwaarde – een vechtscheiding, een nieuwe liefde die ook op de klippen liep, de alcohol.

»Ik ben opgegroeid met een beklemmende zwaarte. Met de overtuiging dat als het even goed ging, er meteen daarna wel iets op m’n kop zou komen hameren. Ik was een ontzettend angstig kind, altijd alert voor verlies. Ging ik bij vriendinnetjes slapen, dan vroeg ik: ‘Als er met mijn mama iets gebeurt, mag ik dan hier komen wonen?’ Mijn moeder werkte in de verpleging, waardoor mijn zus en ik vaak alleen waren. Als ze de late shift had, lag ik in m’n bed wakker tot ze ’s avonds laat thuiskwam, en ik haar de sleutel in het slot hoorde omdraaien – dan pas kon ik met een gerust hart in slaap vallen.

»Kijk ik nu terug, dan zie ik dat ik de eerste 25 jaar van mijn leven bezig ben geweest met ontsnappen. Met pogingen om aan die zwaarte te ontkomen. Dat is uiteindelijk gelukt, en dat ik dat zélf gedaan heb, maakt me trots. De eerste belangrijke stap was op kot gaan, toen ik 18 was. Ik besefte dat dat een écht vertrek was, dat ik daarmee iets doorknipte. Ik ging in Brussel aan het conservatorium studeren, en dat acteren was een geslaagde ontsnappingspoging uit de realiteit. Het theater was eten en drinken voor mij. Ik leerde dat ik niet alleen door de zwaarte van het leven gevoed kon worden, maar ook door de lichtheid en de schoonheid.

»De grote omslag is er gekomen toen ik mijn man ontmoette en we samen kinderen kregen. Daarvoor was er de grote worsteling: wie was ik eigenlijk, en wat wilde ik? En waarom waren mijn relaties altijd zo roerig, en eindigden ze telkens in scherven? Toen ik mijn man ontmoette, zeiden we al heel snel tegen elkaar: ‘Wij tweeën, dat kán, dat zal mooi zijn – als we tenminste bereid zijn om onszelf los te maken van de destructie.’ Want nog eens een bochtig parcours, daar hadden we geen van beiden zin in. (Glimlacht) Het was heel helder voor ons: we wilden elkaar. En een jaar later hadden we ons eerste kind.»

HUMO Dat zijn er intussen drie: twee zonen en een dochter. Ben je ook een gulzige moeder?

DE RUYSSCHER «Absoluut. Mijn kinderen moeten een van geluk doordrongen jeugd hebben – voor minder ga ik niet. Ik overláád hen met liefde. Dat is compensatiegedrag, natuurlijk, het verlangen om ze een andere geschiedenis mee te geven dan de mijne. Mijn man wijst me er weleens op dat ik het heus niet altijd zo goed moet willen doen, dat moederschap. Maar het is wat het is: als ik naar mijn kinderen kijk, word ik onvermijdelijk teruggeslingerd naar mijn eigen jeugd. En dan zie ik ook het geluk dat ik zelf indertijd níét gekregen heb.»

‘Ik ben heel erg bezig met het vluchtelingen­ thema, en spreek me er ook zo vaak mogelijk over uit. Toen ik met Rudi Vranckx in Somalië was, zei hij me dat ik dankzij mijn rol in ‘Thuis’ een groter platform heb dan hij.’ Beeld Joris Casaer
‘Ik ben heel erg bezig met het vluchtelingen­ thema, en spreek me er ook zo vaak mogelijk over uit. Toen ik met Rudi Vranckx in Somalië was, zei hij me dat ik dankzij mijn rol in ‘Thuis’ een groter platform heb dan hij.’Beeld Joris Casaer

TRAAGHEID

HUMO Is een lege agenda jouw natuurlijke vijand?

DE RUYSSCHER «Daar lijkt het soms op, maar toch: tijdens de eerste lockdown heb ik het genoegen ontdekt dat schuilt in trage dagen. Want dat hele dwepen met gulzigheid is natuurlijk tof, maar ook geweldig vermoeiend. En toen plots alles wegviel – het werk, de sociale verplichtingen, de hobby’s van de kinderen, het dagelijkse rennen en klauteren – herademde ik. Het waren kraakheldere dagen waarin er plots tijd was. Nu, ik ben me er wel zeer van bewust dat ik in een luxepositie zat. Ik werd nog steeds betaald, en ik moest die tijd met mijn gezin niet doorbrengen achter de gevel van een krap stadsappartementje. We wonen in Lommel, naast prachtige, ademende bossen. Dan is het makkelijk om gelukkig te zijn, natuurlijk.

»Ik geloofde toen ook echt dat het leven na corona anders zou worden. Dat we werk en mobiliteit wat menselijker zouden gaan organiseren, bijvoorbeeld. Maar kijk: we rijden weer van file naar file. Dat vind ik wel ontgoochelend, ja. Ik heb me al bedacht dat ik een jaarlijkse lockdown van een week of twee best weldadig zou vinden – maar dan graag zónder die ellendige pandemie, natuurlijk.»

HUMO In de bijbel betekent traagheid je te weinig om je medemens bekommeren. Niemand die jou daarvoor zal aanklagen, lijkt me, want je zette de afgelopen jaren verschillende projecten op voor de vluchtelingen die in Lommel opgevangen werden.

DE RUYSSCHER «In 2016, ten tijde van die grote vluchtelingengolf, werden 945 mensen ondergebracht op Parelstrand, een vakantiepark dat wat stond te verloederen. Lommel-Kolonie, het gehuchtje waar we wonen, stond op z’n kop. Ik voelde onbehagen en ontzetting bij de mensen rond me, en op school kregen mijn kinderen briefjes mee met tips voor goeie alarminstallaties. Ik begreep het wel, hoor: 945 nieuwe, onbekende buren is véél voor zo’n kleine gemeenschap. Maar ik vond het toch vooral sneu dat die vluchtelingen al als criminelen gelabeld werden nog voor ze waren aangekomen. Dat er volop over hen gesproken werd zonder dat ze zélf iets konden zeggen. Samen met enkele andere vrouwen ben ik toen ‘945 in beeld’ begonnen, een Facebookpagina waarop we kleine portretjes van de vluchtelingen publiceerden, telkens met een foto erbij. Gewoon: de verhalen van die mensen, zonder oordeel. Dat hielp om de sfeer in het dorp om te buigen. Later ben ik ook een bibliotheekje begonnen, en organiseerde ik ‘Koffie Met Koekskes’ – momenten waarop ik rustig de tijd nam om met kleine groepjes vluchtelingen te gaan praten. Het opvangkamp is nu al een poos gesloten, en ik betrap mezelf soms op een klein heimwee naar die tijd: de gesprekken met die mensen gaven mij óók adem. Met enkelen heb ik nog altijd contact.

»Nu zou ik graag iets opstarten rond vrouwenrechten in Afghanistan. Het is nog niet helemaal duidelijk wat het precies wordt, en dat maakt me ongedurig. Ik ben nogal van de actie, ik wil graag dat de dingen snel gaan. Geduld: daar moet ik me nog in bekwamen.»

HUMO Intussen begeleid je ook nog Ibrahim, een Palestijnse vluchteling.

DE RUYSSCHER «Ik ben een beetje een buddy voor hem. Ik help hem bij het zoeken naar een appartement, leg uit wat een huurwaarborg is, hoe vuilnis hier gesorteerd moet. En ik geef hem mentale steun, natuurlijk: al drie jaar is Ibrahim hier helemaal alleen, zonder zijn familie. Hij noemt me ‘my Belgian mother’. Eigenlijk heb ik dus vier kinderen (lacht).

»Zijn asielaanvraag werd aanvankelijk geweigerd. Dat heeft enorm op hem gewogen: hij sliep niet meer. Het ging zover dat hij, toen een groep vluchtelingen een tijdje geleden in hongerstaking ging, óók overwoog om naar Brussel te gaan en niet meer te eten. Dat heb ik ’m gelukkig uit het hoofd kunnen praten, en vorige week kwam er eindelijk goed nieuws: Ibrahim krijgt toch papieren. Ik was de eerste die hij belde: ‘Katrien, I did it!

»Ik ben heel erg bezig met dat vluchtelingenthema, en spreek me er ook zo vaak mogelijk over uit. Toen ik met Rudi Vranckx in Somalië was (voor zijn programma ‘Tussen oorlog en leven’, red.), zei hij me dat ik dankzij mijn rol in ‘Thuis’ een groter platform heb dan hij. En dat klopt, denk ik: als dokter Judith spreekt, luisteren er misschien wel mensen die Rudi niet bereikt. Ik vind het een beetje mijn plicht om niet-alledaagse thema’s te blijven aankaarten, en daarvoor schaamteloos de populariteit van mijn personage te gebruiken. En dat is zeker niet alleen altruïsme, hoor: ik word er zelf ook beter van. Dat engagement maakt me een rijker, voller mens.»

GRAMSCHAP

DE RUYSSCHER «Ik kan me gigantisch opwinden over al die boze internetridders die vanuit hun eigen comfortabele situatie agressief reageren op vluchtelingen. Dat schampere gebruik van de term ‘gelukzoekers’! Alsof het een scheldwoord is, iets waarmee ze vluchtelingen betrappen en ontmaskeren. Terwijl: wat is het leven anders dan naar geluk zoeken? En als je daarvoor je land en je familie achterlaat, een gevaarlijke oversteek maakt en een onbekende toekomst tegemoet gaat, doe je dat niet zomaar. Dan is dat bittere noodzaak.

»Dat er tussen die tienduizenden vluchtelingen ook mensen zitten met kwade bedoelingen: I know. En ik druk op het belang van integratie. Toen Ibrahim verontwaardigd was omdat hij op Facebook een homokoppel zag dat trouwde, heb ik daar heel kordaat op gereageerd, en hem uitgelegd dat de liefde gewoon de liefde is. Ik spoor hem ook aan om aan zijn Nederlands te werken, en ik kon hem overtuigen om zich te laten vaccineren tegen corona – daar stond hij aanvankelijk sceptisch tegenover. Ik wil dus niet weggezet worden als een naïeve linkse sok, zeker niet door mensen die alleen hun smartphoneschermpje als venster op de wereld gebruiken. (Ferm) Ik ben met vluchtelingen gaan praten, dus ik mag er iets over zeggen, want ik wéét waarover ik spreek.

»Enfin, ik probeer om het allemaal niet meer te lezen. Sociale media kunnen je heel ongelukkig maken.»

HUMO Vertaalt woede zich bij jou fysiek? Kun je ontploffen?

DE RUYSSCHER «Ik ben eerder een wegloper dan een ruziemaker. Bij een conflict vlucht ik, tot grote frustratie van de partij die de boel meteen wil uitpraten, desnoods met wat lawaai.

»Tegenover de kinderen móét ik soms wel politieagent spelen, natuurlijk. Daar ontkom je als ouder niet aan. Dat verplichte tussenkomen in het eeuwige gesteggel van opgroeiende kinderen vind ik de minst prettige kant van het moederschap. Maar wel een mooi woord, hè, gesteggel?»

HUMO Ben je boos op je ouders omdat hun scheiding zulke grote gevolgen voor je had?

DE RUYSSCHER «Er zit een groot verdriet in mij, en bij dat verdriet hoort ook kwaadheid, ja. Er werd voor mij beslist, ik kreeg geen keuze, en daar heb ik lang de gevolgen van moeten dragen.

»Daarom ergert het gemak me waarmee mensen nu uit elkaar gaan. Dat relativerende: ‘Ach, we hebben een goeie regeling voor de kinderen uitgewerkt, en het is het beste voor iedereen.’ Ik geloof dat wel, hoor, maar ik ben er toch van overtuigd dat kinderen het liefst willen dat hun ouders bij elkaar blijven. Nu goed, ik weet ook wel dat je persoonlijke geschiedenis je perspectief bepaalt: het is mijn litteken dat spreekt. Maar toch: ik zal niet scheiden. Dat durf ik met grote zekerheid te zeggen.»

‘Een jaarlijkse lockdown van een week of twee zou ik best weldadig vinden – maar dan graag zónder die ellendige pandemie.’ Beeld Joris Casaer
‘Een jaarlijkse lockdown van een week of twee zou ik best weldadig vinden – maar dan graag zónder die ellendige pandemie.’Beeld Joris Casaer

AFGUNST

HUMO Ken je de jaloezie?

DE RUYSSCHER «Ik ben in de liefde één keer heel jaloers geweest, in mijn eerste relatie. Ik heb toen ervaren wat voor een verschrikkelijk, destructief gevoel dat is. Hoe obsessief het je maakt: het neemt je in en takelt je helemaal weg uit de werkelijkheid. Gelukkig heb ik dat later nooit meer meegemaakt. Het lijkt alsof ik er één keer doorheen moest om het nadien weg te kunnen gooien. In mijn huwelijk zit geen spatje jaloezie, wel heel veel vertrouwen.»

HUMO Benijd je collega’s soms om een mooie rol?

DE RUYSSCHER «Ook niet. Op het conservatorium zat ik in hetzelfde jaar als Veerle Baetens – zij deed musical, ik toneel. Haar dochter is trouwens geboren op dezelfde dag als mijn oudste zoon. Veerle heeft een heel andere carrière dan ik, maar daar voel ik niets van wrokkigheid bij. Je parcours is het gevolg van de keuzes die je maakt, gecombineerd met toeval. Dertien jaar geleden vroeg Guy Cassiers me om iemand te vervangen in een heel mooie productie van Het Toneelhuis. Een prachtige kans, maar een week later bleek ik zwanger, en moest ik de rol afzeggen. Het is een fijn gedachtespel om me voor te stellen hoe het verder zou gegaan zijn als ik dat stuk wel had kunnen doen, ja, maar meer dan dat is het ook niet. Ik ben niet vatbaar voor spijt of jaloezie. Het draagt niets bij.

»Zo gaat het ook in mijn persoonlijke leven. Er is een reservoir van verdriet, er is trauma, maar ik kijk vooral naar het mooie nu. Dat weegt zwaarder door dan de gedachten aan wat had kunnen zijn. Ik benoem tegenover mijn gezin ook vaak hoe goed we het hebben, hoeveel geluk er is.»

HEBZUCHT

HUMO Hecht je veel belang aan financiële stabiliteit?

DE RUYSSCHER «Toch wel. Door de situatie thuis hadden we het niet breed. Niet dat ik in armoede ben opgegroeid, maar er was niets te veel: we droegen tweedehandskleren, en er was weinig ruimte voor extraatjes. Dat heeft me geleerd om heel bewust met geld om te gaan. Ik vind het moeilijk om dure dingen te kopen. Tegen mijn man zeg ik vaak dat hij de goedkoopste vrouw ter wereld gevonden heeft (lacht).

»Het is wel dankzij hem dat ik de schoonheid van mooie spullen heb ingezien, van design. Ik heb heel lang niet begrepen hoe een Eames-stoel iemand in verrukking kan brengen: dat is toch gewoon een ding om op te zitten? Maar ondertussen zie ik de liefde die in zo’n ontwerp zit, de finesse, de zorgvuldigheid die bij een ambacht hoort. Ik vind het fijn dat ik dat nu kan appreciëren, maar toch zal ik nog altijd eerder een Eames-stoel kopen voor mijn man dan een dure jas voor mezelf.»

HUMO Maar je zou die dure jas kúnnen kopen – dat geeft toch mentaal comfort.

DE RUYSSCHER «Inderdaad. We komen niets tekort, en ik ben me er zeer van bewust dat dat een gemak is, dat het – zeker met kinderen – een hoop stress en angst wegneemt. Ik maak me soms zorgen of ik mijn kinderen wel goed uitgelegd krijg dat die weelde iets is om heel dankbaar voor te zijn. Mijn dochter houdt van paardrijden. Geregeld stuurt ze me foto’s van paarden die te koop zijn, en dan wil ze dat ik daarop bied. Onlangs kwam ze met de foto van haar droompaard: ‘Je krijgt al mijn spaarcentjes, mama, mijn iPhone en mijn iPad, en ik hoef nooit nog een cadeau voor mijn verjaardag, als ik dit paard mag hebben.’ Ik vond dat vertederend en mooi, want het betekent dat ze begrijpt dat eventjes een paard kopen echt geen evidentie is. Maar tegelijk voelde ik me betrapt: plots zag ik dat ik een kind heb met spaarcenten, een iPad en een iPhone. Die rijkdom is toch een beetje… crapuleus, nee?»

HUMO Ik wens het je niet toe, en leve dokter Judith, maar wat als de makers van ‘Thuis’ ooit zouden beslissen dat het welletjes is geweest met je personage?

DE RUYSSCHER «Dan zal ik mijn leven wat moeten herschikken, dan zal het met wat minder moeten – en dan zal ook dat prima zijn. Nee, daar ben ik echt niet bang voor. Ik beschouw ‘Thuis’ ook helemaal niet als een levensverzekering. Als iets me frustreert, als ik niet langer gelukkig ben met wat ik doe, ben ik weg. Zo heb ik het altijd gedaan. En natuurlijk heb ik ook bij ‘Thuis’ al overwogen om het op te geven. Als je langere tijd in een soap acteert, komt er onvermijdelijk eens een periode waarin je personage in de luwte zit, en even geen begeesterende verhaallijn heeft. Maar het is nooit zover gekomen dat ik echt weg wilde: ik doe het te graag, en die rol vervult me nog altijd.»

HOOGMOED

HUMO Vóór ‘Thuis’ heb je lang in het theater gespeeld. Ik bespeur soms een wederzijdse neerbuigendheid in die twee werelden: theatermensen die neerkijken op het populaire genre, en acteurs uit televisiereeksen die schamper doen over het preken-voor-eigen-kerk in de schouwburg.

DE RUYSSCHER «Voor mij voelt het verschil tussen artistiek en meer commercieel werk eigenlijk niet zo relevant. De essentie is: voel ik me thuis? Dáár gaat het voor mij over, veel meer dan over status. Ik voel me graag deel van een groter geheel, van een groep. En dat had ik toen ik vast verbonden was aan de KVS in Brussel, en dat heb ik nu bij ‘Thuis’. Daartussen ben ik vijf jaar freelancer geweest: dát vond ik geen fijne periode, net omdat ik telkens weer afscheid moest nemen. Ik heb het echt nodig om voor lange tijd met mensen samen aan één doel te werken.

»Ik was 21 – nog niet afgestudeerd – toen ik een grote rol kreeg in ‘Veel geluk, professor’, de televisiereeks gebaseerd op het boek van Aster Berkhof. Ik werd plots in die wereld gegooid, en er was niemand die me hielp. Dan liet ik me in een interview argeloos ontglippen dat mijn vriend en ik net uit elkaar waren, en zag ik dat de volgende dag op de voorpagina van de krant staan. Ik was jong en naïef, en ik werd overrompeld. Toen me kort daarna een vaste plaats bij het gezelschap van de KVS werd aangeboden, heb ik niet getwijfeld. Want: dat lag buiten de jungle. Daar was het overzichtelijk en veilig. Ik kon er acteren, en al de rest werd voor mij geregeld. Ik werd in die jaren voortdurend gevoed. Door de boeken die ik las, door de interessante gesprekken met al die bevlogen mensen, door de locatie – we zaten toen in De Bottelarij in Molenbeek. Ik was een meisje uit Edegem, hè, ik had een heel beschut leven geleid, en plots opende de wereld zich voor mij. Nu goed, het was inderdaad zo dat ik daar in een klein kerkje zat, en dat we onszelf ook wel heel interessant vonden. Maar dat was ook terecht: ik heb zoveel interessants geleerd in die periode. Maar ik zat er in een niche, en dat is bij ‘Thuis’ natuurlijk niet zo. Daar moeten de dingen dan weer sneller gaan, maar heb je de luxe van dat grote publiek.»

HUMO Meer dan een miljoen mensen zien elke weekdag jouw gezicht. Houdt dat je bezig? Ben je ijdel?

DE RUYSSCHER «Ik vier dit seizoen mijn jubileum: ik zit tien jaar in ‘Thuis’. Dat is soms confronterend, want zo zie ik jaar na jaar mijn lichaam veranderen. Maar voorlopig valt het allemaal mee: me goed voelen in mijn vel vind ik belangrijker dan het precieze aantal rimpels in dat vel. Ik ga vaak joggen, en dat alles daardoor een beetje strak blijft zitten, is mooi meegenomen. Maar het belangrijkste is de sensatie van het lopen zelf, al het goede dat het in mijn lijf en mijn hoofd pompt.

»Ik heb ook nog nooit botox of plastische chirurgie overwogen. Ook al denkt iedereen dat ik m’n lippen heb laten opspuiten.»

HUMO (kijkt verbaasd)

DE RUYSSCHER «Ik heb nogal volle lippen, toch? En vaak vragen mensen me: ‘Waar heb jij je lippen laten doen, want ik wil dat ook!’ Maar neen, dus: er is niet aan mijn lichaam gewerkt.»

ONKUISHEID

DE RUYSSCHER «Ik ben heel tactiel: ik wil mensen kunnen vastpakken. Dat verplichte afstand houden vond ik het moeilijkste aan de coronamaatregelen. Toen de broer van een collega gestorven was, vond ik het vreselijk dat ik haar niet kon omhelzen. Ik heb toen haar voeten aangeraakt – dat leek me de enige veilige manier om toch fysiek contact te maken.

»Maar jij wilt wat weten over seks, neen? Ik vind het wel fijn dat het grote, brullende verlangen wat aan kracht verloren heeft. Seks is niet meer het begin en het einde van alles. Dat zorgt voor rust: je wilt toch niet je héle leven lust als grote motor hebben? (Haastig) Maar wees gerust: mijn man en ik vrijen nog, hoor. En in dat merkwaardige coronajaar kiemde de passie weer. Dan heb ik het niet alleen over het erotische: ik ben gewoon opnieuw heel verliefd geworden op mijn man. Daar mogen we ons gelukkig mee prijzen, want bij veel koppels gebeurde net het omgekeerde.»

HUMO Wat vind je erotisch?

DE RUYSSCHER «Mannen die al hun kwetsbaarheid in elegante zinnen weten te gieten. Schrijvers, dus, stilisten die erin slagen om de golfslag van hun innerlijk in prachtige woorden uit te drukken. Maxim Februari! A.F.Th. van der Heijden

HUMO Dit duwtje had ik nodig, Katrien: ik begin nu aan m’n debuutroman. Tenzij je me nog iets belangwekkends wilt toevertrouwen?

DE RUYSSCHER «Even kijken... (Bladert door de notities die ze maakte ter voorbereiding van het gesprek) Ah: ik kan je precies vertellen wanneer ik ontmaagd ben. Op 12 juli 1996 was dat, de dag waarop ik achttien werd. Mijn toenmalige vriendje en ik hadden het moment bewust tot dan uitgesteld. Ik weet nog dat ik er speciaal een kleedje voor had gekocht – het hangt nog altijd in m’n kast. En nu moet ik natuurlijk glimlachen om de statigheid die we aan dat moment wilden geven, maar eigenlijk paste het helemaal in wat ik toen, op mijn 18de, de hele tijd deed: een nieuwe wereld creëren voor mezelf. M’n eigen sprookje proberen te bedenken. En daar zit de grote, grote winst die ik de afgelopen jaren maakte: ik hoef geen eigen sprookje meer te bedenken. Het is er al.»

‘Thuis’, Een, van maandag tot vrijdag, 20.10

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234