Koppensneller Herman Brusselmans: 'In Barcelona zijn ze er niet dol op dat je achter een struik zit te schijten'

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

'Ik verplaats me louter in vliegtuigen die minder kerosine verbruiken dan andere'

Zelf ben ik altijd een verwoed reiziger geweest. Dat zat bij ons in de familie. In 1932 is m’n grootvader Frans met z’n paard en kar naar Patagonië gereisd. M’n grootmoeder Maria bleef thuis om op de koeien, de geiten, de schapen en de varkens te passen. Na twee weken dacht ze: wanneer zou m’n man Frans terug naar huis komen? Na drie weken: zou Frans onderweg overleden zijn? Na vier weken: hij heeft me niet eens gemeld waar hij begraven ligt. Doch na vijf weken keerde m’n grootvader Frans eindelijk weerom.

We zaten met z’n allen rond de Leuvense stoof om te luisteren naar z’n verhalen. ‘In Patagonië,’ zei hij, ‘lopen sommige vrouwen met hun tetten bloot.’ M’n grootmoeder Maria gaf hem al meteen een peer tegen z’n bakkes. M’n grootvader schudde even met z’n hoofd en ging verder: ‘En als je hun preut wilt zien, heffen ze hun rok op.’ M’n grootmoeder gaf hem een tweede peer tegen z’n bakkes, die hem van z’n stoel liet vallen, bonk met z’n kop tegen de arduinen vloer. Ze pompte een emmer vol koud water en goot het over m’n grootvader. Hij kwam bij. ‘Nog één opmerking over tetten en preuten uit Patagonië,’ zei ze, ‘en ik sluit je op in het varkenskot.’ ‘Goed dan,’ zei m’n grootvader beduusd, ‘ik wil alleen dit nog zeggen: in ruil voor een knolraap mag je aan de anus van een Patagonische vrouw likken.’ Drie dagen en nachten heeft hij zonder eten doorgebracht in het varkenskot.

Z’n dochter Lea trouwde met veehandelaar Gust, en zij gingen op huwelijksreis naar de Peloponnesos. Dat deden ze al liftend. In 1954 was liften nog niet gevaarlijk, plus, m’n vader Gust was een ruige gozer, voor wie de meeste mensen heel bang waren. Hij was ook redelijk opvliegend. Dat bleek al meteen toen ze bij aankomst in hun hotel in de Peloponnesos een kamer kregen waarin een muis zat. Eerst mepte m’n vader met z’n voorhoofd de muis dood en daarna ging hij naar de receptie, en zei hij tegen de vrouw achter de balie: ‘Madame, als ik nog één keer een muis in de kamer vind, steek ik een knolraap in uw anus.’ Toevallig begreep die vrouw geen Nederlands, en ze glimlachte m’n vader vriendelijk toe. Dat wijf gaat me nog uitlachen ook, dacht m’n vader woest, en hij velde haar met een uppercut.

Verder was het een vrij rustige reis, met m’n moeder die bijna in een ravijn donderde, maar gelukkig kon ze bijtijds de penis van m’n vader vastgrijpen, die aan de rand van de afgrond stond te plassen, zodat haar val verhinderd werd. De penis van m’n vader deed wel veel pijn in de resterende dagen van de vakantie, zodat m’n broer Joseph pas twee weken na de huwelijksreis werd verwekt.

Over m’n broer Joseph gesproken: die was nog maar 14 toen hij met twee kameraden per fiets naar Roemenië reisde. Daar leerde hij een leuk meisje kennen, Mariska. Omdat het uiterlijk van een meisje niet belangrijk was voor hem, vergeleken met haar innerlijk, keek hij eroverheen dat ze een hazenlip had, een been dat korter was dan het andere, en slechts een halve clitoris, want de andere helft was weggebeten door Mariska’s hond Zatko. M’n broer wist niet eens wat een clitoris was. Hij befte aldus jarenlang de navel van een vrouw. Tot z’n eerste echtgenote, Marleentje, hem uitlegde hoe het nu eigenlijk zat met de ins en outs van een kut.

Maar goed, de Brusselmansen reisden, en dat deden ze niet alleen voor het plezier, maar ook om bij te leren betreffende de natuur, de cultuur en de gewoontes en tradities van vreemde volkeren en hun soortgenoten. Zo leerde ik in 1984 dat je in Marokko maar beter niet ineens, zij het bij wijze van grap, de hoofddoek van een willekeurige griet haar kanis kunt wegrukken, ermee aan de haal gaan en hem twee straten verder in een boom gooien, waar hij blijft vasthaken aan een tak, weet je wel. In het centrum van Barcelona zijn ze er niet dol op dat je achter een struik zit te schijten, temeer omdat daar praktisch geen struiken te vinden zijn, zodat ik er eerlijk gezegd gewoon op het voetpad scheet. En in de brousse van Ghana moet je niet per se ‘White power!’ schreeuwen naar een aantal met pijl en boog gewapende bosnegers. Toch wist ik telkens weer aan wraak en doodslag te ontsnappen, en ik blijf maar doorgaan met reizen. Ik houd ondertussen wel rekening met m’n ecologische voetafdruk en verplaats me louter in vliegtuigen die, indien mogelijk, minder kerosine verbruiken dan andere vliegtuigen. Voor de rest kan het milieu m’n kloten kussen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234