Koppensneller Herman Brusselmans: 'Nergens in Europa drinken hoogopgeleiden vaker alcohol dan in België'

In het laatste jaar van de middelbare school was ik al alcoholicus, maar dan wel één die hele alinea's uit Homeros kon opdreunen

Als kleuter en als leerling op de lagere school was ik nog niet bijzonder hoogopgeleid. Dat beterde toen ik naar de middelbare school ging, het Heilig Hartinstituut in Hamme. Het studieniveau was daar heel hoog. Dat bracht spanningen en stress met zich mee. Een gevolg daarvan was dat vele leerlingen begonnen te drinken, om de druk die op hen rustte te verminderen. Toen we zo ongeveer 16 waren, was te voelen dat we langzamerhand hoogopgeleid konden worden genoemd. Nou, toen werd er op geen pint meer of minder gekeken. Ik herinner me dat ik in het laatste jaar van de middelbare school al ongeveer alcoholicus was, maar dan wel een zuipschuit die hele alinea’s uit Homeros kon opdreunen, die een scriptie had geschreven over bipolariteit bij kikkervissen, en die een economisch model had uitgedokterd betreffende de kloof tussen arm en rijk in het milieu van mentaal gehandicapte Eskimo’s. En tussendoor maar bier hijsen.

Van onze afstudeerklas in 1975 waren 16 van de 23 leerlingen aan de drank. De primus inter pares was Marcel Verkorven, die een vol glas bier in de hoogte kon gooien en voor hij het glas weer opving, had hij het al leeggedronken, en dat kon hij twaalf keer na elkaar. Marcel werd later burgerlijk ingenieur en werkte voor baggerwerken De Nul. Bij het ontwerpen van het ultieme baggermodel voor het indijken van de Chinese Zee dronk hij 38 Jupilers per dag. Hij heeft twee keer een nieuwe lever gekregen, waarvan de tweede veel beter was dan de eerste, en daardoor leeft Marcel nog steeds en drinkt hij meer dan ooit tevoren. Een toffe gast.

Maar goed, na de middelbare school kwam de universiteit, en toen werd de hoogopgeleidheid uiteraard nog een heel stuk opgedreven. Zelf studeerde ik Germaanse filologie, één van de moeilijkste richtingen die ooit hebben bestaan aan de Vlaamse universiteiten. Om een voorbeeld te geven: je moest in minder dan twintig woorden kunnen uitleggen waarom in het gedicht ‘Het schrijverken’ van Guido Gezelle tussen de regels ontdekt kan worden dat Gezelle niet alleen een homoseksueel was, maar ook dat hij de flikkers met wie hij seks had, probeerde te bevredigen door een hoop levende insecten in hun kont te duwen. Terwijl in dat gedicht op het eerste gezicht alleen maar wordt geëvoceerd hoe de liefde van God voor de mens louter heeft geleid tot de belofte van het paradijs voor diegenen die Jezus beschouwen als de atavistische boodschapper van het creationisme. Ik kreeg felicitaties van professor Deprez omdat ik op de koop toe kon aantonen dat de insecten in de kont van de flikker gemiddeld nog 9,4 seconden in leven bleven voor ze de verstikkingsdood stierven.

Het mag geen verbazing wekken dat je, als je dergelijke studies tot een goed einde wilt brengen, niet zonder drank kunt. Germaanse filologen stonden er, ook al in die tijd, om bekend dat ze ’s ochtends hun tanden poetsten met whisky, ’s middags bij de lunch minstens twaalf pinten dronken en ’s avonds na het college de kroeg indoken om daar te zuipen tot ze later, op weg naar hun kot, een braakselspoor in vier à zes kleuren achterlieten.

Inmiddels dronken de laagopgeleiden veel minder, alsmede de allochtonen, de inwijkelingen, de dompelaars, de werklozen en de onbemiddelden. Je moet rekenen: die mensen hadden praktisch geen geld en de hoogopgeleiden wel, omdat wij een hoop poen kregen van onze rijke ouders. Mijn eigen vader was een tycoon in de Oost-Vlaamse veehandel en kon ieder van z’n drie kinderen een vergoeding van 4.000 frank per week geven, in die jaren een waarlijk fortuin. Van dat geld dronk ik me iedere dag te pletter, en dan was er nog meer dan genoeg over om cadeautjes voor meisjesstudenten te kopen. Zo kocht ik in 1977, toen ik in de eerste licentie Germaanse filologie zat, een lama voor een meisje op wie ik dol was. Samen hebben we de neusgaten van die lama dichtgeknepen tot z’n muil vanzelf openging en we goten er een hele fles cognac in, zodat hij diezelfde avond in helse pijnen stierf aan een alcoholvergiftiging. Tja, hoogopgeleiden zijn vaak sadistische klootzakken, zeker de meisjes en vrouwen.

Tegenwoordig ben ik al decennialang de hoogst opgeleide Vlaamse auteur, maar drinken doe ik niet meer, en dieren lastigvallen evenmin. Vier kopjes koffie per dag en continu m’n hond aaien, tot zo’n bescheiden en vriendelijk genie ben ik geëvolueerd. Maar dat je kapotzuipen fantastisch is, dat zal ik nooit vergeten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234