'Lapidarium, observaties van een wereldreiziger': Ryszard Kapuscinski

Op 23 januari overleed Ryszard Kapuscinski, een reporter van de oude stempel. Kapuscinski reisde de halve wereld af maar vond tussendoor ook tijd voor enkele interviews met Humo: in februari 1994 sprak hij met Mark Schaevers en in oktober 2003 met Martin Coenen: 'Ik voel mij nog altijd als Kuifje', liet hij toen optekenen.


Ryszard Kapuscinski (71) woont samen met zijn vrouw Alicja, een gepensioneerde kinderarts met wie hij al een halve eeuw getrouwd is, in het centrum van Warschau. Op de hoogste verdieping, onder het dakgebinte, heeft hij zijn werkplek, die hij afwisselend zijn 'duivenhok' en zijn 'heiligdom' noemt. Boeken van de vloer tot de nok. In het midden staat een schrijftafel met een laptop ('voor brieven en faxen') en een grote collectie pennen ('voor het echte werk').

Kapucinski was pas zestien toen hij zijn eerste krantenartikel schreef: een reportage over de stad Nowa Huta, gebouwd door de arbeiders van de gelijknamige staalfabriek. Vijftien jaar lang was hij 'de man van PAP', zoals het Poolse persbureau Polska Agencja Prasowa werd genoemd. Als hun enige buitenlandcorrespondent reisde hij de halve wereld rond. Zijn internationale doorbraak kwam er met 'The Emperor', een boek over de val van Haile Selassie, de keizer van Ethiopië. De voorbije jaren schreef hij onder meer 'Imperium', over de ondergang van de Sovjet-Unie, 'Ebbenhout', over zijn geliefde Afrika, en 'De voetbaloorlog', over een bizar conflict tussen El Salvador en Honduras in 1969. Zopas verscheen 'Lapidarium, observaties van een wereldreiziger', een bundel met invallen, reflecties, dagboekfragmenten en korte essays.

HUMO Het leven van een wereldreiziger is hard - geen warm water, soms helemaal geen water, verstopte wc's, poep, vuil, geen stroom... - en toch klaagt u nooit.

RYSZARD KAPUSCINSKI « Met welk recht zou ik klagen? Niemand verplicht mij naar het andere eind van de wereld te reizen; ik kies er zelf voor.

Als ik een week in Siberië zit, of een paar dagen vastzit op één of andere Afrikaanse luchthaven waar geen enkele wc nog werkt, droom ik natuurlijk weleens van een warme douche of een lekkere maaltijd in een luxueus hotel. Maar die gedachte duw ik altijd onmiddellijk weer van me af. Mag niet! Als je jezelf toestaat daarover te fantaseren, is het afgelopen.»

HUMO Hebt u nooit last van eenzaamheid?

KAPUSCINSKI « Heel weinig. Ik heb altijd zo'n verschrikkelijk druk programma dat ik geen tijd heb om me eenzaam te voelen.

Als ik lang weg ben, mis ik wel de Poolse taal. Dan bel ik mijn vrouw op, of een vriend, en zeg ik: 'Spreek alsjeblieft een paar woorden Pools tegen mij, het doet er niet toe wat.'»

HUMO U wordt weleens het geweten van Polen genoemd.

KAPUSCINSKI « Dat is te veel eer. Ik meng mij in het maatschappelijke debat, that's it. Dat is ook de taak van de schrijver, vind ik. Ik probeer het wel te doseren, maar dat is lastig. Toen J.M. Coetzee de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, werd ik opgebeld om mijn mening te geven, en toen de Iraanse advocate Shirin Ebadi onlangs de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, ging de telefoon alweer. Ik word geacht over alles een opinie te hebben. Daar heb ik het soms wel moeilijk mee.»


Mannen zonder tanden

HUMO In 'Lapidarium' schrijft u dat de journalistiek niet minder is dan de literatuur.

KAPUSCINSKI « Ik deel de mening van mijn goede vriend Gabriel García Márquez: journalistiek is een uitstekende voedingsbodem voor literatuur. In Zuid-Amerika schrijft elke auteur voor een blad; journalistiek en literatuur lopen daar naadloos in mekaar over.

Ik heb het metier geleerd bij PAP. Ik stuurde mijn teksten met de telex, en ik moest betalen per woord: ik had soms zo weinig geld dat ik eerst telde hoeveel woorden ik me kon permitteren voor ik begon te schrijven (lacht). Zo leer je to the point te schrijven.

Ik zal u een geheimpje verklappen: nieuws wordt gemaakt. Ik ben eens in een land geweest waar het erg onrustig was - ik zal niet zeggen welk land. Samen met een paar andere journalisten zat ik wodka en whisky te drinken, en de stemming was opperbest. Toen kwam er een tip dat er een betoging aan de gang was. Eén van de cameramensen zei: 'Als niemand van ons gaat, hoeft de rest van wereld nooit van die betoging te weten, en komen onze bazen er ook niet achter dat we hier gezellig zitten te niksen.' En dus bleven we met z'n allen verder drinken, en haalde die betoging de buitenlandse pers niet. Zo werkt het.

Ach, het vak is erg veranderd. Toen ik in 1963 in Addis Abeba naar het stichtingcongres van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid ging, waren er vierhonderd buitenlandse correspondenten. Hoeveel correspondenten zijn er nu nog in heel Afrika? Geen twintig! Het nieuws bereikt ons razendsnel, maar het is weer even snel verdwenen. Niemand die nog weet wat er gisteren gebeurd is, laat staan waarom.»

HUMO De maatschappij is veranderd; de media hanteren andere criteria dan vroeger.

KAPUSCINSKI (geïrriteerd) « En ouwe Ryszard zit te zeuren dat vroeger alles beter was; bedoel je dat?

Vroeger was journalist een beroep met een ziel; je deed het uit idealisme. Nu is het een job als een andere: leuk werk, goed betaald, staat mooi op je cv, en na een paar jaar kun je carrière maken in één van de grote mediamastodonten. In plaats van koekjes verkopen ze tekst of beeld.

Kranten, weekbladen en televisie hebben steeds minder aandacht voor het buitenland. Het motto is: eigen nieuws verkoopt beter. Alleen de meest spectaculaire gebeurtenissen halen het nieuws nog, de rest wordt genegeerd. Irak is een klein land, Saddam Hoessein was snel verdreven, de klus was zo geklaard. En toch blijft Irak het wereldnieuws beheersen, terwijl er elders veel belangrijker dingen gebeuren. Een voorbeeld: de ontmoeting tussen de leiders van India en China, in juni. Wat daar beslist werd, had gevolgen voor twee, drie miljard mensen. En toch werd er nauwelijks over bericht.

Televisie is een duur medium, en het eerste waarop de stations bezuinigen, zijn hun buitenlandse correspondenten. Vervolgens worden de eigen crews minder vaak op pad gestuurd: men koopt liever beelden bij CNN, NBC of CBS. Die grote networks zijn in Amerikaanse handen; het gevolg is dat Amerika bepaalt wat nieuws is en wat niet.

Weet je, het stoot mij tegen de borst hoe televisie soms werkt. In oktober 1999 was ik met een Britse tv-ploeg in Kosovo. Die wilden alleen mannen zonder tanden in beeld nemen; mannen mét tanden spreken minder tot de verbeelding, zeiden ze me.»


Een beroep met toekomst
HUMO Oorlog, schrijft u, is veel draaglijker dan een hongersnood.
KAPUSCINSKI « Het sterven is zo ánders: sneuvelen is een actieve dood, honger een passieve dood.
Met het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen heb ik regelmatig vluchtelingenkampen bezocht, onder meer in Afrika tijdens de grote droogte in de jaren '80. In één kamp in Ethiopië leefden een kwart miljoen mensen. Nu ja, leven: per dag kregen ze drie liter water waarmee ze alles moesten doen - koken, de was doen en zichzelf wassen - en 500 gram graan. Alles werd aangevoerd met honderd gigantische trucks; elke dag opnieuw reden die tachtig kilometer door de woestijn naar de dichtstbijzijnde bevoorradingsplaats. Geregeld vloog zo'n vrachtwagen de lucht in, want de wegen waren bezaaid met mijnen. Soms gebeurde het dat er gewoon geen bevoorrading was, omdat er geen brandstof was voor de vrachtwagens. Kan je je dat voorstellen? Een kwart miljoen mensen leeft bij de gratie van een jerrycan benzine!
Ik ben ook in Soedan geweest. In één kamp zaten driehonderdduizend mensen, was mij gezegd, maar toen ik er aankwam, was er helemaal niemand. Er lagen alleen een paar versleten dekens, wat huisraad - en lijken. Later kregen we te horen wat er gebeurd was: guerrillabendes hadden het kamp aangevallen, er was gevochten en de mensen waren in paniek weggevlucht. Honger en oorlog gaan in Afrika hand in hand.
Helaas is honger tegenwoordig geen issue meer. De media leven bij de gratie van de reclame, en die wordt betaald door bedrijven die consumptiegoederen maken. Honger past niet in dat plaatje; de kijkers gaan er zich slecht bij voelen, en dan willen ze niks meer kopen.»
HUMO Er is de jongste jaren veel te doen over kindsoldaten in Afrika. Hebt u daar ervaring mee?
KAPUSCINSKI « Of course! Ik heb ze met mijn eigen ogen gezien, in Monrovia en in Maputo: jongetjes, vaak niet eens twaalf, patrouillerend met machinegeweren. Ze zijn te jong om zich zorgen te maken over hun eigen leven, laat staan over dat van anderen. De volwassen soldaten geven hun vaak ook drugs, zodat ze alle remmingen verliezen en meedogenloze moordmachines worden.
Er is nog een ander nieuw en beangstigend fenomeen: de privatisering van oorlog en geweld. Internationale bedrijven, zoals het Britse Sandline International, rekruteren huurlingen om overal ter wereld oorlogje te gaan spelen. Huurling is een beroep met toekomst - al spreken die bedrijven liever van 'veiligheidsagenten' of 'bodyguards'; wat ze zelf doen, noemen ze 'logistieke dienstverlening'. De privatisering van de oorlog is een even ernstige bedreiging voor de wereldorde als het internationale terrorisme.
In een klassieke oorlog heeft elk leger zijn eigen uniform, en kan je vriend en vijand uit elkaar houden. In een ongeregeld conflict zijn er tientallen uniformen in omloop; je weet niet meer wie bij wie hoort. De 'soldaten' kunnen trouwens snel van kamp veranderen, want ze vechten voor de hoogste bieder. Ik vrees dat die versplintering de komende jaren alleen nog maar erger zal worden. Wapens worden steeds goedkoper, en de krijgsheren hebben steeds meer financiële middelen; die halen ze uit drugshandel, smokkel van diamanten en afpersing. Het is bekend dat de Colombiaanse guerrilla wordt gefinancierd door drugskartels, maar ze hebben nog een tweede bron van inkomsten: oliemaatschappijen afpersen. Daar lees je maar weinig over, omdat die firma's liever niet willen dat de wereld weet dat ze machteloos staan tegenover dat soort bandieten.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234