null Beeld

Kunstenaar Rinus Van de Velde: 'Zo nu en dan denk ik nog altijd dat er buiten dat tekenen niks is in het leven'

Zalig zijn zij die een Eigen Universum kunnen scheppen, want zij zullen een lichtende vluchtweg zien. Eén van hen is beeldend kunstenaar Rinus Van de Velde (31), die in zijn atelier in Borgerhout houtskooltekeningen maakt op canvas.

In de schaduwwereld die Rinus Van de Velde tekent, komt zijn eigen beeltenis heel vaak voor. Hij mag dan wel voor me zitten op het balkon van het appartement boven zijn atelier, zijn personage is tegelijkertijd ook doende op doek, in een Eigen Universum, en in een haast theatrale context. Terwijl het interview zich voltrekt, wast elders in Europa de vluchtelingenstroom aan, en in Syrië onthoofden de vrome lieden van IS, die zonder verdoving slachten, in Palmyra, Stad van Duizend Zuilen, archeoloog Khaleed Asaad, een man van 82. Waarna ze zijn geschonden lijk ook nog eens te kijk hangen. Allemaal Gods wil.

HUMO In wat voor tijden leef je, Rinus?

Rinus Van de Velde «Ik ben me niet zo bewust van de tijd waarin ik leef. Voor mijn werk ben ik heel erg op mijn atelier gericht: ik sluit me erin op om een wereld te kunnen nabouwen. De wereld die ik maak, zal nog wel met de echte in verband staan, maar over die relatie zit ik niet constant na te denken. Ik pluis ook de kranten niet uit om doorlopend op de hoogte te blijven van wat er in de wereld omgaat. Het interesseert me wel, maar ik kan me er niet toe aanzetten om veel met de actualiteit bezig te zijn. Misschien moet ik me daarover schamen, omdat het egocentrisch is. Maar ik denk ook dat ik me van de actualiteit afscherm, en die houding lijkt me een trend in de wereld waarin we nu leven.»

'Ik had de indruk dat ik niet op mijn plaats was aan de kunstschool, met al die studenten die wiet rookten, veel dronken of dreadlocks hadden'

HUMO Heb je ook het gevoel dat je atelier je extra veiligheid biedt? Dat het een soort bolwerk tegen de buitenwereld is?

Van de Velde «Veel van mijn werk ontstaat uit angst voor de buitenwereld, voor het onbekende. Met die angst probeer ik hier in mijn atelier om te gaan door bijvoorbeeld een jungle na te bouwen. Ik zou nooit écht het oerwoud in trekken, want daar ben ik veel te bang voor. Ik bewonder mensen als de cineast en documentairemaker Werner Herzog, die dat wél durven, en voor hun werk de grootste risico’s nemen.»

null Beeld

HUMO Sommige mensen nemen risico’s om intenser te voelen dat ze in leven zijn.

Van de Velde «Dat heb ik absoluut niet. Mocht ik serieuze risico’s nemen, dan zou ik niet voelen dat ik intenser leefde, omdat ik vooral zou vrezen dat ik het leven mogelijk aan het kwijtraken was. Een fundamenteler angst dan die voor de dood is er niet. Of voor ziekte. Ik ben een hypochonder. Mijn broer is net zo – ’t zal wel een familietrek zijn. Die hypochondrie is vervelend, maar ze zorgt er ook voor dat ik mijn soort werk maak: ik probeer ze eigenlijk in iets positiefs om te zetten. De personages die in mijn tekeningen voorkomen, doen het tegenovergestelde van wat ik doe: in een parallelle wereld beleven ze avonturen die ik niet beleef.

»Ik heb de indruk dat steeds meer mensen die behoefte aan een parallelle wereld hebben. Op sociale media zijn steeds meer mensen zichzelf aan het mythologiseren: ze dikken hun leven aan, maken er een kijkstuk van. Wellicht omdat ze anders een soort leegte gewaarworden. Tegenwoordig is alles binnen handbereik: je kunt alles zien wat je maar wil zien, en wat je níét wil zien, waait je ook wel op één of andere manier aan. Daardoor ontstaat er volgens mij een extra drang naar controle en structurering, alsof je je wereld van buitenaf wil overzien.»

HUMO Wat was er typisch voor je kindertijd?

Van de Velde «Dat hij volkomen normaal was: ik kom uit een heel gelukkig gezin – mijn ouders zijn nog altijd samen. Middenklasse uit Leuven: mijn vader is ingenieur en mijn moeder lerares. We gingen op reis, naar tentoonstellingen, en er was genoeg geld om ons op te voeden met alles erop en eraan. Door mijn achtergrond heb ik me heel vaak afgevraagd: ‘Wat maakt van mij een kunstenaar?’ Toen ik als 18-jarige in kunst geïnteresseerd raakte en biografieën van kunstenaars las, kwam ik erachter dat ze als kind vaak familiale ellende hadden gekend. Romantisch als ik toen was, dacht ik: ‘Het kan niet dat ik een kunstenaar ben.’ Oók toen ik al aan een kunstschool studeerde. Ik had de indruk dat ik er niet op mijn plaats was, want met al die andere studenten, die wiet rookten, veel dronken of dreadlocks hadden, voelde ik me niet bepaald verwant. Ik ben een rustig type dat nooit drinkt. En ik heb ook nooit dreadlocks gehad (lacht).»

HUMO Dacht je toen ook: ‘Ik moet in naam van de kunst veranderen?’

Van de Velde «Ja. En toen ben ik werk beginnen te maken dat nadrukkelijk rock-’n-roll was, doorslagjes van Basquiat, eigenlijk. Ik merkte wel dat ze niet uit mezelf kwamen, en dat ik me aan het forceren was. Als ik drie pintjes drink, ben ik zat: ik kan grote drinkers en hun rock-’n-roll onmogelijk volgen. Ik kwam erachter dat hen nabootsen dan ook geen zin had. Maar ik ben me wél altijd blijven inbeelden dat ik een ander soort kunstenaar was dan ik in werkelijkheid ben, zo van: ‘Stel dat ik een Basquiat-achtige figuur zou zijn.’ Uit dat rollenspel zijn tekeningen voortgekomen.»

HUMO Op m’n 11de verbeeldde ik me graag dat ik een Beatle was, of vier Beatles tegelijk. Je inbeelden dat je iemand anders bent, een held, en helemaal in die inbeelding opgaan, is een kinderlijk genoegen.

Van de Velde «De vraag is of alleen kinderen dat doen. Misschien doet iedereen het wel. Zodra je een foto op Facebook of Instagram post, ben je al een verhaal over jezelf aan het maken.»

HUMO We zouden in narcistische tijden leven. In interviews heb je, in verband met je zelfportretten, al vaker en met een zeker gemak gezegd dat je narcistische trekken hebt.

Van de Velde «Heel veel mensen hebben narcistische trekken, waarmee ik niet bedoel dat ze aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis lijden, want dat is een ziekte. Als je een groepsfoto aan de groep in kwestie laat zien, kijkt iedereen eerst naar zichzelf – dat is nu eenmaal zo.

»Van het echte narcisme heb ik gelukkig geen last: ik sta open voor andere mensen. Vroeger was ik heel vaak alleen in mijn atelier, en dat alleen-zijn begon op een bepaald moment de overhand te nemen. Ik werd egoïstischer, terwijl ik steeds meer van de buitenwereld vervreemdde. Ik begon me van de wereld af te sluiten, waardoor ik angstiger werd. Mijn werk was er ook niet van gediend, want ik kreeg last van tunnelvisie. Om daar tegenin te gaan ben ik met andere mensen beginnen samen te werken: met assistent-decorbouwer Maarten Wagemans en met Koen Sels, die mee de teksten schrijft die deel uitmaken van mijn tekeningen.»


Late roeping

HUMO Waarom heb je jezelf als personage in je tekeningen opgevoerd?

Van de Velde «Eerst werkte ik op basis van gevonden foto’s, beelden van mensen die ik buiten hun context gebruikte. Ik beeldde me daarbij altijd in dat ík degene was die op die foto’s stond, maar dat werd steeds moeilijker. Daar kwam nog bij dat in een tekening vaak de goede foto die er model voor had gestaan, doorschemerde. Ik bleek mijn materiaal ook altijd bij dezelfde fotografen vandaan te willen halen. Je kunt je dan vragen stellen over het auteurschap, wat als thema best interessant kan zijn in de kunsten, maar die kant wilde ik toch liever niet uit. Toen ben ik foto’s van mezelf beginnen te nemen, om de simpele reden dat ik altijd ter beschikking was.»

HUMO Wat leer je van jezelf als je zelfportretten maakt? Ben je al een vertrouwde vorm?

Van de Velde «Neen, want een mens transformeert de hele tijd. Het interessantste is dat ik mezelf als iemand anders zie, en daardoor denk ik ook nooit: ‘Nu ben ik mezelf aan het tekenen.’ Ik zie mezelf als een personage, wat niet onaangenaam is.»

null Beeld

'Het interessantste aan mijn zelfportretten (hier met zijn vriendin Joyce de Badts, red.) is dat ik mezelf als iemand anders zie, en daardoor denk ik nooit: 'Nu ben ik mezelf aan het tekenen.''

HUMO Je zelfportret dat een personage is, blijft wel Rinus heten.

Van de Velde «Omdat het me er ook niet om te doen is om de toeschouwers te misleiden.

»Door mezelf in een bepaald decor te tekenen, leer ik vooral wat ik níét ben. Een zelfportret van bijvoorbeeld Rembrandt is het gevolg van een constante confrontatie met een spiegelbeeld, maar ik werk totaal anders: het grootste deel van de tijd zijn wij decors aan het bouwen. Dat decor moet op mijn tekening ook als een decor aanvoelen: geen moment mag je denken dat je met iets echts of natuurlijks te maken hebt, en ook de personages moeten iets toneelmatigs hebben, zelfs iets verkrampts. Na de decorbouw trekken we één dag uit voor de fotosessie, en daarna besteed ik nog gemiddeld vier dagen aan mijn tekening.»

HUMO Kun je jezelf uit het hoofd tekenen?

Van de Velde «Neen, ook al heb ik mezelf al wel duizend keer getekend. Ik kan eigenlijk niets uit het hoofd tekenen. Vraag je me: ‘Teken een hond’, dan zal ik wellicht komen aanzetten met een wezen dat er nog het meest als een muis uitziet.»

'Vraag me om een hond te tekenen, en ik zal wellicht komen aanzetten met een wezen dat er nog het meest als een muis uitziet'

HUMO Zie je die arbeidsintensieve aanloop naar een tekening ook als een ritueel?

Van de Velde «Dat bouwen van het decor is ook: mezelf bedenktijd geven. Ik heb ooit geprobeerd om iets in de natuur, en dus buiten de beslotenheid van het atelier in scène te zetten, maar dat werkte niet: het was te realistisch, niet kunstmatig genoeg. Er moet iets ongeloofwaardigs in m’n beelden zitten, ze mogen nooit puur documentair worden. En ik ben ook geen method actor in mijn beelden, ik leef me niet eindeloos in mijn rol in.»

HUMO In welke mate hangt je welbevinden van je werk af?

Van de Velde «Mijn werk is het enige wat ik kan doen, en ook het enige waar ik relatief rustig bij blijf. Al de rest is me veel te stresserend, en ik raak het ook snel beu.»

HUMO Wat is ‘al de rest’?

Van de Velde «Moeilijk te zeggen, want ik heb er totaal geen idee van wat ik los van m’n werk nog zou kunnen doen. Nu mijn tekeningen ingepakt worden om ze naar de galerie te transporteren, kan ik nauwelijks iets doen, en daar word ik helemaal gek van. Dan denk ik: ‘Laat ik maar een kop koffie gaan drinken in de stad’, maar daar word ik nog onrustiger, nog zotter van. Terugkeren naar mijn atelier en een reeks kleine tekeningen maken, is een betere oplossing – ik word er in ieder geval een beetje rustiger van.»

HUMO Werken lijkt me iets obsessioneels voor jou.

Van de Velde «Dat heb ik ontwikkeld. Je moet weten dat ik pas op m’n 18de ben beginnen te tekenen, wat rijkelijk laat is.»

HUMO Je hebt dus achttien jaar lang niet geweten dat je tekentalent had.

Van de Velde «Ik wist vooral dat ik dat talent níét had. 0p een bepaald moment ben ik thuis, op mijn jongenskamer in Leuven, als een bezetene beginnen te tekenen, met behulp van handleidingen. Elke dag uren na elkaar. En daarna ben ik naar een kunstschool gegaan, waar tekenen al helemaal een obsessie werd. Ik ging zelfs denken dat er buiten dat tekenen niets was in het leven. Zo nu en dan denk ik dat nog steeds (lachje). Ik ga weleens tennissen of naar de film, maar dat is dan ook alles. Ik ga ook niet graag op reis. Uit angst dat ik, als de nood het hoogst is, niet onmiddellijk naar mijn atelier terug kan.»

null Beeld

HUMO Het is me bekend dat tekenen, in vergelijking met het niet zo prettige schrijven, een aangename, zelfs weldadige concentratie is.

Van de Velde «Dat vind ik ook. ’t Heeft iets roezigs, zelfs iets meditatiefs. En het doet iets met je tijdsbesef – het lijkt je van de tijd te verlossen, alsof je er ineens buiten staat. In tegenstelling tot schrijven, vergt tekenen ook geen constante concentratie, anders zou ik er nooit acht uur aan een stuk mee bezig kunnen zijn. Ik mag bij het tekenen op bepaalde automatismen rekenen, en dat ik dat doe, dat ik me dus even laat gaan, maakt een tekening vaak goed. Ik kan me tijdens het tekenen ook op een luisterboek concentreren. Tekenen is vaak: in gedachten van de wereld weg zijn, acht uur na elkaar. Een aangename gewaarwording, totale rust, die volgens mij ook verslavend is. Precies dat gevoel mis ik heel hard als ik op reis ben, of als ik in een café zit.»

HUMO Moet je je obsessie, of wat het ook mag zijn, ook aan je naasten verklaren?

Van de Velde «Ik woon hier samen met mijn vriendin Joyce (de Badts, red.) Het gaat goed, ook wel omdat ze me al zeven jaar kende voor we iets met elkaar begonnen. Ze was op de hoogte van mijn manier van leven, maar dat obsessieve heeft niettemin consequenties… Nu ja, ik probeer wel een evenwicht te vinden tussen mijn werk en mijn privéleven – ik wil nu ook weer geen totale autist zijn, en ik vind het belangrijk om af en toe, ondanks alles, toch eens op reis te gaan. Maar komen we ’s avonds thuis nadat we naar de bioscoop zijn geweest, dan zeg ik bijna altijd: ‘Ik ga nog even naar het atelier.’ Dan lacht mijn vriendin eventjes, omdat ze weet dat ze me pas twee uur later zal terugzien.»


Het gewicht van de geschiedenis

HUMO Wanneer wist je zeker dat je kunstenaar was, en dat er geen weg meer terug was?

Van de Velde «Zodra ik mijn werk begon te exposeren, en zodra ik er een inkomen aan overhield. Toen begon ik te geloven dat het een soort beroep was, waardoor ik stilaan durfde te zeggen dat ik beeldend kunstenaar was. Aarzelend. Ik zal er nooit van uitgaan dat ik het ondertussen wel kan, want het is vooral het niet-kunnen dat je voortdrijft. Toen ik nog op school zat, was mijn enige zorg: zal ik mijn werk ooit kunnen tonen? Of ik ervan zou kunnen leven, hield me niet bezig. Voor het zover was, heb ik allerlei baantjes gehad: ik heb les gegeven en ben decorbouwer in het theater geweest. Maar die jobs waren voor mij altijd bijzaak. Ik probeerde op zo’n kort mogelijke tijd zo veel mogelijk geld te verdienen, om me zo snel mogelijk weer met mijn echte werk, het tekenen, te kunnen bezighouden. Ik heb nooit gedacht: ‘Ik stop ermee als het niet lukt.’ Mocht alles anders gelopen zijn, dan zou ik nog altijd tekenen. Sinds mijn eerste tekening is er nooit meer een week voorbijgegaan waarin ik niet tekende. Ik ken tekenaars die weleens twee maanden níét tekenen: wel, ik kan me dat niet voorstellen.»

HUMO Laten we het eens over je favoriete tekenmateriaal hebben: houtskool. De neanderthalers zaliger gedachtenis gebruikten het al om grottekeningen te maken. Houtskool betekent: zwart-wit en de waaier van grijswaarden ertussenin. Je belangstelling voor kunst is ontstaan toen je in 2000 als middelbare scholier in Parijs een tentoonstelling over het fauvisme zag, ‘Le fauvisme ou l’épreuve du feu’. De fauvisten waren bij uitstek uitbundige gebruikers van kleur.

Van de Velde «Ik ben dus allesbehalve een fauvist. Onlangs zag ik in Venetië een werk van Emil Nolde en ik voelde me er nog altijd geweldig toe aangetrokken. Wat ver van je afstaat, is altijd intrigerend of aantrekkelijk – daarom ben ik ook een bewonderaar van Werner Herzog, die alles is wat ik niet ben. Die keer in Parijs – ik was 17 – is er iets merkwaardigs met me gebeurd. Je moet weten dat ik evengoed niet naar die tentoonstelling had kunnen gaan – er stond een heel lange rij mensen aan te schuiven – maar mijn vriend Oscar Van Rompay, nu acteur bij NTGent, troonde me mee. In het Musée d’Art Moderne besefte ik ineens dat ik een leeg leven aan het leiden was: skateboarden op straat, meer was er eigenlijk niet. Ik moest me in die tijd ook over mijn studiekeuze bezinnen, en die fauvistische schilders leken zich aan me op te dringen. Ik dacht: ‘Het kan toch niet dat die kunstenaars met nonsens bezig zijn? Kan iemand nu een heel leven lang kleurrijke schilderijen maken zonder dat daar iets achter zit?’ Ik heb toen de catalogus gekocht, puur om dat werk te kunnen plaatsen, om er gaandeweg toch íéts van te begrijpen. En daarna ben ik me met overgave in de kunstgeschiedenis beginnen te verdiepen. Waarna ik een klein beetje begon te dromen: ‘Stel je voor dat ik dat ook zou kunnen.’ Ik begon me in te beelden dat ik Emil Nolde was, of Maurice de Vlaminck. En toen ben ik voorzichtigjes zeer knullige tekeningetjes beginnen te maken. Prutswerk, natekenen, maar ik was dromer genoeg om de kwaliteit van die werkjes op te blazen – ik maakte er fictie van, wat neerkwam op: mezelf op mijn zolderkamer wijsmaken dat ik geniaal was (lachje).»

HUMO Waarom heb je je aan houtskool verpand?

Van de Velde «Onder andere omdat houtskool snelheid impliceert. Ik hoef om te beginnen al geen kleuren te mengen. Ongeveer één keer per maand probeer ik een tekening in kleur te maken, maar dat mislukt altijd.

»Snelheid is heel belangrijk voor mij. Geen verveling toestaan, niet beginnen te prutsen of te priegelen. Als ik te lang over een tekening doe, merk ik vaak dat ze een pure afbeelding is van de foto die er model voor stond. Dat is veel te weinig. Er moet iets gebeuren in het tekenen zelf. Houtskool wordt meestal gebruikt om er voorstudies van een schilderij mee te tekenen – de tekening wordt dus overschilderd. Maar ik vind het net interessant om zo’n voorstudie tot een autonoom werk om te buigen. Voor de rest zit er heel veel vrijheid in tekenkunst. Bij schilderkunst is dat niet het geval: de hele kunstgeschiedenis weegt op een schilder.»

HUMO Kun je je niet bevrijden van de kunstgeschiedenis? Kun je ze niet negeren?

Van de Velde «Dat is heel moeilijk. Als ik me al eens aan een schilderij waag, denk ik al heel snel: ‘Oei, Richter.’ Niet dat mijn schilderij zo goed is als het werk van Richter, maar ik blijk wel in zijn vaarwater te zitten. Dan meng ik mijn kleuren anders, waardoor ik weer moet denken: ‘Oei, Hockney.’ Ik kén zo veel schilders, en aan die kennis ontsnap je niet zomaar.»


Nep vs. echt

HUMO Laat ik je, nu je toch voor me zit, eens citeren: ‘Romantiek, esthetiek, schoonheid, ambacht: de dingen die de meeste mensen met kunst associëren, doen er eigenlijk niet zoveel toe – het zijn bijkomstigheden.’

Van de Velde «Virtuositeit en een grote beheersing van het ambacht kunnen je zelfs tegenwerken. Iemand met veel tekentalent, die bijna van nature juist en met veel zwier tekent, raakt vaak niet over z’n virtuoze technische vaardigheid heen. En zeker in de hedendaagse kunst is er meer nodig dan alleen maar techniciteit.»

HUMO Jij kunt toch niet ontkennen dat je ondertussen metier hebt als tekenaar.

Van de Velde «Dat is puur aangeleerd. Tekenen kun je leren. Ik maakte mezelf wijs dat ik geniaal kon tekenen, terwijl mijn kunde in werkelijkheid nogal tegenviel. Ik ben wel verwoed gaan oefenen.»

'Kritiek raakt mij nog altijd. Als er na vier volle dagen tekenen iemand binnenkomt die zegt dat hij het niet goed vindt, dan wil je die toch kapotmaken?'

HUMO Je zou, met enige kwaadwilligheid, je werken ook als uitvergrotingen van plaatjes uit een graphic novel kunnen zien, maar graphic novels zijn toegepaste kunst, terwijl jouw werk probleemloos tot de beeldende kunst gerekend wordt, en dus tot de wereld van de musea en de galeries. Weet je ook waarom?

Van de Velde «Toegepaste kunst wordt in opdracht gemaakt: een graphic novel vertrekt vanuit tekst. Ik vertrek vanuit mijn eigen, autonome beeld, en er is geen opdrachtgever in het spel. Er staat wel een tekst onder mijn tekeningen, maar mijn beeld is daar geen illustratie van. Maar goed, er zijn tekenaars van graphic novels die ik óók kunstenaars vind. Neem nu Robert Crumb. Of Raymond Pettibon, een belangrijke tekenaar die uit de punkscene komt. Voor mij is de scheidslijn tussen makers van toegepaste kunst en kunstenaars niet belangrijk. Maar dat neemt niet weg dat mijn werk niets met graphic novels te maken heeft.»

HUMO Al suggereert het vaak dat er iets in gaande is, dat er een verhaal verteld wordt, weliswaar één waar je als toeschouwer nooit helemaal greep op krijgt.

Van de Velde «Er zit zeker iets narratiefs in, en ook wel iets filmisch – mijn tekeningen zijn eigenlijk one-shot movies. De gedachte dat je mijn tentoonstelling bekijkt als de trailer van een film, vind ik ook wel aardig.»

HUMO In je serie ‘The Story of Frederic, Conrad, Jim and Rinus’ zien we vier mannen die zich in een boshut onledig houden. Jij bent Rinus, en de anderen zijn je vrienden Farid Zahnoun, doctor in de wijsbegeerte; Koen Sels, schrijver; en je galerist Tim Van Laere. Mannen onder elkaar, die een dodelijk ernstige indruk maken, hoewel veel flessen wijzen op drinkgelagen.

Van de Velde «Drie mensen die heel dicht bij me staan: twee van mijn beste vrienden, en mijn galerist. Ik wilde een decor bouwen als een filmset – een plaats waar we maandenlang gebruik van zouden kunnen maken. Vier hutten in een bos, vier mensen die een nieuwe wereld willen bouwen, op een afgelegen plek.»

HUMO Er komen nagenoeg geen vrouwen in je werk voor. Men heeft je vaker gevraagd waarom dat zo is, en ik heb de indruk dat je daar niet graag op antwoordt.

Van de Velde «Ik ben me daar nooit erg van bewust geweest, tot een vrouw me na een lezing vroeg waarom ik nooit vrouwen tekende. Dat had ik mezelf nooit afgevraagd. En ik heb er nog steeds geen goede reden voor kunnen bedenken. Nu ja, ik heb gewoon meer vrienden dan vriendinnen. En ik heb ook nog een lullige verklaring: ’t is veel moeilijker om een vrouw te tekenen dan een man. Als ik een vrouw teken, is ze ofwel net iets te mooi of net iets te lelijk. Ik heb laatst een tekening gemaakt van mijn vriendin, waarop die er iets ouder uitziet dan in het echt. Ik vind ook dat mannen meer expressie hebben – er zitten veel meer plooien in hun gezicht. Maar alles wat ik daarover zeg, lijkt meteen vrouwonvriendelijk of macho.»

HUMO Hoe het ook zij: vrouwenquota gelden niet in de kunst.

Van de Velde «Nu ga ik wellicht weer iets zeggen dat vrouwonvriendelijk is: ’t is moeilijk om met een vrouw bevriend te zijn zonder verliefd op haar te worden. Ik heb in ieder geval weinig vriendinnen voor wie ik nog nooit iets heb gevoeld. Maar dat ik alleen mannen teken, is absoluut geen statement. Ik teken nog het meest de mensen die ik het vaakst zie: Maarten en Koen, dus.»

null Beeld

'Het grootste deel van de tijd zijn wij decors aan het bouwen. Na de decorbouw trekken we één dag uit voor de fotosessie, en daarna besteed ik nog gemiddeld vier dagen aan mijn tekening.'

HUMO De schrijver Koen Sels maakt, in overleg met jou, teksten die in je tekeningen geïntegreerd zijn. Als een soort bijschriften bepalen zij mee de tekeningen. Is jouw werk ook een beetje van hem?

Van de Velde «Ik heb hem ooit voorgesteld om als duo naar buiten te treden, maar dat bleek te complex. Koen heeft bovendien zijn eigen programma: zijn eerste boek komt binnenkort uit. Hij helpt me wel, maar ik bedenk het beeld. Natuurlijk vult hij dat beeld aan, maar dat geldt ook voor Maarten, die de decors bouwt, of de fotograaf die de setting fotografeert. Maar het blijft hoe dan ook míjn werk: ik regisseer, en ik beslis ook wat we weggooien en wat niet. Daar hebben mijn medewerkers geen zeggenschap over. Het is ook een te romantisch idee van de buitenwereld dat een kunstenaar alles in zijn eentje zou maken.»

HUMO In het kunstboek aangaande je werk dat bij Hannibal is verschenen, zei je het volgende over de innigheid van het tekenen: ‘Ik vind dat niet eender wie op mijn vingers mag kijken. Het is toch een intiem proces, een dagelijks leven dat ik niet aan iedereen prijs mag geven.’

Van de Velde «Ik maak ook muurtekeningen. Soms vragen ze mij om dat tijdens een vernissage te doen, maar dat wil ik niet: ’t moet geen circusnummer worden. Het lijkt me ook beter om niet te laten zien hoe iets tot stand komt, want dan komt de nadruk op de techniciteit te liggen, en niet op het werk zelf. Als docenten op school over mijn schouder meekeken terwijl ik aan het tekenen was, voelde ik me ook slecht. Ik wilde niet dat ze achter mijn rug al dachten: ‘Niet goed.’ Dan ben je al meer met het oordeel van anderen bezig dan met je tekening.»

HUMO Je zal altijd wel met het oordeel van anderen te maken hebben.

Van de Velde «Ja, maar ik voel me er steeds rustiger bij, terwijl het me vroeger parten heeft gespeeld. Nu relativeer ik kritiek meer, al kan ik er nog altijd boos om worden. Als Koen een kanttekening bij mijn werk plaatst, dan krijgen we ruzie. Je hebt vier volle dagen getekend: als er dan iemand binnenkomt die zegt dat hij het niet goed vindt, dan wil je die toch kapotmaken? (lacht)»

HUMO Bevalt de kunstwereld je?

Van de Velde «Grotendeels wel, al kan ik voor hetzelfde geld antwoorden: grotendeels niet. Ik vind het ongelofelijk dat er überhaupt een kunstwereld is, en dat ik daar ondertussen deel van uitmaak. De kunstwereld houdt zowel zichzelf als mij in stand: musea en galeries geven mij de gelegenheid om mijn werk tonen, verzamelaars kopen het, en met die opbrengst kan ik weer ander werk maken. Daar staat tegenover dat er in die kunstwereld superveel fout gaat. Er lopen heel wat mensen in rond die er niet thuishoren: ’t is een heel open wereld en hedendaagse kunst is een vaag begrip. Door heel goed te kijken, kun je hedendaagse kunst simuleren – uit winstbejag, wegens de status – en daar komt dan kunst van die er alleen maar uitziet als hedendaagse kunst, maar het niet is. Namaak. Nep.»

'Een werk van mij moet je kopen omdat je van kunst houdt en omdat je mij wilt steunen, en om geen andere redenen'

HUMO Ontsnap je aan kunstspeculanten?

Van de Velde «Ik hoop het, de galerie beschermt mij tegen speculanten.

»’t Kan mij in ieder geval heel veel schelen wie mijn werk koopt – ik wil weten met wie ik te maken heb. Een werk van mij moet je kopen omdat je erdoor gepassioneerd bent, omdat je van kunst houdt en omdat je mij wilt steunen, en om geen andere redenen.»

HUMO Raak je weleens gehecht aan een werk, waardoor je moeite hebt om het te verkopen?

Van de Velde «Nooit. Een werk vertegenwoordigt een bepaald bedrag en dat geld investeer ik altijd grotendeels in nieuw werk. Nieuw werk maken vind ik veel waardevoller dan oud werk bewaren. Van alle fases in mijn artistieke ontwikkeling heb ik één werk bewaard: een kleurpotloodtekening en een houtskooltekening op papier, die ik nooit zal verkopen. Maar ik zit er niet dagelijks naar te staren.»

HUMO Laat ik je tot slot nog een keer citeren: ‘Elke tekening stopt natuurlijk ergens, in tegenstelling tot schilderijen, waaraan je oneindig kunt blijven werken.’ Ben je een tekenaar die van schilderen droomt?

Van de Velde «Het is een kwestie van: me aangetrokken voelen tot iets wat ik niet heb en misschien ook wel niet kan. Eindeloos aan een schilderij blijven werken, zou ik wellicht niet aankunnen. Een tekening beëindigen is voor mij essentieel, kunnen denken: ‘En nu is ’t af.’ Van al mijn tekeningen herinner ik me haarscherp de eerste en de laatste lijn. Vooral die laatste teken ik heel, heel bewust. Ze is de aanloop naar ‘Klaar!’, waarna er een soort opluchting volgt. Tekeningen moeten hier ook niet te lang blijven staan, want anders begin ik er toch weer aan te prutsen. Ik moet een tekening definitief kunnen afsluiten, anders zou ik er helemaal gek van worden.»

HUMO Klaar!


Neem een kijkje in het atelier van Rinus Van de Velde:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234