Knokken voor je geloof: hoe het moslimextremisme via sportclubs verspreid wordt

In Frankrijk is het een bekend fenomeen, en ook bij ons duikt het steeds vaker op: extremistische moslims die sportclubs gebruiken als uitvalsbasis en plek om hun haat te prediken. Vooral gevechtsportclubs zijn een geliefde trekpleister, daar leren extremisten meteen een aantal vaardigheden die ze kunnen gebruiken in hun strijd. Maar ook voetbalclubs zijn steeds vaker een broedplaats voor potentiële terroristen.

'Door sport, religie en politiek door elkaar te halen, voeden fanatici het radicalisme bij kwetsbare jongeren'

‘Het is een evolutie waar wij in België steeds meer last van hebben,’ zegt Patrick Van Acker, voorzitter van de Belgische kickboksfederatie BKBMO. In de ons omringende landen maken inlichtingendiensten zich steeds meer zorgen om de islamradicalisering via sportclubs.

Haatpredikers verspreiden hun extremistische islam lang niet alleen via moskeeën, islamwebsites of tournees langs allerlei obscure zaaltjes. Extremistische ronselaars gebruiken elke plek waar moslims samenkomen om hun visie te verspreiden. En nergens lijkt hun radicale boodschap beter te vallen dan in de sport.

In Frankrijk kijkt men er al langer dan vandaag naar. In juli 2015 maakte de SCRT, de inlichtingendienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken, een eerste rapport over de situatie in tientallen Franse sportverenigingen. Onder invloed van als amateursporters vermomde moslimextremisten veranderen die vaak in islamistische broeihaarden. De regels van de sport en het in Frankrijk zo gekoesterde secularisme zijn er vervangen door een agressieve interpretatie van de koran. Mannen en vrouwen worden verplicht om gescheiden aan sport te doen. Vrouwen moeten zich kleden volgens de sharia, en niet volgens de regels van de sport. Voetbalwedstrijden worden onderbroken voor het gebed en clubs stellen hun lokalen ter beschikking van extremistisch koranonderwijs en rondreizende haatpredikers. Het probleem is in Frankrijk zo groot dat de overheid het plan ‘Citoyens du sport’ heeft opgezet, waarmee ze ontsporende clubs wil aanpakken en de invloed van de extreme islam wil tegengaan.

'Veel Franse moslimterroristen deden aan sport: Amedy Coulibaly (links) was een thaibokser, Mohammed Merah speelde voetbal.'

Médéric Chapitaux, een ex-politieman en nu technisch directeur van de Franse federatie van contactsporten, schreef er een boek over: ‘Le sport, une faille dans la sécurité de l’Etat’. Chapitaux ziet de sport als de grote lacune in de strijd van de Franse staat tegen de radicale islam en het terrorisme. ‘Vrijwel alle daders van terroristische aanslagen in Frankrijk hebben één ding gemeen: sport. Amedy Coulibaly was een thaibokser, Mohammed Merah speelde voetbal in een amateurclub. En zo zijn er nog talloze voorbeelden.’

Vooral gevechtsportclubs trekken extremisten aan. In juni vorig jaar verklaarde de Franse judobond nog dat ‘de gevechtssporten een toevluchtsoord voor jihadisten zijn geworden. Op het internet worden kandidaat-jihadisten opgeroepen om zich in te schrijven in gevechtsportclubs. Daar kunnen ze trainen voor hun strijd. We hebben daar al mensen voor aan de deur gezet.’

Maar radicalisering doet zich ook voor in gymzalen en in populaire sporten zoals voetbal en zaalvoetbal, waarin veel straatvoetballertjes uit achtergestelde wijken terechtkomen. Hun grote voorbeelden zijn vaak niet onbesproken. Ex-profvoetballer Nicolas Anelka zorgde in 2014 voor opschudding toen hij op het veld de quenelle bracht, een antisemitisch gebaar. Ook Real Madridspeler en Frans ex-international Karim Benzema staat bekend om zijn fanatieke geloof. Hij schonk ooit drie miljoen voor de bouw van een moskee in zijn geboortestad Lyon.


Achterkamers

En hoe gaat het in België met sport en de radicale islam? Nathalie (een pseudoniem, red.) is een moeder uit Vilvoorde. Ze wil anoniem blijven, uit vrees voor gewelddadige reacties uit het islamistische milieu waarmee ze in conflict is geraakt. Haar tienerzoon radicaliseerde in een sportclub in Vilvoorde.

Nathalie «Mijn zoon was lid van de boksclub. Daar raakte hij bevriend met een Marokkaanse man. Na een maand of twee gaf die man er de brui aan, zogezegd omdat hij een blessure had opgelopen. Maar hij bleef wel bevriend met mijn zoon en haalde hem steeds meer aan, zoals een sekte leden probeert te lokken.

»Het bestuur en de uitbaters van de club hadden er niets mee te maken. Die man was een ronselaar die de club had uitgekozen als zijn werkterrein. Hij had jarenlang in Nederland gewoond. Samen met zijn broer was hij daar altijd de meest voorbeeldige moslim in de moskee.»

HUMO Komt dat ronselen in de sport vaak voor in België?

Nathalie «Het gebeurt vaak, ja. Ik ken nog vier gezinnen in Vlaams-Brabant die hetzelfde is overkomen. Het is echt een drama voor mensen die dit meemaken.»

Patrick Van Acker van de Belgische kickboksfederatie bevestigt dat radicalisering in sportclubs een probleem is.

Patrick Van Acker «Het fenomeen doet zich vooral voor in het niet-officiële circuit. Clubs die aangesloten zijn bij onze federatie houden wij wat dat betreft nauw in het oog. Wij lichten clubs die lid willen worden ook helemaal door. Als ze zich niet aan de regels houden, weigeren we ze. Eén van die regels is dat clubs zich niet mogen laten leiden door culturele, politieke en religieuze motieven.»

HUMO Welke sportclubs radicaliseren dan wel?

Van Acker «Niet-officiële kickboksclubs, bijvoorbeeld. Die vind je vaak in islamitische jeugdhuizen en in de achterkamers van sommige moskeeën. Daar komen niet-erkende leraars de sport aanleren, soms met extreme religieuze ideeën in het achterhoofd. Die clubs zijn niet aangesloten bij een serieuze bond. Ze vinden hun leden op de sociale media, waar ze oproepen om te trainen in naam van hun religie en hun politieke visie.»

HUMO Welke jongeren sluiten zich bij die clubs aan?

Van Acker «Jongeren met eenzelfde culturele en religieuze achtergrond, vaak komen ze uit de Maghreblanden, maar nog vaker zijn het Tsjetsjenen.»


vechtjassen

Hans Bonte, SP.A-burgemeester van Vilvoorde, bevestigt de feiten.

Hans Bonte «Die Tsjetsjenen komen uit conflictgebieden waar al jaren gewelddadige religieuze extremisten actief zijn. Ze zijn vaak opgegroeid met geweld en ze zijn opgevoed met het beeld van de onoverwinnelijke held en de onstuitbare vechtjas. Gevechtsporten en machogedrag zijn heel populair bij die jongeren.

»Het fysieke aspect, een afgetraind lichaam, maakt gevechtssporten ook populair bij jongeren van Tsjetsjeense, Turkse en Noord-Afrikaanse afkomst. Zij maken vaak het gros uit van het cliënteel van gevechtsportclubs.»

HUMO Moeten we dan argwaan kweken voor elke jongere met een andere afkomst die aan boksen doet?

Bonte «Als alles goed gaat, kan sport – ook gevechtssport – een belangrijke hulp zijn in de strijd tegen radicaal denken, als het accent op de sport blijft liggen tenminste. Maar het kan ook serieus ontsporen en dan worden sport, religie en politiek door elkaar gehaald. Zo voeden fanatici het radicalisme bij kwetsbare, identiteitsloze jongeren. Ze creëren voor die jongeren een religieuze identiteit.

»In zo’n clubs zet de groepsdruk de leden aan tot daden waartoe ze in hun eentje nooit of veel minder snel zouden overgaan. Dat lijkt zeker zo bij de Tsjetsjenen. De verhouding tussen het aantal Tsjetsjenen in België en zij die in het jihadisme terechtkomen, valt op. Het aantal geradicaliseerde Tsjetsjenen op de lijsten van het Ocad, het Coördinatiecentrum voor de dreigingsanalyse dat in België het islamradicalisme in kaart brengt, is erg hoog.»

'Hans Bonte: 'De enige manier om extremisme in sportclubs tegen te gaan, is diversiteit. Dus geen exclusief Turkse, Marokkaanse of Tsjetsjeense clubs''

HUMO Waar zitten die clubs in België?

Bonte «In Vilvoorde hebben we er nog niet zo veel last van gehad. We hebben nog geen clubs moeten sluiten. Een paar jaar geleden hadden we wel problemen met Planet Zinga, een jeugdhuis waar ook gevechtssporten werden onderwezen.»

HUMO Planet Zinga was een jeugdclub die voortdurend in opspraak kwam door straatvechters, geweld, drugshandel...

Bonte «We stelden vast dat een aantal jihadisten die van Vilvoorde naar Syrië zijn vertrokken, cursussen gevechtssport en kickboksen hadden gevolgd in Planet Zinga. Maar uiteindelijk zijn die activiteiten van de club een ‘natuurlijke dood’ gestorven. Veel jongeren namen afstand van dat soort bezigheden in het jeugdhuis en bleven er dan ook weg.»


nauwelijks controle

Syriëgangers Zakaria Asbai, Magomed Saralapov en de broers Elouassaki waren vaste klant in Planet Zinga. Eén van de broers Elouassaki sloeg in 2009 drie agenten het ziekenhuis in en begin 2017 werd Hakim Elouassaki veroordeeld tot 28 jaar cel voor een terroristische moord in Syrië. Daar hield hij zich bezig met het ontvoeren van ‘ongelovigen’, en vermoordde hij een sjiiet omdat de familie van de man het geëiste losgeld niet kon betalen.

Magomed Saralapov werd in 2015 op het proces tegen Sharia4Belgium veroordeeld tot vijf jaar cel. Bij verstek, want Saralapov zit vermoedelijk nog altijd in Syrië. Vorig jaar werd hij er in een andere rechtszaak van beschuldigd plannen te hebben gesmeed om de broer van twee andere Syriëgangers naar het Midden-Oosten te lokken. Saralapov en zijn kompanen wilden de man daar vermoorden, omdat ze ervan overtuigd waren dat hij homoseksueel is.

HUMO U zegt dat u er weinig last van hebt in Vilvoorde. Waar houden die clubs zich dan wel op?

Bonte «In Antwerpen zijn een aantal clubs waar gevechtssporten en radicalisering samengaan. En er is natuurlijk Brussel en omgeving. Maar hoe de situatie daar echt in elkaar zit, dat weet eigenlijk niemand. Er is nauwelijks controle of overzicht.»

In het voorjaar van 2016 werd de Marokkaan Khalid Zerkani in Brussel in beroep veroordeeld tot vijftien jaar cel. Zerkani stuurde tientallen gewelddadige jihadisten en terroristen naar Syrië en Irak. Hij wordt beschouwd als een van de meest kwaadaardige ronselaars van IS in België. Ook hij zocht zijn kandidaat-terroristen vooral in sportclubs.

Van Acker «Nog niet zo lang geleden was er ook een probleem met een club in Ronse waar veel Marokkanen en Tsjetsjenen kwamen, die zich liet leiden door religieuze motieven. Die club wilde lid worden van onze federatie, wat wij geweigerd hebben.»

'Niet-officiële gevechts-sportclubs vinden hun leden op sociale media, waar ze oproepen om te trainen in naam van hun religie ''

HUMO Is de Belgische overheid op de hoogte van wat er zich afspeelt in sommige sportclubs?

Van Acker «Als wij het weten, dan zullen de inlichtingendiensten het ook wel weten, zeker?»

De persverantwoordelijke van het OCAD (het Orgaan voor de Coördinatie van de Analyse van de Dreiging, dat de veiligheid in ons land opvolgt, red.) laat weten dat de dienst niet op de vragen van Humo wenst te antwoorden.

HUMO Hoe pak je deze situatie eigenlijk aan? Je kan mensen moeilijk verbieden om aan sport te doen.

Bonte «De enige manier om die evolutie in de sportclubs tegen te gaan, is diversiteit. Dus geen exclusief Turkse, Marokkaanse of Tsjetsjeense clubs, maar gemengde clubs waar iedereen zich thuis voelt en de sport hoofdzaak blijft.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234