Klein postorderbedrijf wordt wereldspeler en nieuwe messias: op zoek naar het succes van IKEA, deel 2

Als 5-jarige verkocht Ingvar Kamprad lucifers. Op z’n 30ste was de jongen met de zwavelstokjes een chique zakenman in een Porsche. Anno 2017 kijkt de stichter naar een imperium met 392 winkels in 48 landen. De jonge Kamprad had een missie: een zo aangenaam mogelijke leefomgeving creëren voor zoveel mogelijk mensen. Die missie is nog altijd het ‘evangelie’ van IKEA.


Lees ook: Nazisympathieën, belastingontwijking en slimme communicatie: het geheim en het succes van IKEA

'Er wordt gezegd dat één op de tien Europese baby's in een IKEA-bed verwekt is'

Met reporter en onderzoeksjournalist Bosse Vikingson (van de krant Smålandsposten) rij ik het stadje uit. De weg loopt langs een bevroren meer. Stuifsneeuw waaiert over het asfalt. In de schaarse gehuchten liggen boerenhuizen verspreid. Het landschap is hier al honderd jaar hetzelfde; soms komen wolven tot hier. Na achttien kilometer bos, rotsen en heide stoppen we in Elmtaryd. Hier ontstond het vierletterwoord IKEA. De IK staat voor stichter Ingvar Kamprad; de EA voor Elmtaryd, deel van het dorp Agunnaryd. De wind snijdt langs de huizen. Eén boerderij heeft een oprijlaan en een vlaggenmast met Zweedse wimpel, in dit huis is Kamprad opgegroeid. Bij het tuinhek bevindt zich een houten hok. Daarin stonden vroeger de kitten met verse koeienmelk; de chauffeur van de tankwagen die ze kwam ophalen, nam ook de postpakjes mee. Zo kleinschalig was het beginnende postorderbedrijf IKEA.

Het wereldimperium is in een niemandsland ontstaan.

Op de terugweg rijden we langs de IKEA van Älmhult. De vlaggen klapperen in de kou. Voor de kooptempel ligt een immens parkeerterrein. Wie knus wil wonen, moet blijkbaar inkopen in desolate vlaktes vol asfalt en ijzerkarren.

Bosse vertrekt naar zijn redactie. Ik nestel me in de comfortabele gemeentebibliotheek en lees over de geschiedenis van de provincie Småland. In de 19de eeuw was het hier zo armoedig dat het tot een massale leegloop kwam. En terwijl tienduizenden naar Amerika emigreerden, kwamen Kamprads voorouders zich hier vestigen in 1896. Zij waren niet arm. De herenboeren uit Sudeten-Duitsland hadden geld om grote stukken bos en land te kopen.


Het ouderlijk huis van Ingvar Kamprad in Elmtaryd, waar hij z'n postorder­bedrijfje oprichtte.

Die Duitse achtergrond heeft meegespeeld bij de nazisympathieën van de jonge Kamprad (zie deel 1). Maar ook in die Zweedse boerendorpen was er in de jaren 30 en 40 sympathie voor Hitler en het Germaanse Rijk. De ideologie van toen steekt nu weer de kop op, zegt Bosse Vikingson: ‘De nationalistische partij Sverigedemokraterna – met 47 zetels in het parlement – haalt op dit platteland heel veel stemmen met haar ultrarechtse gedachtegoed.’


KLANT N° 151

De bib heeft één zwart-witfotoboek over het landelijke Älmhult van voor IKEA. Ik zie een flink station, een eenvoudig hotel, brandweermannen op de antieke ladderwagen en amper auto’s in de straten. In 1962 verschijnt het eerste rock-’n-rollbandje, het Ulrik Lindholms Orkester, met saxofoon, gitaar en drumstel. Ze heffen de benen in de smalle broekspijpen, let’s twist again.

Om halftwaalf begint het hevig te sneeuwen. De sneeuwdrift jaagt de voorbijgangers dicht onder hun regenscherm. Bosse heeft een afspraak gemaakt met één van de eerste leveranciers van Kamprad. Zijn auto is dik ingesneeuwd. ‘Welcome to Sweden!’

De familie Spång heeft al zeventig jaar een klein meubelbedrijf in Älmhult. Stefan Spång (69) ontvangt ons in zijn atelier, waar nog zetels uit de jaren 50 en 60 staan. De schuine poten, het Expo-achtige design, die vintage zou nu goed verkopen. Ingvar Kamprad heeft in een toespraak ooit gezegd dat twee meubelmakers van Älmhult heel belangrijk zijn geweest in zijn beginjaren. ‘Hij noemde Elfser én Spång.’ Stefan Spång is er trots op. Hij en zijn broer ontwerpen nog altijd huisdecoratie voor IKEA. ‘Maar alleen in kleine oplage, uitsluitend voor de kantoren van het bedrijf.’

Tussen 1954 en 1970 heeft Spång zo’n 25 zetels en stoelen ontwikkeld voor IKEA. Hij zegt dat heel de streek bekendstond om zijn meubelnijverheid.

'Trump, Obama en IKEA: ze hebben een succesverhaal waarmee ze kunnen winnen'

STEFAN SPÅNG «Je had honderden familiebedrijfjes, het atelier was vaak niet groter dan een achterhuis. M’n vader Harald had een zetelfabriekje met een goeie reputatie. In 1954 had hij vijftien arbeiders en 150 klanten, grote en kleine meubelzaken in heel Zweden. Ingvar Kamprad was ‘klant nummer 151’ voor hem. Niks speciaals. Niemand kon toen vermoeden hoe groot hij nog zou worden.

»Elke winter speelden die meubelfabriekjes een ijshockeywedstrijd op het meer. IKEA moest bij ons spelers komen lenen; Kamprad had geen volk genoeg om een team op te stellen, zo klein waren ze. De eerste winkel van Kamprad en het fabriekje van m’n vader lagen vlak bij elkaar. Ging m’n vader naar het centrum, dan kwam hij er telkens voorbij. Op een dag gingen we met een nieuwe zetel naar de lokale fotograaf; die foto moest in een folder komen. Ingvar zag die zetel op onze stootkar en hij kwam z’n kantoor al uit gelopen: ‘Ik koop ’m!’ Dat is meer dan eens gebeurd. Zo wist hij dat het model niet naar de concurrentie zou gaan.»


SOCIAAL INCAPABEL

SPÅNG «Eigenlijk was hij bot, zelfs sociaal incapabel. Nu zegt iedereen hoe joviaal hij wel is, maar toen was hij teruggetrokken, een bedachtzame pijproker die alles vanop een afstand bestudeerde. Mijn vader kon goed met hem opschieten omdat ze allebei heel direct waren. Dan kwam Ingvar ons atelier binnenvallen en zei met een vloek: ‘Harald, kom hier, ik wil zakendoen!’ Dat was geen onderhandelen, dat was blaffen: ‘Ik wil dat voor die prijs!’ ‘Doe ik niet!’ ‘Val dood!’ Nooit gepingel, nooit zoete broodjes.»

HUMO Overal lees je dat Kamprad in zijn beginjaren geboycot werd door de bond van de meubelhandelaars. Die wilden hun commercie beschermen tegen de discounter die zwaar onder de prijzen van de gevestigde merken ging. De bond zou zelfs meubelfabriekjes afgedreigd hebben: wie nog levert aan IKEA, zal geboycot worden door de grote meubelwinkels.

SPÅNG «Ik denk dat dat fel overdreven is. Mijn vader leverde in heel Zweden, en ik heb hem nooit horen vertellen dat hij of anderen geboycot werden. Ik weet wel dat Ingvar een verbod had gekregen om op sommige meubelbeurzen te staan. Maar dat wist hij meestal te omzeilen.»

'Nu is Kamprad een vrek en sjofel ­gekleed. Maar op z'n 30ste was hij een dandy met een witte Porsche en roodleren stoelen.'

HUMO Was er in Älmhult geen afgunst tegenover zijn plotse rijkdom en succes?

SPÅNG «Ik heb nooit iets van afgunst gemerkt. Eerder ontzag. De mensen wisten dat hij hard werkte. En nu staat Ingvar bekend als vrek, maar toen liet hij het breed hangen. Hij was de geslaagde zakenman die op z’n 30ste een witte Porsche met roodleren stoelen kocht. Hij reed trouwens heel traag met die Porsche, hij was geen goeie chauffeur (lacht). Je mocht zien dat hij rijk was. Hij was een dandy, droeg modieuze kleren. En moet je hem nu zien: zo sjofel!»

Bosse heeft gehoord dat hij zich anders ging kleden toen hij op z’n 35ste naar Polen trok. ‘Daar moest hij zich aanpassen aan de communisten en hun gewone-mensenkleren.’

In 1961 brengt Kamprad een groot deel van zijn productie naar Polen. Dat was zogezegd ook een gevolg van die boycot door de meubelbond. Dat de Poolse lonen vier keer lager waren dan de Zweedse zal wel de voornaamste reden zijn geweest, en zonder dat enorme prijsvoordeel had IKEA wellicht nooit tot de wereldmarkt kunnen doordringen.

Bosse en Spång hebben het erover dat Kamprad in 2014 en na 36 jaar Zwitserland toch weer in Älmhult woont. En om in de terminologie te blijven: het is geen kást van een villa, Kamprad betrekt een eenvoudig landhuis bij het Möckelnmeer. Stefan zegt dat z’n vader hem al die jaren met grote bewondering is blijven volgen. Toen zijn vader in 2003 stierf, was Kamprad niet op de begrafenis. ‘Maar hij schreef vader wel een brief in de laatste maanden van z’n alzheimer. Vader was toen al erg verward, maar hij huilde, zo aangedaan was hij toen hij die handtekening zag.’


IN BED MET IKEA

De sneeuw en de wind zijn gaan liggen. In de avondschemer is Älmhult weer vol vrolijke beweging, als op een prentkaart. Op het plein rollen kinderen een sneeuwman onder de kerstboom met lampjes. De bevroren rijweg blinkt als de bel van een sledepaard.

’s Avonds lees ik in ‘IKEA, het geheim van het succes’ van de Duitse journalist Rüdiger Jungbluth. Hij besteedt veel aandacht aan de beginjaren. Zo heeft IKEA aanvankelijk vooral eiken meubelen verkocht, wat donker hout is. Pas toen men eind jaren 60 ging importeren vanuit het communistische en goedkope Tsjechoslovakije, werd het grenenhout ontdekt, het lichtgetinte hout dat iedereen nu met IKEA én met Zweden associeert.

De volgende dag reis ik door naar Stockholm, een stad met grote bruggen over een rivier waarin op zalm kan gevist worden. Het is de stad waar het stockholmsyndroom ontstond, waar Bob Dylan zijn Nobelprijs niet ging ophalen, en waar Kamprad al in 1965 een grootwarenhuis van 55.000 m2 opende, een geweldige sprong voorwaarts van het bedrijf.

Professor Sara Kristoffersson is kunsthistorica en doceert designgeschiedenis aan de kunstacademie van Stockholm. In 2015 schreef ze ‘Design by IKEA’, een cultuurhistorische studie over het bedrijf. Tijdens het interview zal ze meermaals pruimtabak onder haar bovenlip duwen, ik zal doen alsof ik dat dagelijks zie. Ik vraag haar of IKEA zich van bij het begin als ‘Zweeds’ heeft geprofileerd.

SARA KRISTOFFERSSON «Zeker niet. Van 1948 tot 1961 schreef Kamprad Ikéa met een accent aigu, en hij had meubels die Antoinette, Lido en Capri heetten. Dat Zuid-Europese tintje moest het Zweedse publiek charmeren. Toen ze in de jaren 70 hun eerste buitenlandse winkels openden in Zwitserland en Duitsland, hadden ze een kleine Viking en een grote eland in hun logo. Dat was humoristisch bedoeld, om aan te geven dat ze Scandinavisch en onconventioneel waren. Die echte Zweedse identiteit zijn ze pas begin jaren 80 beginnen te promoten.»

HUMO Ook opmerkelijk: hoe multinationaler IKEA werd, hoe ‘Zweedser’ het zich ging voordoen.

KRISTOFFERSON «Dat klopt. En ze zijn een buitenbeentje. Van alle grote merken zijn zij de enigen die hun nationaliteit zo uitspelen. Bij Coca-Cola heb je die Amerikaanse reflex bijvoorbeeld niet.»

HUMO Het is alsof ze willen zeggen: wij zijn geen multinational, wij zijn nog altijd national en local.

KRISTOFFERSSON «Het is geen kwestie van lokaal tegenover geglobaliseerd. Het is een kwestie van je te onderscheiden van de rest. Als je hun catalogus en winkels bekijkt, dan zit die Zweedse identiteit overal: in de namen van de producten (ook al zijn sommigen Deens en Noors), in de natuurfoto’s met de rood-wit gelakte huizen, in de gehaktballetjes, in het ballenbad dat Småland heet. Het is een raster dat ze overal op leggen.»


FROM ZERO TO HERO

Volgens een urban legend zou één op de tien Europese baby’s in een IKEA-bed verwekt zijn. De Duitse auteur Jungbluth noemt IKEA een ‘culturele wereldmacht zoals McDonald’s en Coca-Cola: over heel de aardbol drukt IKEA zijn stempel op de smaak van honderden miljoenen mensen’.

'In het begin schreef Kamprad Ikéa met een accent aigu, en hij had meubels die Antoinette, Lido en Capri heetten. Dat Zuid-­Europese tintje moest het Zweedse publiek charmeren.'

Ik zag mezelf niet als een IKEA-meeloper. Maar voor m’n vertrek moest ik vaststellen dat ook mijn huishouden niet bepaald IKEA-vrij is. Qua meubels is het nog bescheiden: vijf boekenkasten en een eenzit. Maar verder ook: een wok, glazen, bestek, ontbijtkommen, voorraadpotten, één vaas, twee prikborden, voorts enkele handdoeken, badmatjes, kussens, donsdekens, kaarsen en leeslampen. Meer dan ik gedacht had.

In de Zweedse huishoudens zou zelfs een derde van alle meubelstukken bij IKEA gekocht zijn. Dat IKEA in zoveel miljoenen huizen binnenstapt, ligt volgens Kristoffersson niet enkel aan de producten en de lage prijzen, maar ook aan het sterke verhaal van IKEA.

KRISTOFFERSSON «Elk succesbedrijf heeft een sterk verhaal waarmee het sympathie kan opwekken bij de consumenten. Zoals Apple: door de eigenzinnige pionier Steve Jobs kunnen zij zich nog altijd profileren als de rebel die het opneemt tegen de dinosaurussen in de ICT-wereld. Het verhaal van IKEA is dat van het klein postorderbedrijf dat een wereldspeler werd. Al vanaf de jaren 80 zijn ze dat gaan commercialiseren, lang voordat de term ‘corporate storytelling’ bedacht werd.»

HUMO Het IKEA-museum gaat helemaal op in dat verhaal van kleine-verkoper-wordt-gigant.

KRISTOFFERSSON «Dat is geen museum, dat is entertainment, pure marketing van dat ene verhaal: from zero to hero. Een echt museum heeft niet zo’n rechtlijnig verhaal waarbij alle controverse is weggeboend, zoals hun voorkeur voor het produceren in lageloonlanden. Daaruit blijkt ook de kracht van die grote merken: ze schrijven hun eigen geschiedenis en de media kunnen er niet omheen. Die moeten dat verhaal wel reproduceren, want er is maar één bron.»

HUMO In het IKEA-museum en in de biografie van Kamprad is er ook veel aandacht voor die boycotperiode eind jaren 50. Maar een zetelmaker zei me dat die kwestie allicht overroepen is.

KRISTOFFERSSON «IKEA gebruikt die boycot volop in zijn verhaal, en het is mogelijk dat ze die tegenstand belangrijker maken dan hij was. Immers, hoe groter het obstakel en de vijand, hoe groter ook de held die ze overwint. Tegenover die grote meubelbond stellen zij Kamprad als underdog: het bedrijf weet heel goed dat mensen daarmee sympathiseren.»

HUMO Maar waarom zou het bedrijf zweren bij net dat éne verhaal?

KRISTOFFERSSON «Omdat het een succesverhaal is. Dat trekt mensen aan, mensen willen in zo’n succesverhaal geloven. En als journalisten kritische commentaren publiceren, dan wordt hun pr kregelig, want zij willen geen krassen op dat verhaal. Die naziconnecties van de jonge Kamprad, dat komt bij hen over als een regelrechte aanval op hun verhaal en op hun bestaansgrond.»

Ik maak de vergelijking met politieke partijen. Ook zij zijn op zoek naar een narrative. Als de traditionele socialistische partijen in West-Europa achterophinken, dan zegt men dat ze geen Groot Verhaal meer hebben. Obama had de narrative van de jonge advocaat die zich kon opwerken tot eerste zwarte president. En Trump had de narrative van de politieke outsider die zijn miljardensucces in zaken aanwendt om Amerika weer groots te maken.

HUMO Telkens is er het succesverhaal van de buitenstaander: van zero to hero.

KRISTOFFERSSON «Ja, en wie het beste verhaal heeft, wint. Of het nu om verkiezingen gaat of meubels verkopen. Dat soort narratives zal alsmaar belangrijker worden omdat we zo omringd en omstuwd worden door zoveel populaire cultuur. Een populaire fictieve tv-serie over de Amerikaanse politiek kan nu meer gaan betekenen dan wat CNN of de kranten over diezelfde Amerikaanse politiek schrijven. Zo’n tv-verhaal kan zelfs het denken over de Amerikaanse politiek gaan beïnvloeden. Zo’n verhaal wordt dan pertinent omdat mensen erin willen geloven.»

HUMO Op het vlak van huisinrichting gaat men dan ‘geloven’ in IKEA, zoals men gelooft in Obama of in Trump?

KRISTOFFERSSON «Het lijkt inderdaad op geloven, of alleszins vertrouwen. En je kan ook de vergelijking maken met politici: hoe IKEA naast meubelen ook een bepaalde lifestyle en een bepaald waardenpatroon verspreidt, dat lijkt erg op het verspreiden van een politiek idee. IKEA spreekt immers over zijn missie, zelfs over zijn sociale verantwoordelijkheid: dat ze het leven van alledag aangenaam willen maken voor zoveel mogelijk mensen. Die missie komt uit de Zweedse welvaartsstaat, zeggen ze. Dat model voorzag een aangename leefomgeving voor zoveel mogelijk mensen. Met zuivere natuur, goede sociale voorzieningen en gelijke kansen voor zoveel mogelijk mensen.

»Dat model is een model uit de jaren 70, toen de sociaaldemocraten aan de macht waren. En dat model was een succesmodel, dus dat is weer zo’n verhaal dat mensen willen horen. Maar daar zit ook de dubbelzinnigheid: de sociaaldemocraten waren bezig met het opbouwen van een land. IKEA is bezig met het verkopen van meubelen. They don’t build a country, they make money.»


ANTI-VAKBOND

KRISTOFFERSSON «En nog iets: als IKEA meubelen wil verkopen op de ‘rug’ van dat sociaaldemocratische welvaartsmodel, dan moet je ook beseffen dat die welvaartsstaat er gekomen is door belastingen. En op dat gebied is IKEA een slecht rolmodel, met al zijn fiscale constructies via de belastingparadijzen.

'Iemand betaalt een prijs voor die democratisch goedkope meubelen, en dat zijn de arbeiders in lageloonlanden'

»Op zich is dat niet choquerend: alle multinationals ontduiken belastingen, maar in het geval van IKEA is het wel stuitend. Omdat hun narrative helemaal gebaseerd is op dat Zweedse welvaartsmodel. Als IKEA een politieke partij zou zijn, zouden de media hen aanspreken op die dubbelzinnigheid. Maar een commercieel bedrijf wordt ongemoeid gelaten in zijn retoriek. Ze komen ermee weg, want ze hoeven geen verantwoording af te leggen in het parlement, ze kunnen niet afgestraft worden bij verkiezingen.»

HUMO Intussen is dat Zweedse ideaalbeeld, dat harmonische maatschappijmodel, wel aan het afbrokkelen. Er zijn minder sociale voorzieningen en er zijn opkomende partijen die xenofobie promoten in plaats van gelijkberechtiging.

KRISTOFFERSSON «Zweden is nog altijd vooruitstrevend, maar het begint meer en meer te lijken op andere Europese landen. Tegelijk zie je dat de Zweedse regering IKEA nog meer als een ambassadeur gaat gebruiken. IKEA verkoopt een veel beter beeld van Zweden dan de Zweedse regering zelf. IKEA heeft nu het ‘patent’ en onze regering heeft IKEA nodig om nog iets te betekenen in de wereld.»

Dat IKEA zijn sociale verantwoordelijkheid weleens anders interpreteert, blijkt uit artikels over hun anti-vakbondsgedrag in de VS. In 2008 wilden de werknemers in Virginia een vakbond oprichten in een fabriek waar ze onder andere Billy-boekenkasten maken. Drie jaar duurde het eer IKEA overstag ging. Al die tijd brachten ze dure advocaten in stelling, union busters die erin gespecialiseerd waren het legale karakter van een vakbond aan te vechten. In 2016 ontrolde zich een identiek scenario in de IKEA-vestiging van Stoughton Massachusetts; daar liet het management verstaan dat de werknemers voordelen en loon zouden verliezen als er een vakbond werd opgericht.

'Meubels zijn als mode geworden: wat je niet meer graag ziet, gooi je buiten.'


ROBIN HOOD

HUMO In een filmpje in het museum zei een designer: ‘Wij werken niet voor consumenten, we work for the people.’ Dat klinkt haast als Mao.

KRISTOFFERSSON «De vergelijking is niet zo vergezocht, want Ingvar Kamprad heeft midden jaren 70 ‘Het testament van een meubelhandelaar’ geschreven, en dat document wordt nog altijd gebruikt in de opleiding van IKEA-stafpersoneel. Het is een soort catechismus waarin het concept IKEA is vastgelegd. Zij noemen het zelf hun Blauwe Boekje, naar analogie met Mao’s Rode Boekje.»

In Älmhult heeft IKEA zijn Culture Center Tilsammans (letterlijk: tesamen). In dat complex moeten alle IKEA-executives een intense initiatie ondergaan. Volgens Bertil Torekull, de officiële biograaf van Kamprad, ligt daar ‘het spirituele centrum’ van IKEA. ‘Je wordt er opgeleid in de IKEA-cultuur en leert dat IKEA geen gewoon bedrijf is, dat het een sociale missie heeft: het leven van alledag aangenaam maken voor zoveel mogelijk mensen. Dat is the true spirit, het ware geloof. En de bijbel is dat ‘testament’ van Kamprad.’

HUMO Ik las dat testament. De tekst staat vol geboden en gemoraliseer en eindigt bijna als een heilsprofetie: als je deze spirit volgt, dan wacht je een glorieuze toekomst. Dat klinkt alsof ze de messias in huis hebben.

KRISTOFFERSSON «Het heeft zeker een religieuze teneur. Kamprad spreekt daarin als een vader, als een voorloper tot zijn discipelen.»

HUMO Het IKEA-evangelie blijkt tegenwoordig meer aan te slaan dan dat van het christendom, als je het aantal catalogi naast de bijbelverkoop legt. Naast die religieuze spirit heeft IKEA ook een sociaal-politieke retoriek. In hun catalogus staan slogans als: democratisch design! Design for the people!

KRISTOFFERSSON «Ik noem dat de Robin Hood-retoriek. Robin Hood was de struikrover die van de rijken stal en het aan de armen gaf, een soort herverdeling. Ook weer een sympathiek verhaal waarin mensen willen geloven. IKEA neemt niks weg van de rijken. Maar Ingvar Kamprad is wel de Robin Hood die opbokst tegen de rijke meubelfederatie die hem wil boycotten. Hij is de man die voor de goede zaak vecht: hij wil de mensen met een gewoon inkomen toch mooie meubelen verschaffen! Dat was Kamprads motto en IKEA noemt dat nu haar ‘sociale missie’. Dat klinkt natuurlijk veel beter dan: ‘Wij willen geld verdienen.’»


DEMOCRATISCH DONS

HUMO Ze hanteren ook het begrip ‘democratische prijzen’.

KRISTOFFERSSON «Die term democratisch is werkelijk wrang. Neem Afrika: op dat continent bevinden zich maar twee IKEA-winkels. Want ja, daar wonen te weinig mensen die die democratische bedragen kunnen ophoesten.

»Iemand betaalt een prijs voor die democratisch goedkope meubelen, en dat zijn de arbeiders in lageloonlanden: veel democratische inspraak zullen zij niet hebben in hun loonafspraken.

»Die lage prijzen hebben altijd consequenties. In 2009 bleek dat sommige donsdekens gevuld waren met dons geplukt van levende eenden en ganzen. Dons die telkens weer aangroeit is natuurlijk goedkoper dan eenmalige dons van geslacht pluimvee. IKEA heeft die aanvoer uit China en Oost-Europa direct stopgezet, maar dat soort praktijken is natuurlijk een gevolg van die democratische prijzen.»

HUMO Nog een punt is: hoe lager de prijzen, hoe minder je geneigd bent om die spullen te bewaren.

KRISTOFFERSSON «Als je iets koopt in een winkel met dure spullen, dan heb je daarover nagedacht en dan zien ze jou de eerste jaren niet terug. Bij IKEA is het omgekeerd. Daar kost het amper geld, dus je denkt algauw aan vervangen. Meubels zijn een alsmaar korter leven beschoren. Ze zijn als mode: wat je niet graag meer ziet, gooi je buiten. Door die lage prijzen krijg je dus een wegwerpcultuur en bergen afval. En dat staat haaks op hun ongerepte Zweedse natuurbeelden en op hun sponsoring ten voordele van milieuvriendelijke projecten.»

'IKEA verkoopt een veel beter beeld van Zweden dan de Zweedse regering zelf. Onze regering heeft IKEA nodig om nog iets te betekenen in de wereld'


HUMO Het is een bedrijf vol tegenspraak, en toch ervaar ik dat internationale politici meer onder vuur liggen dan die internationale bedrijven.

KRISOFFERSSON «Het is aan de media en de academici om die bedrijven en hun dubbelzinnigheden te bekritiseren. Maar het is niet gemakkelijk. Ik geef lezingen in heel Zweden en ik stuit meer dan eens op protest: sommige aanwezigen willen de kritiek gewoon niet horen. En je ziet ook hoe heftig veel Zweden reageren als IKEA in de media wordt aangevallen. Het is alsof je Zweden zelf aanvalt. IKEA en het succes van dat bedrijf behoren tot ons zelfbeeld, we zijn er trots op, dus dat ligt gevoelig in dit land. Ik ben ook niet vrij van dat chauvinisme. Ik denk nog altijd dat IKEA béter is dan vele andere multinationals. Althans, dat hoop ik.»

Ik reis weer zuidwaarts met de trein. Vanmiddag zag ik in de rijtuigen nog oudere volwassenen lezen en breien. Op het avondlijke spitsuur komen hun kinderen van het werk. Ze eten sushi uit plastic en pasta uit kartonnen dozen en ondertussen kijken ze met oortjes in naar een scherm.

Ik zoek het Zweedse woord voor lifestyle en zie in de donkere weerspiegeling van de ramen hoe alles verandert.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234