Koppensneller Herman Brusselmans: '30 jaar Clouseau'

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

'De ogen van Mia Doornaert puilden uit haar gecoiffeerde kop'

I k heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik gedurende die tijdspanne – de hele dertig jaar lang – een grote fan geweest ben van Clouseau, en hen simpelweg, tot en met vandaag, de beste popgroep vind die Vlaanderen ooit gekend heeft. Ik heb m’n bewondering voor Clouseau vaak met hand en tand moeten verdedigen.

Zo herinner ik me dat ik begin jaren 90 in de Hotsy Totsy in Gent zat te discussiëren met Marc Reynebeau, professor Vermeersch en Mia Doornaert, en we kwamen qua gespreksonderwerp bij de muziek terecht en Marc Reynebeau zat wat te fezelen over Bach, en professor Vermeersch over Rimski-Korsakov, en Mia Doornaert over die flikker van een Pachelbel, en ik zei: ‘Dat is allemaal goed en wel, jullie met die klassieke, saaie lul-de-behangers, maar ik hef de fakkel hoog voor Clouseau en verder geen gezeik.’

Toen zei Marc Reynebeau dat de songs van Clouseau te weinig eclectisch waren. Ik zei tegen hem: ‘Zo meteen een eclecticisme tegen je bakkes, schele aap,’ en professor Vermeersch zei: ‘Kom jongens, geen ruzie maken, toch zeker niet over Clouseau!’ en ik zei: ‘Over wie dan wel, Etienne? Het wordt tijd dat ook intellectuelen als jullie de vooroordelen in de wilgen hangen en zonder een krimp te geven bevestigen dat Clouseau zowel muzikaal als tekstueel als maatschappelijk een belangrijke rol in onze samenleving vertolkt.’ ‘Weet je wat het is,’ zei Mia Doornaert, ‘die zanger staat veel te uitdagend met z’n heupen te zwaaien als hij zingt.’ ‘Komaan Mia, jij verdorde pruim,’ zei ik, ‘een beetje met de heupen slingeren, is dat zo erg?’

Ik stond op van m’n barkruk en op de wijze van Koen Wauters ging ik heen en weer en achter- en voorwaarts met m’n onderlijf, en de ogen van Mia Doornaert puilden uit haar gecoiffeerde kop en ik durfde te wedden dat haar flamoes in één klap uit haar godverdomde onderbroek dreef.

Ja, dat waren wel de tijden, daar in de Hotsy Totsy, om nog te zwijgen van de Caruso, het rockcafé in de Sint-Pietersnieuwstraat, waar driekwart van de Vlaamse muzikanten hun schamele verdiensten kwamen verzuipen, en ik zat daar ook iedere avond, en tot de ochtend begon te gloren goot ik een whisky-cola of vijfentwintig door m’n keelgat, deze slemppartij begeleidend met het roken van minstens twee pakjes sigaretten en het tussendoor muilen van een groupie of vijf.

Over de vloer van de Caruso kwamen de leden gewankeld van Derek & The Dirt, Skyblasters, The Pink Flowers, Charles Et Les Lulus, The Scabs, Gorki, noem al de helden uit die jaren maar op, en m’n beste maten waren Patrick Riguelle, Patrick De Witte, Fons Sijmons, Luc De Vos, en vele anderen, en onder hen bevond zich eveneens Tjenne van Clouseau, de toenmalige stergitarist van de band, en tjonge, wat was dat een leuke kerel, die weliswaar geen woord zei, rustig van z’n pint dronk, af en toe in z’n snor krabde, en een onmetelijk succes had bij de meisjes, en wel zodanig dat wat dat betreft zelfs Koen en Kris Wauters het tegen hem moesten afleggen.

Naderhand werd Tjenne ontslagen, samen met bassist Karel Theys, en Clouseau werd een trio, de Wauters brothers en drummer Bob Savenberg, en nog later werd ook Bob Savenberg ontslagen, naar het schijnt omdat hij een dicht familielid van Koen en Kris, tante Sonja, had proberen te versieren door haar te vragen of hij haar aambeien eens van dichtbij mocht bekijken. Ja, die Savenberg was een geil mannetje, hoor. Hoe dan ook, je mag zeggen wat je wilt, Clouseau is altijd een groep geweest die het produceren van schitterende singles en cd’s afwisselde met het op het podium brengen van fantastische liveconcerten, en dat dertig jaar lang, zonder enige onderbreking van betekenis, je moet het maar doen.

Ook aan mij wordt geregeld gevraagd welk nummer van Clouseau ik prefereer, en natuurlijk is het enorm moeilijk kiezen als je alle supersongs van Clouseau even op een rijtje zet, maar ik pik er toch iedere keer weer ‘Daar gaat ze’ uit, dat in m’n top drie staat van beste Belgische songs aller tijden, samen met ‘Blow’ van Ghinzu en ‘Amsterdam’ van Kris De Bruyne. Iedere keer als ik ‘Daar gaat ze’ beluister, zwijmel ik weg, beland ik in hogere sferen, en heb ik zin om, tegen m’n aard in, het leven een grootse onderneming te vinden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234