Kris Cuppens, de papa van Kato in 'Beau Séjour'

Hij vadert in ‘Spitsbroers’ over twee voetballende zoons, en in de intrigerende tv-serie ‘Beau Séjour’ leent hij zijn lichaam en geest aan Luc Hoeven: de vader van het ondode meisje Kato. Maar zodra ik bij hem thuis in Schaarbeek de deur uit ben, zal de acteur Kris Cuppens (54) weer zangen uit de ‘Odyssee’ van de blinde bard Homeros beginnen te blokken.

'Mijn gezin geeft mij een houvast, een reden om er te zijn'

Hij staat namelijk, samen met 25 andere spelers, in het grootscheepse ‘Odysseus. Een zwerver komt thuis’, dat op 2 februari in de KVS in Brussel in première gaat. ‘Een zwerver komt thuis: ik heb weer het gevoel dat het over míj gaat, of dat wens ik er in deze fase van mijn leven ook in te zien. Ik heb de indruk dat ik nu volop thuis aan het komen ben in mijn bestaan: alsof ik een odyssee achter de rug heb. In deze tijd spoort Odysseus, die thuis probeert te komen, natuurlijk ook met de vluchtelingen. Ik heb ook het gevoel dat ik weer thuis kan komen in de KVS, waar iemand die me welkom heet directeur is: Michael De Cock. Iemand ook die mensen het gevoel geeft dat ze er mogen zijn. Dat heb je weleens nodig. Vroeger had ik vast gedacht: ‘Ben ik wel artiest genoeg om op het toneel van de KVS te mógen staan?’ Maar goed, ik word 55, dat eeuwige getwijfel mocht weleens ophouden.’

Televisiekijkers met een geheugen weten dat Kris Cuppens in de jaren 90 de homoseksuele wachtmeester Willy Martens speelde in ‘Heterdaad’. Nu vertolkt hij in ‘Beau Séjour’ de enigszins verkreukelde en alcoholhoudende vader van Kato, een mooie rol.

'De rol van Luc Hoeven viel mij niet moeilijk: hij is net als ik gescheiden, maar mijn dochter ben ik gelukkig niet kwijt.'

Kris Cuppens «Het liefst pas ik een personage aan mijn biografie aan. Luc Hoeven is een Limburger en ik ook. En ik vind het erg fijn om, net als in ‘Spitsbroers’, het Limburgs te laten horen in een tv-serie. Dat was sinds ‘De partizanen’ van Theu Boermans geleden. Ik zeg dit nu wel, maar thuis in Neeroeteren heb ik van kinds af aan AN gesproken – Limburgs heb ik dus moeten leren. Luc Hoeven is schoolhoofd, net als mijn vader destijds, al was die eigenlijk inspecteur. En ik sta zelf ook in het onderwijs: ik was tot voor kort opleidingshoofd van LUCA Drama, de bachelor- en masteropleiding van LUCA School of arts, campus Lemmens in Leuven. Ik ben er, na tien jaar duwen en trekken, uiteindelijk op stukgelopen omdat ik geen manager ben. Zelfs in het kunstonderwijs is de onderliggende gedachte tegenwoordig: ‘Je moet mensen klaarstomen voor de markt.’ Dat onderwijs heeft steeds meer managerstypes nodig die niets met kunst te maken hebben en iedereen in hun mal proberen te drukken. Een manager moet afstand nemen, terwijl ik liever afstand verklein of ophef.

»Voor de rest is Luc Hoeven net als ik een gescheiden man. En hij heeft net als ik een dochter, maar de mijne ben ik gelukkig niet kwijt. Ze leeft, ze is 19 en studeert psychologie. Juist door mijn scheiding hebben mijn dochter en ik een goede, zeg maar intense band met elkaar ontwikkeld. Ik vond de rol van Luc Hoeven wegens al die raakvlakken niet moeilijk. Spelen is over het algemeen niet zo moeilijk. ‘Zorg dat je er zelf in gelooft,’ zegt Morgan Freeman, ‘meer is het niet.’ Het moeilijkst is nog: voorwaarden creëren om te kunnen spelen.»

HUMO Zoals?

Cuppens «Vrij zijn, ook vrij van besognes en gedachten als: ‘Straks moet ik achtereenvolgens de kleine van school halen en een schuurmachine gaan huren.’ Op een set moet je zonder ballast aankomen. Nu is een tv-serie meestal een luxesituatie: je komt er aan en je bedje is gespreid, al die medewerkers sloven zich uit voor je. Maar toneelspelen is, als het goed gaat, nog altijd het mooiste. Het blijft een ontmoeting met een religieuze dimensie: het theater is de nieuwe kerk. Er is niets mooiers dan die gemeenschap van acteurs en hun publiek – in het gewone leven zijn we dat gemeenschapsgevoel aan het verliezen, maar niet in het theater.»

HUMO De theatervoorstellingen die je maakt, zijn vaak erg persoonlijk: ze gaan onverbloemd over je eigen leven en je naasten. Ik denk aan ‘Lied’, waarin je ruim tien jaar geleden de balans van je leven opmaakte. In ‘Zwischen’, dat eind vorig jaar in première ging, heb je zelfs je bloedeigen kinderen en je oude vader opgevoerd, om het publiekelijk over jullie onderlinge verhoudingen te hebben.

Cuppens «Ja, maar ik waak er wel over dat het intieme nooit tenenkrullend is. In goed theater, zegt Elizabeth LeCompte van het befaamde Amerikaanse gezelschap The Wooster Group, moet je je biografie investeren, maar dat persoonlijke moet in balans zijn met de vorm die je ervoor kiest, en met het maatschappelijke standpunt dat je inneemt. Geen van die drie elementen mag overheersen, of anders krijg je iets gênants, hermetisch of pamflettairs. Ik wilde met mijn zoon, mijn dochter en mijn vader een voorstelling maken, maar dan wel nú, op staande voet, want mijn vader is 77 en nierpatiënt. Hij heeft een hersenbloeding gehad en lijdt ook aan de ziekte van Parkinson: hij heeft geen tijd meer te verliezen. Mijn zoon zit in de puberteit en mijn dochter is eerstejaars aan de universiteit. Allemaal beleefden we een kantelmoment. Ik ook, want als man van bijna 55 vroeg ik me af waar ik mijn energie, en eigenlijk de rest van mijn leven, nog in zou willen investeren.

»Voor ‘Zwischen’ zijn de vier protagonisten los van elkaar geïnterviewd. Die gesprekken waren een soort belijdenis, waarin we het onvermijdelijk ook over elkaar hadden. ’t Was spannend toen we die teksten voor het eerst lazen. Dat was alleen maar draaglijk doordat we in een repetitieruimte zaten en de conventie van het theater aanvaardden. In een café zouden we sommige van die teksten niet van elkaar gepikt hebben. Mijn vader heeft zich maar tegen één passage verzet, die waarin stond dat er naziliederen werden gezongen op een Vlaams Nationaal Zangfeest, want dat was historisch onjuist.»


Pistool in de zak

HUMO De collaboratie is een thema in je familie en dus ook in je leven en werk.

Cuppens «Ja. Mijn grootvader van moederskant heeft, na een vlucht van één jaar, zes jaar in de gevangenis gezeten wegens collaboratie. Ik heb het altijd erg goed kunnen vinden met die man. Toen ik 14 was, is hij in een auto-ongeluk omgekomen. Wat hij nu precies had uitgevreten in de oorlog, was een familiegeheim, of toch taboe. Later heb ik zijn dossier opgevraagd. Toen ik dat helemaal had doorgespit, kon ik alleen maar denken: ‘Collaboratie is een complex gegeven.’»

'Ik werd als kleinkind van een collaborateur niet alleen uitgesloten, maar ook achtervolgd en geslagen: ja, het ging tamelijk ver.'

HUMO Heb jij, als kleinzoon die opgroeide in de jaren 70, nog de gevolgen van je grootvaders collaboratie moeten dragen?

Cuppens «Ja. Ik heb er destijds met Dirk Tuypens het stuk ‘Vaderland’ over gemaakt. De vader van mijn toenmalige schoonvader was René Lagrou, de leider van de Algemeene SS-Vlaanderen. Geen kleine garnaal, zal ik maar zeggen. Voor ‘Vaderland’ heb ik hem en zijn broer geïnterviewd, want aan mijn grootvader kon ik niets meer vragen. ’t Is volgens mij ook niet toevallig dat ik destijds verliefd werd op een meisje van wie de grootvader had gecollaboreerd. Ik denk dat je dat intuïtief in een ander herkent. Haar vader had hetzelfde meegemaakt als mijn moeder: een uit elkaar gerukte familie, gestigmatiseerd voor het leven.

»Ik stond in Neeroeteren bekend als het kleinkind van een collaborateur. Ik heb gemerkt dat de haat van ouders jegens collaborateurs op hun kinderen en kleinkinderen wordt overgedragen. ’t Was mij al snel duidelijk dat je kinderen zowel kunt leren haten als liefhebben. Wat hadden mijn leeftijdgenoten met de collaboratie te maken? Niets. Maar de haat van hun ouders hadden ze in ieder geval meegekregen. Ik werd niet alleen uitgesloten, maar ook achtervolgd en geslagen: ja, het ging tamelijk ver. Daar kwam nog bij dat mijn vader in de verkeerde politieke partij zat: de Volksunie. Ook al behoorde hij tot de progressieve linkerzijde van die partij, de strekking Vic Anciaux. Ik vind dat je best heimwee mag hebben naar de Volksunie van toen: ze waren behalve voorstanders van het integraal federalisme ook het economische gedachtegoed van Ernst Friedrich Schumacher toegedaan, de schrijver van het beroemde boek ‘Hou het klein: een economische studie waarbij de mens weer meetelt’. Die ideeën zijn nog steeds valabel. Ik ben ook nog altijd een bewonderaar van Vic Anciaux.»

HUMO Ben je intussen in het reine met het oorlogsverleden van je familie?

Cuppens «Ja. Ik heb ‘Vaderland’ in mijn dorp gespeeld, en dat was van belang: je legt het probleem op tafel en je gaat eromheen zitten. Mensen die me er ooit op hadden aangekeken dat ik de kleinzoon van een collaborateur was, kwamen ook naar die voorstelling.»

HUMO Waaruit kwam de collaboratie van je grootvader voort?

Cuppens «Uit het Vlaams-nationalisme. Hij was geen nazi, maar een Vlaams-nationalist die zwaar in de fout is gegaan. Als iemand tijdens de bezetting door mannen van het VNV (Vlaams Nationaal Verbond, red. ) werd opgepakt, dan was dat niet om gezellig een kopje thee te gaan drinken. Het is niet bekend of mijn grootvader lijfelijk aanwezig was bij razzia’s, maar hij had wel omgang met mensen die anderen oppakten. ’t Was hard tegen hard in Limburg: wit tegen zwart. Mijn grootvader, een onderwijzer, stond met een pistool in z’n jaszak les te geven. Hij hield er rekening mee dat hij aan de schoolpoort opgewacht zou worden door mensen die het niet met hem eens waren over de toekomst van Vlaanderen.»

HUMO Wat ving je thuis op over het collaboratieverleden van je familie?

Cuppens «Ik hoorde verhalen van mensen die bij ons over de vloer kwamen, maar over mijn grootvader werd gezwegen. Ook mijn vader wist weinig over zijn schoonvader. Mijn ouders heten allebei Cuppens, maar ze zijn slechts in de vierde graad familie van elkaar. Zij woonden in hun jeugd ook in dezelfde straat en mijn vader heeft nog gezien hoe mijn moeder met haar broers en zussen hun huis werd uitgezet na de bevrijding. Ik ging naar Brussel studeren om zo ver mogelijk van huis weg te zijn. Toen ik daar nog maar pas was, vroeg ik in het toenmalige artistieke café Het Narrenschip wie er met me meeging om verkiezingsaffiches voor de Volksunie te gaan plakken. Je kunt je voorstellen wat voor commentaar ik daarop kreeg. Ik bracht dat gedachtegoed, dat voor mij vanzelfsprekend normaal was, gewoon mee.

»Ik ben ook heel lang gelovig geweest. Mijn afstudeerproject in de architectuur was religieus van inspiratie: een crematorium met een gebedsruimte en een begraafplaats. Pas in de toneelschool ben ik van mijn geloof afgevallen door teksten als ‘Oedipus’ en het werk van Jean Genet. Er ontstonden barsten in mijn wereldbeeld, waardoor er licht binnenviel dat mij een heel andere kijk op de dingen gaf. Ik wist dat ik, om een acteur te zijn, ook het kwade moest durven te omarmen, en denken en ervaren, en weldra verdween God uit mijn leven. Mijn kinderen zijn niet gedoopt. Mijn kijk werd veel genuanceerder, maar ik ben wel nog altijd Vlaamsgezind. Dat is één van de redenen waarom ik in Brussel ben gebleven. Ik vind het belangrijk om in deze stad Nederlands te spreken.»

HUMO Er worden veel talen gesproken in Brussel.

Cuppens «167 alleen al rond de Berenkuil, een bekend plein hier vlakbij.»

HUMO Waarvan het Nederlands er maar één is.

Cuppens «De Brusselse openbare ruimte is ook een sociale en culturele ruimte, waar we ons aan bepaalde afspraken moeten houden. Ik ben een voorstander van tweetalig onderwijs – mijn zoon zit bij de Franstalige scouts – maar in het gemeentehuis van Schaarbeek kon je nog niet zo lang geleden lokettisten treffen die niet één woord Nederlands begrepen en daar ook trots op waren, zo van: ‘Ik hoef helemaal geen Nederlands te kunnen, kust m’n kloten.’ In een Brussels ziekenhuis probeerde ik uit te leggen dat mijn vrouw een miskraam had. ‘Madame est peut-être enceinte,’ kreeg ik te horen. Mijn zoon had brandwonden opgelopen. In het Universitair Kinderziekenhuis Fabiola vroeg ik op welke kamer hij lag. Het mens aan de balie keek naar haar collega en vroeg: ‘‘Kamer’, c’est quoi?’ Kijk, dan ga ik roepen, hè, ik word daar razend van.»

'Had ik in mijn grootvaders tijd geleefd, dan was ik met mijn inborst misschien ook wel de collaboratie ingegaan'

HUMO Brussel is het nieuwe Babel: dat is de toekomst.

Cuppens «Ik ben een voorstander van dat nieuwe Babel, maar evengoed ben ik een voorstander van de afspraken die hier ooit gemaakt zijn. Als je op enkele vierkante kilometers met 167 nationaliteiten samenleeft, dan zijn afspraken geen luxe. Ik roep niet om law and order, maar ik vaar uit tegen mijn buurman als hij zijn auto zonder boe of bah op het zebrapad parkeert, of zijn vuil op straat kiepert. Afspraken over de openbare ruimte moeten met burgerzin gepaard gaan. En om tot dat inzicht te komen hoef ik echt geen lid van de N-VA te worden. Ik wens naast Vlaams ook progressief, groen en links in het leven te staan, maar in deze tijd voel ik me nauwelijks door de politiek vertegenwoordigd, al vind ik dat Pascal Smet z’n best doet in Brussel.»

HUMO Werkt theater therapeutisch voor jou?

Cuppens «Sowieso. Kunst is voor mij: de dingen bevattelijk en hanteerbaar maken. Vanuit het gezin de wereld proberen te begrijpen: daar komt het op neer.»

HUMO In ‘Zwischen’ zegt je dochter: ‘En misschien heb ik nog een andere vraag aan papa: ik zou willen weten of hij vindt dat hij het leven zwaar maakt. Voor zichzelf. En zijn omgeving. En of hij dat zou willen veranderen.’

Cuppens «Al kan ik wel uitbundig zijn, toch ben ik geen vrolijke mens. Ik drijf op een soort woede. Of onvrede met de dingen zoals ze zijn. Mijn dochter ergert zich weleens aan mijn ergernis. ‘Zó erg is het nu ook weer niet,’ zegt ze dan. En ik heb daar wel oren naar. Maar mijn onvrede zal wel een familietrek zijn, die ik ook al in mijn zoon Jef herken. En mijn vader is uit onvrede de politiek ingegaan. Mijn collaborerende grootvader had er ook last van: in zijn strafdossier herkende ik vooral opstandigheid, zich niet willen neerleggen bij de dingen. Had ik in mijn grootvaders tijd geleefd, in zijn omstandigheden, dan was ik met de inborst die ik heb misschien ook wel de collaboratie ingegaan.»


Toon Hermans

HUMO Je bent afgestudeerd in de architectuur, maar je wou liever acteur zijn. Hoe kwam dat?

Cuppens «Mijn vader, de onderwijzer, had een toneelvoorstelling in elkaar gestoken met de kinderen van het zesde leerjaar: ‘Prins Erik en de drie rovers’. Die zag ik op m’n 6de en ik was er ongelofelijk van onder de indruk. ‘Als ik in het zesde leerjaar zit, dan wil ik ook in zoiets meespelen,’ dacht ik, maar toen het zover was, maakte mijn vader geen voorstellingen meer, want hij had er geen tijd meer voor omdat hij ook in de plaatselijke politiek zat. Toen ik een jaar of 11 was, wilde ik een soort Toon Hermans worden. En tegelijk ook uitvinder. Dat laatste ben ik ook geworden, want ik heb in mijn leven al van alles bedacht. Ik studeerde goed en ik had geen idee waar je heen moest om ‘een soort Toon Hermans’ te leren zijn. En ik kreeg ook te horen: ‘Je bent een intelligente jongen. Zulke jongens horen toch niet in het theater thuis? Je tekent ook goed. Wat dacht je van architectuur?’ En het werd architectuur. Toen ik in mijn laatste jaar zat, moest ik voor mijn studie naar Amsterdam, en op de trein ontmoette ik de compagnie van Jan Fabre. Ze nodigden me uit om eens naar een voorstelling te komen kijken. Dat deed ik en ik werd van mijn paard gebliksemd. En mijn studie architectuur kon me op slag gestolen worden. Ik heb auditie gedaan bij Fabre – daar kwamen toen wel zeshonderd gegadigden op af – en ik heb het niet gehaald. Met hangende pootjes ben ik naar de opleiding architectuur teruggegaan, waar ik boos en ontevreden maar met hoge cijfers ben afgestudeerd. Vol verzet en woede. Ik won toen ook een architectuurprijs, ik was verloofd, mijn vader was schepen van Ruimtelijke Ordening en ik zou met zijn hulp stadsarchitect worden, kortom: mijn bedje was gespreid. Maar ik hoorde de toenmalige theatercritici Wim Van Gansbeke en Pol Arias op de radio en dacht: ‘Zij hebben het over mijn wereld.’ En ik heb alles opgeblazen. En ook mijn lief verlaten. En toelatingsexamen gedaan aan de toneelafdeling van het conservatorium van Brussel. Ik haalde het net. Senne Rouffaer, de hoofddocent, liet me meteen weten: ‘Meneer Cuppens, we hebben je door het kiertje van de deur aangenomen.’ Er waren twaalf beschikbare plaatsen in de toneelopleiding, en ik was nummer twaalf. Toen ik al als acteur was afgestudeerd, ben ik ook tien jaar lang aannemer en standenbouwer geweest. En tussendoor ben ik in New York gaan studeren.»

HUMO Aan het Lee Strasberg Institute nog wel, gemeenzaam bekend als de Actor’s Studio: de mythische plek waar methodacting is ontwikkeld. Kon je daar iets leren dat je bij ons niet kon leren?

Cuppens «Mijn docenten aan het conservatorium van Brussel hadden de beste bedoelingen, maar de opleiding deugde er niet. Ik leerde er te weinig. Ik had een toneelstuk bedacht en meteen kreeg ik er te horen: ‘Wat een pretentie! Vergeet niet dat je een acteur bent.’ Dat betekende in hun visie: vooral geen initiatief nemen en deemoedig wachten tot je ergens voor wordt gevraagd.’ Te gek voor woorden.

»Enfin, met het geld dat ik aan mijn eerste filmrol had verdiend, ben ik naar het Lee Strasberg Institute gegaan, waar de toelatingsproef weinig bleek voor te stellen – als je maar je inschrijvingsgeld kon betalen. Ik heb in New York uiterst karig geleefd, hoofdzakelijk op melk en bananen. Ik heb er vier keer gedurende een periode van drie, vier maanden gestudeerd. Terug in België werkte ik als acteur, maar ook in de bouw. In zeven maanden tijd moest ik genoeg geld verdienen om het weer een maandje of vier in New York te kunnen uitzingen, in een armtierig logement in Spanish Harlem.

»In het Lee Strasberg Institute heb ik veel speltechniek geleerd, maar belangrijker is dat ik er het plezier in het spelen heb teruggevonden. Ik heb er samengewerkt met mensen van overal ter wereld, die dezelfde droom hadden. Alles was er mogelijk: ik heb er tot diep in de nacht nog een westernscène gerepeteerd met mijn copain Takejiro Kitsekawa, een Japanner. Je kon er op je bek gaan zonder dat iemand à la Senne Rouffaer daar met een artistieke meetlat bij stond en je precies wist te zeggen hoezeer je mislukt was in je opzet. Nu, het Lee Strasberg Institute is ook een fabriek: er wordt goed geld verdiend, maar the method blijft bruikbaar. Ik doe er nog steeds mijn voordeel mee. De methode van Dora Van der Groen was een afgeleide van the method, maar ze gebruikte wijselijk een ander jargon.

»Ik vind the method voor de rest nog steeds een duidelijke techniek, iets dat je zegt hoe je de dingen kunt aanpakken. In mijn opleiding aan het conservatorium bleef de techniek van het acteren iets vaags en onbenoemds, iets ‘dat in de lucht hing’ – alsof het magie was, iets dat je uitsluitend in een moment van genade overkwam. Hoe vaak heb ik toen niet gedacht: ‘Vertel mij eindelijk eens hoe verbeelding en emotie precies werken.’ De toneelopleidingen hier leken het spelplezier vooral te willen bederven. Een schande. Er zijn vast nog steeds docenten die bij een toelatingsproef binnen de minuut zeggen: ‘Die wel en die niet.’ Hoe halen ze het in hun hoofd?»

'Je meldt je niet aan voor een dramaopleiding als je ze allemaal op een rijtje hebt. Wij acteurs hebben altijd wel íéts te compenseren'


Zweten met Ann

HUMO Tussen je levensstukken ‘Lied’ en ‘Zwischen’ is een decennium verstreken. Wat voor belangrijks is er in de rijpere jaren tussen je 45ste en je 54ste gebeurd?

Cuppens «Wezenlijk ben ik nog altijd dezelfde als de kleuter die ik ooit was. Soms ga ik nog eens naar de kerk in mijn dorp, of naar een repetitie van de harmonie, en daar zie ik leeftijdgenoten van wie ik denk: ‘Je bent nog altijd dezelfde als in de kleuterklas.’ Tussen mijn 45ste en nu ben ik wel een oudere en minder strenge man geworden. De radicaliteit is eraf. Ik heb in die periode ook een nieuw gezin gesticht. Ik stond voor de keuze: een vrijblijvende relatie of full option. Ik vind dat je voor iets of iemand moet kunnen leven. In mijn geval was een gezin opzetten misschien ook wel een project. Mocht ik het niet hebben gehad, dan weet ik niet wat er met mij gebeurd zou zijn. Het gezin geeft mij in ieder geval een houvast én een reden om er te zijn.

»Zonder gezin was ik, in mijn radicaliteit en gretigheid, wellicht op gevaarlijke paden terechtgekomen. Het ligt in mijn aard om limieten uit te testen, en ook wel grenzen te overschrijden. Ik wil alles altijd ten volle beleven. Daardoor ben ik al meer dan eens gecrasht, door met te veel tegelijk bezig te zijn.

»Die onmatigheid merk ik ook aan m’n acteren. Ik ben blij met regisseurs die mij in balans kunnen houden, zoals Nathalie Basteyns en Kaat Beels van ‘Beau Séjour’ en Gijs Polspoel van ‘Spitsbroers’. Op tijd en stond roepen ze: ‘Minder!’ Ik hou ook van regisseurs die niet al te snel onder de indruk zijn van artistieke prestaties. Dat ik geneigd ben grenzen te overschrijden, zal ook wel een reden zijn waarom ik acteur ben geworden. Als opleidingshoofd van LUCA Drama heb ik altijd weer gemerkt dat er aan elke dramastudent wel een steekje los is. Je meldt je niet aan voor zo’n opleiding als je ze allemaal op een rijtje hebt. Wij acteurs hebben altijd wel íéts te compenseren.»

HUMO Nog een citaat uit ‘Lied’: ‘En dat ge niet meer op het podium durft te staan. Uw droom. Dat durft ge niet meer. Zo goed en zo hard willen dat niets meer lukt.’ Waar had dat mee te maken?

Cuppens «Met mijn scheiding. Mijn wereld stortte in elkaar en ik botste als acteur tegen de grenzen van mijn kunnen aan. Acteren gaat om zelfvertrouwen en om vertrouwen in je omgeving. Als je dat kwijt bent, ben je alles kwijt. Ik geloofde in de liefde en de relatie die ik had, en als je dat kwijtraakt, waarin moet je dan nog geloven? Een acteur moet openstaan voor zowat alles, waardoor hij heel kwetsbaar is. Ik ben toen onderuitgehaald en het heeft me twee jaar gekost om weer overeind te krabbelen. Ik ben opnieuw beginnen te acteren in ‘Thuis’: op m’n eerste draaidag moest ik twee woorden tegen Ann Ceurvels zeggen en ik droop van het zweet. Zo kon het niet verder. Ik dacht er toen aan om, via de connecties van mijn vader, als kabinetsmedewerker van Bert Anciaux te gaan werken, die Vlaams minister van Cultuur was. Ik kreeg ook een aanbod om les te geven in de architectenopleiding: terug naar af, er moest brood op de plank. En toen kreeg ik een telefoontje van de makers van ‘Heterdaad’.»

HUMO Heb je nog iets met architectuur?

Cuppens «Absoluut. Mijn vrouw is ook architect en tussen onze verbouwingen door bezochten we onlangs nog het klooster van Sainte-Marie de la Tourette, ontworpen door Le Corbusier. Architectuur is wel degelijk een liefde, alleen was er nog een grotere liefde in het spel: het acteren.»

'Vorig jaar in mei ben ik ingestort – ik was totaal op en kon mijn bed niet meer uit.'

HUMO Je wordt 55 dit jaar. Wat nu?

Cuppens «Ik weet het niet precies. ‘Wat nu?’ is trouwens een vraag die ik laatst naar Stijn Devillé, artistiek leider van Het Nieuwstedelijk heb gemaild, het stadstheater van Leuven waaraan ik verbonden ben. Er liggen een paar filmscenario’s in een lade, die ik onder meer aan Willem Wallyn en Nathalie Basteyns wil voorleggen, maar de drang om te spelen is nog groter dan vroeger. Daar is alles ooit mee begonnen. Ik heb nog nooit met zoveel plezier gespeeld als nu. Vroeger moest ik altijd bewijzen dat ik het kon, en daar ben ik definitief overheen. Wat men van me denkt, zal me worst wezen. Nu kan ik pas spelen zoals ik altijd al heb willen spelen: vrij.

»Vorig jaar in mei ben ik ook ingestort – ik was totaal op en kon mijn bed niet meer uit. Ik vind dat die burn-out mij een nieuwe kans heeft gegeven en ook mijn gezin ten goede is gekomen. Was ik toen op de oude voet doorgegaan, dan had ik ons gezin wellicht naar de verdoemenis geholpen. Nu is het tijd om puin te ruimen, en dat ben ik ook aan het doen. ‘Zwischen’ was ook al puin ruimen, en een manier om samen te komen met mensen die ik graag zie. Ik speel intussen ook met de gedachte om ooit een opleiding in dramatherapie op te zetten, want ik weet uit ervaring dat theater mensen kan helpen met de dingen van het leven om te gaan. De toekomst ligt open.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234