null Beeld

'Kregel van pieken' Dwarskijker over 'Komen eten: kerstspecial'

Rudy Vandendaele

Voor elkaar sterven is wellicht ietsjes te veel gevraagd, al zou je de gelegenheidskokkies daar na lepe manipulatie en een extra pousse-café misschien wel toe kunnen overhalen.


Komen eten: kerstspecial

VIER – 14, 15 en 16 december

Eerst even een anekdotetje in de kerstsfeer: laatst ontmoette ik tijdens een korte avondwandeling een buurtgenote die haar hond uitliet, een vrouw met wie ik, bij gebrek aan gemeenschappelijke interesses, wel eens dof de weersomstandigheden doorneem op straat. Haar Franse buldog, ene Gennaro, droeg een halsband met flikkerlichtjes. Ik zei: ‘Hij heeft z’n kerstverlichting al om.’ ‘Dat is voor de verkeersveiligheid, meneer,’ zei ze sec. Ze blijft me maar met ‘meneer’ aanspreken.

En nu zo goed als serieus: ik ben van mening dat de wereld, zoals zij zich aan het einde van het jaar 2015 aan me voordoet, een steeds kwalijker samenloop van omstandigheden is. Daarbovenop lijd ik, sinds een recente avondwandeling, aan een zware verkoudheid die mij keel- en hoofdpijn, tranende ogen, een loopneus, een verscheurende hoest en ook wel een zekere koortsgloed oplegt. Ineens blijk ik ook de kerstsfeer, en gezelligheid over het algemeen, merkwaardig goed te kunnen verdragen. In mijn toenemende weerloosheid verlang ik vreemd genoeg ook meer naar mensen dan in mijn menselijke natuur ligt. In die stemming grijp ik intuïtief naar Dafalgan 1000 en een tv-programma als ‘Komen eten’, waarin nog volop alledaagse types te bezichtigen zijn. ’t Is te zeggen: vier lieden – ze kennen elkaar van haar noch pluim – die bij het eerste gezamenlijke etentje al tussen het aperitief en het voorgerecht besluiten dat ze vrienden voor het leven zijn, of anderszins voor elkaar geboren. Voor elkaar sterven is wellicht ietsjes te veel gevraagd, al zou je ze daar na lepe manipulatie en een extra pousse-café misschien wel toe kunnen overhalen. Er zit mogelijk een nieuw format in deze enge gedachte, bedenk ik ineens. Wat er al niet in een patiënt opkomt als hij koortsig is, en zielig, en al bij al het doodschoppen niet waard! Een patiënt die onder invloed van Dafalgan 1000, en zo goed als stoned, een stukje zit te tikken.

Zo’n viertal op maat van ‘Komen eten’ is natuurlijk door perfide televisiemakers met het oog op knaleffecten uit de grote hoop geplukt. Arglistig en vakkundig. Ze moeten om te beginnen, ook los van elkaar, argeloos zijn en er van alles uitflappen, alsof hun leven een aaneenrijging van onbewaakte momenten is. De commentaar van Herman Verbruggen, de evenknie van Marcske Vertongen uit ‘F.C. De Kampioenen’, moet altijd een schijntje slimmer klinken dan de onbezonnen uitspraken van de tafelgasten. In de greep van de kerstsfeer zegt zo’n Marcske Vertongen, of Herman Verbruggen zo u wilt: ‘Kerstmis is voor hen een piekmoment en daar wordt met Kerstman en macht aan gewerkt.’ Op zo’n toon van: ‘Hebt u ’m beet? Proeft u het taalvernuft? Ik anders wel, hoor. En of ik het taalvernuft proef!’

‘Ik wil toegeven dat ik een kerstzot ben,’ deed er één, alsof hij in ‘De rechtbank’ voorkwam. De gelegenheidskokkies en tevens disgenoten die dit keer in ‘Komen eten’ aanzaten, vertoonden stuk voor stuk een verregaande hang naar de kerstsfeer en alle feeërieke lichtvervuiling die ermee samenhangt. Er bestaat een wetenschappelijke naam voor, die quizbeesten zó kunnen noemen, maar ik hou ’m liever voor mezelf. Noem het bescheidenheid. Voor het overige waren Brandel en Jurgen, een bloemist en een kapper, van nature de herenliefde toegedaan; Dean, een 21-jarige student, woonde nog breeduit bij zijn ouders in Brasschaat – het leek veeleer alsof zijn ouders ten einde raad bij Dean waren ingetrokken. De middelbare Ria, die voor de kost aan kinderopvang deed, had het in naam van het Nederlands consequent over de Weeg Watchers, een organisatie die haar al 33 kilo lichter had gemaakt. Rond deze tijd van het jaar veranderde haar woning in het Kersthuisje. Daarover had haar idool Christoff, die veel succes heeft in Duitsland, zich ooit lovend uitgelaten. De schlagerzanger, een laat antwoord van de geallieerden op de Duitse inval, zou bij de aanblik van het Kersthuisje van pure verbazing hebben gestameld: ‘’t Is een klein Disneyland Parijs.’ Als Christoff zoiets zegt, dan… Thans schieten woorden gelukkig tekort, want er heerst plaatsgebrek op deze pagina’s. Ria’s kerstverlichting, die vanuit de ruimte goed zichtbaar is, bestaat uit 60.000 lampjes. Waar je bij Ria thuis ook keek, zowel binnen als buiten, overal zag je een opeenhoping van de laatste snufjes inzake kerstartikelen. Vorig jaar kwamen er 5.000 bezoekers bij haar langs, die allemaal een gratis kelkje jenever aangeboden kregen. Ik zie meteen de poëzie in van mensen die belangeloos hun droom van 60.000 kerstlichtjes waarmaken in een verkaveling, maar ik vroeg me toch af onder welke partij kunstsneeuw het winstoogmerk van Ria zich schuilhield. De journalistiek heeft me langzaam maar zeker van mijn vertrouwen afgeholpen.

'Als Christoff zoiets zegt, dan… Thans schieten woorden gelukkig tekort, want er heerst plaatsgebrek op deze pagina's'


60.000 kerstlichtjes mag dan wel een tour de force zijn, Jurgen had er dan weer 90.000 in gebruik! Zijn motto was: ‘Veel, véél, véééél lichtjes!’ De lichtjes van Dean, ook een onvoorwaardelijke liefhebber van de kerstsfeer, lieten te wensen over: ze brandden zelfs niet allemaal. Zijn kerstgebeuren in de openlucht – opblaassneeuwmannen, opblaasrendieren, kerstlieden die zich aan vensterbanken en dakgoten vastklampen – zag eruit als een braderij na een windhoos. Nu, Dean had andere kwaliteiten: hij kon bijvoorbeeld een aardig mondje Sindarijns spreken, de taal van de elfen in de mythische vertelsels van Tolkien. Ria, die als Weeg Watcher uiteraard honger had, sprak in een terzijde: ‘Mocht ik in elfentaal kunnen zeggen: ‘Zwijg, en geef ons nog iets te eten’, dan had ik dat gezegd.’ Het prozaïsche haalt het altijd op de poëzie in onze vervloekte dampkring. Toen Dean haar uiteindelijk iets te eten gaf, was het nog niet goed: hij schotelde zijn gasten nagenoeg rauwe eendenborst voor, een cuisson waar in het Sindarijns geen woorden voor zijn. De eend in kwestie was geplukt, dat wel. Zijn crème brûlée op basis van cuberdons was dan weer een onverdeeld succes. Het culinaire aspect van dit programma bestond nog het meest uit openlijk walgen van champignon- en/of mosterdsaus, en hardop zeggen: ‘Ik eet niets uit de zee.’ Ach, wat dondert het? Eten is hooguit een voorwendsel in dit programma. Het draait veel meer om bijvoorbeeld de bloemist Brandel, tevens deskundig inzake bloem- en sierstukken, die haast kregel werd van pieken op kerstbomen, en zulke kerstversieringen dan ook met klem passé verklaarde. Ook gelballetjes waren volgens hem zo passé als de sokophouder, terwijl ik nog nooit met zulke – gauw even het orakel van Google raadplegen – ‘waterabsorberende balletjes die gebruikt worden als decoratie in een vaas met of zonder bloemen’ in aanraking ben gekomen. Ik heb ook nooit gedacht: ‘De wereld is aan iets als – hoe zal ik het noemen? – gelballetjes toe.’ Nog voor ik het belang van gelballetjes kon inzien, zei Brandel al dat ze uit de tijd waren. De sfeer was er ondertussen naar dat ik Brandel op zijn woord geloofde. De koorts was toegenomen, bedoel ik.

Na afloop vroeg ik me af of ik me meer verwant voelde met de uitverkorenen van ‘Komen eten’ of met de cultuurdragers die het in het radioprogramma ‘Pompidou’ op Klara ontzettend met zichzelf getroffen hebben als ze onder elkaar zijn. Ik kom er maar niet uit en prijs me daar gelukkig om.

Die bewuste avond niesde Gennaro een paar keer. Kun je een verkoudheid van een hond oplopen?

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234