Koppensneller Herman Brusselmans: 'Onbelast of niet: bijklussen is (nog) niet erg populair'

Dat moest net mij overkomen, een klusje gaan uitvoeren bij een boer die de beste vrienden is met Jef Vermassen

Zoals we al langer weten, ligt de literatuur plat op haar gat. Er worden bijkans geen boeken meer verkocht, bij lezingen komt geen kat opdagen, radio en tv besteden nagenoeg geen aandacht aan romans en dergelijke shit, en als iemand vraagt wat je doet in het leven en je zegt: ‘Ik ben schrijver’, dan word je uitgelachen. Let op, zelf mag ik eigenlijk niet klagen, omdat ik nog steeds, al zo’n jaar of vijfendertig, de befaamdste en leukste auteur uit onze letteren ben. Mensen willen een selfie met mij, jonge meisjes vragen of ze eens hun hand in m’n onderbroek mogen steken en andere schrijvers, zoals Christophe Van Gerrewey, Yves Petry en Saskia de Coster, komen raad vragen, teneinde ooit het succes te kunnen boeken dat ik al sinds de jaren 80 aan m’n kont heb hangen.

Desondanks zijn ook mijn hoogdagen voorbij. Vroeger waren het mooie meisjes die hun hand in m’n onderbroek wilden steken, tegenwoordig zijn het lelijke troela’s met water in hun onderbenen, brede schouders als van een dokwerker op steroïden en kwijl dat uit de linker- of rechterhelft van hun scheve mond sijpelt. Vroeger verkocht ik van ieder van m’n titels minstens veertigduizend exemplaren, tegenwoordig mag ik al tevreden zijn met vijftienduizend. Vroeger werd er, als ik ergens een lezing ging geven, al drie weken op voorhand gevochten voor de tickets, tegenwoordig zitten de zalen niet eens halfvol, of erger nog. Vorige week gaf ik een lezing in de bibliotheek van Spijkenisse, in Nederland, en er waren slechts twaalf mensen komen opdagen, mede omdat ze in de pauze gratis fluitjeswijn en bitterballen kregen.

Dat alles heeft uiteraard financiële gevolgen. Ik ben ooit zo goed als rijk geweest, doch die tijden zijn definitief voorbij. In plaats van vijf keer in de week op restaurant te gaan bereidt m’n verloofde Lena thans eigen maaltijden, bestaande uit goedkope producten zoals oude schuifkaas, helmgras en puitenbillen. Die puiten moet ik zelf gaan vangen in moerassige gebieden, bij voorkeur na elf uur ’s avonds, want puiten zijn nachtdieren die de duisternis afwachten om op zoek te gaan naar hun prooien, meestal wantsen, duizendpoten, en scharlaken strontvliegen.

De kwestie is dat ik m’n oren spitste toen onze minister van Sociale Zaken Maggie De Block kortelings kenbaar maakte dat je, ook als je zelfstandig in hoofdberoep bent, onbelast 500 euro mag bijverdienen. Dat lijkt niet veel, maar voor armlastige mensen is het een leuk bedrag waarmee ze zich, zoals ik, extra sigaretten, om de drie weken een fles druivensap en, als hun geliefde jarig is, een pluchen beertje kunnen aanschaffen. Daarom ben ik al een tijdje bezig met het zoeken naar een ideaal bijklusjobje. Dat is niet zo makkelijk als het lijkt. Zo’n jobje moet je natuurlijk wel graag doen, en je moet er ook een beetje verstand van hebben. Omdat ik opgegroeid ben in de veehandel, dacht ik eraan om een baantje te zoeken bij een boer en daar de dieren te verzorgen, de stallen uit te mesten of de dochter van de boer achterwaarts in de poes te naaien, dat laatste vanzelfsprekend bedoeld als grapje.

Ik bood me aan bij boer Julien in Lovendegem. Hij zei dat hij inderdaad iemand nodig had, namelijk om met paard en kar naar het veld te rijden en daar de kar te vullen met uit de grond getrokken bieten. Dat leek me wel wat. Ik spande de bejaarde merrie Bles voor de kar en reed naar het veld in het oosten van het dorp. Onderweg stopte Bles ineens, en ik vroeg me af waarom ze dat deed. Toen zag ik het. Bles was door haar poten gezakt en overleden.

Wat nu gezongen? Ik belde naar boer Julien en vertelde hem over deze gebeurtenis. Hij werd woest, schold me uit, en verzekerde mij dat ik hem de waarde van Bles moest uitbetalen of dat hij er anders advocaat Jef Vermassen bij zou halen. Dat moest net mij overkomen, een klusje gaan uitvoeren bij een boer die de beste vrienden is met Jef Vermassen, omdat ze allebei lid zijn van Mensa. M’n eerste bijklusjobje kostte me al doende 1.200 euro. Wie had gedacht dat een oud, ziek paard nog zoveel waard zou zijn?

Tijdens een tweede klusje, het omhakken van bomen, heb ik twee van m’n eigen tenen afgehakt, en het derde klusje werd ook niks, omdat ik als misdienaar de pastoor tijdens z’n gang naar het tabernakel pootje lapte en hij met z’n kloten tegen de vloer donderde. De literatuur moet weer aantrekken, of ik raak aan de bedelstaf.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234