Krassen, snijden, branden en bonken: 1 maart is de Internationale Dag van de Zelfverwonding

Maar liefst één op de vijf Vlaamse jongeren bezondigt zich, in grote of kleine mate, aan zelfverwonding. Humo sprak met Julie Beirens (‘Als kind van 10 gooide ik al steentjes tegen mijn hoofd’) en psychologe Laurence Claes (‘Zichzelf verwonden is altijd het topje van de ijsberg’).

'Wat alcoholmisbruik, eetstoornissen en zelfbeschadiging met elkaar gemeen hebben, is het gebrek aan respect voor je eigen lichaam ''

JULIE BEIRENS «Op mijn 15de is het per toeval aan het licht gekomen. Ik studeerde Toerisme en moest samen met een klasgenootje iets opzoeken op een landkaart. Toen is mijn mouw een stukje naar boven geschoven. Dat meisje heeft meteen de klastitularis ingelicht.»

Tot die dag hadden de ouders van Julie niet in de gaten dat hun dochter zichzelf ernstig verwondde.

BEIRENS «Ik kon mijn wonden heel goed verbergen. Winter en zomer droeg ik lange mouwen. Eén keer hebben ze wat krassen gezien, maar toen heb ik hen wijsgemaakt dat ik me pijn gedaan had bij het paardrijden.

»Toen het CLB mijn ouders inlichtte en het woord ‘zelfverwonding’ ter sprake kwam, vielen er voor hen wel een paar puzzelstukjes op hun plaats. Ze hadden al langer het gevoel dat er iets met me aan de hand was, ook al deed ik het goed op school. Voor mijn ouders was het een zware klap. Wat doe je als je kind zichzelf snijdt? Nu kan ik me voorstellen met wat voor onmacht ze werden geconfronteerd.»

HUMO Je was jezelf dan al twee jaar aan het verwonden.

BEIRENS «Ik kan me herinneren dat ik als kind van 10 al steentjes naar mijn eigen hoofd gooide – misschien zat het er dus al langer in – maar mezelf echt verwonden is pas begonnen op mijn dertiende. Het vreemde is dat ik toen nog nooit van zelfverwonding gehoord had. Misschien was het in die tijd nog niet zo bekend of had ik me er onbewust voor afgesloten. In elk geval viel ik uit de lucht toen ik hoorde dat anderen het ook deden.

»Zelfverwonding heeft nooit één oorzaak, het is altijd een samenloop van allerlei dingen die fout lopen. Het is zeker niet zo simpel als: ik heb pijn in mijn hoofd, dus sla ik met een hamer op mijn duim om de pijn te verleggen. Wat mij die eerste kras heeft doen zetten, was een zwaar trauma. Ik wilde mezelf straffen om wat er was gebeurd. Ik voelde me waardeloos. Er zit heel veel ruis op mijn herinneringen uit die periode, maar van de eerste keer herinner ik me wel nog een gevoel van opluchting. Ik werd er rustig van. Pas na een paar minuten schrok ik: ‘Wat heb ik nu gedaan?’ Ik dacht dat ik compleet gek was geworden.

'De eerste keer gaf me een gevoel van opluchting. Pas na een paar minuten schrok ik: 'Wat heb ik nu gedaan?' Julie Beirens

»Natuurlijk durfde ik het aan niemand te vertellen. Mijn ouders hebben me wel een paar keer meegenomen naar een kinderpsycholoog, maar dat had vooral te maken met mijn opstandige gedrag thuis. Ik was bang van die vrouw, hoe hard ze ook probeerde om me te helpen. Ik was bang dat ze mijn trauma naar boven zou spitten, dat ze zou zien dat ik mezelf verwondde en dat ze me zou laten opsluiten.»


Verslavend

Wanneer we Laurence Claes, klinisch psychologe, gedragstherapeute en hoogleraar aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen, vragen of ze verbaasd is over het grote aantal jongeren dat zichzelf pijn doet, is ze snel om ons te verbeteren.

LAURENCE CLAES «‘Zichzelf pijn doen’ is hier niet de juiste woordkeuze: één derde van de jongeren die zichzelf verwonden, zegt weinig of geen pijn te ervaren. Die jongeren verkeren in een soort trance, terwijl ze het doen. Dat is hetzelfde als wanneer je je per ongeluk ernstig pijn doet: eerst voel je daar ook niet veel van, omdat je hersenen endorfines afscheiden die je een roesachtig gevoel geven. De pijn komt pas later.

»Een groot misverstand is dat meisjes het meer doen dan jongens. Bij zelfverwonding denken mensen meteen aan krassen en snijden, maar er bestaan veel vormen van. Meisjes snijden zich vaker, terwijl jongens eerder slaan, branden of bonken. Daarom blijft het gedrag bij jongens vaak onder de radar: als een jongen met zijn vuist tegen de muur slaat, noemen we dat een agressieprobleem. Maar die jongen wil niet die muur beschadigen, wel zichzelf.»

HUMO Vertellen uw patiënten waarom ze het doen?

CLAES «De precieze aanleiding is moeilijk te achterhalen, maar we kennen wel bepaalde risicofactoren, zoals fysieke, emotionele of seksuele trauma’s. Pesten of gepest worden is ook zo’n risico. Ook persoonlijkheidskenmerken spelen een rol, zoals impulsiviteit of een negatief lichaams- en zelfbeeld.

»Ik behandel vooral jongeren met een eetstoornis: in combinatie daarmee zien we het heel vaak opduiken. Net als bij eetstoornissen kan controle een belangrijke functie zijn van de zelfverwonding: ‘Ik bepaal wanneer ik me snijd, en niemand kan me daarvan weerhouden.’ Maar net zo goed is het een manier om zichzelf te straffen of om emoties onder controle te krijgen. Zelfverwonding heeft veel functies en dat maakt het zo verslavend.»

HUMO Ziet u ook jongeren die zich alleen maar pijn doen, zonder nog met andere problemen te worstelen?

CLAES «Zelden, tenzij het iemand is die uit groepsdruk alleen wat oppervlakkig krast. Zichzelf verwonden noem ik ‘het topje van de ijsberg’. Het is een manier om, zonder woorden, aan te geven: ‘Het gaat niet goed met mij.’ Het is zeker geen aandachtstrekkerij, maar zo zien mensen het nog vaak. Omdat jongeren bang zijn om voor aandachtstrekker uitgemaakt te worden, zoeken ze minder snel hulp. ‘Wat jij doet, is geen aandacht zoeken,’ zeg ik hen altijd, ‘het is non-verbaal communiceren, tonen dat het niet goed met je gaat.’ Vaak komen de jongeren uit gezinnen waar niet zo vlot over emoties wordt gesproken.»

'Omdat jongeren bang zijn om voor aandachtstrekker uitgemaakt te worden, zoeken ze minder snel hulp.' Laurence Claes


Epidemie

Van het CLB kreeg Julie een werkmap mee naar huis: ‘Hoe te stoppen met zelfverwonding.’

BEIRENS «Die map heeft niet geholpen, omdat ik er toen zelf nog niet mee wilde stoppen. Ik kon het nog niet. Hoe destructief het ook was, dat verwonden hielp me. Mijn zelfhaat minderde een beetje, ik kon er weer even tegenaan. Al heel snel werd het een mechanisme. Ik had ook steeds meer pijn nodig om hetzelfde effect te voelen. Vergelijk het met morfine: daarvan heb je ook steeds grotere dosissen nodig om de pijn te stillen.»

HUMO Dat je er littekens aan kon overhouden, hield je niet tegen?

BEIRENS «Dat was het laatste waaraan ik dacht. Ik ging ervan uit dat het bij mij nooit zo ver zou komen. Bij een eerste sigaret denk je ook dat je de verslaving wel de baas zal kunnen. Maar voor je het weet, rook je als een schoorsteen.

»Van mijn 15de tot mijn 18de ben ik van de ene opname in de andere gerold: ik had een depressie, en ik had een posttraumatische stressstoornis. Door al die chaos in mijn hoofd ben ik in een psychose beland. Het was zo erg dat ik begon te hallucineren: ik dacht dat ik kon vliegen. Ze moesten me wel opsluiten, anders was ik uit het raam gesprongen.»

HUMO Hoe gingen ze op die psychiatrische afdelingen om met je zelfverwonding?

BEIRENS «Elk ziekenhuis pakte dat op zijn manier aan. Nu gaat het er gelukkig anders aan toe, maar tien jaar geleden vloog je in sommige psychiatrische instellingen nog zonder pardon in de isoleercel, als je jezelf had verwond. Het voelde als een straf, zeker omdat ik ook mijn bril en beha moest afgeven. Ik heb heel sterke glazen, dus ik zat niet alleen opgesloten, ik zag alles ook nog eens in een waas. Het was heel ingrijpend. Ik heb er nog altijd nachtmerries over.

»Soms breekt er op zo’n afdeling een ware epidemie van zelfverwonding uit onder al die zelfdestructieve jongeren. Dan leek het alsof ze een wedstrijdje ‘Wie heeft de meeste hechtingen?’ hielden. Had de ene er acht, dan was er de volgende dag gegarandeerd eentje met negen. Het was haast een statussymbool. Ik heb daar nooit aan meegedaan, misschien omdat ik nogal volwassen was voor mijn leeftijd. Ik vond het een beetje zielig om zo te gaan concurreren.»


Zonder verdoving

We raden het niemand aan, maar als u ‘zelfverwonding’ intikt op een zoekmachine, dan wordt u om de oren geslagen met beelden van voorarmen die onder de rode littekens zitten, of waarop een sigaret wordt uitgeduwd. Zeer kwalijke taferelen om zomaar te tonen, weet Laurence Claes.

CLAES «We vragen altijd aan de pers om geen beelden te tonen van mensen die zich aan het verwonden zijn. Zoiets is een enorme trigger. Bij jongeren is de sociale besmetting van dit soort gedrag heel hoog. Niet alleen in psychiatrische afdelingen breken epidemieën uit, maar ook in scholen.»

HUMO Maken sociale media het erger?

CLAES «Je hebt nu websites en blogs over zelfverwonding. Een website zoals verwonderd.be, waar jongeren vertellen wat hen geholpen heeft om uit die destructieve spiraal te stappen, kan ik alleen maar toejuichen. Contact met lotgenoten is heel belangrijk, want vaak denken patiënten dat ze alleen staan met hun probleem.

»Maar we mogen zeker niet naïef zijn, want er zijn ook sites die dwepen met zelfverwonding en die je leren hoe je het nog erger kan maken. Vergelijk het met websites die anorexia verheerlijken. Ook daar kunnen we weinig aan doen.»

Ook Julie volgde een tijdje enkele blogs van jongeren die hun strijd met zelfverwonding deelden op het internet.

BEIRENS «Op de duur vond ik het allemaal wat overdreven. Moet je nu élke keer met korte mouwen op je Instagram-foto staan? Het is winter! Je hebt je punt intussen wel gemaakt. Ik ben blij dat sociale media nog niet bestonden toen ik met dat gedrag begon.»

HUMO Volgens Laurence Claes heeft ze, na meer dan 20 jaar, vooral geleerd om geduldig te zijn met patiënten die zichzelf verwonden: het kost tijd om ermee te stoppen. Waardoor ben jij er na 10 jaar mee opgehouden?

BEIRENS «Die drie jaar kinderpsychiatrie hebben weinig geholpen. Daar was het vooral een kwestie van mezelf in leven te houden. Ik was voortdurend suïcidaal. Ik besef hoe paradoxaal dat klinkt: ik deed mezelf pijn om in leven te blijven, terwijl ik eigenlijk liever dood wilde.

»Als ik in het weekend naar huis was gegaan, dan kamden mijn ouders op zondagavond mijn kamer uit op zoek naar scherpe voorwerpen, voor ze me weer lieten vertrekken. Ik begrijp dat, ze waren wanhopig. Maar dat hielp natuurlijk niet. Het maakte me alleen maar creatiever. Ik heb de vreemdste dingen uitgevreten om me te kunnen verwonden, maar vraag me niet hoe of wat, want ik wil niemand op ideeën brengen.»

MAARTEN (haar echtgenoot) «Mag ik toch één voorbeeld geven?»

BEIRENS «Toch niet het verhaal van de stylo? (lacht) Dat zal me mijn leven lang achtervolgen.»

MAARTEN «Ze had de inkt uit een stylo gehaald en die volgepropt met mesjes. Ik had het meteen in de gaten: als je met een stylo schudt, hoort die niet te rammelen.»

BEIRENS «Ik moest opgenomen worden en had me een beetje euh... voorbereid. Nu kan ik erom lachen, maar eigenlijk schaam ik me ervoor. Het was een dieptepunt.»

HUMO Als niet Maarten maar een verpleegster het had ontdekt, had ze je dan een uitbrander gegeven?

BEIRENS «Soms deden ze dat wel. Ik heb in al die jaren veel respectvolle dokters en verplegers gekend, die echt probeerden me te helpen en me niet meteen veroordeelden. Maar soms kreeg ik ook negatieve reacties. Het was een minderheid, maar die blijft je wel het langste bij.

»Ik herinner me nog dat iemand van de verpleging doodleuk zei: ‘De volgende keer dat je aandacht nodig hebt, kom het dan gewoon even zeggen.’ Om dat soort preken te vermijden, bleef ik soms veel te lang rondlopen met een wonde die verzorgd moest worden. Als die wonde dan geïnfecteerd was en ik schoorvoetend om antibiotica ging vragen, stuurden ze me weleens wandelen met een flesje isobetadine: ‘Het zal wel genezen. Je hebt het tenslotte zelf gedaan.’

»Eén keer heeft een dokter me gehecht zonder verdoving. ‘Drie draadjes,’ zei hij, ‘dat kan jij vast wel zonder verdoving, hè? Jij bent die pijn toch gewoon.’ Ik was zo verbouwereerd dat ik niks heb gezegd. Later heb ik wel een keer een klachtenbrief naar de ombudsdienst van een ziekenhuis gestuurd. Ik moest voor de zoveelste keer naar de spoeddienst – in mijn slechtste periodes zat ik daar soms drie keer per week. Eén verpleegster zag me komen en zei: ‘Wil jij een abonnement of zo?’ Van die ombudsdienst heb ik alleen een droge mail teruggekregen: ‘We hebben de persoon erover aangesproken.’ Excuses kreeg ik niet.»

HUMO Vertelde je het aan je ouders?

BEIRENS «Ik wilde hen daar niet mee belasten. Moest ik weer naar de huisdokter voor een hechting, dan deed ik dat in mijn eentje. Na tien dagen haalde ik de draadjes er zelf uit. Als ik niet voor de zoveelste keer naar de spoeddienst durfde – mijn ouders kregen altijd de factuur – dan liet ik een wonde soms gewoon dichtgroeien. (Zucht) Ik heb zo slecht voor mezelf gezorgd.»


Afgekickt

BEIRENS «Op de duur deed ik het meer uit gewoonte dan uit noodzaak. Ik stond er niet meer bij stil. In april vorig jaar onderging ik mijn tweede huidtransplantatie. Ik was het opeens allemaal zo beu: de operaties, de bezoeken aan de spoedafdeling, de spuiten die ik kreeg om me te verdoven – áls ze me al verdoofden, de reacties van de chirurgen. Ik heb hele goeie chirurgen gekend, maar ik heb er ook heel hardhandige gehad. Om tijd uit te sparen, nietten ze de wonde dicht in plaats van ze te hechten, met heel lelijke littekens tot gevolg. Ik kan ook niet meer tellen hoe vaak ik gehecht ben door de stagiaire die alleen nog maar op nephuid had geoefend. Oké, iemand moet de eerste zijn, maar ik was toch opvallend vaak het proefkonijn. Dan trilden en beefden hun handen zo hard, dat ik hén moest geruststellen: ‘Doe het nu maar gewoon.’

»Na die tweede operatie dacht ik: ‘Dit moet stoppen.’ Het klinkt als een cliché, maar er was een klik. Voor mij was dat de gedachte: ‘Ik wil hier niet aan doodgaan.’ Ik weet zeker dat ik vroeg of laat, zonder het zelf te willen, te ver zou zijn gegaan. Het was uitgegroeid tot iets levensbedreigends en dat wilde ik niet meer. Ik wilde een toekomst met Maarten, die ik een paar jaar geleden heb leren kennen. En vooral: ik wilde er mooi uitzien op ons huwelijksfeest.»

HUMO Je trouwjurk staat hier in de hoek. Het verbaast me dat de mouwen niet lang zijn, eerder driekwart.

BEIRENS «Ze kwamen tot de helft van mijn onderarmen. Dat was voldoende.

»Ik heb van meet af aan open kaart gespeeld met Maarten. Ik heb hem rechtuit gezegd: ‘Ik heb erge dingen meegemaakt en daarom doe ik mezelf soms pijn.’ Hij reageerde heel begripvol: ‘Ik heb twee schouders en daarmee ga ik je pijn helpen dragen.’ Het moeilijkste moment was toen ik mezelf voor het eerst helemaal blootgaf. Ik durf met moeite in de spiegel te kijken, dus kan je nagaan.

'Ik heb nu spijt van mijn littekens. Ik denk vaak: 'Waarom heb ik ooit dat eerste krasje gemaakt?' Julie Beirens

»Ik heb nu spijt van mijn littekens. Ik denk vaak: ‘Waarom heb ik ooit dat eerste krasje gemaakt?’ Ik wil anderen er liever niet mee confronteren, dus draag ik zelden korte mouwen. Maar mijn armen zijn niet het grootste probleem: ik heb andere lichaamsdelen erger toegetakeld. Zwemmen durf ik amper. Vorig jaar heb ik het een paar keer gedaan, omdat ik aan mijn conditie wilde werken. Dan trok ik een spurtje van de kleedkamer tot in het water.»

HUMO Op je ene arm heb je tattoos laten zetten.

BEIRENS «Mijn andere arm wilde ik ook laten tatoeëren, maar die had ik te erg verminkt. Die tattoos waren een manier om de littekens te camoufleren, maar het werkte ook therapeutisch. Ik vind ze zo mooi dat ze me ervan weerhouden om nog in mijn armen te kerven.»

HUMO Gek dat je het voor je tattoos zou kunnen laten, maar niet voor jezelf.

BEIRENS «Ik heb door de jaren aan iedereen beloofd dat ik het nooit meer zou doen – aan mijn ouders, dokters, vriendinnen – maar dat werkt niet: uiteindelijk doe je het alleen voor jezelf. Het gaat nu goed met me: ik ben 23 en getrouwd, ik wil opnieuw gaan studeren, ik leef me uit met fotografie en poëzie schrijven. Maar stel dat er morgen iets heel ergs gebeurt, dan kan ik niet beloven dat ik mezelf niet opnieuw zou gaan snijden.»

Samen met de jongeren zoekt Laurence Claes naar alternatieven voor hun zelfverwonding.

CLAES «Je moet iets vinden met dezelfde functie, maar zonder schade. Iemand die zijn emoties onder controle probeert te houden door te snijden, kan misschien ook rustig worden door te sporten, muziek te beluisteren of te chatten met een vriendin – contact opbouwen met vrienden en familie is heel belangrijk om het gedrag te kunnen loslaten. De ellende is dat, zeker in het begin, niks zo goed werkt als de zelfverwonding. Soms moeten we veel alternatieven proberen, voor we iets vinden dat helpt.

»Ik zeg de jongeren altijd: ‘Ons doel is dat je leert om lief en aardig te zijn voor jezelf en je lichaam.’ Daarom raad ik scholen die advies vragen altijd aan om over zelfzorg te spreken. Wat alcoholmisbruik, eetstoornissen en zelfbeschadiging met elkaar gemeen hebben, is het gebrek aan respect voor je eigen lichaam. Je moet die dingen bespreken met jongeren. Doen alsof het er niet is, zal de zaak niet oplossen.»

BEIRENS «Ik heb mijn zelfverwonding niet vervangen door één alternatief. Of misschien een beetje: ik ben gaan kettingroken (lacht). Maar daarmee ben ik sinds vier weken ook gestopt. Ook met alternatieven blijft de drang er wel, zeker als ik flashbacks of nachtmerries heb. Dan word ik wakker met het gevoel: ‘Nu ga ik mezelf pijn doen.’ Maar dan kijk ik naast me, zie ik Maarten en denk ik: ‘Waarom zou ik?’ Ik ben afgekickt van de verslaving.»

Wie vragen heeft over zelfverwonding kan terecht op: www.verwonderd.be.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234