Klein, maar fijn: zo werkt het tienerbrein: 'Slechte cijfers op school zeggen niks over de latere carrière'

Hoogleraar en neuropsycholoog Jelle Jolles schreef een geweldig boek, ‘Het tienerbrein’. Eindelijk de waanzin in het hoofd van je tiener verklaard! Je begrijpt opeens wat je moet doen als je dochter weer eens op het punt staat te vertrekken in een veel te korte rok en dito naveltruitje, en snapt waarom je zoon het de logica zelve vindt dat uren skateboarden belangrijker is dan huiswerk maken.

'Tieners die grenzen durven te overschrijden, zijn de vernieuwers van morgen'

Jolles was als tiener zelf een geval apart: ‘Ik had in de tweede klas van het gymnasium twee voldoendes, één voor tekenen en één voor lichamelijke opvoeding. Dat ik het toch heb gered is dankzij mijn leraar natuurkunde. Hij keek niet naar mijn cijfers. Hij keek naar míj en zei: ‘Hij komt er wel.’ Dat zou meer moeten gebeuren. Matige cijfers op school zeggen niks over je latere carrière. Dat ik als tiener via de regenpijp het huis in- en uitklom en liever rookbommen in mekaar knutselde dan leerde, doet dat wel. Een brede interesse zou zelfs de norm moeten zijn: tieners horen niet stil te zitten in schoolbanken. Ze leren door te ervaren, niet door te luisteren.»

HUMO De cijfers op een tienerrapport zeggen dus weinig.

Jelle Jolles «Tieners zijn een werk in uitvoering. Je hersenen rijpen tot ver na je 20ste. Onderzoek heeft al herhaaldelijk aangetoond dat zelfs het IQ kan veranderen: kinderen van 10 tot 14 kunnen, onder stimulerende omstandigheden, in een paar jaar tijd twintig IQ-punten stijgen. Daarom is het zo jammer dat kinderen aan het eind van de lagere school al op hun resultaten worden vastgepind: zo, dat is er eentje voor de beroepsafdeling of een technische school. Terwijl dat maar een momentopname is en veel leerlingen in het technisch onderwijs meer potentieel hebben. Er zijn heel wat jongeren die op school veel minder goed presteren dan waartoe ze in staat zijn.»

HUMO Hersenonderzoek verklaart dat volgens u. ‘Hoe goed tienerhersenen zich ontwikkelen,’ is de belangrijkste mededeling in uw boek, ‘hangt heel sterk af van de omgeving waar jongeren tijd doorbrengen en wat ze daar ervaren.’

Jolles «Ja. Hoe ze door hun ouders of de school gestimuleerd worden. Of ze voor de televisie hangen, in de bioscoop zitten, gamen of rondhangen met vrienden: het heeft allemaal z’n invloed.»

HUMO Intelligentie is dus niet iets wat we automatisch erven van onze ouders. In het aloude debat over nature en nurture zegt u dus: hoe slim we zijn hangt af van onze genen, waar we opgroeien en wat we meemaken.

Jolles «Je kunt nature – aanleg – en nurture – opvoeding – niet los van elkaar zien. Het zijn onze genen die ons mogelijkheden geven, maar die mogelijkheden moeten wel getriggerd worden. Een Aboriginal-kind kan aan de hand van de luchtweerstand en fata morgana’s uitzoeken waar er ergens water is; wij kunnen dat niet. Omdat ons brein nooit is gevraagd die vaardigheid te ontwikkelen.

»Context shapes the brain: oefening en ervaring bepalen wat er van onze mogelijkheden gerealiseerd wordt. Ik toon in colleges vaak plaatjes van lange rijen lege kluisjes als metafoor voor het jonge brein. Alle kennis en levenservaring moet er nog in. De verschillende hersendelen liggen te wachten op prikkels om zich goed te kunnen ontwikkelen. De centra zijn in structuur aanwezig, maar ze slapen en moeten, zeg maar, wakker gekust worden. Tienerhersenen gaan ook voortdurend op zoek naar die prikkels, naar alles wat nieuw en bruikbaar is. Hoe goed de kluisjes gevuld worden, hangt dus af van de kwaliteit van de prikkels uit de omgeving. Kinderen die opgroeien met veel inspirerend speelgoed thuis, die ouders hebben die spelletjes met hen spelen, en drie keer per jaar op vakantie gaan, krijgen ervaringen mee die hen vormen. Een onveilige omgeving, gebrek aan spelletjes en boeken fungeren dan weer als een soort van rode stoplichten die de hersenontwikkeling vertragen. Kinderen kunnen hun hersenpotentieel dan niet volledig benutten en missen kansen die er wel degelijk zijn. En als je niet ingrijpt, blijft dat zo, want een kind staat op zijn eigen schouders – wat het eerder heeft geleerd of meegemaakt, bepaalt wat het daarna wil en kan leren en ervaren. Waarmee ik dus niet zeg dat die kinderen niet verder zouden kunnen komen. Integendeel. Ik zeg net dat kinderen die te schraal zijn opgevoed, later nog ervaring en kennis kunnen bijtanken om hun brein te ontwikkelen. Maar we moeten hen daar wel bij helpen.»


Liever stout

HUMO Niet alleen kinderen uit ‘schrale’ wijken, maar ook meisjes presteren onder hun mogelijkheden.

Jolles «Inderdaad. Meisjes doen het beter op de middelbare school en aan de universiteit of hogeschool, maar vijf jaar na het behalen van hun diploma hebben de jongens de meisjes ingehaald op maatschappelijk vlak. Het is jammer dat meisjes die beter zijn, ook niet beter terechtkomen.»

HUMO Ze moeten jongensvaardigheden ontwikkelen, schrijft u. Maar meisjes en jongens zijn van nature toch gewoon verschillend?

Jolles «Deels. Het jongens- en meisjesbrein hebben biologisch gezien andere stuurprogramma’s. Maar de omgeving – opvoeding, dus – bepaalt hoeveel invloed die programma’s hebben. Jongens zijn meer dan meisjes op competitie en het bereiken van doelen gericht en moeten hun spieren ontwikkelen – dat stamt nog uit de tijd van de bizonjacht. Dus jongens springen om het hoogst van trappen en hangen aan takken. Ze zijn motorisch actiever en in hun hersenen zorgt dat voor de ontwikkeling van ruimtelijk inzicht – want ze moeten leren inschatten of ze de sprong halen of over de sloot heen kunnen. Dat ruimtelijk inzicht is nodig voor rekenen en wiskunde, disciplines waar jongens vaker dan meisjes in terechtkomen. Maar meisjes die in hun tienertijd veel met jongens optrekken, net als zij ondernemend zijn en meer voetballen schudden die mogelijkheid in hun hersenen ook wakker. Dus we kunnen hen daartoe stimuleren.

»Nog niet zo lang geleden was iedereen ervan overtuigd dat schaken een mannensport was. De vader van Judit Polgár vond dat onzin, zette zijn drie dochters van kinds af aan voor het schaakbord en nu hoort Judit bij de wereldtop in het schaken.»

HUMO Meisjes zouden hun eigen vooruitgang ook in de weg zitten omdat ze niet jongensachtig en stout genoeg zijn.

Jolles «In de oertijd moesten vrouwen sociale vaardigheden hebben: kunnen overleggen en inschatten wat de intenties en behoeften van anderen waren, begrijpen dat ze het kind van de buurvrouw even moesten bijhouden als die wat wortels uit de grond moest gaan trekken. Meisjes houden vaak te veel rekening met wat de omgeving van hen vraagt: mijn vriendin wil zus, maar mijn moeder vraagt zo en mijn vriend Daan wil weer helemaal andere dingen. Ze worden alle kanten op getrokken door al die eisen waar ze aan willen voldoen, in die mate dat ze eronderdoor gaan. Heel veel tienermeisjes zijn angstig en zouden er veel baat bij hebben mocht een ouder of een leraar hen leren denken: ‘Maar wat wil ik zélf?’ En dan misschien wat meer eigenwijs leren kiezen: ‘Ik ga met Daan mee, ook al wordt mijn moeder dan boos. Want dat is wat ik wil.’ Ze zouden meer risico’s moeten leren nemen. Helaas krijgen meisjes nog steeds de culturele boodschap mee: ‘Denk er wel aan dat je een meisje bent.’ Of: ‘Voetballen is voor jongens.’ En ook al zitten ze dan op een schoolplein vol prikkels die hen achter die bal aan sturen, of die hen stimuleren van trappen te springen: die prikkels komen niet binnen.»

HUMO Maar er zijn toch steeds meer unisex kledingcollecties en meisjes die voetballen?

Jolles «Vind je? Ik zie de laatste twee, drie jaar net weer een enorme toename van roze-voor-meisjes en blauw-voor-jongens. Meisjes mogen ook wel wat gereedschap hebben, maar wat zie je dan in de speelgoedwinkel? Roze hamertjes en tangetjes met lieve oogjes erop. Zo creëren we meisjes die biologie en exacte wetenschap wel leuk vinden, maar toch maar talen gaan studeren.»


Breinpolitie

HUMO Ik dacht altijd dat we de waanzin van tieners vooral moesten intomen. Nee, zegt u: risico’s nemen en onverstandige dingen doen, daar leer je van.

Jolles «Absoluut. Tieners die grenzen durven te overschrijden, zijn de vernieuwers van morgen – de Zuckermannen van morgen, zeg maar. Als je in je leven nooit een risico hebt genomen, raak je daar niet.

»Ik ben vaak moeten vluchten voor de politie – als ik weer eens naar karpers aan het vissen was waar het niet mocht. Mijn moeder heeft me altijd aangemoedigd om andere wegen te zoeken en veel te proberen. Alleen als ik op het punt stond mezelf in de fik te steken, greep ze in. En zo heeft ze me geprikkeld om me breed te ontwikkelen.»

'Een baby leert eten en kaka doen, een kleuter leert functioneren in het gezin en dan ben je tiener en is daar – wham! – opeens: de wereld'

HUMO Dan moeten kinderen uit kansarme omgevingen, die ook vaak grensoverschrijdende dingen uithalen, dus veel leren.

Jolles «Nee, want er moet óók – bij voorkeur liefdevolle – feedback zijn, van ouders, oom Wim, een leraar of een buurman die op een gegeven moment zeggen: ‘Dit kan echt niet.’ En vervolgens ook uitleggen waarom niet. Is er zo niemand, dan ga je als tiener op den duur zó ver buiten de lijntjes kleuren dat je echt door de politie wordt opgepakt omdat je iets doet wat gevaarlijk is, niet alleen voor jezelf maar ook voor anderen.»

HUMO Ook als ze ouder dan 14 zijn, hebben tieners hun ouders nog nodig als vervangende prefrontale cortex, de dirigent maar ook wel politieagent van het brein. Dat is wat ik tot nu toe altijd dacht: het probleem is gewoon die prefrontale cortex, waardoor ze hun impulsen niet kunnen regelen.

Jolles «Zelfs de tieners gebruiken dat simplistische idee: ‘Sorry mam, ik kan mijn huiswerk niet maken, want mijn prefrontale cortex werkt nog niet. Dus ik ga nu buitenspelen.’ Maar zo simpel is het niet. Die prefrontale cortex is zich al aan het ontwikkelen vanaf je 2de levensjaar. Maar de vorming van de controlefunctie komt in de tienertijd pas echt op kruissnelheid en duurt tot ver na je 20ste.»

HUMO Controlefunctie?

Jolles «Alles wat te maken heeft met zelfregulatie, doelgericht werken, impulsbeheersing, kiezen, plannen, prioriteiten stellen, consequenties overzien op korte én lange termijn. Ik noem dat ‘executieve functies’. In eerste instantie helpen die om beter te presteren op school en daarna om positie in te nemen in de wereld, om plannen – voor straks of voor de toekomst – te maken en om te begrijpen hoe de wereld werkt. Met de juiste prikkels en ervaringen kun je de ontwikkeling van die functie versnellen.

»Veel kinderen van 12 zijn nauwelijks in staat om morgen te onderscheiden van overmorgen. De termijn van ‘over een week’, die wij als volwassene moeiteloos kunnen overzien, is voor hen te abstract. Ook 15-jarigen kunnen dat vaak niet, ook al zeggen ze van wel. Ze kunnen ook moeilijk de gevolgen van hun gedrag bevatten, op korte termijn en op lange termijn. Zelf zien ze dat gewoonlijk anders: ‘Ik kan dat allang!’ Het moeilijke aan opvoeden is dat je steeds opnieuw moet zien: kunnen ze het nu wel of niet? Je moet te weten komen of je de teugels kunt loslaten.»

HUMO Tijdens het lezen van uw boek dacht ik soms: ‘Zoveel verantwoordelijkheid. Hoe moet ik ze die executieve functies bijbrengen?’

Jolles «Eigenlijk is het een kwestie van coachen. Ze laten leren van hun ervaringen en erover praten. Het is ook goed om ze te laten doen: láát hem maar een keer beslissen zijn huiswerk niet te maken. Hij zal wel voelen wat er dan misgaat. En dán moet je feedback geven. Negatieve ervaringen zijn heel belangrijk omdat je hersenen daar veel van leren. Een tiener leert keuzes te maken door de consequenties van zijn handelen te ervaren. De ouder kan helpen om dat te verwoorden.»

HUMO Je moet hen dus in het wilde weg ervaringen laten opdoen?

Jolles «Niet ‘in het wilde weg’, maar wél gevarieerd. En het wel een beetje in de gaten houden, natuurlijk. Kijk, je moet gewoon begrijpen: een baby leert eten en kaka doen, een kleuter leert functioneren in het gezin en dan ben je tiener en is daar – wham! – opeens: de wereld, met al haar lastige sociale relaties. De hersenen krijgen de opdracht: zoek daarin je weg. Tieners stórten zich daarin: smaken, emoties, lichamelijke sensaties – ze willen alles het liefst hier en nu beleven. Zin in chocola betekent: nu een Mars kopen. Tieners zijn creatieve leermachines, al hun emotionele circuits zijn op nieuwe ervaringen en het aftasten van sociale contacten gericht. Ze willen: nieuw, nieuw, nieuw!

»Een toets voorbereiden, eindelijk dat telefoontje plegen of boodschappen doen voor de supermarkt sluit: het zijn zelfs voor de jonge volwassene dilemma’s, omdat de vaardigheid om zich even van de primaire interesses los te maken en prioriteiten te stellen, nog in volle ontwikkeling is.»


I like!

HUMO Wat vindt u zelf eigenlijk de meest opmerkelijke bevinding van uw onderzoek?

Jolles «Wat ik heel spectaculair vond, is dat er op MRI-scans hersendelen oplichten als tieners naar tieners kijken, of naar dingen die tieners doen. De hersenen vinden dat leuk: ze liken die ervaring en als hersenen iets liken, gaat het meteen de kluisjes in. Als je hun daarentegen een foto van hun leraar of hun ouders laat zien, dan gebeurt er in die hersens helemaal niks.

»Een tienerbrein is totaal niet geboeid door school of door ouders, maar is vrijwel alleen geïnteresseerd in leeftijdgenoten of degenen die ietsje ouder zijn en al gitaar spelen of mooie kleren dragen. Dat verklaart waarom tieners constant bezig zijn met dingen die ouders niet belangrijk vinden.

'Een tienerbrein is vrijwel alleen geïnteresseerd in leeftijdgenoten of degenen die ietsje ouder zijn en al gitaar spelen'

»Neem nu hangjongeren. ‘Ik snap niet,’ zegt een moeder, ‘wat mijn dochter daar doet. Die staat nu al vier uur buiten en doet helemaal niks.’ Maar dat is niet zo. Ze doet verschrikkelijk veel. Ze kijkt en luistert naar wat er in de groep gebeurt en slaat op: ‘Die is populair. Die staat hoog in de hiërarchie. Hoe komt die daar? Waar sta ik?’»

HUMO Tieners zijn bezig met rangorde?

Jolles «Ja. Met hun positie in de groep: Tineke vindt Emma eigenlijk vervelend, maar ze is wel mooi en iedereen vindt dat. ‘Hoe zou ik zelf willen zijn?’ denkt Tineke. Ze praat er met haar moeder over, leert wat jaloezie is. ‘Zou ik jaloers zijn,’ denkt ze? Maar haar moeder zegt: ‘Jij bent goed in tennis. Emma heeft geen vriendje. Jij wel. Dat is toch iets om trots op te zijn?’»

HUMO U ontwierp voor scholen een cursus: Leer Je Brein Kennen.

Jolles «Ja, het is niet simpel om met saaie leerstof de concurrentie aan te gaan met die mateloze interesse in elkaar, maar je zou eens moeten zien hoe razend interessant tieners dat vinden. Ze ontdekken woorden voor de dingen waar ze mee worstelen: ‘Aha, ik ben kennelijk niet zo geconcentreerd.’ Een ander denkt: ‘Ik ben, geloof ik, impulsief.’ Hij snapt dat hij zijn tijd verdoet met non-informatie als hij constant in een reflex naar z’n telefoon grijpt als er een WhatsApp-bericht binnenkomt. Om hen met die impulsiviteit te helpen leren we het ‘Stop-Denk-Doe’-principe aan: stop, denk na over wat je gaat doen, en doe pas daarna.

»We proberen de jongeren ook te doen inzien dat ze de neiging hebben hun eigen keuzes en beslissingen aan te passen aan de leeftijdgenoten met wie ze zo intensief bezig zijn. Veel tieners hebben last van die groepsdruk: ze willen eigenlijk een andere kant op dan hun vrienden, maar gaan toch mee. Je kunt hun uitleggen dat het hun brein is dat hen in dezelfde richting stuurt, maar dat je daar toch afstand van moet proberen te nemen en uitzoeken wat je zelf wil. Want op je 24ste zijn die vrienden er waarschijnlijk niet meer en dan ben je blij dat je je eigen interesses hebt gevolgd. Als je dat uitlegt en ook vraagt dat ze zich daar een voorstelling van maken, krijgen ze veel meer vat op hun functioneren.»

HUMO En hoe krijg je hen aan het studeren? Want dat is vaak het laatste van hun zorgen.

Jolles «Dat is de taak van de leraar, die ook meer zou moeten weten over hoe het tienerbrein werkt. Ze zullen hun leerlingen moeten prikkelen, door uit te leggen waaróm ze iets moeten leren, wat er belangrijk aan is. Dat Latijn en Grieks de basis voor ons denken en onze democratie heeft gelegd. Veel met beeldmateriaal werken helpt ook: hun hersenkluisjes houden van beelden. Die beklijven.

»Maar scholen moeten vooral de middelen krijgen om de ‘schrale’ groep te helpen. Er gaat nu al veel geld naar die groepen omdat de kans op ADHD en antisociaal gedrag daar veel groter is. Maar als ze dat geld in leerervaringen en het oefenen van executieve functies zouden stoppen, dan zouden die problemen voor een stuk kunnen worden voorkomen en zou het rendement veel groter zijn.»

HUMO U stelt het allemaal heel beheersbaar voor. Maar hoe leg je als moeder aan je tienerdochter uit dat haar rokje écht te kort is als zij het probleem niet ziet?

Jolles (lacht) «Ze begrijpt nog niet wat haar verschijning met de omgeving doet. Dat is een heel belangrijk punt. Dat de lichamelijke en de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling er vaak niet hetzelfde tempo op na houden. Veel tieners zien eruit als een 16-jarige terwijl ze nog denken als een 14-jarige. Ook jongens. Er al als een adonis uitzien lijkt een voordeel voor hen, maar het is een nadeel. Zo’n kereltje wordt door andere jongens aangesproken als een 16-jarige en gaat onder druk van hen meer risico’s nemen dan hij eigenlijk aankan. Meisjes zijn in hem geïnteresseerd – op zich is dat leuk, maar hij heeft helemaal de vaardigheden niet om goed te communiceren, laat staan om een stabiele seksuele relatie met zo’n meisjes aan te gaan.

»Voor meisjes liggen de zaken nog veel ingewikkelder. Een meisje dat er lichamelijk bijna volwassen uitziet, maar nog denkt als een jonge tiener, kan reacties van mannen krijgen die ze niet begrijpt. Mogelijk gaat ze mee met iemand die seks wil, terwijl ze nauwelijks weet wat dat inhoudt en er eigenlijk nog niet aan toe is. Voor je het weet belandt ze in situaties waarin ze helemaal niet meer met school bezig is, haar vrienden niet meer ziet en misschien met drugs begint.»

HUMO En als er iets funest is voor de ontwikkeling van een tienerbrein, dan wel drugs en alcohol.

Jolles «Er is heel veel wetenschappelijk onderzoek dat laat zien hoe gevoelig het ontwikkelende brein is voor de effecten van alcohol, drugs en tabak. Wie voor z’n 15de begint te drinken, heeft vier keer meer kans om een probleemdrinker te worden. En de manier waarop amfetamines en cocaïne het functioneren van de hersencellen aantasten, kan een levenslang effect hebben op de hersenrijping. Ik wil dit wel even vermelden, maar de hoofdbedoeling van mijn boek is net om de tienertijd niet af te schilderen als een periode van problemen en dreigingen, maar als één van kansen en mogelijkheden, een vreselijk spannende tijd waarin kinderen zoveel mogelijk moeten experimenteren.»

Jelle Jolles,

‘Het tienerbrein’,

Amsterdam University Press

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234