null Beeld

Koppensneller Herman Brusselmans: Wie mij een racist durft te noemen, kan een klap tegen z'n walmende smoel krijgen

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

undefined

null Beeld

Niet alleen op scholen zijn er sporen van racisme, ook op werkplaatsen, in uitgaansgelegenheden, in sportclubs, op straat, op de sociale media, in de culturele wereld, op radio en televisie, in kranten en weekbladen, in de politiek en daarstraks nog, toen ik in het Sluizekenpark op een bank een sigaret zat te roken. Op de bank tegenover me zaten twee blanken, een man en een vrouw met elk een blik Cara-pils, en er passeerde een Turks gezin – een vader, een moeder en twee kinderen. Ze waren nog maar nauwelijks gepasseerd of de Cara-vrouw zei tegen de Cara-man: ‘Dat loopt hier overdag maar rond te lummelen, moeten die niet werken en moeten die twee kleine pipo’s niet naar school?’ Het was zaterdag en dan werken doorsnee mensen niet en gaan doorsnee kinderen niet naar school. Maar de doorsnee blanke Cara-mens kan de zaterdag nauwelijks onderscheiden van de andere dagen, weet per definitie van voren nauwelijks dat hij van achteren leeft of vice versa en zal altijd wat te tateren hebben in een schabouwelijk Nederlands als er personen passeren die niet wit zijn, die via de voorvaderen niet uit Vlaanderen stammen, die eventueel een hoofddoek dragen, die mogelijk vier of meer kinderen hebben, die moslims genoemd kunnen worden of die hun roots hebben in Afrika of in andere landen waar de doorsnee mens een zwarte of een gekleurde huid heeft.

Het zijn natuurlijk niet alleen de blanke Cara-mensen die praatjes hebben als de discussie gaat over afkomst, ras, religie en neem er ook maar seksuele voorkeur en maatschappelijke status bij. Ik ken een CEO van een middelgroot bedrijf, en die hoorde ik in een vipruimte na een voetbalwedstrijd zeggen: ‘Anderlecht heeft veel te veel negers, die kunnen niet verdedigen, waar zouden ze het geleerd hebben.’ Dat is een racistische opmerking, en het spreekt vanzelf dat ik met die CEO verder geen contact wil, en dat ik nimmer meer in z’n vipruimte zal worden aangetroffen.

Oké, ik heb één van m’n recente romans de titel ‘Guggenheimer koopt een neger’ gegeven, en daar was her en der heel wat om te doen. Ik moest verklaren waarom ik dat had aangedurfd, en ik werd door sommigen ook al een racist genoemd, natuurlijk vooral door degenen die nog nooit een roman gelezen hebben, laat staan een roman van mij. Daarom zijn het parels voor de zwijnen als je gaat uitleggen dat niet ik, maar m’n personage Guggenheimer een rechts denkende, half krankzinnige, als een olifant door de porseleinkast banjerende klootzak is, in wiens mond woorden als neger, bruine aap en lesbohoer bestorven liggen.

Wie mij een racist durft te noemen, kan een klap tegen z’n walmende smoel krijgen. Ik ben een antiracist, een antifascist, een antiseksist en zo links als een linkse hoek tegen je bakkes, en desondanks neem ik nu en dan het voorrecht om met alles en iedereen te lachen. Is het niet via de gezichtsuitdrukking van mezelf, dan wel via die van m’n literaire personages. Uiteraard moet je weleens een grap de wereld in kunnen sturen over de multiculturele leefwereld, het gevoel voor ritme van donkere hiphoppers, de maandstonden met brokjes van een kaduke feministe of de vingervlugheid van een Marokkaan, en wie zo’n grap, die hopelijk een goeie grap is, aangrijpt om de verteller ervan een racist of een seksist of wat dan ook te noemen, die kan van mij net zo goed een schop tegen de kloten of de preut krijgen.

Ik gooi met stelligheid op tafel dat ik nooit een medemens, wie het ook is, zonder enige reden zal denigreren, discrimineren, met de nek aankijken, uitschelden of opzijduwen. En als ik het, mét geldige redenen, toch al doe, dan is de kans meer dan tachtig op honderd dat die medemens een witte Vlaming is die het verstand heeft van een kassei, het gevoel voor humor van een aalput en de morele integriteit van een doorsnee Vlaams Belanger met een druipende blaasontsteking, zes tanden in z’n muil en de gewoonte om z’n wijf af te troeven en z’n kinderen een paar keer per week op te sluiten in het kolenhok.

Een leerling die ergens in Vlaanderen op school zit, getuigde: ‘Opeens zei de leraar: ‘Neger, zwijg!’’ Zolang die leraar niet de charme en het genie van een totaal fictieve Guggenheimer heeft, moet hij z’n gore bek houden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234