Klotejobs (2): tandarts, industrieël schoonmaker en dierenarts. 'Het voorbije jaar werden negen collega's getroffen door kanker. Maar bewijs het verband met je werk maar eens'

Deze week deel 2 van ons dossier Klotejobs: industriële schoonmakers, dierenartsen en tandartsen.


Lees ook het eerste deel met psychiatrisch verpleegkundigen, vrachtwagenchauffeurs en medewerkers van een contactcenter.

'Wij zijn soms meer dan een uur bezig op een werkveld van 10 kubieke centimeter: de mond. Na drie jaar had ik al een dubbele hernia'


Industriële schoonmakers ‘Laarzen weggevreten’

De regering schonk op haar lijst van zware beroepen geen aandacht aan schoonmakers. Nochtans tonen nationale en internationale studies aan dat de job een grote impact heeft op de fysieke en de mentale gezondheid. VUB-studente Laura Van den Borre zette het beroep in haar doctoraat recent zelfs helemaal bovenaan op de lijst. Ze kwam tot de vaststelling dat in de periode tussen 1991 en 2011 45 procent meer mannelijke schoonmakers en 16 procent meer poetsvrouwen stierven aan longziekten dan kaderleden en bedienden. Redenen genoeg om te gaan spreken met Erik, een arbeider die al veertien jaar werkt voor een industrieel schoonmaakbedrijf in de zware industrie, de chemische en de petrochemische sector.

Erik «Industriële schoonmakers reinigen installaties zoals de kerncentrale van Doel, stookolietanks in raffinaderijen of chemische productielijnen. Dat betekent dat we dagelijks in aanraking komen met bijtende producten, radioactieve stoffen en zware metalen. We zeggen vaak al lachend: ‘Als het voor het personeel te vuil of te gevaarlijk is, dan komen wij in actie.’»

HUMO Jullie zijn voldoende beschermd, mag ik hopen?

Erik «Ja, we lopen praktisch de hele dag rond in een beschermend pak, met handschoenen, laarzen en een helm met een filter. Elke klus vraagt een aangepaste bescherming. Om een tank met salpeterzuur te reinigen heb je een andere filter op je masker nodig dan wanneer je voor een lek met 30.000 kubieke meter zware stookolie staat.

»Die fabrieken en installaties zijn gebouwd om te draaien, niet om gereinigd te worden. Dat betekent vaak dat we ons moeten behelpen: we kruipen op onze buik door buizen, wurmen ons door mangaten in enorme tanks waarin je geen hand voor ogen ziet, klimmen op ladders van 90 meter lang en moeten onze spullen met een touw omhoogsleuren. Door het beschermingspak, de temperaturen, de zware flessen met perslucht op je rug en de inspanningen die ik moet leveren om overeind te blijven op de glibberige ondergrond, weeg ik na anderhalf uur werken in een tank twee kilo minder.

»In de zomer werken we in volle zon in temperaturen tot 60 graden. De producten die we moeten opruimen, zijn soms gloeiend heet. En in de winter moest ik eens water spuiten bij temperaturen van min 13 graden. Mijn collega strooide voortdurend zout in het rond, om te voorkomen dat het water zou bevriezen.»

HUMO Is er geen cao die jullie beschermt tegen zulke extreme omstandigheden?

Erik «Die grote bedrijven houden in hun productieplanning geen rekening met het weer, en er is veel concurrentie in de sector. Als onze firma het contract niet wil aanvaarden, dan vinden ze wel een andere.

»Wij werken de helft van de tijd als rampenbestrijders na een lek, een verstopping of een ontploffing. En een raffinaderij, een kerncentrale of een chemische fabriek die stilligt, kost handenvol geld. Een sneeuwbui is geen argument om het werk stil te leggen.»

HUMO Hoe weet je welk goedje je moet opruimen?

Erik «Bij de aankomst worden we gebrieft over de installatie, de aanwezige stoffen en de gevaren. Afhankelijk van die informatie passen wij ons beschermingsmateriaal aan. Jammer genoeg gebeuren die briefings te vaak snel en chaotisch. De persoon die ons uitleg moet verschaffen, weet vaak nog minder over de situatie dan wij. We gaan dan bijvoorbeeld aan de slag met filter X op ons masker, en achteraf blijkt dat we filter Y nodig hadden. Een collega lag maanden in het ziekenhuis met een arseenvergiftiging omdat hij op basis van verkeerde informatie de verkeerde filter had gebruikt. Een andere keer stonden we tot onze enkels in een bijtend product dat onze laarzen wegvrat: de verantwoordelijke had ons verkeerd ingelicht.»

HUMO Ongelukken in de Belgische industriële schoonmaaksector zijn ernstiger en komen vaker voor dan elders. Ben jij al bij een ongeval betrokken geraakt?

Erik «Ja, meerdere keren zelfs. Jaren geleden belandde ik in het ziekenhuis nadat mijn arm vast was komen te zitten in een zuigslang in een nucleaire zone in Doel. Door mijn masker kon ik niet om hulp roepen. Uiteindelijk kon ik me zo draaien dat ik mijn collega’s kon waarschuwen. Ik kwam er gelukkig met de schrik af, maar ook in Doel is er een collega om het leven gekomen nadat hij de kop van een zware slang op zijn hoofd had gekregen.

»We moeten soms ook met water onder hoge druk reinigen, een uiterst gevaarlijke klus. Zo’n pistool spuit 60 liter water per minuut met een druk van 3.000 bar. Ter vergelijking: de hogedrukreiniger in mijn garage thuis spuit met een druk van 100 bar. Toen mijn collega struikelde en het pistool het water in zijn gezicht spoot, raakte hij zwaar verbrand. Bij een andere collega sneed de waterstraal de spieren en de pezen van zijn bovenarm eraf.

»Op de Antwerpse site van een groot petrochemisch bedrijf brak er eens brand uit in een tank, toen ik er net in wilde kruipen. Een collega heeft maanden thuisgezeten met een zwaar verbrande voet, nadat er een heet brokstuk op was gevallen. Zo zijn er tal van anekdotes. Het gevaar schuilt in elke hoek.»

HUMO Nemen jullie voldoende veiligheidsmaatregelen?

Erik «Een land als Nederland heeft een wetgeving rond industriële schoonmaak. Een bedrijf dat de veiligheidsvoorschriften niet toepast, kan een boete krijgen. België heeft alleen richtlijnen, maar bedrijven kunnen daarvan afwijken, zonder dat het gevolgen heeft.

»De situatie is wel verbeterd in vergelijking met vijftien jaar geleden. In stoffige ruimtes bonden we vroeger een natte doek voor de mond, of we zaten met onze blote handen in een vat met aceton. Vandaag dragen we overal een masker en flessen met perslucht. Tot vijf jaar geleden spoten we op de site van een chemiereus bijtende stoffen weg in gewone pakken, nu dragen we zuurbestendige pakken. Keramische vezels veegden we enkele jaren geleden bijeen met een gewoon stofmasker. Nu is duidelijk dat die vezels even gevaarlijk zijn als asbest, en dragen we speciale maskers.»

HUMO Studies tonen aan dat schoonmakers een verhoogde kans op kanker hebben. Merk je daar iets van?

Erik «Het voorbije jaar zijn negen collega’s getroffen door kanker, en twee van hen zijn onlangs gestorven. Maar het valt bijna niet te bewijzen dat er een rechtstreeks verband is met de stoffen waarmee wij dagelijks werken. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat veel collega’s ook roken door de stress.»

HUMO Het kan bijna niet anders of er is een groot verloop in de sector.

Erik «De voorbije vijf jaar zijn er in ons bedrijf vijfhonderd mensen begonnen, en van hen zijn er nog dertig aan de slag. Het is een heel zware en belastende job. Bijna al mijn collega’s hebben last van hun rug, schouders, polsen, knieën of heupen. Ik word binnenkort geopereerd aan mijn knieën. Daarvoor had ik al eens een liesbreuk opgelopen nadat ik zwaar materiaal had opgeheven.

»Voor het Canvasprogramma ‘Comedian vindt werk’ heeft Henk Rijckaert een tijdje samen met ons gewerkt. We gaven hem de makkelijkste taken, maar zelfs die waren al te veel voor hem. Achteraf zei hij: ‘Dat wil ik nooit meer doen!’ (lacht)»

HUMO Voelen jullie je gesteund door het bedrijf?

Erik «Niet altijd. Wie het zware werk niet aankan of te veel vragen stelt over de gang van zaken, wordt zonder veel omhaal aan de kant geschoven.

»Een arbeidsongeval kost de bedrijven ook veel geld, dus doen ze er alles aan om een ongeval uit de statistieken te houden. Klanten vragen onze bazen ook naar hun veiligheidsresultaten. Het spreekt voor zich dat ze niet snel in zee zullen gaan met een industrieel schoonmaakbedrijf dat tien ongevallen per jaar registreert.

»Snijwonden, brandwonden en kleinere letsels worden makkelijk verzwegen. Een klein ongeval op de site wordt bijna altijd aangegeven als ‘een ongeval tijdens het woon-werkverkeer’. Het gebeurt vaak dat ons beschermingspak scheurt tijdens een opdracht of dat we bij het uittrekken zwavelzuur of salpeterzuur op onze huid krijgen. Dan heb je een lelijke brandwond, maar dat telt niet als arbeidsongeval. Je wordt via de achterpoort naar een ziekenhuis gebracht, zodat de permanente hulpdiensten in die grote bedrijven het niet zouden merken.»

HUMO Hoe zwaar is het mentaal om dagelijks in zulke levensgevaarlijke omstandigheden te moeten werken?

Erik «Veel collega’s hebben het moeilijk om sommige situaties uit hun hoofd te zetten. Het doet wat met je als je het dak van een tank naar beneden ziet storten, vlak voor je er binnengaat. Dat is een collega overkomen, die kort daarvoor het leven van iemand had gered doordat hij hem tijdig kon wegtrekken bij een explosie. Die gebeurtenissen bleven maar in zijn hoofd rondspoken. Op den duur kon hij het niet meer aan, en hij is maanden thuisgebleven.

»Je mag er niet bij stilstaan wat er kan gebeuren, of je blokkeert helemaal. We zien geregeld nieuwelingen door het lint gaan: ze gooien hun spullen weg, springen in de wagen en gaan ervandoor.»

HUMO Kunnen jullie terecht bij een psycholoog?

Erik «Niemand loopt graag met zijn problemen te koop, want het blijft een mannenwereld. Maar af en toe moet het er toch eens uit, en dat doe je het best bij je collega’s. Dat zijn je psychologen. Zij kennen jou beter dan je eigen vrouw. Omdat we samen zulke extreme situaties beleven, is het vaak makkelijker om bij hen je hart te luchten, want een buitenstaander begrijpt niet wat wij elke dag meemaken. De collega’s zijn voor velen de belangrijkste reden waarom ze hun job kunnen voortdoen.»

HUMO Ik neem aan dat er tegenover al die gevaren toch een mooi loon staat?

Erik «Wie veel overuren klopt, kan veel verdienen, maar je moet er ook een zware prijs voor betalen. Naar schatting 70 procent van mijn collega’s is gescheiden. Het is praktisch onmogelijk om met ons samen te leven. Als we worden opgetrommeld voor de grote schoonmaak in een bedrijf dat veertien dagen stilligt voor een onderhoud, dan draaien we shiften van twaalf uur, zes dagen per week. Voor andere opdrachten krijgen we ’s avonds omstreeks zes uur een sms met daarin de werkuren van de volgende dag. Zo moet je soms in één week tijd dag- én nachtdiensten draaien. Dan kom ik om acht uur ’s avonds thuis en moet ik de volgende ochtend om twee uur opstaan. Vorige week moest ik van vier uur ’s ochtends tot twaalf uur ’s middags werken, maar door onvoorziene omstandigheden was ik pas om zes uur ’s avonds thuis. Gemiddeld ben ik vijftien uur per dag weg van huis. Ik ken mensen die jaarlijks 90 procent nachtwerk doen. Zulke onregelmatige uren hebben een weerslag op ons privéleven.»


Dierenartsen ‘Echte hondenjob’

De Vlaamse Orde der Dierenartsen trekt aan de alarmbel: het welzijn van onze dierenartsen is in gevaar. De hoge werkdruk, de financiële onzekerheid, de voortdurende bijscholingen, de veeleisende klanten en de moordende concurrentie eisen een steeds hogere tol. Een Amerikaans onderzoek bij 3.500 dierenartsen toonde aan dat slechts 24 procent van de jonge dierenartsen de job zou aanbevelen aan anderen, 80 procent van de ondervraagden ondervond dagelijks zware stress en 5 procent worstelde zelfs met ernstige psychische problemen. Marleen wilde ons daar graag over te woord staan, maar wel anoniem, omdat ze nog in de sector actief is.

Marleen «Ik wilde al van jongs af aan dierenarts worden en ik was blij toen ik mijn studie aan de universiteit begon, maar lang heeft die vreugde niet geduurd. Er hangt een heel negatieve sfeer in de sector, zelfs al in de opleiding. Er is geen ingangsexamen, wat betekent dat veel studenten aan de studierichting beginnen. De universiteiten en de docenten, die vrezen dat de kwantiteit de kwaliteit van het onderwijs naar beneden zal trekken, leggen de lat de eerste jaren daarom zó hoog dat veel studenten vroegtijdig afhaken. Daarnaast werden we doelbewust gedemotiveerd. We kregen voortdurend te horen dat er geen werkzekerheid is en dat je er je boterham niet mee kunt verdienen. Tijdens de les toonden ze ons zelfs grafieken die aantonen hoeveel dierenartsen van job veranderen.

»In de hogere jaren liepen we geregeld stage, maar ook op je stageplaats werd je ondergedompeld in die negatieve sfeer. ‘Weet je wel waar je aan begint?’ vroeg een oudere dierenarts me eens. Een andere zei: ‘Als ik opnieuw kon beginnen, dan zou ik de huisartsenopleiding volgen.’ Dan begint het je toch te dagen dat er iets niet juist zit.»

HUMO Vond je snel werk na je studie?

Marleen «Neen. Er zijn heel veel afgestudeerden, en maar weinig jobs als dierenarts. Veel van mijn vrienden gingen om het even waar aan de slag, maar dat wilde ik niet. Ik heb een jaar in de chemische industrie gewerkt, tot er een plaats vrijkwam in een groepspraktijk bij mij in de buurt.»

'Ik vraag me soms af: heb ik zes jaar gestudeerd om dierenhokken schoon te maken en vloeren te dweilen?'

HUMO Meteen zelfstandig aan de slag gaan was geen optie?

Marleen «De meeste afgestudeerden hebben daar de financiële middelen noch de praktische ervaring voor. Elke afgestudeerde vraagt wel het statuut van zelfstandige aan, maar zoekt dan een job in een groepspraktijk, die vaak wordt gerund door een oudere dierenarts.»

HUMO Schijnzelfstandigheid is schering en inslag: jongeren werken in die groepspraktijken tegen slechte voorwaarden. Er is zelfs sprake van uitbuiting.

Marleen «Ik heb dat zelf meegemaakt. De eigenaar van zo’n praktijk doet je verschillende contracten ondertekenen. Het eerste is goedgekeurd door de Orde der Dierenartsen, en daarin verklaar je onder meer dat je niet binnen de twee jaar bij een concurrerende dierenarts binnen een straal van vijftien kilometer zult beginnen, en dat je ook geen eigen praktijk zult starten. Ik heb daarnaast nog een document moeten ondertekenen waarin het loon en een schatting van het aantal werkuren en wachtdiensten vermeld stond. We werken eigenlijk als bediende, maar we moeten wel de sociale bijdragen, de belastingen en al de andere kosten van een zelfstandige betalen.»

HUMO Hoeveel verdiende je?

Marleen «Ik kreeg 14 euro bruto per uur, wat voor een zelfstandige ongeveer neerkomt op 7 euro netto. Dat is vér onder het minimumloon. Mijn broer gaf toen gitaarles en hij verdiende meer dan ik.»

HUMO Hoeveel uur werkte je dan?

Marleen «Weken van zestig uur waren normaal, en daarnaast had ik veel wachtdiensten in het weekend. Een dierenarts heeft ook lastige uurroosters. Ik plande de operaties in de voormiddag vanaf negen uur, en de consultaties vanaf zeven uur ’s avonds. Veel klanten kunnen alleen maar ’s avonds of in het weekend komen. Een werkdag van twaalf uur was eerder regel dan uitzondering. Dat maakt een sociaal leven zo goed als onmogelijk.»

HUMO Hoelang draaien jonge dierenartsen mee in een groepspraktijk?

Marleen «Toch een aantal jaren. Er is wel een groot verloop, want ze kijken voortdurend uit naar een andere praktijk waar ze betere voorwaarden kunnen krijgen. Ik ken iemand die al acht jaar van praktijk naar praktijk verhuist, en nog steeds geen volwaardig loon verdient. Intussen ben je wel 30 jaar of ouder, en verlang je naar een gezin en een eigen woning. Maar zolang je niet zelf een praktijk opstart, blijf je ter plaatse trappelen.

»De meeste jonge dierenartsen zitten in een vicieuze cirkel en kunnen moeilijk een financiële reserve opbouwen. Die heb je nodig voor een eigen praktijk, want een operatiekamer en materiaal zoals een röntgenapparaat kosten handenvol geld.»

HUMO Een Amerikaanse studie stelde vast dat de mentale gezondheid van assistenten en medewerkers slechter was dan die van de eigenaars van een praktijk.

Marleen «Er is een gebrek aan respect. De lastige en vuile klusjes, zoals de hokken schoonmaken of de vloeren dweilen, worden overgelaten aan de assistent. Maar die heeft een vast contract en is duurder voor de eigenaar, dus worden die taken doorgeschoven naar de beginnende dierenarts. Natuurlijk is het niet erg om dat af en toe te doen. Maar wanneer het je hoofdtaak wordt, begin je jezelf onvermijdelijk af te vragen of je daar nu zes jaar voor hebt gestudeerd.»

HUMO Kun je die wantoestanden nergens aanklagen?

Marleen «Mijn baas maakte zich ervan af met het smoesje dat hij zelf niet zoveel verdient. Op papier lijkt het soms alsof er weinig geld binnenkomt, maar er wordt veel in het zwart gewerkt. Dat is interessant voor de eigenaar van het dier én voor de dierenarts, die de inkomsten niet hoeft aan te geven.

»De eerste jaren zijn zo demotiverend dat veel jonge dierenartsen er de brui aan geven. Anderen wijken uit naar dierenklinieken of universiteiten, waar de arbeidsvoorwaarden beter zijn. Ik ken collega’s die zelfs naar Nederland of Frankrijk zijn verhuisd, omdat je daar wél een vast contract en een gegarandeerd minimumloon krijgt.»

HUMO De Orde der Dierenartsen noemt de veeleisende klant een grote stressfactor.

Marleen «Mensen verwachten dat een dierenarts elk uur van de dag paraat staat. Ik kreeg ooit zaterdagnacht om halftwee telefoon van een vrouw die zei dat haar hond al een hele week diarree had. Ik zei dat ik ’s ochtends zou langskomen, maar dat was niet goed. Later hoorde ik dat ze de hele streek had afgebeld, op zoek naar een dierenarts die wél wilde komen. Zulke verhalen zijn geen uitzondering. Op den duur begint dat op jou te wegen.»

HUMO Expovet, de vakbeurs voor de dierenarts, organiseerde een debat met als titel ‘Polarisatie tussen generaties’. Is er een generatieconflict aan de gang?

Marleen «De ouderen vinden dat wij even hard moeten werken als zij in hun jonge jaren. Maar wij zijn een andere generatie met een andere mentaliteit: als de persoonlijke tol te hoog is, dan doen we iets anders. Ik ken oudere dierenartsen die ten onder zijn gegaan aan de druk van een grote praktijk. Jonge dierenartsen zijn zich sneller bewust van de problemen en zoeken tijdig een uitweg. Ze doctoreren, ze gaan bij het Federaal Voedselagentschap werken of ze proberen iets in een andere sector te vinden. Van de mensen uit mijn afstudeerjaar is één derde intussen gestopt, veel anderen vragen zich hardop af of ze nog als dierenarts willen blijven werken. Het is een prachtig beroep, maar je moet er heel veel voor opgeven.»


Tandartsen ‘Beledigingen en agressie’

Bedrijfsconsultant Luc Swinnen heeft op basis van de klachten uit zijn databank een lijst opgesteld van tien beroepen waarvan de beoefenaars een grote kans hebben ooit een burn-out te krijgen. Op de tweede plaats staan de tandartsen: zij hebben te kampen met lichamelijke kwalen, lastige patiënten, financiële beslommeringen en monotoon werk. Belgische cijfers zijn schaars, maar in een Amerikaans onderzoek uit de jaren 90 stond het beroep tandarts bovenaan in het lijstje van jobs die kunnen leiden tot zelfdoding. Tandartsen komen 5,6 keer vaker in de statistieken voor dan beoefenaars van andere beroepen. De Amerikaanse tandartsenvereniging meldde in 2014 dat 11 procent van haar leden aangaf met een depressie te sukkelen.

Stefaan Hanson had 42 jaar lang een tandartsenpraktijk in het Vlaams-Brabantse Lennik, nu is hij woordvoerder van het Verbond der Vlaamse Tandartsen. Katrien werkt al twaalf jaar als tandarts, en heeft sinds enkele jaren zelf een praktijk. Zij wil anoniem blijven.

HUMO Hebben jullie weet van die hoge zelfdodingscijfers?

Katrien «Ik heb er ook over gelezen en ik was echt gechoqueerd, maar ik kan het wel plaatsen. Een tandarts is vaak perfectionistisch en behoudt graag de controle, maar tegelijk komt er zoveel op hem af dat hij soms het gevoel krijgt dat hij de pedalen verliest. Je hebt ook sneller de neiging om alles op te kroppen. En als je zelf een praktijk hebt, kun je dat ongemak niet ventileren: je staat er altijd alleen voor.»

HUMO Jij bent nog relatief jong. Welk aspect van de job heeft je het meest verrast?

Katrien «Je komt in contact met mensen met allerlei achtergronden. Het heeft me tijd gekost voor ik de smalltalk onder de knie had. Ook de lange werkdagen had ik niet verwacht. In de jaren 80 en 90 was er nog een overaanbod aan tandartsen. Die houden er nu mee op, waardoor wij geen tekort aan patiënten hebben en geneigd zijn om té veel te werken.»

HUMO Een onderzoek uit 2016 toonde aan dat 80 procent van de tandartsen sukkelt met pijn aan spieren, pezen en gewrichten. Is het fysiek een zwaar beroep?

Stefaan Hanson «Het werkveld van een tandarts beperkt zich tot 10 kubieke centimeter: de mond. Bij een tandontzenuwing ben je makkelijk meer dan een uur bezig met dezelfde tand, in een moeilijke en onnatuurlijke werkhouding. Na drie jaar sukkelde ik al met een dubbele hernia. Ik zie die problemen ook bij jongere collega’s opduiken.»

Katrien «Ik heb voorlopig nog geen last, maar ik probeer mijn conditie zo goed mogelijk te onderhouden én ik streef naar een goede balans tussen mijn privé- en mijn professionele leven. Ik zou veel meer kunnen werken, maar dat doe ik bewust niet. Ik hoef ook geen grote wagen of een villa. Wie die ambitie wel heeft, zal meer uren moeten kloppen.»

HUMO Een Nederlands vakblad kaartte een opmerkelijke, maar niet onlogische stress- factor aan: de angst van de patiënt.

Katrien «Niemand komt helemaal gerust mijn praktijk binnen. Naar de tandarts gaan is nu eenmaal vervelend. We kunnen alleen maar ons best doen om de patiënt zo pijnloos mogelijk te behandelen. Ik trek doorgaans veel tijd uit om nerveuze mensen te kalmeren en de zaken beter uit te leggen, maar dat vergt veel energie. Zulke patiënten ademen ook onrustig en maken schichtige bewegingen, maar het geeft wel meer voldoening als je de ingreep dan tot een goed einde brengt.»

Hanson «Een andere stress-factor is het gebrek aan respect van veeleisende patiënten, tot onbeleefdheid toe. We ontvangen steeds meer klachten over beledigingen en zelfs agressie. Dat kwam dertig jaar geleden niet voor.»

Katrien «Mensen zorgen niet altijd goed voor hun gebit, maar ze verwachten wel dat wij het even zullen oplossen. Daar kan ik echt moedeloos van worden. Ik krijg ook geregeld commentaar op mijn werk. Patiënten kunnen heel kritisch zijn wanneer ik beslis om een tand te trekken. Iedereen heeft recht op een mening, maar soms moet je het overlaten aan de professional. Wij zijn er tenslotte voor opgeleid.

»Een groot verschil met vroeger zijn ook de onlinefora. Iedereen kan nu een recensie schrijven op Google, waarin ze dan klagen over de prijs of de behandeling. Ik trek mij er weinig van aan, maar sommige collega’s hebben het er wel moeilijk mee.»

Hanson «Agressie is één van de redenen waarom we steeds meer moeite hebben om de wachtdiensten te bemannen. Tandartsen die er al mee geconfronteerd werden, weigeren nog mee te draaien in die diensten.»

HUMO De administratieve rompslomp is nog een veelgehoorde klacht.

Katrien «De administratie neemt inderdaad alsmaar toe. Daarbovenop wordt alles nu gedigitaliseerd, en daar heeft vooral de oudere generatie tandartsen het lastig mee.»

Hanson «Het is de laatste jaren zo erg geworden dat de meeste tandartsen de administratie uitbesteden, zoals het invullen en bijhouden van documenten voor de verzekeringen, de ziekenfondsen, het RIZIV, de fiscus en de sociale inspectie. Dat is, naast de dure investeringen, ook een reden waarom er steeds meer groepspraktijken worden opgericht.

»Voorts heb je het fenomeen van de binnen- en buitenlandse investeerders die praktijken in Vlaanderen opkopen, waar ze dan tandartsen in tewerkstellen. Ook tandartsen uit Spanje, Portugal en Griekenland, die een zogenaamde opleiding krijgen en goedkoper werken. Die investeerders zijn vooral geïnteresseerd in winst. Dan gebeuren er ongelukken. Ook dat is een trend die veel tandartsen zorgen baart.»

HUMO In een enquête van het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde gaven veel tandartsen aan te worstelen met het gebrek aan doorgroeimogelijkheden. Plots beseffen ze: dit is wat ik voor de rest van mijn leven zal doen.

Katrien «Dat begrijp ik heel goed. Je kunt niet zomaar stoppen met je praktijk, want je hebt er veel in geïnvesteerd. Daarom moet elke tandarts voor zichzelf uitmaken hoeveel hij van zichzelf investeert in de job. Sinds ik kinderen heb, hanteer ik een duidelijke scheidingslijn tussen werk en privé: ik hou mijn weekends vrij voor de kinderen. Daardoor verdien ik misschien iets minder, maar zo kan ik het wel volhouden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234