null Beeld

Keith Richards: 'Cocaïne en wodka zijn een gewoonte, geen verslaving'

Binnen dit en een paar eeuwen zal men zijn knoken terugvinden, onder het vermolmde hout van een 21ste-eeuwse Stageco-constructie. De riem van een Fender Telecaster om de schouders, half vergane bandana om de schedel, peuk tussen het kunstgebit dat zekerheid zal schenken: ‘Het is ’m echt!’ En terwijl hun truweeltjes de beat van ‘Satisfaction’ tikken, zal de ene archeoloog aan de andere vragen: ‘Waar anders had Keith Richards kunnen sterven?’

'Je kunt geen vijftig jaar op een podium staan zonder dat je eens op je gezicht gaat'

‘Het is een gewoonte, geen verslaving.’ Aan het woord: Keith Richards. Aan zijn lippen: een ‘nuclear waste’, de benaming die Richards geeft aan de cocktail die zijn assistent hem net heeft aangereikt – twee delen wodka, aangevuld met limonade en genoeg ijs. ‘Toen ik opgroeide, was ons idee van volwassen zijn een bar binnenstappen, ongestoord iets drinken en een sigaret roken. Dit is dus geen verslaving, het is een gewoonte. Ik ben gewoon opgegroeid.’ Wanneer we de onvermijdelijke vraag stellen wat dan wel het verschil tussen een gewoonte en een verslaving mag zijn, duikt hij opnieuw in zijn rijkelijk met roesmiddelen besprenkelde verleden om het verschil uit te leggen. ‘Neem nu cocaïne: ook een gewoonte, want je raakt er niet aan verslaafd. Als je zonder coke zit, ga je plots weer meer slapen en meer eten. That’s it. Dus is het geen verslaving.’

Het huis van Keith Richards is eigenlijk een villa in Italiaanse stijl, gelegen in het groenere deel van de staat Connecticut. Buren zijn er niet, naast het huis ligt een natuurgebied dat bijna 700 hectare omvat. Op het domein: een eigen tennisveld, een apart huis voor bezoekers en twee buldogs die alle bezoekers verwelkomen. De muren binnen zijn behangen met foto’s uit het rijke tourverleden van The Rolling Stones. Richards vestigde zich voor het eerst in de streek in de jaren 80, nadat zijn dochters geboren waren. Tot dan woonde hij in Manhattan, waar weinig groen was, maar dat dan weer andere voordelen had. ‘Wanneer je in de jaren 70 even zonder heroïne kwam te zitten, kon je vandaar makkelijker naar de East Side, waar je kon bijtanken,’ vertelt hij. ‘Maar je moest wel een wapen meenemen. Je wist immers nooit.’ Richards kon het echter niet over zijn hart krijgen zijn pasgeboren dochters in zo’n omgeving op te voeden. ‘Niet wanneer er wat verderop zoveel groen en frisse lucht was. Het doet me erg denken aan Engeland, aan Sussex of Surrey.’

Richards recupereert thuis van de pijnlijke blessure die hij in juli opliep tijdens een concert in Indianapolis, maar die hij tot nu verborgen heeft kunnen houden. ‘Het was tijdens ‘Miss You’, na de saxsolo. Ik liep op de catwalk toen er iemand een rode hoed voor m’n voeten wierp. Ik wou die wegtrappen – ‘Zo, weer een gevaar vermeden!’ – toen dat ding plots onder mijn zolen belandde. Ik struikelde, met mijn gezicht vooruit. Plots zat ik op m’n handen en knieën, met 60.000 mensen die me aanstaarden. ‘Oké, snel doen alsof er niets aan de hand is,’ dacht ik nog.’

Dat lukte die avond, maar geen tweede: ‘Waarschijnlijk heb ik er een gebarsten rib aan overgehouden. De dokters kunnen niets doen. Maar ik klaag niet, want dan zouden ze zeggen dat ik de volgende concerten moet schrappen. Fuck it, dan bijt ik me er wel doorheen. Je kunt geen vijftig jaar op een podium staan zonder dat je eens op je gezicht gaat.’

undefined

null Beeld


Dans der dode rocksterren

Dat is het stramien dat Keith Richards al jarenlang volgt: de val, en de nipte ontsnapping erna. Zijn carrière is eraan opgehangen: verhalen als dat waarin de burgemeester van Boston hem en Mick Jagger persoonlijk uit de gevangenis kwam halen, om toch maar op tijd op het podium te staan. Of dat waarin Richards ternauwernood een gevangenisstraf van zeven jaar voor heroïnebezit kon vermijden door ermee akkoord te gaan een concert voor een blind publiek te spelen. Pete Townshend dichtte de Stones ooit ‘een opmerkelijk talent voor mirakels’ toe. Maar bij Keith is er weinig sprake van mirakels. Wel van volharding, en van een lichaam dat niet van afbrokkelen wil weten.

Keiths grootste verwezenlijking is misschien wel dat hij er nog is. Uitgerekend hij, die sneller heeft geleefd dan wie ook, en die toch de dans der dode rocksterren wist te ontspringen. De mythe die als vanzelf aan zijn ogenschijnlijke onsterfelijkheid is gaan kleven, dateert al van de jaren 70. Het Britse muziekmagazine New Musical Express zette hem toen tien jaar op rij op de eerste stek in hun jaarlijkse lijstje ‘Most likely to die’. Veertig jaar later is Keith er nog altijd, en is diezelfde hardnekkigheid ook deel van de alomtegenwoordige internetcultuur gaan uitmaken. ‘Voor elke sigaret die je rookt, neemt God een uur van je leven en geeft hij het aan Keith Richards’: het is maar één mop die je er over hem leest. Een andere: ‘We moeten met z’n allen maar eens stilstaan en beginnen na te denken over wat voor soort wereld we aan Keith Richards willen nalaten.’

undefined

'Ik zal in totaal minstens drie keer meer bij bewustzijn geweest zijn dan een normale mens'

Die beruchte hardnekkigheid kwam hem ook goed van pas in 2006. In februari van dat jaar, op vakantie op Fiji, haalde hij het in z’n hoofd om van een 2 meter hoge boomtak naar beneden te springen. Hij gleed uit en sloeg met z’n hoofd tegen de stam. Twee dagen later kreeg hij aanvallen van epilepsie: de val had een bloedklonter in de hersenen veroorzaakt, die er in een ziekenhuis in Nieuw-Zeeland in allerijl uit gehaald diende te worden. Na afloop drukten de dokters hem op het hart om zes maanden rust te nemen, maar zes weken later stond Keith alweer op het podium. Met dank aan Dilantin, het anti-epilepsiemedicijn dat hij vandaag nog altijd slikt. De nevenwerkingen waren in het begin niet min: verwarring en verminderde controle over het lichaam. Bij elk optreden hield zijn entourage in de coulissen de adem in, doodsbang dat hij op het podium in elkaar zou storten. ‘Het duurde lang voor ik weer helemaal mezelf was,’ zegt Keith nu. ‘Ik denk dat veel mensen niet echt doorhadden hoe ernstig het allemaal was, terwijl ik de twee jaar na die klap toch grotendeels verdoofd heb rondgelopen. Het is pas achteraf dat je beseft dat je al die tijd eigenlijk maar half bij bewustzijn was.’


Miserie met Mick

In de tussentijd namen de Stones een pauze. Keith stopte met gitaar spelen en richtte zijn aandacht op het schrijven van zijn autobiografie, die de veelzeggende titel ‘Life’ kreeg. Een periode met heel wat donkere momenten, herinnert James Fox zich, die meepende aan het boek: ‘Vooral de jaren 70 waren zwaar voor hem, de periode waarin hij met zijn heroïneverslaving kampte. In die jaren stierf ook zijn zoontje Tara, pas twee maanden oud. Dat zijn jaren die nog altijd op hem wegen, en ik denk dat hij die jarenlang met heel wat ander spul op een afstand heeft proberen te houden.’

‘Het boek heeft heel wat van mijn energie opgeslorpt,’ geeft Keith zelf toe. ‘Ik kan nog altijd zonder problemen twee Stones-concerten op een dag spelen. Maar die periode waarin ik heel m’n leven opnieuw moest beleven? O man, nooit meer.’

undefined

null Beeld

'Na de publicatie van 'Life' wisselden Keith Richards en Mick Jagger maandenlang geen woord.'

In het boek fileerde Richards onder andere zijn moeilijke relatie met Mick Jagger: een vriendschap die door de jaren heen te lijden heeft gehad onder geldzaken, clashende ego’s en oude vetes. Na de publicatie van ‘Life’ wisselden de twee maandenlang geen woord. Het boek klom tot de eerste plaats op de bestsellerlijst van The New York Times, maar de ironie van dat succes was Keith zelf niet ontgaan: na een carrière van een halve eeuw was zijn grootste hit in jaren geen plaat, maar een boek. Hij overwoog met pensioen te gaan en vertelde dat ook aan zijn vriend, drummer Steve Jordan, met wie hij in de jaren 80 het zijproject X-Pensive Winos had opgericht. ‘Had ik nog wel iets te vertellen? Misschien was dat boek wel de beste manier om de deur achter me dicht te slaan.’

Jordan, vastberaden om de wereld niet zonder het gitaarspel van Keith Richards te laten vallen, wist hem te overhalen om één keer per week samen muziek te blijven spelen. Vrijblijvend, voor de lol. En om in vorm te blijven – hij op drums, Keith op gitaar. Het resultaat daarvan heet ‘Crosseyed Heart’, Keiths derde soloplaat, en ligt ondertussen in winkel. De plaat toont een iets meer bedaarde Keith Richards, of toch vergeleken met de vorige keer dat hij z’n heil in een nevenproject zocht. Toen hij eind jaren 80 – ook een periode van ijzige stilte tussen hem en Jagger – de Winos oprichtte, was dat wel anders. Gitarist Waddy Wachtel, ook te horen als sessiemuzikant op ‘Crosseyed Heart’, stommelde zo op een ochtend na een Winos-fuifje in Toronto van de trap in het huis waar de groep verbleef, en werd beneden onthaald door het gerinkel van ijsblokjes in glas: Keith die net z’n eerste drankje van de dag uitgeschonken had. ‘‘Wil je ook iets?’ vroeg hij me. Terwijl ik de smaak van de wodka van de avond ervoor nog niet eens uit m’n mond gekregen had. Ik stond ervan te kijken.’ Wachtel kwam wel vaker in aanraking met Richards aparte dieetgewoontes: ‘Toen we eind de jaren 80 eens bij Keith uitgenodigd waren om Thanksgiving te vieren, bleek er alleen bourbon en ijs in huis. Dat was het avondeten. Het was bijna een mirakel om hem tijdens de opnames van ‘Crosseyed Heart’ te zien eten. Dat had ik nog nooit gezien. Tot dan zag ik het als mijn grootste overwinning dat ik hem ooit had kunnen overhalen om van whiskey over te schakelen op wodka. Minder suiker, weet je wel.’

undefined

null Beeld

'Als moeder de vrouw (sinds 1983 is dat Patti Hansen, red.) me iets hoort spelen dat 'r aanstaat, dan werk ik eraan verder.'

Maar Richards is nog lang niet gekalmeerd. Zo was er onlangs nog het incident waarbij Keith uit een bar kwam en aangesproken werd door een jongen met een blèrende iPhone die erop aandrong dat Keith eens naar z’n band zou luisteren. Een ziedende ‘Fuck off!’ was zijn deel. Niet veel later stuurde Richards een handtekeningenjager wandelen: de ongelukkige had de vergissing begaan een handtekening te vragen op een ‘Tattoo You’-lp, maar met de verkeerde kant naar boven – die met Mick erop. ‘I ain’t signing that, motherfucker. Ik sta op de andere kant. Use your sense.’ En weg was Keith.


Van de coke

Toch is de Keef van de jaren 2010 een andere dan alle versies uit de voorbije decennia. Hij lacht meer, zegt zijn entourage. Hij brengt veel tijd door met zijn vijf kleinkinderen, die hij geregeld ziet. ‘Tot je kleinkinderen hebt, vraag je je niet af hoe het zou voelen om grootvader te zijn. Het overkomt je gewoon, en blijkbaar kan het erg inspirerend zijn. Ik speel nu vaak scrabble op de computer met mijn kleinzoon Orson. Hij is 15, en ik leg vaak de ergste woorden die ik kan bedenken: ‘shithead’, ‘asshole’... Vindt hij grappig.’

Ook zijn levensstijl heeft hij ondertussen deels aangepast. Na het Fiji-ongeval brak Keith met zijn gewoonte om vóór elk concert coke te snuiven en halveerde hij zijn alcoholverbruik. Het gevolg is dat hij nu makkelijker recupereert na een show, zo beweert hij. ‘Als je op coke optreedt, ben je na afloop drijfnat van het zweet. Nu ben ik na een halfuurtje weer fit, klaar om iets anders te doen.’

Na 71 jaar heeft Keith ook de voordelen van slapen ontdekt. Twee nachten slaap per week, dat was tot voor kort z’n gemiddelde, jarenlang – ‘Ik zal in totaal minstens drie keer meer bij bewustzijn geweest zijn dan een normale mens.’ Nu gaat hij naar bed om één uur ’s nachts, twee uur ten laatste. Op de vraag waarom hij niet meer wakker wil blijven, schokschoudert hij hoogstens eens: ‘Been there, done that.’ Dezer dagen is Keith de eerste in het repetitielokaal, en de laatste om er weer uit te komen. Hij kampt met artritis in z’n handen, ja. Maar daardoor is hij creatiever geworden: riffs zoals die in ‘Honky Tonk Women’ heeft hij simpeler gemaakt, of hij stemt z’n gitaar anders om ze makkelijker aan te kunnen.


Klaar om oud te worden

Over enkele jaren zullen de Stones ook op papier de veteranen van het tourleven zijn: Chuck Berry, Little Richard en Fats Domino zijn een stuk in de 80, de rest is dood of op weg naar de uitgang. ‘Doe me er niet aan denken,’ zucht hij. ‘Ik ben eraan gewend geraakt dat er altijd wel íémand op de baan was die je klopte qua dienstjaren. Ik veronderstel dat het nu gewoon mijn beurt is om oud te worden.’

Niet dat dat de Stones zal tegenhouden, zegt hij er onmiddellijk bij: ‘We praten erover om weer in de studio te duiken, voor het eerst in tien jaar. We worden er ook niet jonger op, hè. Maar we worden wél nog altijd beter.’ Tegelijk is hij niet blind voor z’n nalatenschap. Vandaag zijn er duizenden gitaristen die op ’m lijken – om van de klank die ze voortbrengen nog maar te zwijgen. Als een compliment, zo ziet hij het: ‘Blij dat jullie m’n outfit mooi vinden, jongens.’

We vragen of hij zich terdege bewust is van zijn imago, hoe hij al decennia lang over de tongen gaat als Hij Die Niet Sterven Wil. ‘Zeker. De meeste mensen denken: ‘Good old Keith, hij kan pakken wat-ie wil en doen wat-ie wil.’ En zo hebben ze me de vrijheid gegeven om dat ook te doen. Echt, zowat elke kantoorpik zou een moord begaan voor de vrijheid die ze me zelf geschonken hebben. Ze zouden me bij wijze van spreken nog een vergunning geven om op straat te schijten.’

Een mens zou nog vergeten wat Richards’ waardevolste verwezenlijking op deze wereld is: hij is de man die de blues in de platenbakken van blank Amerika dropte, als het toonbeeld van een hele generatie. Toen hij in 1967 voor de rechter verscheen voor marihuanagebruik, beet hij de man in zijn eigen rechtszaal onsterfelijke woorden toe: ‘We are not old men, and we are not worried about petty morals’ – wij zijn geen oude mannen, en je zielige moraal kan ons aan onze reet roesten. Het lanceerde de legende van Keith Richards als symbool van alles wat anders was dan voorheen. Een beeld dat hij met de jaren naar zijn hand heeft gezet, en dat hij uiteindelijk ook geworden is. ‘Het kwam er vanzelf uit, die uitspraak. Maar ik voelde dat ik die woorden niet alleen zei, en dat het ook veel verder reikte dan enkel de Stones. Het was onze hele generatie die sprak, en die ik achter me voelde staan.’

Voor de rest maakt Keith zich niet al te veel zorgen. Thuis leest hij af en toe een geschiedenisboek, zegt hij. Hij bekijkt soms eens een oorlogsfilm. Hij heeft een uitgebreide bibliotheek, vooral boeken over de geschiedenis van de zeevaart. Af en toe speelt hij op z’n akoestische gitaar, zonder veel plannen. ‘Maar als moeder de vrouw iets hoort dat ’r aanstaat, dan werk ik eraan verder.’ Zelfs interviewvragen hoeft hij niet meer op voorhand te lezen. Spontaan, zo doet hij het dezer dagen liever. ‘Er blijft nog maar één vraag over waarbij ik eens ongemakkelijk zal schuifelen: ‘Pleit u schuldig of onschuldig?’’

Vertaling en bewerking: Tom Raes © Rolling Stone

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234