Kind van terroristen: Grischa Speitel (49) groeide op bij de Rote Armee Fraktion

Grischa Speitel (49) was 7 jaar toen zijn moeder Angelika zich in 1977 aansloot bij de Duitse terreurgroepering Rote Armee Fraktion, net zoals zijn vader Volker Speitel eerder had gedaan. Grischa groeide op in een kweekvijver voor terroristen, stond vooraan bij de begrafenis van RAF-kopstukken en wilde in Cuba een guerrilla-opleiding volgen. Vier decennia later zit hij in het vastgoed en is hij een bezadigde huisvader met twee kinderen: ‘Veel RAF-leden willen niet erkennen dat ze op een dwaalspoor zaten, want dan moeten ze toegeven dat hun leven een puinhoop is en dat ze anderen onnoemelijk veel leed hebben berokkend.’

Liever luisteren dan lezen? Hieronder de ingesproken versie van dit verhaal door Blendle:

'Geldingsdrang en groepsdruk leiden tot terroristische daden. Dat was zo bij mijn ouders, en nu OOK bij IS'

In 1970, het geboortejaar van Grischa Speitel, richtten de links-extremisten Andreas Baader, Gudrun Ensslin, Ulrike Meinhof en Horst Mahler de terreurgroep Rote Armee Fraktion op, een uitloper van de protestbewegingen aan de Duitse universiteiten eind jaren 60. Tussen 1972 en de ontbinding in 1998 overviel de RAF banken, pleegde ze aanslagen en gijzelde of vermoordde ze rechters, bedrijfsleiders en politieagenten. Ze wordt verantwoordelijk gehouden voor 34 moorden, waarvan een aantal nog steeds niet opgelost zijn. Na de moord op voorzitter Jürgen Ponto van de Dresdner Bank op 30 juli 1977 dook Angelika Speitel onder.

– Heb je nog herinneringen aan de dag waarop je moeder ondergronds ging?

Grischa Speitel «Dat weet ik nog heel precies. Ze kwam ’s avonds mijn kamer binnen en zei dat ze weg moest. Ze moest gaan vechten. Ze stelde me gerust: het zou niet zo lang duren. Ik heb toen verder in mijn prentenboek gelezen. Voor mij was dat niet zo bijzonder, ze was wel vaker een paar dagen van huis. En in de commune in Stuttgart waar we leefden, was ik nooit alleen. Later heeft ze me verteld dat ze dacht dat de revolutie na een half jaar of zo wel achter de rug zou zijn.»

– Je vader was eerder al ondergedoken. Wie zorgde er dan voor jou?

Speitel «Ik kreeg pleegouders, die ook in de commune woonden. Ze moesten wel trouwen om het voogdijschap te kunnen krijgen, maar een paar jaar later belandden ze in de gevangenis. Toen trouwde een ander stel om op mij te kunnen passen. Zo ging dat maar door.»

– De commune stond bekend als een kweekvijver voor de Rote Armee Fraktion. Dat lijkt niet de ideale omgeving voor een kind.

Speitel «Ik had het er helemaal niet slecht, integendeel. Als kind van twee verzetsstrijders was ik een kleine held, en meestal was ik er het enige kind. Alleen Susanne Stoll, de dochter van RAF-terrorist Willy Peter Stoll, heeft er ook een tijdje gewoond. Ik had de grootste kamer, met een hoogslaper en een schommel. Zeker in het begin hebben mijn pleegouders erg goed voor me gezorgd. Ze kookten voor me en poetsten af en toe de kamers. Maar na een tijdje keken ze niet meer naar mij om.»

– Ervoer je het leven in de commune als vrijheid, of voelde je je in de steek gelaten?

Speitel «Voor de kinderen was het één groot speelterrein, waar je allerlei avonturen kon beleven. De Fantasia-commune zat in een oud fabrieksgebouw met drie verdiepingen. In de kelder stond een drukpers, waarop de eerste ‘Atomkraft? Nein danke’-affiches werden gedrukt, en er was ook een oude schuilkelder.

»Alle deuren waren er weggehaald, dat hoorde toen zo. In plaats daarvan hingen oude tapijten in de deurgaten. Toen ik wat ouder was, wilden mijn schoolkameraadjes altijd met mij mee naar huis, omdat je er met wat geluk een vrijend koppeltje bezig kon zien. Ik daarentegen wilde veel liever naar hun huis, omdat het daar zo proper was en omdat ik er dan een warme maaltijd kreeg. In de commune kon ik wel doen wat ik wilde. Ik had zelfs een voorraadje briefjes voor de school liggen, met excuses waarom ik niet was komen opdagen. Ik ging trouwens maar af en toe – er was nooit iemand die me op tijd wakker maakte.»

– Heb je er schade van ondervonden dat je zo moest opgroeien?

Speitel «Het heeft in ieder geval een invloed op mij gehad. Ik heb er een levenslang verlangen naar een gevulde koelkast aan overgehouden, en ook naar de huiselijkheid van een burgerlijk leven. Wat de meeste mensen daartoe drijft, is de angst voor het onzekere, maar die heb ik helemaal niet. Ik ben in de grootste onzekerheid opgegroeid, en ik moest als kleine jongen al mijn eigen weg in het leven zoeken.»

– Hoe zijn jouw ouders eigenlijk terroristen geworden?

Speitel «Mijn vader was opgegroeid in een instelling, en mijn moeder is zeer jong met hem getrouwd, zodat hij daar weg kon. Toen was je pas op je 21ste volwassen, maar als je trouwde, kon je het tehuis vroeger verlaten. Mijn moeder was erg streng opgevoed en voelde een drang om andere mensen te helpen. Mijn vader was behoorlijk verwaarloosd, zijn gebit was helemaal rot.

»Hij was in die instelling beland omdat de gezinssituatie thuis onhoudbaar was: hij was een buitenechtelijk kind en zijn moeder kon het huishouden niet aan. Haar vriend, van wie ze twee kinderen kreeg, was een alcoholicus.

»Mijn ouders hebben toen in woongroepen geleefd, en ten slotte in de commune. Toen ik geboren werd, was mijn vader daar nog slechts sporadisch: een gezinsleven was niets voor hem. Hij wilde kunstenaar worden, of een intellectueel. Eigenlijk wilde hij vooral in een hogere klasse spelen, om indruk op vrouwen te kunnen maken.»

– Is hij daarom terrorist geworden?

Speitel «Het had in ieder geval erg weinig met ideologie te maken. Bij de Rote Armee Fraktion hadden veel leden hun jeugd in instellingen gesleten, en ze hadden allemaal vooral een enorme behoefte aan erkenning.»

– En door je links-radicaal voor te doen, steeg je in de achting van anderen?

Speitel «Precies. Toen hij de instelling verliet, zocht hij toenadering tot de Rote Hilfe, een organisatie die mee door de Stuttgartse advocaat Klaus Croissant was opgericht en die RAF-terroristen die in de gevangenis zaten, financieel en materieel wilde steunen.»

– Dat was in 1975, toen de RAF-kopstukken Adreas Baader, Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin in de gevangenis van Stuttgart-Stammheim vastzaten. Wat deden de leden van de Rote Hilfe?

Speitel «Ze stelden pakketten voor de gevangenen samen. En het kantoor van Klaus Croissant was tegelijk een soort rekruteringsbureau voor de volgende generatie RAF-terroristen.»

– Klaus Croissant heeft Andreas Baader verdedigd en werd later veroordeeld wegens steun aan een terroristische organisatie, omdat hij hen geholpen had informatie uit te wisselen. Jouw vader speelde daar een belangrijke rol in, naar het schijnt.

Speitel «Hij was de tussenpersoon tussen de gevangenen in Stammheim en de andere RAF-leden. Hij heeft geregeld briefjes met boodschappen naar buiten gesmokkeld.»


Speelgoedgeweer

– Waarom werd je moeder een terroriste?

Speitel «Zij was politiek duidelijk meer onderlegd dan mijn vader: ze had zich eerder al geëngageerd voor de Welthungerhilfe. Ik was eens samen met haar in het stadhuis van Stuttgart voor een actie van Hungerhilfe, en daar heb ik met haar geschilderd. Mijn moeder heeft mee geleden met de lijdenden van deze wereld, in de waarste zin van het woord. Ze heeft altijd veel gehuild. ‘Wie niet veel huilt, heeft een zieke ziel,’ zei ze altijd. Toch denk ik dat politieke motieven niet de doorslag hebben gegeven bij haar.»

'Ik was best trots op mijn ouders. Ik had het gevoel deel uit te maken van iets groots en belangrijks.' (Foto: opsporings-affiche met de foto van Angelika Speitel.)'

– Wat dan wel?

Speitel «Ze wilde niet langer dat verlegen meisje uit Schwaben zijn. Ze wilde de anderen, en dan vooral mijn vader, bewijzen dat ook zij iets gedaan kon krijgen in het leven.»

– Was zij ook betrokken bij de Rote Hilfe?

Speitel «Ja. Daar is zij geradicaliseerd, en natuurlijk ook in de commune. Elke avond werd er stevig gediscussieerd in de keuken, ze dronken dan rode wijn en rookten stevige joints. Ik herinner me dat sommigen in die discussies onder druk werden gezet en dat ze dan uitriepen: ‘Oké, ik ga in het verzet!’ De meesten hadden overigens al lang met hun familie gebroken, daardoor was de groepsdruk nog sterker. De commune was het enige wat ze nog hadden.»

– De commune was een tussenstation richting terrorisme: hoe heeft de politie daarop gereageerd?

Speitel «In september en oktober 1977 werden we bespioneerd. Als ik naar school ging, zwaaide ik zelfs naar de agenten in burger. Ook lagen er overal fotografen op de loer. Er hebben ook meerdere razzia’s plaatsgevonden, waarbij zeventig of tachtig man in gevechtstenue de commune bestormden en alles ondersteboven keerden, ook mijn kamer.»

– Was dat ook nog een avontuur?

Speitel «’s Morgens vroeg wakker worden met een machinepistool op mij gericht, dat was wel wat. Maar het werd al snel dagelijkse kost. Ik was vooral boos dat ze zelfs mijn speelgoedgeweren in beslag namen. Later hebben ze ook de brieven meegenomen die mijn moeder me vanuit de gevangenis had geschreven.»

– Hoeveel wist jij als kind over de RAF?

Speitel «Elke avond werd er in de commune geroepen dat het televisiejournaal begon. Dan kwam er minstens twintig man in spanning rond de zwart-wittelevisie zitten: zou het toestel nog werken? (lacht) En vervolgens: was er een actie gelukt? Ze lieten hun haatgevoelens tegen de staat de vrije loop. ‘Het zijn allemaal zwijnen!’ riepen ze de hele tijd. Mij interesseerde vooral of ze de tv aan zouden laten na het journaal, zodat ik naar iets anders kon kijken.»

– Er hingen in die tijd overal opsporingsaffiches in de bank- en postkantoren en in alle stations. Wat ging er door je heen als je je ouders daarop zag staan?

Speitel «Ik was trots. Ik had het gevoel dat ik deel uitmaakte van iets groots en belangrijks.»

'Bij de teraardebestelling van Baader, Ensslin en Raspe stond ik op de eerste rij. Ik vind het onvoorstelbaar dat ze toen kinderen meenamen naar manifestaties die op geweld konden uitdraaien.'

– Heb je nooit aan de slachtoffers gedacht? De RAF heeft Hanns-Martin Schleyer, de voorzitter van de Duitse werkgeversorganisatie, ontvoerd en vermoord. Op tv werden foto’s van hem getoond waarop hij een bordje vasthield, ‘Gevangene van de RAF’, en vervolgens beelden van de plaats waar zijn lichaam was gevonden.

Speitel «Dat speelde toen geen rol voor mij. Dat besef kwam pas later, toen de eerste nabestaanden van de slachtoffers in de openbaarheid kwamen, zoals de familieleden van de agenten die om het leven waren gekomen bij de arrestatie van mijn moeder. Toen begon het me te dagen dat het geweld nergens toe had geleid, en dat er alleen maar veel mensen weduwe of wees geworden waren.»

– Wanneer werd jouw moeder gearresteerd?

Speitel «Ze was op een septemberdag in 1978 schietoefeningen aan het houden met twee andere RAF-leden, toen ze door twee politieagenten verrast werden. Eén agent werd gedood, Michael Knoll van de RAF stierf later aan zijn schotwonden, en de derde terrorist kon ontkomen. Mijn moeder werd in het been geraakt en naar het ziekenhuis gebracht. Daar brak de hel los, heeft ze me achteraf verteld. Een agent die haar moest bewaken, dreigde er op een bepaald moment mee haar dood te schieten. En journalisten probeerden zich van het dak te laten zakken om foto’s van haar te kunnen nemen.»

– Je moeder werd in 1979 tot twee keer levenslang veroordeeld voor de moord op die agent, en voor moordpoging op zijn collega.

Speitel «Ik weet niet of zij die agent heeft doodgeschoten, en ik denk dat niemand dat weet. Het was niet meer na te gaan wie het dodelijke schot had afgevuurd. Verschillende mensen hebben toen in het wilde weg geschoten. Maar toen ik als 11-jarige interviews met de nabestaanden van die agent las, begon ik voor het eerst te twijfelen.»

– Je vader was al in oktober 1977 gearresteerd.

Speitel «In de zomer van 1977 was hij plots weer bij ons opgedoken. Hij nam mij en Susanne Stoll, die ik toen als mijn zus beschouwde, mee in zijn auto en reed naar Italië. We logeerden er bij een bevriende familie, maar na een paar dagen moest hij opeens dringend weg. Susanne en ik bleven achter bij die familie, terwijl we geen woord Italiaans konden. Hij wilde ons duidelijk weg uit de commune, mogelijk omdat hij vermoedde dat het einde naderde. Misschien overwoog hij toen al om zichzelf bij de politie aan te geven. Na een week of twee zaten we zonder geld en we belden naar de commune. Toen zijn ze ons komen halen. In Stuttgart hoorde ik dat mijn vader was gearresteerd op een trein die uit Denemarken kwam.»

'Wakker worden met een machinepistool op mij gericht, dat was wel wat. Maar ik was vooral boos dat de agenten mijn speelgoedgeweren in beslag namen'

– Hij heeft toen met de speurders samengewerkt en alles verteld wat hij wist.

Speitel «Dat gerucht circuleerde toch in de commune. Toen ik hem mocht bezoeken in de gevangenis, heb ik hem gevraagd of hij iemand had verraden. ‘Ik heb hun niets verteld wat ze nog niet wisten,’ antwoordde hij. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en twee maanden. Later raakte bekend dat hij niet in de cel zat, maar van de overheid een nieuwe identiteit had gekregen en elders een nieuw leven had opgebouwd. Het leek overduidelijk dat hij iedereen verraden had en dat de justitie hem daarvoor had beloond.»

– En jij was de zoon van die verrader. Ben je toen in moeilijkheden geraakt?

Speitel «Nee, ik heb toen resoluut de kant van de commune gekozen. Daarbij kwam nog dat ik later ontdekte hoe ver hij wel was gegaan: hij heeft mijn moeder geïdentificeerd toen ze in het ziekenhuis lag. Iedereen die in het verzet ging, verbrandde eerst altijd alle foto’s en documenten waar hij of zij op stond. Daarom had de politie mensen nodig die de arrestanten konden identificeren.»


Zwaar depressief

– Je moeder stond in het extreemlinkse milieu bekend als een harde, omdat ze de schuld voor de dodelijke schietpartij niet in de schoenen van Michael Knoll had geschoven, die toen om het leven was gekomen. Heb jij haar daar ook om bewonderd? Of was je geschrokken waartoe ze in staat was?

Speitel «Voor mij als kind was het zonneklaar dat zij die agent niet vermoord kon hebben. Ik dacht alleen: wat maakt het nog uit? Michael Knoll is dood, hij zou het waarschijnlijk prima vinden als zij hem de schuld gaf en zo zelf een lichtere straf zou krijgen. Tegelijk heb ik haar ook wel bewonderd omdat ze de lippen stijf op elkaar hield.»

– En hoe denk je er nu over?

Speitel «Anders. Ik denk dat ze niets heeft gezegd omdat ze zich niet sterk genoeg voelde om de confrontatie met de speurders aan te gaan. Ze was een meisje van bescheiden komaf, maar omdat ze bleef zwijgen, werd van haar iemand gemaakt die ze helemaal niet was. Ik weet van meer dan één insider dat zij zich vooral had beziggehouden met het huishouden van de commune: zij zorgde voor de inkopen en zo. Ik denk dat mijn moeder gewoon niet in staat is om geweld te plegen.»

– Maar ze heeft wel deelgenomen aan schietoefeningen.

Speitel «Dat klopt.»

– Na haar veroordeling was het duidelijk dat je zonder ouders zou opgroeien. Was dat een keerpunt voor jou?

Speitel «Dat speelde in het begin niet zo’n rol. Ik werd goed opgevangen in de commune. Maar ik herinner me wel hoe ik, toen mijn moeder al een paar jaar gevangenzat, in mijn kamer stond, naar de binnenplaats beneden keek en overwoog om uit het venster te springen. Ik ben toch een tijdje zwaar depressief geweest. Je kunt van een kind moeilijk verwachten dat het met zo’n psychische druk kan omgaan.»

– De federale recherche heeft al het mogelijke gedaan om je uit die commune weg te krijgen, omdat ze vreesde dat je de weg van je ouders zou opgaan. Bestond dat gevaar?

Speitel «Als jonge tiener heb ik weleens een vlammende toespraak gehouden op een bijeenkomst van familieleden van gevangen RAF-leden. En ik ben van plan geweest om me aan te melden voor een guerrilla-opleiding in Cuba, maar de Cubanen wilden me niet laten overkomen, omdat ze me te jong vonden. Die bezorgdheid van de federale recherche was dus niet onterecht.»

– Ze heeft je in ieder geval niet uit de commune kunnen weghalen.

Speitel «In linkse kringen is toen een petitie opgestart om te eisen dat ik in de commune mocht blijven, en ze hebben dat ook gedaan gekregen. Maar ze hebben me later niet geïndoctrineerd; ik moest gewoon overal mee naartoe, meer niet.»

– Waarheen dan?

Speitel «Bij de teraardebestelling van Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe in oktober 1977 stond ik op de eerste rij. Daarna kwam het tot schermutselingen, omdat iemand bij het kerkhof met zijn auto op de rouwstoet was ingereden. Een paar mannen hebben de bestuurder toen uit de wagen gesleurd en in elkaar geslagen. Daarop kwam de bereden politie tussenbeide. Als ik er nu aan terugdenk, vind ik het onvoorstelbaar dat ze toen kinderen meenamen naar manifestaties die op geweld konden uitdraaien.»

'Mijn vrienden wilden altijd met mij mee naar huis, omdat je er vrijende koppeltjes kon zien. Ik wilde liever naar hun huis, omdat het daar proper was en ik er een warme maaltijd kreeg'

– Raakte je niet aangestoken door de haat van je medebewoners in de commune?

Speitel «Als er iets was waardoor ik kon radicaliseren, dan wel de wijze waarop de staat mijn moeder heeft behandeld. Twee jaar lang zat ze in eenzame opsluiting, het licht in haar cel brandde dag en nacht en ’s nachts moest ze telkens naar een andere cel verhuizen. Als ik bij haar op bezoek kwam, werd ik door een wirwar van gangen en zalen geleid, zodat ik iedere keer de weg kwijtraakte. Ik kon haar alleen spreken achter pantserglas, en met twee rechercheurs naast ons. Eén keer heb ik het haar zonder omwegen gevraagd: ‘Angela – ‘mama’ zei je niet als communekind – heb jij echt iemand gedood?’ De speurders pikten er meteen op in: ‘Vertel hem nu toch wat er is gebeurd, mevrouw Speitel, wees toch niet zo wreed.’ Maar ze zei niets.»

– Hoe kon u uw haat afreageren?

Speitel «Als de rechercheurs tegen mij spraken, kon ik echt brutaal zijn: ‘Met beulen praat ik niet!’ Een heel nare herinnering is een bezoek dat plots niet kon doorgaan. Ik werd naar de bezoekruimte gebracht, toen één van de bewakers een boodschap kreeg via zijn walkietalkie. Hij zei: ‘We moeten terugkeren, je moeder wil je niet zien.’ Daarop ben ik als een razende tekeergegaan: ‘Daar geloof ik geen woord van!’ En ik ben als 10-jarige op die bewaker beginnen te schoppen en te slaan. De vrouw uit de commune die me begeleidde, deed zelfs mee. Ze hebben haar aan haar haren naar buiten gesleurd. Achteraf bleek dat mijn moeder had geprobeerd zich van het leven te beroven.»


Vrije liefde

– Hoe was het toen je ouder werd?

Speitel «Ik hechtte al van jongs af veel belang aan orde en netheid. Na elke razzia legde ik de tapijttegels in mijn kamer weer op hun plaats. Naarmate ik ouder werd, wilde ik meer en meer op mijn schoolvrienden lijken. Ik kocht nieuwe kleren en streek zelf mijn was. Dat leidde al snel tot discussies, want in de commune was er niet veel nodig om voor kapitalistisch zwijn uitgescholden te worden. Toen begon ik tegen hen te rebelleren. Ik dacht bij mezelf: jullie willen toch ook allemaal op elkaar lijken, met jullie versleten jeans en arafatsjaaltjes? En het is toch prettig als je auto start als je hem nodig hebt? Eigenlijk had ik gewoon genoeg van hun manier van leven.»

– Kon je je niet meer opladen voor de extreemlinkse zaak?

Speitel «Nee.

»Het beschimmelde brood was er ook te veel aan. Het leven in een commune was misschien fascinerend voor buitenstaanders. Die dachten vooral: zij zijn echt vrij en doen wat ze willen, en ze doen het allemaal met elkaar. Maar uitgerekend als het over liefde en seks ging, was er onderhuids veel jaloezie en werden veel mensen gekwetst. Ik heb zelf gezien hoe mijn moeder zwaar leed onder de affaires van mijn vader. Jan Modaal stelt zich die zogenaamde vrije liefde in zijn fantasie veel wilder en aantrekkelijker voor dan ze eigenlijk is.»

– Hebt u later nog last gehad met de politie?

Speitel «De federale recherche heeft me nog jaren gevolgd. Ze wilden dat ik duidelijk afstand nam van mijn moeder en het linkse milieu.»

– Hebben ze jou iets aangeboden?

Speitel «Toen ik was afgestudeerd aan de middelbare school, zeiden ze me: ‘Je kunt elk vak leren dat je wilt, wij zullen alles voor jou betalen, maar dan mag je je moeder niet meer zien en moet je alle contact met de linksen verbreken.’ Dat heb ik geweigerd, waarop zij: ‘Oké, geen probleem, maar we blijven je volgen.’ Ze wilden me niet uit het oog verliezen.»

– Dat is ze ook gelukt, nee?

Speitel «Toen ik 15 of 16 was, moest ik bij een advocaat komen. Hij zei: ‘Jongen, met wat voor een auto rijdt je vader, denk je?’ Hij heeft me duidelijk gemaakt dat mijn vader me graag wilde zien en dat ik net zo’n prettig leven als hij kon leiden. Nu ja, ik was wel ontgoocheld dat hij ‘maar’ met een Volkswagen reed, maar ik ben toch blijven luisteren. Ik had al snel door dat die advocaat van de federale recherche de opdracht had gekregen om over mijn vader te vertellen. Hij had enkele jaren onder bescherming van de recherche geleefd en heette nu Thomas Keller. In São Paulo, in Brazilië, had hij met de hulp van de Duitse overheid een reclamebureau opgericht en voerde hij promotiecampagnes voor Volkswagen. In 1985 is hij naar Duitsland teruggekeerd en is hij als marketingdirecteur begonnen bij een fabrikant van kampeerwagens.»

– En toen wilde hij je terugzien?

Speitel «Ik heb twee weken bij hem en zijn nieuwe vrouw gelogeerd. Dat heeft me wel deugd gedaan, want zo kon ik me in alle rust op mijn opleiding aan de hogeschool voorbereiden – ik moest meer dan tweehonderd gemiste lesuren inhalen.

»De advocaat had me ook gezegd dat hij een stageplaats in een reclamebureau kon regelen. Dat bleek het bureau van jouw vader te zijn, dat ook voor die camperfabrikant werkte. Onze vaders waren goed bevriend met elkaar.»

– Ik zie je nog bij ons thuis in Bielefeld binnenkomen, in 1987 was dat. Mijn vader had de jouwe beloofd dat je tijdens je stage bij ons mocht logeren.

Speitel «Hij was er zelf ondertussen weer vandoor. Een journalist van het magazine Quick had hem herkend op een persconferentie en chanteerde hem: hij moest een anoniem interview toestaan, anders zou de journalist onthullen wie hij in werkelijkheid was. Mijn vader is gezwicht, maar een andere journalist, van het blad Konkret, is hem ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch op het spoor gekomen. Toen zat het spel op de wagen: ‘Volker Speitel heet tegenwoordig Thomas Keller en woont in Gütersloh!’ Hij moest onderduiken, en de federale recherche bezorgde hem weer een nieuwe identiteit, een geheime woonplaats en een andere job.»

– En toen verdween je vader voor de zoveelste keer uit je leven en ben je bij ons gebleven. Hoe heb je die periode ervaren?

Speitel «Bij jullie heb ik de warmte gevonden waar ik lang naar heb verlangd. Daar heb ik echt van genoten. Ik dacht bij mezelf: later wil ik ook zo’n gezin hebben.»

– In 1989 kreeg je moeder gratie, en een jaar later kwam ze vrij. Hoe is dat gegaan?

Speitel «De toenmalige bondspresident Richard von Weizsäcker heeft daar een sleutelrol in gespeeld. Hij heeft haar bezocht in de gevangenis, waar ze een modelgevangene was. Toen ze een minder streng regime kreeg, heeft ze een opleiding tot kleermaakster gevolgd. Ze was niet meer politiek actief, en de president was ervan overtuigd dat ze het terrorisme definitief had afgezworen.»

– Kon zij daarna een nieuw leven opbouwen?

Speitel «Ze heeft erg veel aan die opleiding gehad. Hoe het haar verder is vergaan, vertel ik liever niet. Ze heeft recht op een leven in rust en vrede.»


Prostitutie

– Ik herinner me dat je nog een keer contact met de federale recherche hebt gehad: je wilde namelijk je familienaam veranderen.

Speitel «Dat was eigenlijk een initiatief van je vader. Hij had grote bedrijven als Oetker en het aartsconservatieve Westfalen-Blatt als klant, en hij wilde voorkomen dat hij opdrachten zou verliezen omdat hij de zoon van een terrorist in huis had gehaald. Op weg naar het bureau van de recherche heb ik naar etalages en reclameborden gekeken, op zoek naar een passende naam, en ik heb er ook één gevonden. Die ga ik je niet verklappen, want ik wil mijn familie niet in gevaar brengen.»

'Veel leden van de RAF hadden hun jeugd in een instelling gesleten, en ze hadden allemaal een enorme behoefte aan erkenning'

– Het heeft blijkbaar toch een hele tijd geduurd voor je je weg vond in het leven.

Speitel «Je vader had een plaats bij een groter reclamebureau in Düsseldorf geregeld, maar daarvoor moest ik wel nog een opleiding volgen. Toen heb ik me aan een handelsschool ingeschreven voor de richting bedrijfswetenschappen. Ik slaagde met glans in het eerste jaar, maar toen kon ik plots snel geld verdienen met de import van jeans uit Tsjechië. Ik dacht bij mezelf: ik heb al zo lang anders dan de anderen geleefd, hoe kan ik nog ergens in een structuur passen? Ik was te spontaan en niet vies van risico’s. In plaats van op lange termijn te denken, verloor ik me op zijsporen.»

– We hebben elkaar lange tijd uit het oog verloren. Is het je gelukt met dat snelle geld?

Speitel «Tja... Ik heb als portier gewerkt, en vervolgens een nachtclub en een biljartcafé uitgebaat, maar daarmee heb ik alleen maar schulden opgestapeld. Toen ik geen uitweg meer zag, ben ik een tijdje in het prostitutiemilieu aan de slag geweest, tot ik betrokken raakte bij een schietpartij. Ik heb toen besloten een degelijke job te zoeken. Ik vond werk in de bouwsector en kon me in de loop der jaren opwerken tot projectingenieur in vastgoed. Ik teken en bouw woningen waarin ik zelf zou willen wonen. Ik heb van mijn verlangen naar huiselijkheid mijn beroep gemaakt. En daar ben ik erg tevreden mee.»

– Je hebt nu zelf kinderen, die 11 en 20 jaar oud zijn. Doen zij je aan jouw jeugd denken?

Speitel «Ik verwonder me er vooral over hoeveel zorgen ouders zich over de opvoeding van hun kinderen maken. Ik heb zelf ondervonden dat je geen schade oploopt als je in alle vrijheid opgroeit. De eigenschappen die ik toen heb ontwikkeld, komen mij erg van pas: zelfstandigheid, communicatieve vaardigheden, zonder angst kunnen leven.»

– Dat klinkt alsof de balans van je jeugd best positief uitvalt.

Speitel «Ik heb uiteraard wel een gebrek aan liefde en genegenheid gehad. Ik ging van pleeggezin naar pleeggezin, en ik kon me niet hechten. Dat heb ik pas later begrepen. Als je als kind niets anders kent, mis je niks.»

– Vandaag zien we een nieuwe opstoot van haat, radicalisering en terrorisme – ook uit extreemrechtse hoek.

Speitel «Ik ga er altijd van uit dat mensen worden gedreven door persoonlijke motieven. Geldingsdrang en groepsdruk drijven hen tot terroristische daden, dat was vroeger zo en dat is nog steeds het geval. Ook bij diegenen die meenden naar Syrië te moeten gaan om zich bij IS aan te sluiten. Ik vermoed dat velen pas doorhadden waarin ze verzeild waren geraakt toen ze in een opleidingskamp zaten – maar toen was het natuurlijk te laat om nog terug te krabbelen. Zo is het ook veel RAF-leden vergaan, denk ik. Als iemand hen na een paar maanden een uitweg uit het verzet had getoond, dan hadden ze daar zeker gebruik van gemaakt. Maar die was er niet.»

– Je vader heeft die wel gezocht en gevonden. Hoe beoordeel je zijn gedrag nu?

Speitel «Ik ben veel vergevingsgezinder geworden, ook al heb ik nooit meer direct contact met hem gehad toen hij opnieuw moest onderduiken. Hij heeft als één van de eerste RAF-leden begrepen dat alles wat ze daar tussen de wijn en de joints bekokstoofden, bittere ernst werd, en dat hij moest maken dat hij er zo snel mogelijk wegraakte. De laatste maanden vóór zijn arrestatie werd hij trouwens niet meer op de hoogte gebracht van veel plannen van de RAF: hij gold al een tijdje als een twijfelaar.»

– Waarom gunde de overheid hem een strafvermindering en de kans op een nieuw leven?

Speitel «Dat heeft te maken met de dood van Baader, Ensslin en Raspe in de Stammheim-gevangenis. Mijn vader heeft zelf gezegd dat hij de smokkel had georganiseerd van de wapens waarmee ze zichzelf gedood hebben. Hij heeft er een sleutelrol in gespeeld, dat blijkt ook uit de chronologie.»

– Wat bedoel je?

Speitel «Mijn vader werd twee weken vóór hun dood gearresteerd. Hij heeft zich vrij snel bereid getoond om alle medewerking te verlenen, en wellicht heeft hij toen ook verteld dat er wapens de gevangenis waren binnengesmokkeld. Volgens mij wijst alles erop dat de overheid wist wat er te gebeuren stond, en dat ze de zelfmoorden niet hebben verhinderd.»

– Die these is al meermaals geopperd, maar de bewijzen ontbreken.

Speitel «Veel mensen uit het linkse milieu denken nog altijd dat de staat hen heeft vermoord, maar dat geloof ik niet. Ik ben bijna zeker dat de zelfmoorden werden toegestaan om zo verlost te raken van de RAF.»

'Mijn vader heeft als één van de eerste RAF-leden begrepen dat alles wat ze tussen de wijn en de joints bekokstoofden, bittere ernst werd, en dat hij er zo snel mogelijk weg moest.'

– Houdt de overheid je vader nog altijd een hand boven het hoofd?

Speitel «Dat weet ik niet. Maar ik denk dat niemand nog bang hoeft te zijn dat iemand van de RAF-leden wraak zou willen nemen. Ook niet die drie van de derde generatie, die nu banken beroven om rond te kunnen komen.»

– Zou u op de hoogte gebracht worden als uw vader op sterven ligt?

Speitel «Ja, indirect hebben we nog contact.»

– Hoe zou u uw huidige verhouding met uw moeder beschrijven?

Speitel «We hebben een innige band. Ze heeft het altijd belangrijk gevonden dat ze haar kleinkinderen kan zien opgroeien – zo haalt ze op de één of andere manier in wat ze bij haar eigen kind heeft nagelaten te doen. Ze is een goede oma.»

– Toen u haar destijds in de gevangenis vroeg wat ze had gedaan, zweeg ze. Kent u vandaag het antwoord?

Speitel «Ik heb haar jaren later nog eens met die schietpartij geconfronteerd. Ze antwoordde dat het onmogelijk was te zeggen wie bij die actie welke schoten had afgevuurd. Dat ze bij de ontvoering van Hanns-Martin Schleyer betrokken moet zijn geweest, hebben de speurders vastgesteld aan de hand van vingerafdrukken van haar die zijn teruggevonden op een fiets, die twee straten verwijderd stond van het woonblok waar Schleyer werd vastgehouden.»

– Kunt u aanvaarden dat ze het daar niet over wil hebben?

Speitel «Ja, omdat het voor mij duidelijk is dat ze daarin geen grote rol heeft gespeeld. Veel mensen uit de linkse scene hebben me dat ook bevestigd. En zij hadden geen enkele reden om haar uit de wind te zetten.»

– Begrijpt u dat de nabestaanden na al die jaren willen weten wie de moordenaars waren?

Speitel «Dat kan ik zeer goed begrijpen, maar veel oud-leden van de RAF redeneren: ‘Wij werden door de staat om politieke redenen buitensporig hard gestraft, ook wanneer er geen bewijzen waren tegen individuele daders. Waarom zouden wij dan namen noemen?’»

– Hoe kijkt uw moeder terug op haar daden? Is ze bezig met schuld en boete?

Speitel «Ja, nog altijd. Maar daar hebben we het niet meer over met elkaar. Wat ons vooral bezighoudt, is of oma morgenmiddag op de kleinkinderen kan passen.»

– Jullie hebben geen politiek geladen discussies meer?

Speitel «Ik heb ervaren dat dat erg moeilijk is met vroegere RAF-leden: ze schrikken er vaak voor terug ten gronde te erkennen dat ze politiek op een dwaalspoor waren geraakt. Als ze dat moeten inzien, is het haast niet te verdragen welke gevolgen die ingeslagen weg heeft gehad voor hun leven. En dan moeten ze ook erkennen dat ze anderen onnoemelijk veel leed hebben berokkend.»

© Die Zeit

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234