null Beeld

Lana Del Rey (Sportpaleis in Antwerpen)

Sorry, het moet eruit: Lana Del Rey is zo mooi als het door Aphrodite tot leven gewekte ivoren standbeeld van Pygmalion, zo sexy als Rita Hayworth – óók zo’n labtechnisch samengestelde Hollywood beauty –wanneer die in de film ‘Gilda’ haar haren achterover gooit, en zo hijgerig als Marilyn Monroe wanneer die op het einde van ‘Some Like It Hot’ voor het podiumlicht zwalpt. Zucht! Zwijmel! Dat gezegd zijnde: haar liveshows blijven zo’n gevalletje van bijna-maar-net-niet.

Zeven jaar nadat Lana Del Rey het internet op stelten zette met ‘Video Games’ heeft ze de donkere mantel van het verleden – toen ze zong over alcoholisme, geperverteerde seks en de dood – van zich afgeschud. Vierde plaat ‘Lust for Life’ – voor het eerst op één van ’r covers gespot: een glimlach! – was een stap richting positiviteit en stralende zon. En het podiumdesign van vanavond lag in het verlengde daarvan: het Sportpaleis werd opeens het gezelligeachtertuintje van een villa in de Hollywood Hills, inclusief zwembad, rood-witte ligstoelen, varens en palmbomen. De sfeer? Niet meer ‘Mulholland Dr.’, eerder pakweg ‘La La Land’.

Eerst de goeie dingen: wanneer Lana – uitgedost in een bescheiden wit T-shirt met daaronder een gouden glittercombo van rokje en botten – er zin in heeft én zeker is van haar stuk, dan kán ze het ook. ‘Video Games’ bijvoorbeeld: perfect gesneden op maat van haar lage stem en slome, meer dan zomaar suggestieve delivery. Net als het solo op gitaar gespeelde ‘Yayo’ – van de Lizzy Grant vóór er van Lana sprake was – bracht ze dat met een zelfverzekerdheid die ze enkele jaren geleden nog niet had. Moeiteloos, terwijl het elders vaak leek alsof ze aan haar stem moest trekken en sleuren om ze in de juiste richting te krijgen.

‘Pretty When You Cry’ was een perfect Hollywood-moment. Lana begon, in het gezelschap van haar twee danseressen, te zingen terwijl ze op de grond lag – probeer het maar eens! – en rond haar geprojecteerde golven over het podium kletsten. De finale van dat nummer, toen ze op handen en knieën vanonder d’r kilometers lange wimpers over het publiek uitkeek, was op het groteske af, alsof ze ’t zong op de vloer van haar zottenhuiskamertje. Maar ook: feilloos gebracht, wild en opwindend en weird, als de glorieuze over the top-finale van een Douglas Sirk-melodrama à la ‘Written on the Wind’.

Nog wat moois: die slow-motion twerk in ‘Cherry’, of de manier waarop ze zich in ‘White Mustang’ over haar vleugelpiano drapeerde, als dat lapje stof over de boezem van Anita Ekberg in ‘La dolce vita’. Lana weet exact welk gebaar welk effect heeft en beheerst haar imago met de finesse van een geoefende turnster. Ze wandelt niet over het podium, ze glijdt – met hakken. Eigenlijk: heel het openingssalvo – een nummer of vijf – was gewoon indrukwekkend, punt.

Waar liep het dan mis? Ten eerste in de geluidsmix, want ‘Born to Die’ is een dijk van een schijf die vanavond als een soepje klonk. Ook verzoeknummer ‘High by the Beach’ beukte tegen de deur van de bunker die het Sportpaleis is, zonder ze ooit open te krijgen. Ten tweede kwakkelde Lana’s stem, al was het maar vanwege – zou het? – haar twijfels over haar eigen kwaliteiten. In ‘Lust for Life’ en in ‘Blue Jeans’ – op papier twee hoogtepunten – zat ze helemaal onderaan de geluidsmix, onder twee meter loeiende backing track. Als ze even haar micro liet zakken om het podium af te dalen, ging het boeltje gewoon voort. Vooral lastig omdat ze tegen het einde wél alle noten haalde, zonder assistentie en met gemak. Lana Del Rey is anders dan andere popsterren – ze staat voor ouderwetse grandeur, nostalgische glamour – en misschien is dat dan lullig van mij, maar bij haar vind ik zo’n backing track gewoon niet passen. Al zit ze er evengoed, zoals bij ‘Young and Beautiful’, ook zélf wel ‘ns naast.

Wat is het dan: moffelt ze zichzelf bewust weg, is het dan écht doorschemerende onzekerheid? Dat kan, want ook de nieuwe songs weigert ze op het voorplan te trekken. Interessante changes of pace zoals de politiek geladen nummers ‘God Bless America’ en ‘When the World Was at War We Kept Dancing’ liet ze thuis, net als pakweg ‘Love’, ‘Get Free’ en ‘Heroin’. Het superieure ‘Change’ werd gebannen naar een medley, toch ongeveer de B-side van een setlist. Terwijl de simpele, onopgesmukte melodie én de tekst (‘There's somethin' in the wind, I can feel it blowin' in / It's comin' in softly on the wings of a bomb’) toch resoluut naar de toekomst van Lana wijzen.

Dat soort eerste stapjes richting een Nieuwe Lana waren des te meer welkom omdat je bij een concert van bijna twee uur merkt dat Oude Lana op vier platen tijd voor wel errug weinig variatie gezorgd heeft. De formule blijft werken, maar twee uur is lang.

Zie het niet te somber in. Lana heeft nog niks van haar star power verloren: getuige daarvan alle mensen die flauwvielen in het publiek, die ene jongen die in huilen uitbarstte toen hij een knuffel kreeg en mijn eigen onverminderde coup de foudre. En ze hééft een dijk van een show in zich. Maar nu lijkt ze in een tweespalt te hangen tussen oud en nieuw, vroeger en nu. Ze moet meer durven, voluit zingen, haar eigen pad inslaan en de marketingjongens van weleer definitief wandelen sturen. Als ze iets vindt tegen de mankementjes – toch al zeven jaar min of meer dezelfde – dan schittert haar ster binnen zeven jaar des te feller. Want wat zij heeft, heeft niemand anders.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234