'Killing Fields'-overlever Loung Ung: Angelina Jolie verfilmde haar leven en sindsdien zijn ze onafscheidelijk

Sinds Angelina Jolie eerder dit jaar ‘First They Killed My Father’ - de biografie van Cambodjaans 'Killing Fields'-overlever Loung Ung - verfilmde, zijn de twee onafscheidelijk. Loung Ung overleefde de Cambodjaanse genocide van Pol Pot, terwijl het grootste deel van haar familie werd uitgemoord door de Rode Khmer. Sinds de samenwerking is Ung een bron van steun, vriendschap en geluk voor Jolie. Fragmenten uit Ungs biografie en een uitgebreid interview met haar (verschenen in Humo 3102 op 15/02/2000) naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van haar boek, ‘Eerst doodden ze mijn vader’, leest u hier.

'Ik zal Pol Pot nooit vergeven voor wat hij mij en mijn familie heeft aangedaan. Het is niet eerlijk dat hij een natuurlijke dood is gestorven: hij had langzaam moeten wegrotten in een cel'

‘Als ze ’s avonds thuiskomt, roept ma Kim, Chou, Geak en mij haastig bij elkaar en zegt dat ze ons iets te vertellen heeft. Wij gaan in een kring zitten en wachten op ma, die eerst zenuwachtig om de hut heen loopt om te kijken of er niemand is die ons zou kunnen afluisteren. Als ze bij ons komt zitten, heeft ze tranen in haar ogen.

'Als we bij elkaar blijven, zullen we allemaal sterven,' zegt ze kalm. 'Maar als ze ons niet kunnen vinden, kunnen ze ons ook niet vermoorden.' Er klinkt een trilling in haar stem. 'Jullie moeten weg van hier, ver weg. Dat wil zeggen, drie van jullie. Geak is nog te jong. Zij is pas vier en blijft bij mij.' Het is alsof duizend dolken mijn hart doorboren. 'Jullie drieën gaan elk een andere kant op. Kim, jij gaat naar het zuiden, Chou gaat naar het noorden en Loung naar het oosten. Jullie moeten doorlopen totdat jullie bij een werkkamp komen. Daar zeg je dat je wees bent; dan zullen ze zich over je ontfermen. Jullie moeten elk voor jezelf een andere naam bedenken en die voor elkaar geheimhouden. Laat aan niemand weten hoe je echt heet.» Aan ma’s stem is te horen dat ze steeds zekerder van haar zaak wordt. 'Op deze manier zullen ze niets van ons te weten komen, zodat ze ons nooit allemaal kunnen grijpen als een van ons wordt opgepakt. Jullie moeten morgenochtend vroeg weg, als iedereen nog slaapt.'

'Ik zie haar mond bewegen, maar hoor de woorden niet meer die ze zegt. Angst bekruipt me en doet me beven. Ik wil me sterk en moedig voordoen, aan ma laten zien dat ze zich over mij geen zorgen hoeft te maken. 'Ik wil niet weg!' flap ik eruit. Ma kijkt me streng aan. 'Je hebt geen andere keuze,» zegt ze.’

(fragment uit ‘Eerst doodden ze mijn vader’)

Toen de guerillastrijders van de Rode Khmer, onder leiding van Pol Pot, na een jarenlange burgeroorlog, in april 1975 de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh binnentrokken, beseften weinig Cambodjanen welke verschrikkingen hen boven het hoofd hingen. Het regeringsleger van de corrupte en pro-Amerikaanse president Lon Nol was verslagen, en de inwoners van Phnom Penh en alle andere steden in Cambodja werden massaal naar het platteland gedreven, om er deel uit te maken van de maoïstisch geïnspireerde boerenheilstaat die Pol Pot voor ogen had. Intellectuelen (te herkennen aan hun bril of omdat ze een vreemde taal konden spreken), journalisten, dokters, kunstenaars, leraars, studenten, boeddhistische monniken en aanhangers van het oude regime werden systematisch gemarteld en vermoord, en alle andere Cambodjanen werden in dorpen en werkkampen ondergebracht, waar ze in de zompige rijstvelden de ontberingen van de boerenrevolutie aan den lijve moesten ondervinden. Wie protesteerde, niet hard genoeg werkte of probeerde te ontsnappen, werd zonder pardon geëxecuteerd en achtergelaten in een van de talrijke killing fields van het nieuwe ‘Democratische Kampuchea’.

Pas vier jaar later, toen het Vietnamese leger, na een reeks grensconflicten, Cambodja in 1979 binnenviel en de Rode Khmer terugdreef naar de jungle in het noorden van het land, werd de ware omvang van het terreurbewind van Pol Pot duidelijk: naar schatting twee miljoen Cambodjanen – bijna een derde van de totale bevolking van Cambodja - waren vermoord of door honger en ontbering omgekomen.

Een van de overlevenden van de Cambodjaanse holocaust is Loung Ung. Als dochter van een Cambodjaanse politieofficier en een Chinese moeder vluchtte zij, toen ze vijf jaar oud was, tijdens de inval van de Rode Khmer in Phnom Penh, samen met haar ouders en broers en zussen naar het platteland, waar ze zich maandenlang, met een valse identiteit, schuilhielden. Toen vader Ung werd opgepakt en de situatie te gevaarlijk werd, dwong Loungs moeder haar kinderen alleen verder te vluchten: als weeskinderen in een opvangkamp zouden ze een grotere overlevingskans hebben dan wanneer ze bij elkaar bleven.Loung Ung overleefde de Cambodjaanse genocide, maar het grootste deel van haar familie werd uitgemoord. In 1980 ontvluchtte ze haar geboorteland en kwam, via een vluchtelingenkamp in Thailand, terecht in de Amerikaanse staat Vermont. Daar studeerde ze politieke wetenschappen. Vandaag woont en werkt ze in Washington, DC.

Een docent van Loung Ung las enkele jaren geleden fragmenten uit haar dagboek, en hij stimuleerde haar om haar verhaal volledig uit te schrijven en te laten uitgeven. Haar boek, ‘First they killed my father’, verscheen vorige maand onder grote belangstelling in de Verenigde Staten, en deze week ligt de Nederlandse vertaling, ‘Eerst doodden ze mijn vader’ (Uitgeverij Anthos), bij ons in de winkel.

Wij ontmoeten de 29-jarige Cambodjaanse in Amsterdam, waar ze als woordvoerster van de ‘Campaign for a Landmine Free World’ (een Amerikaanse organisatie die in 1997 de Nobelprijs voor de vrede kreeg) komt pleiten voor de ontmijning van Cambodja: 'De Rode Khmer heeft één derde van de Cambodjaanse bevolking vermoord, maar vandaag is het geen volkerenmoord die in Cambodja van kinderen wezen maakt, maar de 10 miljoen mijnen die in het land verspreid liggen.'

HUMO U was vijf jaar toen de soldaten van de Rode Khmer op 16 april 1975 Phnom Penh binnenvielen en de stad meteen begonnen te ontruimen. Wat herinnert u zich nog van die dag?

Loung Ung «Ik herinner me de tanks en zware trucks die door de straten van Phnom Penh reden, en het oorverdovende lawaai dat ze maakten. Achter in de trucks zaten mannen dicht op elkaar. Ze droegen zwarte lange broeken en zwarte hemden met lange mouwen, en om hun middel zat een strak aangesnoerde rode sjerp en om hun hoofd een roodwit geblokte sjaal. Ze staken hun vuisten omhoog en juichten. De meesten zagen er jong uit, ze waren allemaal mager en hadden vettig, lang haar tot over hun schouders. Mannen met lang haar worden in Cambodja geminacht en gewantrouwd, maar ondanks hun uiterlijk werden deze zwarte mannen door de mensen met gejuich en applaus begroet. Ze zagen er vies uit, en ze zaten onder de modder, maar ze keken opgetogen. Ze hadden geweren vast, en ze lachten en zwaaiden terug naar de mensen langs de kant van de weg, zoals een koning doet als hij voorbijkomt.

»Overal stonden mensen deze vreemde zwarte mannen toe te juichen, want iedereen was blij dat de burgeroorlog eindelijk voorbij was. Kappers hielden op met knippen en stonden met hun schaar in de hand voor de deur van hun zaak, restauranthouders en hun gasten stonden buiten, iedereen stond op straat om de binnentrekkende colonne te bekijken en toe te juichen. Ik herinner me dat ik ook stond te juichen en naar de soldaten zwaaide, al wist ik niet waarom; ik deed gewoon mee met de rest.

»Maar de euforie was maar van korte duur, want toen de trucks tot stilstand kwamen lachten de soldaten niet meer, zoals eerst. Ze begonnen door megafoons te roepen dat iedereen zijn huis moest verlaten. Ze zeiden dat Amerikaanse vliegtuigen de stad zouden bombarderen en dat iedereen naar het platteland moest vertrekken. Drie dagen later, als het gevaar geweken was, zouden we weer naar huis mogen, zeiden ze. (Toen de Verenigde Staten tijdens de oorlog in Vietnam het grensgebied met Cambodja gingen bombarderen om de verborgen Noord-Vietnamese bases daar te vernietigen, breidde de Vietnam-oorlog zich uit naar Cambodja. Bij de Amerikaanse bombardementen werden vele dorpen vernietigd en vielen veel doden, waardoor de Rode Khmer, die in de jaren ’50 en ’60 een onbelangrijke verzetspartij was geweest, steeds meer steun kreeg van de boeren. Het door de Verenigde Staten gesteunde bewind van Lon Nol was corrupt en zwak en was geen partij voor de oprukkende Rode Khmer, dvda.)

»Ik herinner me dat er overal soldaten rondliepen, met hun geweren in de aanslag, terwijl ze bevelen schreeuwden naar de mensen. Ze riepen dat ze hun winkels moesten sluiten, dat ze al hun wapens moesten inleveren, en dat ze moesten opschieten.»

HUMO Uit satellietfoto’s van het Amerikaanse leger uit die tijd blijkt dat de Rode Khmer het grootste deel van de inwoners van Phnom Penh - bijna twee miljoen mensen - in minder dan 24 uur heeft geëvacueerd. Hoe herinnert u zich die massale evacuatie?

Loung Ung «Er was veel paniek, omdat het allemaal zo snel moest gaan. De soldaten van de Rode Khmer schoten in de lucht om tot meer spoed aan te zetten, en er werden ook mensen geslagen en doodgeschoten omdat ze hun huis niet wilden verlaten. De meeste mensen waren bang: ze zochten snel wat spullen bij elkaar en verlieten haastig de stad.

»Wij hadden het geluk dat we een oude pick-up hadden, waarmee we Phnom Penh konden verlaten. Mijn vader had een grote witte doek aan de antenne gebonden, en hij zat samen met mijn moeder en mijn jongste zus Geak in de cabine, terwijl ik samen met mijn drie broers en twee andere zussen in de laadbak zat, tussen de zakken met kleren, potten en pannen en etenswaren. Zo verlieten we Phnom Penh. Ik herinner me nog goed het immense verkeerslawaai van auto’s, vrachtwagens en brommers, het geklingel van de bellen van de cyclo’s, het gerammel van de potten en pannen, en het geroep en gehuil van de mensen om ons heen. Sommige families hadden, net als wij, het geluk dat ze een auto hadden waarmee ze de stad konden verlaten, maar de meeste mensen vertrokken te voet.

»Mijn oudere zus Keav hield me vast en probeerde me zoveel mogelijk af te schermen van wat er zich op straat afspeelde, maar ondanks haar pogingen om mij te beschermen zag ik overal mensen afscheid nemen van andere mensen die niet wilden vertrekken. Ik zag kleine kinderen die huilden om hun moeders, oude en zieke mensen die nauwelijks konden lopen, boeren die de zweep haalden over de koeien en ossen voor hun karren, mannen en vrouwen die hun hele hebben en houden in zakken op hun rug of hoofd droegen, terwijl ze tegen hun kinderen riepen dat ze bij elkaar moesten blijven en elkaars hand vast moesten houden.

»De volgende dag verliep de uittocht naar het platteland veel rustiger. Onze auto was ondertussen zonder benzine gevallen, zodat wij ook te voet verder moesten. De paniek van de eerste dag was verdwenen, en de mensen liepen traag verder. Ik herinner me al die duizenden mensen, die in één lange sliert, zoals mieren, naar hun eindbestemming liepen, terwijl de soldaten van de Rode Khmer langs de kant van de weg de colonne begeleidden en ervoor zorgden dat iedereen doorliep.

»Ik weet nog goed dat ik op een gegeven moment tegen mijn vader zei: 'Papa, waarom blijven wij maar verder en verder lopen, als we morgen weer terug naar huis mogen?' Mijn vader heeft me toen in zijn armen genomen, en terwijl hij in mijn ogen keek, zei hij: 'We gaan niet terug naar huis, schatje. We gaan ergens in een dorp op het platteland wonen. Ons oude leven is voorbij.' Toen ik dat hoorde, ben ik heel hard beginnen huilen.»

HUMO U hebt tussen 1975 en 1979, samen met uw familie, in verschillende dorpen en werkkampen op het Cambodjaanse platteland geleefd, waar de Rode Khmer u verplichtte op het land te werken. De film ‘The Killing Fields’ uit 1984 geeft een idee van het leven in Cambodja onder het schrikbewind van de Rode Khmer. Is de film een realistische weergave van die tijd en representatief voor wat u zelf hebt meegemaakt?

Loung Ung «De feiten in de film kloppen - het werk in de rijstvelden, het leven in de dorpen en werkkampen, de verplichte zwarte pyjama’s, de agressie en het sadisme van de soldaten, de nachtelijke ontvoeringen, de honger, de executies... Het enige wat niet realistisch is in ‘The Killing Fields’, is dat de acteurs en figuranten veel te dik zijn. Toen ik de film voor het eerst zag, heb ik de hele tijd zitten denken: 'Ze zijn allemaal veel te dik en gezond.' Onder het bewind van de Rode Khmer zag iedereen in Cambodja er als een wandelend skelet uit, omdat iedereen honger leed.

»Het leven op het platteland was zwaar en eentonig. Iedereen stond bij zonsopgang op om te gaan werken en keerde pas na zonsondergang terug naar huis. De volwassenen gingen werken in de rijstvelden en de kinderen werkten in de moestuin. Iedere dag was een werkdag: er waren geen vrije dagen. We kregen nauwelijks te eten, en ’s avonds was iedereen uitgeput. Onze familie had heel weinig tijd om bij elkaar te zijn, en als we ‘s avonds bij elkaar waren zeiden we niet veel, omdat we bang waren dat anderen ons zouden horen. In het donker patrouilleerden ook de soldaten, die luisterden naar wat er in de hutten werd gezegd. Als ze hoorden dat mensen over politiek praatten of dat alleen maar vermoedden, werd de hele familie voor het aanbreken van de dag weggehaald. De soldaten zeiden dan dat ze de familie naar een heropvoedingskamp hadden gebracht, maar iedereen wist dat ze voorgoed verdwenen waren en dat niemand hen ooit nog terug zou zien.

»Er was geen tijd om buren te leren kennen, andere dorpen te bezoeken, te gaan wandelen of te praten met mensen buiten je eigen familie. Sociaal contact bestond vrijwel niet. Iedereen was erg op zichzelf en zei liever niet wat hij dacht of voelde, uit angst dat iemand hem bij de soldaten of het dorpshoofd zou aangeven. Dat gebeurde regelmatig, want iemand aangeven leverde vaak een beloning of een gunst op, zoals meer eten, en in sommige gevallen kon het een verschil van leven of dood uitmaken.»

HUMO U kon, behalve uw eigen familie, niemand vertrouwen: dat moet vreselijk geweest zijn, zeker voor u als kind.

Loung Ung «Mijn ouders hadden me heel duidelijk gezegd dat ik niemand mocht vertrouwen. Ik mocht tegen niemand zeggen dat wij in de stad hadden gewoond en dat ik naar huis verlangde. Ik mocht tegen niemand over mijn school, mijn lessen Frans, ijsjes of mijn wekelijkse bezoek aan het zwembad in Phnom Penh spreken. Het beste zou zijn als ik helemaal niet meer zou praten: dan zou ik ook niet per ongeluk iets kunnen loslaten over ons gezin. Praten betekende dat ik mijn ouders en broers en zussen in gevaar kon brengen. Ik was vijf jaar, maar ik begreep heel goed hoe het voelde om eenzaam te zijn, en wat het betekende om te moeten zwijgen en ervan uit te gaan dat iedereen het slecht met me voorhad. Ik heb heel vroeg in mijn leven geleerd dat mensen die honger hebben alles doen voor een beetje eten, óók andere mensen de dood injagen.»

HUMO Honger is een steeds terugkerend thema in uw boek. U schrijft dat de honger die u als kind hebt geleden de rest van uw leven heeft bepaald.

Loung Ung «De strijd om eten was een dagelijks gevecht op het Cambodjaanse platteland. Als mensen niet stierven omdat ze gemarteld of geëxecuteerd werden, stierven ze van de honger. Wij kregen twee keer per dag wat waterige rijstsoep, maar daar konden we niet van overleven. Daarom aten we alles wat we konden vinden wat maar enigszins eetbaar was: rottende bladeren op de grond en wortels die we opgroeven, maar ook ratten, schildpadden en slangen die we vingen, en waarvan we niet alleen het vlees maar ook het bloed, de hersenen, de staarten en de huid opaten. En als we niks anders konden vinden, gingen we op zoek naar sprinkhanen, torren, krekels, wormen en andere insecten. Toen we nog in Phnom Penh woonden, zou ik hebben overgegeven als iemand me had verteld wat ik op het platteland allemaal zou moeten eten, maar met de hongerdood als enig alternatief, was ik zelfs bereid te vechten voor een op straat liggend dood dier. Overleven tot de volgende dag was het allerbelangrijkste in mijn leven geworden.

»Er waren ook mensen die mensenvlees aten, van gestorven familieleden. Ik herinner me het verhaal van een vrouw uit een dorp bij ons in de buurt die zo’n honger had dat ze haar man, die na het eten van giftige paddestoelen gestorven was, stukje bij beetje heeft opgegeten en ook haar kinderen van het vlees te eten heeft gegeven. Ze besefte alleen niet dat zij en haar kinderen door het gif in het lichaam van haar man ook dood zouden gaan.

»Eten is vandaag nog steeds een obsessie voor mij. Ik leef in een van de rijkste landen ter wereld, maar toch heb ik de neiging om voortdurend voedsel te hamsteren, omdat ik altijd voldoende eten in mijn buurt wil hebben. Ik heb, toen ik pas in Amerika woonde, ook lang de gewoonte gehad om ’s avonds een pak koeken onder mijn hoofdkussen te leggen, omdat ik bang was dat ik ’s nachts opeens honger zou krijgen en niks te eten zou vinden. In mijn handtas zitten ook altijd een paar koeken of snacks, voor het geval dat ik honger zou krijgen.

»Ik ben ook voortdurend aan het denken aan wat ik zou doen als er opeens een voedseltekort zou zijn. Ik zou direct naar de zoo gaan, denk ik, want daar is vlees genoeg... Ik ben ervan overtuigd dat ik veel beter dan de meeste andere mensen zou overleven, omdat ik in Cambodja heb geleerd om alles te eten waar andere mensen vies van zijn: katten, honden, ratten, wormen, slakken, kevers... Als ik vandaag een kat of een hond zie, denk ik onbewust niet aan een huisdier maar aan eten.

»Ik heb vier jaar honger geleden, en dat wil ik nooit meer meemaken. Daarom moét ik, iedere keer als ik honger krijg, direct iets eten. Want als ik honger krijg, komen al die gevoelens en herinneringen van vroeger weer naar boven: de ellende, de angst, de honger, de dood van mijn ouders... Ik begin ook altijd te huilen als ik honger heb. En als ik dan niet snel iets eet, word ik echt hysterisch. Honger is blijkbaar een trigger die mijn hele verleden weer in gang zet, en dat wil ik absoluut vermijden.»

‘Door het hongerlijden zie ik er vreselijk uit. Nu ik al een maand lang heel weinig heb gegeten, is mijn lichaam heel mager geworden, alleen niet mijn buik en mijn voeten. Ik kan mijn ribben tellen, maar mijn buik steekt vooruit, zodat het lijkt alsof ik een bal ronddraag tussen mijn borst en mijn heupen. Mijn voeten zijn zo opgezwollen dat ze glimmen, en het lijkt alsof ze ieder moment open kunnen barsten. Soms druk ik mijn vinger weleens in een van mijn voeten, waardoor er een putje ontstaat. Ik tel hoe lang het duurt voordat het putje weer omhoog komt. Vervolgens doe ik dat op allerlei andere plekken op mijn lichaam ook. Mijn lichaam lijkt wel een ballon. De putjes die ik erin maak, komen maar heel langzaam weer omhoog. Zelfs lopen is een hele opgave, want mijn gewrichten doen bij elke beweging pijn. En als ik mezelf beweeg, is het een hele toer om te zien waar ik loop, want mijn ogen zijn zo opgezwollen dat ze bijna dicht zitten. Als ik voldoende zie om te kunnen lopen, heb ik moeite om voldoende lucht binnen te krijgen en door die kortademigheid kan ik dan nauwelijks mijn evenwicht bewaren. De meeste dagen heb ik noch de energie, noch de lust om rond te lopen, maar vandaag moet ik eropuit om eten te gaan zoeken.’

(fragment uit ‘Eerst doodden ze mijn vader’)

HUMO Op het stelen van voedsel stonden strenge straffen in het nieuwe Democratische Kampuchea: meestal werden de vingers van de dader in het openbaar afgehakt.

Loung Ung «Of de dief werd verplicht een moestuin aan te leggen in een gebied waar veel landmijnen lagen. De soldaten van de Rode Khmer hadden die mijnen daar zelf gelegd tijdens de burgeroorlog, om de gebieden af te schermen die ze op het leger van president Lon Nol hadden veroverd, maar omdat ze er zoveel hadden gelegd en niet bijhielden waar ze hun mijnen legden, kwamen er dagelijks tientallen mensen om het leven door op een mijn te trappen terwijl ze een moestuin aan het aanleggen waren. Wie alleen maar een arm of een been kwijt was, werd door de soldaten doodgeschoten, want in de nieuwe agrarische samenleving volgens Pol Pot was er geen plaats voor invaliden.»

HUMO U werd op het Cambodjaanse platteland niet alleen door de soldaten van de Rode Khmer onder de knoet gehouden, maar ook de oorspronkelijke plattelandsbewoners, die privileges hadden die de stadsmensen niet kregen, hadden blijkbaar veel macht over u.

Loung Ung «Onder het bewind van Pol Pot waren alle Cambodjanen zogezegd gelijk, maar in ieder dorp bestonden er drie niveaus van burgerschap: de ‘eersteklas burgers’, de ‘basismensen’ en de ‘nieuwelingen’.

»De ‘eersteklas burgers’ waren het dorpshoofd, die de scepter zwaaide over het hele dorp, zijn assistenten en de soldaten van de Rode Khmer. Zij namen alle beslissingen over de verdeling van het werk, de rantsoenering van het voedsel en de zwaarte van de uit te delen straffen. Ze hielden zich ook bezig met het ‘heropvoeden’ van de stedelingen.

»De ‘basismensen’ werden zo genoemd omdat ze al vóór de revolutie op het platteland woonden. De meeste basismensen waren ongeletterde boeren die de revolutionaire Rode Khmer gesteund hadden in hun strijd tegen de regering. Pol Pot beschouwde hen als modelburgers, omdat ze niet gecorrumpeerd waren door het Westen; daarom mochten ze van de Rode Khmer gewoon in hun dorpen blijven wonen. De basismensen waren niet almachtig zoals de eersteklas burgers, maar ze leidden wel een vrijwel zelfstandig bestaan: ze woonden gescheiden van de nieuwkomers in hun eigen huizen, en ze hoefden niet samen met ons te werken. Ze liepen wel vaak tussen ons te patrouilleren, om te kijken of we wel hard genoeg werkten, en ze hielden het dorpshoofd op de hoogte van alles wat we deden.

»De ‘nieuwelingen’ werden beschouwd als de onderste klasse in het nieuwe Democratische Kampuchea. Nieuwelingen waren mensen die vóór de revolutie in steden hadden gewoond en onder dwang naar de dorpen waren gebracht. Zij mochten niet zomaar met anderen omgaan, zoals de plattelandsbevolking wel mocht, ze hadden geen vrijheid van meningsuiting, en ze moesten doen wat de andere klassen hen opdroegen. Omdat ze in het verleden een verdorven leven hadden geleid, moesten ze leren om productieve arbeid te verrichten, op het land. Daarom moesten de nieuwelingen harder en langer werken dan de anderen.

»Maar ook onder de nieuwelingen waren er verschillende klassen. Wie een andere etnische afkomst had, was raciaal verdorven, en wie gestudeerd had of een beroep had uitgeoefend als ambtenaar, arts of leraar, was moreel verdorven. Daarom logen alle nieuwelingen als hun gevraagd werd wat ze in hun vroegere leven hadden gedaan. Mijn vader, die een hoge politieofficier was geweest, zei altijd dat hij een arme boer was.»

HUMO Uw moeder was van Chinese afkomst. Liep zij niet extra veel gevaar?

Loung Ung «Absoluut. Mijn moeder had een lichte huid en sprak Khmer met een Chinees accent. Om haar afkomst te verbergen sprak ze bijna nooit in het bijzijn van andere mensen, en ze smeerde modder en houtskool op haar gezicht, om er net zo donker uit te zien als de basismensen. De Rode Khmer wou Cambodja zuiveren van alle buitenlanders, omdat die gezien werden als de oorzaak van alle ellende, alle corruptie en alle ongerechtigheden.»

HUMO U schrijft in uw boek dat de nieuwelingen nog het meest te vrezen hadden van de kínderen van de eersteklas burgers en basismensen. Waarom?

Loung Ung «Omdat die kinderen willekeurig iemand konden aanwijzen, die vervolgens door de soldaten werd meegenomen en vermoord. De kinderen van de eersteklas burgers en de basismensen konden beslissen over het leven en de dood van de nieuwelingen. De leiders van de Rode Khmer beschouwden hun kinderen als de toekomst van het nieuwe Cambodja, omdat ze op geen enkele manier besmet waren door het verleden. Daarom gingen de soldaten ervan uit dat als kinderen zomaar iemand aanwezen, ze een goede reden hadden om dat te doen.»

HUMO Uw ouders hebben hun ware identiteit twee jaar verborgen kunnen houden, maar toen werd uw vader op een dag opgepakt.

Loung Ung «Hij werd meegenomen door twee soldaten die hem hadden wijsgemaakt dat ze zijn hulp nodig hadden om een ossenwagen uit de modder te duwen. Waarschijnlijk had iemand uit een naburig dorp, die mijn vader nog kende van in Phnom Penh, hem verklikt. We hebben hem nooit meer teruggezien... Ik heb een dag op hem gewacht, en toen wist ik dat hij dood was.»

HUMO Hoe wist u dat zo zeker? Misschien was hij wel ontsnapt en hield hij zich ergens schuil.

Loung Ung «Dat dacht mijn moeder ook. Zij was ervan overtuigd dat mijn vader nog leefde. Ze heeft maanden en maanden op hem gewacht. Maar ik wist zeker dat hij dood was: dat voélde ik gewoon. Ik had altijd zo’n nauwe band met mijn vader gehad, dat ik in mijn hart voelde dat hij niet meer leefde.»

HUMO In uw boek droomt u hoe uw vader aan zijn einde komt: u ziet hem ergens in een greppel op zijn knieën zitten, tussen nog een paar andere mannen die één voor één door soldaten met een hamer de schedel worden ingeslagen.

Loung Ung «Dat was de gebruikelijke manier van de Rode Khmer om mensen te vermoorden. Dat zie je duidelijk aan de schedels die achteraf uit de massagraven zijn gehaald: ze zijn bijna allemaal op verschillende plaatsen gebroken. Kogels waren te duur om te verspillen aan executies. Maar toch schrijf ik in mijn boek dat ik hóóp dat een van de soldaten medelijden met mijn vader kreeg en hem alsnog een kogel door het hoofd heeft geschoten in plaats van hem met een hamer af te maken.»

HUMO Na de dood van uw vader stuurde uw moeder u en uw broers en zussen weg: ze dacht dat u als weeskinderen in een opvangkamp meer kans zou hebben om de holocaust te overleven. Toen u uw moeder en uw jongste zus, die bij uw moeder was gebleven, zes maanden later ging opzoeken, bleken zij ook verdwenen en vermoord te zijn. En ook uw oudste zus was ondertussen gestorven door ontbering.

Loung Ung «Toen mijn vader werd vermoord, betekende dat het einde van mijn geloof: er bestond voor mij geen God meer. En toen mijn moeder en twee zussen werden vermoord, betekende dat het einde van mijn gevoelens. Het enige wat ik nog voelde was woede. Het is die woede die me wellicht op de been heeft gehouden.

»Toen mijn moeder ons wegstuurde, begreep ik niet waarom ze dat deed: ik was zeven jaar en ik wou bij haar blijven. Ik ben jarenlang kwaad op mijn moeder gebleven, omdat ik het zwak van haar vond dat ze ons had weggestuurd. Mijn vader had altijd alles in het werk gesteld opdat wij toch maar bij elkaar konden blijven, en toen mijn vader er niet meer was stortte mijn moeder in en stuurde ze ons weg. Dat vond ik zwak. Het is pas toen ik ouder was, dat ik begreep waaróm ze ons had weggestuurd: toen besefte ik ook hoe moedig ze was geweest om haar eigen kinderen weg te sturen. Als ze dat niet had gedaan, waren wij nu waarschijnlijk allemaal dood geweest.»

HUMO Hebt u er, na de dood van uw ouders en zussen, nooit aan gedacht om er zelf ook een einde aan te maken?

Loung Ung «Nee. Zelfmoord plegen zou betekenen dat ik mijn ouders, die alles in het werk hadden gesteld om hun kinderen te laten overleven, zou verraden. Zelfmoord is nooit een optie geweest. Maar ik hoopte wel iedere avond dat ik de volgende ochtend niet meer wakker zou worden.»

HUMO Nadat het Vietnamese leger in 1979 de Rode Khmer had verslagen, kwam u eerst in een vluchtelingenkamp in Thailand terecht, en enkele maanden later vertrok u, samen met uw oudste broer en zijn vrouw, naar de Verenigde Staten. U was toen tien jaar. Hoe herinnert u zich die eerste jaren in Amerika?

Loung Ung «Het was een heel moeilijke tijd voor mij. Ik sprak de taal niet, ik kende niemand, ik lustte het eten niet, en het was vreselijk koud in Vermont. Ik woonde samen met mijn broer en schoonzus in een klein appartementje, en het heeft lang geduurd voor ik me aan mijn nieuwe leven had aangepast. Terwijl mijn broer Meng en zijn vrouw Eang keihard werkten, niet alleen om zelf het hoofd boven water te houden, maar ook om geld naar onze achtergebleven familieleden in Cambodja te kunnen sturen, leerde ik Engels spreken, ging naar school en paste op hun twee kinderen.

»In Amerika heb ik er alles aan gedaan om niet aan mijn verleden en mijn achtergebleven familieleden te hoeven denken. Overdag ging ik naar school en zorgde ik voor mijn nichtjes, maar ’s nachts werd ik geplaagd door nachtmerries over Cambodja. Af en toe leken de beelden van Cambodja uit mijn dromen over te gaan in de realiteit, bijvoorbeeld in 1984, toen de droogte in Ethiopië dagelijks tv-beelden opleverde van kinderen die stierven van de honger. Ik herkende mezelf in die uitgemergelde kinderen met veel te dikke buiken en ogen die glazig waren van de honger.

»Ik was vastbesloten om een Amerikaans meisje als elk ander Amerikaans meisje te worden. Ik voetbalde, ik sloot me aan bij een groepje cheerleaders, ik ging met vriendinnen de stad in en ik at pizza’s en dronk Coca-Cola. Ik liet mijn haar kort knippen en zette er krullen in, en ik verfde mijn ogen met donkere make-up, zodat ze er ronder en meer als de ogen van een westerling uitzagen. Door te veramerikaniseren hoopte ik mijn herinneringen aan de oorlog kwijt te raken.»

HUMO Lukte dat?

Loung Ung «Nee. Toen ik zestien was kreeg ik het opeens heel moeilijk: alle emoties die ik zes jaar lang had onderdrukt, kwamen tijdens mijn puberteit opeens naar boven, met als gevolg dat ik me doodongelukkig voelde. Ik heb toen verschillende keren zelfmoord proberen te plegen, door een overdosis slaappillen te nemen. Gelukkig zijn die pogingen nooit gelukt.

»Ik voelde me heel eenzaam, omdat er niemand was met wie ik over mijn gevoelens kon praten. Mijn oudste broer heeft sinds we in Amerika wonen nooit meer over de gruwelen gesproken die we allebei hebben meegemaakt: voor hem is dat een afgesloten hoofdstuk. En de paar therapeuten met wie ik heb gesproken, konden mij ook niet echt helpen, want die mensen wisten niet eens waar Cambodja lag, laat staan wat er onder het schrikbewind van de Rode Khmer is gebeurd. Tijdens die gesprekken had ik altijd het gevoel dat ik eerst urenlang de Cambodjaanse geschiedenis moest uitleggen, voor ik over mijn emotionele problemen kon beginnen praten.

»Het is pas toen ik mijn gedachten en emoties in een dagboek ben beginnen noteren, dat ik me stilaan beter begon te voelen. Schrijven werd mijn therapie, mijn manier om met het verleden af te rekenen. Alles wat ik niet luidop kon zeggen, zette ik gewoon op papier. Door alle gruwelijke dingen die ik heb meegemaakt woord voor woord op papier te zetten, kreeg ik eindelijk controle over mijn verleden en daardoor ook over het heden. Toen ik alles had opgeschreven, voelde ik me bevrijd: eindelijk beheerste de horror mijn leven niet meer.»

HUMO Waarom heeft het zo lang geduurd voor uw boek eindelijk werd uitgegeven? Het manuscript was tien jaar geleden al klaar.

Loung Ung «Het was aanvankelijk mijn bedoeling niet om het boek te laten uitgeven. Ik vond het een veel te pijnlijk en persoonlijk verhaal. Ik had mijn boek alleen maar geschreven om er zelf beter van te worden, niet om het door iedereen te laten lezen. Het is pas toen ik vier jaar geleden voor het eerst terug naar Cambodja keerde, dat ik het idee kreeg om het te laten uitgeven. Ik vond namelijk dat er in Cambodja, na vijftien jaar, weinig of niks veranderd was: het land was nog even arm als toen de Rode Khmer er de plak zwaaide, en de Cambodjanen leden nog altijd onder hun vreselijke verleden, terwijl de rest van de wereld zich daar niet bewust van was. Ik vond dat de wereld moest weten wat er in Cambodja gebeurd was, zodat er geen twee miljoen mensen voor niks waren gestorven.»

HUMO Wat was er ondertussen met uw twee broers en zus gebeurd die in Cambodja waren achtergebleven?

Loung Ung «Mijn zus Chou en mijn broers Khouy en Kim zijn na 1979 bij onze ooms en tantes in Bat Deng, de geboorteplaats van mijn moeder, gaan wonen. Chou is op haar achttiende met een man uit het dorp getrouwd en heeft ondertussen vijf kinderen. Met de financiële steun van Meng, die iedere maand geld naar Cambodja stuurt, hebben ze bij hun huis een stalletje neergezet, waar ze bamboekistjes en bruine suiker verkopen. Khouy verdient als hoofd van de politie in het dorp twintig dollar (achthonderd frank) per maand en krijgt ook een kleine toelage van Meng, zodat hij in staat is zijn vrouw en zes kinderen te onderhouden.

»Kim is er in 1988 in geslaagd een Thais vluchtelingenkamp te bereiken, van waaruit hij hoopte naar ons in de Verenigde Staten te kunnen komen. Meng heeft toen een verzoek tot familiehereniging ingediend om hem naar Amerika te kunnen laten reizen, maar een paar maanden later kregen we bericht dat de Verenigde Staten de toelating van vluchtelingen had beperkt. Het gevolg was dat de Thaise autoriteiten besloten de vluchtelingen terug naar Cambodja te deporteren. Meng heeft toen snel 10.000 dollar (400.000 frank) bij elkaar weten te krijgen - het bedrag dat nodig was om Kim uit Thailand te krijgen. Met behulp van een smokkelaarsbende is hij toen in Frankrijk terechtgekomen. Na jaren van wachten en het invullen van tientallen immigratieverzoeken wachten wij nog altijd met spanning op de komst van Kim en zijn gezin, maar met de huidige strenge immigratiewetten lijkt het onwaarschijnlijk dat onze familie ooit helemaal zal worden herenigd.»

HUMO U bent vier jaar geleden voor het eerst naar Cambodja teruggekeerd. Hoe was dat?

Loung Ung «Ik was doodsbang. Ik had er jaren over gefantaseerd hoe het zou zijn om terug te keren naar de plek waar ik thuishoor - een plek waar iedereen mijn taal spreekt, waar iedereen op mij lijkt, waar iedereen dezelfde geschiedenis heeft – maar toen het vliegtuig in Phnom Penh landde, bonsde mijn hart in mijn keel en stond het zweet op mijn voorhoofd: in Amerika was ik opgegroeid tot een zelfstandige jonge vrouw, maar in Cambodja voelde ik me weer een klein meisje.

»In de luchthaven zag ik mijn familie meteen - ze waren er allemaal: twintig of dertig mensen die elkaar verdrongen om als eerste een glimp van mij te kunnen opvangen. Chou en Khouy stonden vooraan. Ik zag dat ze vreemd keken naar mijn losse zwarte broek, mijn bruine hemd en zwarte sandalen, en ineens besefte ik dat ik een grote fout had gemaakt: ik zag eruit als een aanhanger van de Rode Khmer! Al mijn fantasieën over in elkaars armen vallen en meteen weer contact hebben, vielen in duigen. Mijn familie en ik keken elkaar gereserveerd aan en warme omhelzingen bleven achterwege.

»Toen ik Chou aankeek, mijn zus met wie ik als kind altijd heel close was geweest, was het alsof mijn keel werd dichtgesnoerd. Met haar lange zwarte haar, haar zachte huid, haar rode wangen en lippen deed ze me enorm aan mijn moeder denken. Ze zag er prachtig uit. Toen onze blikken elkaar kruisten, zag ik dat ze ook de ogen van mijn moeder had: warm, vriendelijk, open. Chou sloeg haar hand voor haar mond, barstte in tranen uit en rende op me af. We sloegen onze handen in elkaar alsof het contact tussen ons nooit verbroken was geweest...

»Sindsdien ben ik nog acht keer naar Cambodja teruggegaan.»

HUMO Hebt u de killing fields bezocht, de massagraven waar honderdduizenden slachtoffers van het Pol Pot-regime begraven liggen?

Loung Ung «Ja, ik wou met mijn eigen ogen zien wat de Rode Khmer mijn familie had aangedaan. Ik heb de plek waar mijn ouders en jongste zus vermoedelijk zijn vermoord ondertussen verschillende keren bezocht. Toen ik er voor het eerst naartoe ging, ben ik letterlijk in elkaar gestort: het zien van al die duizenden en duizenden schedels en botten die in glazen monumenten zijn opgebaard maakte me misselijk van verdriet.

»Ik heb ook het Tuol-Sleng-museum in Phnom Penh bezocht, een voormalige school die onder het bewind van Pol Pot als gevangenis van de veiligheidsdienst fungeerde. Alle gevangenen werden, voor ze ondervraagd, gemarteld en vermoord werden, eerst geregistreerd en met een nummer op hun borst gefotografeerd. Al die foto’s, het zijn er duizenden, hangen netjes naast elkaar in het museum, en de meeste foto’s getuigen van de angst en kwellingen die de slachtoffers kort voor hun dood hebben doorstaan. Net zoals alle andere Cambodjanen die de verschrikkingen van 1975-1979 hebben meegemaakt, loop ik, als ik Tuol-Sleng bezoek, snel voorbij die foto’s, zonder naar de gezichten te kijken. Het ergste wat me zou kunnen overkomen, is dat ik iemand herken, zoals mijn vader of moeder. Ik geloof liever dat mijn familieleden en vrienden zijn doodgeschoten, in plaats van doodgemarteld.»

HUMO Pol Pot is twee jaar geleden, na een rustig leventje in de jungle van Noord-Cambodja, op 72-jarige leeftijd gestorven. Wat ging er door u heen toen u hoorde dat hij dood was?

Loung Ung «Ik was razend. Ik weet nog goed dat ik, toen ik het nieuws hoorde, bij het raam in mijn kantoor in Washington stond, en met mijn hoofd tegen het glas ben beginnen bonken. Ik riep: 'Waarom is hij rustig doodgegaan, terwijl mijn ouders en zussen op een gruwelijke manier om het leven zijn gekomen!' Ik voelde me bedrogen. 'Hoe durft die smeerlap een natuurlijke dood te sterven!' riep ik. 'Mijn vader was er 42 en mijn moeder 39 toen zij stierven!' Hoe durft hij weldoorvoed dood te gaan! Mijn ouders en zussen waren uitgemergeld toen zij aan hun einde kwamen! Hoe durft hij dood te gaan met een vrouw en een dochter, terwijl ik mijn ouders en zussen nooit heb kunnen begraven!' Het is niet eerlijk: Pol Pot had nooit vanzelf dood mogen gaan, hij had langzaam moeten wegrotten in een cel, met nauwelijks iets te eten.

»Ik vond het vooral heel onrechtvaardig dat Pol Pot nooit voor een rechtbank is verschenen om verantwoording af te leggen voor zijn gruweldaden. Hij is verantwoordelijk voor de dood van twee miljoen van zijn landgenoten en is daar nooit voor gestraft.»

HUMO Kort voor zijn dood zei hij in een zeldzaam interview met de ‘Far Eastern Economic Review’ dat hij geen spijt had van wat hij had gedaan.

Loung Ung «Is dat niet vreselijk? Hij heeft twee miljoen mensen vermoord en heeft daar geen spijt van... In datzelfde interview zei hij ook dat hij ‘fouten’ had gemaakt, maar die waren meer van tactische dan van morele aard. Hij zei dat hij altijd het beste had voorgehad met Cambodja en de Cambodjanen. Hij heeft zich nooit verontschuldigd voor wat hij heeft gedaan.

»Mensen die hem persoonlijk hebben gekend, beweren dat hij een innemende, vriendelijke man was en een goede vader voor zijn dochter. Maar dat is het laatste wat ik wil horen, dat Pol Pot een vriendelijke man was... Van Hitler werd ook gezegd dat hij een vriendelijke man was.

»Ik kan en zal Pol Pot nooit vergeven voor wat hij mij en mijn familie heeft aangedaan.»

HUMO Welk beeld uit die vier vreselijke jaren staat vandaag, vijfentwintig jaar later, nog altijd op uw netvlies gebrand?

Loung Ung «Mijn moeder die in haar hut op de grond ligt en haar hemd en rok optilt om me de wonden op haar lichaam te laten zien, nadat ze door een aanhanger van de Rode Khmer verrot is geschopt. Ze had geprobeerd om in een ander dorp een paar gouden oorbellen om te ruilen voor een stuk kip, omdat mijn jongste zus zo’n honger had, maar ze werd betrapt en in elkaar getrapt. Ik zie haar benen en rug nog altijd voor me, vol wonden, in alle kleuren van de regenboog. Ik weet niet waarom ik dat beeld, vijfentwintig jaar later, nog altijd zo schokkend vind, want ik heb veel ergere dingen gezien in Cambodja: executies, stervende kinderen, rottende lijken... Waarschijnlijk is het omdat ik het zo vreselijk onrechtvaardig vind dat mijn moeder gestraft werd omdat ze eten voor haar kind probeerde te bemachtigen. Mijn moeder was een mooie, elegante vrouw die in Phnom Penh het leven van een koningin had geleid, en ik vond het vreselijk om haar in een vuile hut zonder enig comfort te zien liggen, halfdood gestampt. Het beeld van een of andere onbekende fanaticus die mijn moeder mishandelt, wekt vandaag nog altijd een enorme haat in mij.»

HUMO U schrijft in uw boek dat u vaak met uw overleden vader communiceert. Hoe doet u dat?

Loung Ung «Ik praat met hem, in mijn hoofd. Ik vraag hem om advies als ik een moeilijke beslissing moet nemen. Ik heb hem bijvoorbeeld gevraagd of hij het een goed idee vond dat ik dit boek schreef. En dat vond hij goed. Met mijn moeder praat ik ook, maar minder. Met haar praat ik vooral over schoonheid: over kleren, make-up, lekker eten, de inrichting van mijn flat... En als ik ergens een mooie vrouw zie lopen, zeg ik tegen mijn moeder: 'Kijk mama, jij was vroeger ook zo’n mooie vrouw.'

»Zoals ieder meisje van vijf jaar was ik verliefd op mijn vader. Hij was mijn absolute held. En hij behandelde me als een prinses. Na mijn vader heeft geen enkele man mij nog datzelfde speciale gevoel gegeven.»

HUMO Denkt u, meer dan twintig jaar na zijn dood, nog vaak aan hem?

Loung Ung «Bijna iedere dag. Ik denk vooral aan de mooie momenten die ik samen met hem heb meegemaakt. Toen we nog in Phnom Penh woonden, wilde ik in de bioscoop altijd naast hem zitten. Als de film eng werd, pakte ik hem bij zijn arm, en dan wist hij dat ik eigenlijk bij hem op schoot wilde zitten. En dan tilde hij me op uit mijn stoel en nam me bij zich.

»Ik herinner me ook nog hoe ik samen met hem de tempels van Angkor, in het noorden van Cambodja, bezocht en zijn vingers stevig vasthield toen we door de brede lanen tussen de afbrokkelende gebouwen liepen. Mijn vader bracht me naar een tempel waar de bomen zo hoog waren dat ze tot in de hemel leken te reiken, terwijl hun stammen, wortels en takken om de ruïnes kronkelden als gigantische slangen. Hij tilde me over de gammele traptreden de donkere opening van de tempelgrot binnen. 'Hier leven de goden,' zei hij zachtjes. 'Als je ze roept, geven ze antwoord.' Zenuwachtig riep ik: 'Chump leap dthai pda! Hallo, goden!' En toen ze antwoordden met: 'Dthai pda! Dthai pda! Dthai pda!' sloeg ik angstig mijn armen om mijn vader heen.»

HUMO U draagt een afschuwelijk verleden met u mee, maar ik heb de indruk dat u uw trauma’s ondertussen goed verwerkt hebt. U lijkt me in ieder geval een opgewekte en optimistische jonge vrouw.

Loung Ung «Weet u, ik leid een goed leven. Ik ben gezond, ik heb een goede job, ik heb veel vrienden en ik kom materieel niks tekort. Ik hou van mijn leven. Maar als iemand me zou zeggen, »Als je het leven dat je nu leidt opgeeft, krijg je je familie terug,» zou ik geen seconde twijfelen.

»Ik werk sinds drie jaar als woordvoerster van de ‘Campaign for a Landmine Free World’, een organisatie die zich wereldwijd inspant voor de uitbanning van landmijnen. In Cambodja alleen zitten er naar schatting 10 miljoen mijnen in de grond. De helft van de landbouwgronden in Cambodja, een land waar 85 procent van de bevolking van de landbouw leeft, is onbruikbaar omdat ze vol mijnen liggen. Bovendien stappen jaarlijks honderden mensen op een mijn, met als gevolg dat één op de 230 Cambodjanen geamputeerde armen of benen hebben. De Rode Khmer heeft twee miljoen Cambodjanen vermoord, maar vandaag creëren de landmijnen een generatie van wezen en kreupelen in Cambodja.

»Als woordvoerster van de CLFW krijg ik de kans om overal in de wereld te gaan vertellen wat landmijnen kunnen aanrichten en wat er de voorbije vijfentwintig jaar in Cambodja is gebeurd. Door de mensen over de volkerenmoord te vertellen, kom ik zelf met mijn verleden in het reine en kan ik iets doen wat mijn leven zin en inhoud geeft. Hoe meer ik er met mensen over praat, des te minder word ik achtervolgd door nachtmerries, en hoe meer de mensen naar me luisteren, des te minder haatdragend ben ik.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234