Laura de Coninck: kunstenares, Hermansdochter, moederskind

Achttien jaar geleden, twee maanden na haar vaders dood, beloofde Laura de Coninck in Humo dat ze beeldend kunstenares zou worden. Op 26 maart opent in Antwerpen haar tentoonstelling 'Naar de letter', naar een zinssnede uit een gedicht van haar vader.

Laura de Coninck komt meermaals in de gedichten van haar vader voor. Zij is het meisje dat hem vraagt: ‘Wie zie je het liefst, de poes of mij?’ Het meisje van wie de dichter vindt dat ze hem zoent om haar lippen te proberen, het meisje over wie hij ter gelegenheid van een verjaardag schreef: ‘Het liefste wat ik heb is 11 geworden.’ Ik ontmoet het liefste wat hij had, 36 nu, tijdens de lunchpauze bij Sanoma Media Belgium nv in Mechelen, veruit mijn favoriete Finse firma. Ze is er redactrice van Libelle, gespecialiseerd in schoonheid die onder professionals beauty heet. Maar ze is ondertussen ook beeldend kunstenares, zoals ze toen ze 18 was had beloofd. Op 26 maart opent in Huis Happaert in Antwerpen haar tentoonstelling die ‘Naar de letter’ heet, naar een zinsnede uit een gedicht van haar vader:

Slaapliedje voor Laura in Gigaro

Een miljoen vissen houden zich stil

en daardoor slaapt de zee.

Moge ook jij een paar duizend gedachten

niet hebben, en daaronder slapen.

(Ik heb ze voor jou gehad. En soorten verdriet.

Ze waren de moeite niet.)

En moge je ontwaken door vogelgekwetter.

God is vrij vertaald in het Hebreeuws,

maar dit is naar de letter.

Als ik Laura’s naam in de pers aantrof, werd ze steevast een illustratrice genoemd, want van dat soort opdrachten van weekbladen en kranten heeft ze zich vaak gekweten. Maar is ‘Naar de letter’ nog het werk van een illustratrice?

Laura de Coninck «Het Kunstenfestival Watou heeft mij in de zomer van 2013 uitgenodigd om werk bij gedichten van mijn vader te maken. Ook toen werd ik nog een illustratrice genoemd, terwijl ik toch iets heel anders deed dan illustreren. Ik moest het allemaal in mezelf gaan zoeken. Telkens als ik aan zulk werk begin, herinner ik me weer waarom ik er soms mee moet ophouden: omdat het te diep snijdt. ’t Is bij momenten echt afzien. Wroeten. Ik moet me ervoor opsluiten en als ik eraan bezig ben, denk ik heel vaak: ‘’t Is niet wat ik wil.’ Volgende gedachte: ‘Het lukt niet, ik blaas alles op, ik stop ermee.’ Pas als ik een dieptepunt bereik en denk: ‘Het kan me niets meer schelen’, of bijna uit woede iets op papier gooi, dan ontstaat er iets. ’t Gaat in ieder geval nooit van: ‘En nu ga ik eventjes iets maken.’»

'Ik ben een gevoelsmens. Het besef van verdriet maakt mijn leven intenser'

HUMO Hoe kijk je terug op het meisje van 18 dat ik in 1997 in haar ouderlijk huis aan de statige Cogels-Osylei in Berchem heb ontmoet?

De Coninck «Onlangs heb ik dat interview nog eens gelezen: ‘Zo jong,’ dacht ik. Maar ik herken mezelf er nog altijd in – in zekere zin ben ik nauwelijks veranderd. Maar tegelijk ook heel veel: ik heb een hele weg afgelegd, terwijl ik toen nog aan mijn opleiding aan Sint-Lucas moest beginnen. Voor die tijd had ik eigenlijk nauwelijks getekend. Toen ik in het laatste jaar van de middelbare school zat, heb ik tekenles gevolgd in de avondschool. De juf belde mijn papa op en zei dat ik in tekenen zou moeten doorgaan, dat ik talent had. Daar moesten we thuis eens goed om lachen. Mijn mama zei: ‘Die wou gewoon eens met Herman de Coninck bellen.’ Al zei mijn vader op het eind van zijn leven eens tegen me, terwijl hij een tekening bewonderde: ‘Lauke, misschien heeft die juf wel gelijk.’»

HUMO Hoe zit het nu met je kijk op je talent? Ben je zelfverzekerder geworden?

De Coninck «De vraag ‘Heb ik talent?’ houdt me eigenlijk niet zo bezig. Belangrijker is mijn behoefte om me te uiten. Nadat ik was afgestudeerd, kreeg ik snel opdrachten als illustratrice, wat me wel een goed gevoel gaf, maar als kunstenaar ben je toch altijd onzeker. Ik denk dat ik juist onzekerheid nodig heb om iets op papier te krijgen. Ze drijft me aan.»

[FOTOSPECIAL_31851]

HUMO Naar welke onderwerpen grijp je het snelst?

De Coninck «Naar tekst. Mijn ouders waren veel met boeken bezig, en boeken waren thuis dan ook een courant gespreksonderwerp. Ze zochten allebei op hun eigen manier schoonheid in literatuur, ook om gevoelens en situaties uit hun eigen leven beter te kunnen begrijpen. Mijn moeder is psychologe. Er werd dus heel veel over gevoelens gepraat, en als mijn ouders het niet zelf onder woorden konden brengen, werd er al snel naar één of andere tekst verwezen, of naar een dichtregel.»

HUMO Dat lijkt me een geweldige sfeer om in op te groeien.

De Coninck «En dat was het ook. Er schiet me bij ongeveer alles wat ik meemaak, wel een toepasselijke tekst te binnen. Ga ik zwemmen, dan komt ‘Een zwemmer is een ruiter’ van Paul Snoek me voor de geest: ‘Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water, is liefhebben met elke nog bruikbare porie, is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren’. In allerlei andere situaties valt me wel iets van papa te binnen. Soms heb ik het idee dat mijn hoofd één collage van teksten is.»

HUMO Was je, als we even niet aan de vroege dood van je vader proberen te denken, een gelukkig meisje toen je 18 was?

De Coninck «Je kunt het niet uit mijn tekeningen opmaken, maar eigenlijk ben ik een ongelofelijke optimiste. Ik was een gelukkig meisje, ook al was ik vreselijk verdrietig toen mijn vader doodging. Bij momenten ben ik dat nog steeds. Ik kan zeggen dat ik een heel gelukkige vrouw ben. Ik koester mijn leven en vooral mijn familie ontzettend. En dat maakt me net ook heel kwetsbaar en angstig, want ik besef net iets te hard dat het morgen bij wijze van spreken afgelopen kan zijn. Ik ben een gevoelsmens en het besef van verlies maakt mijn leven intenser. Net als mijn vader ben ik ook een beetje melancholisch – ik weet ondertussen dat ik die melancholie nodig heb om mijn leven te kruiden.»

HUMO Lief Coppens, je moeder, zei me in 2004: ‘Herman was op verlies geprogrammeerd, en op één of andere manier maakte hij dat verlies ook altijd waar.’

De Coninck «Als klein meisje wist ik al dat hij zijn vrouw An op jonge leeftijd was kwijtgespeeld in een verkeersongeluk. Tomas, mijn broer, had in één klap geen mama meer: dat besef had een enorme impact op mij. Ik was er heel bang voor, maar juist door me van dat verlies bewust te zijn, kon ik als kind ook denken: ‘Ik heb mijn ouders nog. Ik wil ze vasthouden.’ En ook: ‘Ik wil de boel koste wat het kost samen houden.’ Mijn vader heeft me vaak gezegd: ‘Laat mensen merken dat je ze graag mag. Probeer dat nú te doen.’ Hij had tijdens zijn eerste huwelijk niet beseft wat hij in één keer kon verliezen. Van jongs af aan wilde hij me van dat besef van verlies doordringen. Dat was de basis van de opvoeding die hij me wilde geven. En ook: ‘Spijt is het ergste wat er is.’ Dat was zijn allerbelangrijkste les moraal.»


Huilen van spijt

HUMO Je wou de boel samen houden, maar je ouders gingen toch scheiden.

De Coninck «Mijn moeder wilde een eigen leven, en om aan het eind van haar leven niet te hoeven denken: ‘Ik heb niet alles gedaan wat ik wilde’, heeft ze een eigen leven opgeëist – ze wilde óók iets betekenen, en nog iets anders zijn dan echtgenote en moeder. En ze is bij mijn vader weggegaan. Ik heb het aangename gevoel dat ik met een schone lei kon beginnen: ik heb lering kunnen trekken uit alle fouten die mijn ouders hebben gemaakt. Ik kan het als het ware overdoen.»

'Mijn vader heeft me vaak gezegd: 'Laat mensen merken dat je ze graag mag. Probeer dat nú te doen''

HUMO Ben je een moederskind of een vaderskind?

De Coninck «Mijn vader vond mij eerst een moederskind, ook wel omdat ik voor hun scheiding het vaakst bij mijn moeder was. Maar daarna ben ik wel een kind van allebei mijn ouders geworden. Ik zou ook nooit tussen hen hebben willen kiezen. Ik heb ook nooit een echt trauma of zo aan hun scheiding overgehouden, integendeel, ik zag er achteraf juist het positieve van in. Ook al heb ik mijn vader vreselijk zien huilen omdat mijn moeder wegging. Dat was een hartverscheurend beeld, en ik voelde me verschrikkelijk machteloos. Maar doordat mijn moeder ervoor koos om weg te gaan, ook met het nodige verdriet, heb ik een band met mijn vader gekregen die ik anders nooit zou hebben gehad.

»Mijn ouders en ook ikzelf koesterden veel meer de momenten waarop we samen waren, net omdat het niet evident was en we elkaar ook vaak moesten missen, daardoor werd de band hechter. En ik heb er een grotere familie door gekregen, want ook Kristien (Hemmerechts, de laatste echtgenote van Herman, red.) is nu een oma voor mijn kinderen, en ik kreeg er twee stiefzusjes bij. We lijken wel één grote collage en iedereen schiet goed op met elkaar. Achteraf gezien zie ik de tijd die ik met hem doorbracht, grotendeels als een cadeau. Wat wij samen hadden, is maar weinigen gegund, denk ik.»

HUMO Heb je ooit gedacht: ‘Hij had die keer niet moeten huilen in mijn aanwezigheid’?

De Coninck «Neen. Ik had het juist vreselijk gevonden mocht hij zich voor mij hebben ingehouden. Een kind begrijpt heel veel. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘Dit wil ik zelf nooit meemaken. Ik wil het goed doen.’ Toen mijn vader huilde, heb ik spijt gezien, want hij huilde van spijt. Hij had zo vaak gezegd dat hij zou veranderen, maar mijn moeder geloofde hem niet meer. Uiteindelijk is hij wel erg veranderd, als partner en als vader. Veel meer betrokken. Het heeft hem wat tijd gekost om een echt betrokken echtgenoot en vader te worden. Vroeger kwam zijn carrière op de eerste plaats, het was mijn mama die had aangedrongen op een kind.»

HUMO Gisteren grasduinde ik in zijn poëzie en ik bleef haken aan ‘Nu’. Het gaat als volgt:

Nu moeten wij aan veel meer traagheid wennen,

aan liefde die verdween en aan wat nog resteert

aan teerheid in wat najaarslucht en geur van dennen

en aan hoe-het-kon-zijn-gedachten die je nooit verleert.

Aan bijna-niets, en aan voortdurend vier dezelfde muren

en aan een belsignaal dat nooit weerklinkt,

aan twintig keer per dag door ramen naar de verte turen

en aan altijd jezelf met wie je ’s avonds drinkt.

En wat ik overhou is niets om weg te geven: wat ik nog ben, ben ik alleen voor mij.

HUMO Een erg desolaat, somber gedicht. Geen zweem van relativering. Geen lichtje in de verte. Je hebt er een tekening bij gemaakt: een volkomen ingekapselde, aan haar lot overgelaten gedaante.

De Coninck «Een man in het donker. Alleen met zichzelf. ‘Nu’ is één van zijn somberste gedichten. Vandaar dat mijn tekening ook heel somber is. Ik had die tekening thuis ergens weggestopt, alsof ik ze liever wilde vergeten. Mijn vader had heel sombere buien. In de laatste, heel lieve brief die hij naar mij heeft geschreven, een brief voor mijn 18de verjaardag, zegt hij dat ik de liefste was van al zijn vrouwen. ‘Jij hebt indertijd mijn leven gered. Voor jou moest ik wel leven,’ schrijft hij ook. Na zijn scheiding was hij ronduit depressief: een hoopje miserie was hij. Hij zat vaak voor zich uit te staren en treurig een boterhammetje met paté weg te kauwen. Hij moest zichzelf zien te troosten, wat al een zware opdracht was, en hij probeerde ook mij te troosten. Ik weet nog dat ik hem, nadat ik hem zo kwetsbaar en triest had gezien, ben gaan knuffelen. Ik ben erg aan hem gaan hangen in die tijd.»

'Mijn vader zit vaak naast me in de auto, en dan spreek ik met hem. Er komt een troostrijke conversatie van'


Opa Berman

HUMO Ben je ondertussen al in het reine met je vaders dood?

De Coninck (lichte aarzeling) «Mja. In zekere zin wel. Ik lééf ermee, en daar heb ik een weg voor moeten afleggen. Eerst voelde ik me verweesd en nog veel te jong om al mijn vader te verliezen. ’t Was toen ook alsof ik alles opnieuw moest leren. Mijn veiligheidsgevoel was aangetast. Ineens was ik bang op straat. In het midden van een stad dacht ik: ‘Ik ben aan mijn lot overgelaten, ik sta er alleen voor.’ Ik had ook vaak het gevoel dat ik verdwaald was of geen enkel houvast meer had. Ik had al iets gelijkaardigs doorgemaakt toen mijn ouders uit elkaar gingen. Verlatingsangst heet het in zulke omstandigheden. Maar dat alles heeft mij dan weer niet belet om, náást mijn verdriet, optimistisch te blijven. Hoe ongelukkig ik me ook voelde, toch bleef ik beseffen dat ik ook gelukkig was. En ik was dankbaar. Met de jaren is mijn dankbaarheid alleen maar groter geworden: stilaan weegt ze zelfs op tegen het verlies en het verdriet. Dat verdriet ebt natuurlijk ook weg. Ik heb steeds meer het gevoel dat mijn vader er nog heel erg ís. En dat hij weet dat het goed met me gaat. Eigenlijk is hij nog altijd een steun voor me. Ik praat ook nog steeds met hem.»

HUMO Zegt hij ook iets terug?

De Coninck «Ik probeer me in te beelden wat hij zou zeggen. Mijn broer heeft dat blijkbaar ook: ‘Laatst zat hij weer naast me in de auto.’ Zeer herkenbaar, want hij zit ook vaak naast me in de auto, en dan spreek ik met hem. Er komt een troostrijke conversatie van. Ik weet zo goed hoe hij zou reageren op bijvoorbeeld mijn tekeningen: hij zou me aanmoedigen, en daarom vind ik ook dat ik iets moet waarmaken op het gebied van kunst, deels ook voor hem, en voor mijn moeder natuurlijk. Misschien zou hij me ook gewaarschuwd hebben voor de mogelijke gevolgen van mijn nine-to-five job op de redactie van Libelle. Dat ik moet oppassen dat mijn kunst er niet onder gaat lijden – hij heeft zich ook vaak verscheurd gevoeld tussen zijn vaste baan bij Humo en zijn dichterschap. In de ogen van mijn kinderen zal ik wel een mama zijn die zoveel over haar eigen papa praat. Dat doe ik eigenlijk constant. Mijn kinderen hebben geen opa’s, want de vader van mijn vriend is ook dood. ‘Moet het alweer over opa Herman gaan?’ zegt mijn vriend wel eens. Mijn kinderen kennen mijn vader alleen maar uit mijn verhalen. Mijn zoon van 4, die Berman in plaats van Herman zegt, zei onlangs: ‘Ik mis opa Berman zo.’ Toen dacht ik: ‘Ik ben te ver gegaan.’ Hij mist iemand die alleen maar in mijn verhalen leeft: hoe zielig.’ Maar ook wel mooi.»

HUMO Was de relatie die je met je vader had voltooid?

De Coninck «Ik vind van wel: ik heb afscheid van hem genomen op de luchthaven, toen hij naar Lissabon vertrok. We hebben nog naar elkaar gewuifd. En ik wist ook van jongs af aan dat hij niet lang zou leven. Daar heeft hij altijd openlijk over gesproken. Toen hij me in bed stopte, heeft hij weleens gezegd: ‘Oud zal ik niet worden. Ik zal al blij mogen zijn als ik de 60 haal.’ ’t Klonk niet als een sombere aankondiging, maar veeleer als een aanvaarding. Hij wist dat hij ongezond leefde – roken en drinken – maar hij wist ook dat hij erfelijk zwaar belast was. Zijn beide ouders zijn vroeg gestorven, en hij wist dat hij goed voor zijn gezondheid moest zorgen. Maar dat deed hij niet, en van een kennis van hem hoorde ik dat hij zich daar schuldig over voelde. Maar tegelijk dacht hij: ‘Het is mijn lot.’ Hij nestelde zich daar zelfs in. ‘Ik ga een hartaanval krijgen,’ zei hij, ‘en liefst een voltreffer, opdat ik meteen weg zou zijn, en niet als een plant hoef voort te leven.’ Zeer voorzichtig leven en van sigaretten en drank afblijven, was ook niets voor hem. Hij werkte ’s nachts. Om 8 uur ’s avonds dronk hij een glas wijn bij het eten, en gespreid over een hele nacht dronk hij daarna misschien drie glazen Duvel en een whisky. Belachelijk veel is dat nu ook weer niet. Als ik opstond, ging hij slapen tot ongeveer 2 uur ’s middags. In ieder geval heeft hij zijn theorie dat het leven morgen al voorbij kan zijn, heel goed in de praktijk gebracht. Ik was me er als kind al erg van bewust dat mijn ouders konden sterven, en daar heb ik vaak van wakker gelegen.

»Mocht mijn moeder zo jong zijn weggevallen, dan was ik dat nooit op dezelfde manier als de dood van mijn vader te boven gekomen. Zij is de grond onder mijn voeten. En ik ben haar universum. Mijn papa was dat ook wel, maar van hem wist ik dat ik van zijn aanwezigheid moest genieten zolang hij er nog was. Nog even en het is twintig jaar geleden dat hij stierf. Als ik op m’n verdrietigst ben, zou ik weer even kind willen zijn in zijn armen, want dat mis ik nog het meest: de steun, de troost en de veiligheid van een vaderfiguur. Maar zijn lot leek een uitgemaakte zaak te zijn.»

HUMO Is je kijk op je vader veranderd in die achttien jaren na zijn dood?

De Coninck «Vóór hij stierf was hij alleen mijn vader, maar nu zie ik hem in al zijn aspecten: als dichter, als publieke figuur. En ook als echtgenoot, door met mijn moeder en met Kristien over hem te spreken. Ik was echt niet met zijn werk bezig vóór mijn 18de. Ach ja, occasioneel las ik wel eens een gedicht van hem, of ik hoorde hem aan op een lezing. Pas later ben ik alles gaan lezen, en herlezen.»


Een ziel in alles

HUMO Even terug naar je werk: je coloriet is doorgaans ingetogen. Op het felle rood na, dat af en toe uit die ingetogenheid tevoorschijn barst. Wat heeft dat rood te betekenen?

De Coninck «Als ik kracht wil uitdrukken, kom ik altijd bij dat rood uit, ook al is het mijn lievelingskleur niet – ik vind ze te hard. Maar tegelijk kan ik ze niet loskoppelen van intensiteit. Of van passie. Zelfs als ik me voorneem om iets in tonen van blauw te maken, dan nog dringt dat rood zich aan me op. Met zo weinig mogelijk probeer ik zo veel mogelijk emotie uit te drukken. Mijn lijnen zijn minimalistisch, het zijn bijna vegen. Ik teken veeleer schimmen. Mijn tekeningen noem ik liever schilderingen, want ik teken met verf.»

HUMO Ik kijk graag naar je tekeningen ‘Schaduwman’ en ‘Schaduwman 2’. De ene is een beschaduwde gedaante die een schaduw afwerpt, zou je kunnen zeggen. En de andere is een man die aan zijn schaduw ten onder lijkt te gaan.

De Coninck «Ja. Ze zijn geïnspireerd door het prachtige verhaal ‘Flikkeringen’ van Bernard Dewulf. Ik ben een grote fan van zijn werk: een man kijkt naar een meisje – zijn dochter, stel ik me voor – dat aan het touwtjespringen is. Zij staat in een lichtkring waar ze niet uit kan, hoe hard ze ook probeert. En de man kan niet in de lichtkring, hoe hard hij ook probeert. Hij is tot de schaduw veroordeeld. Zo triestig, maar ook mooi. Met depressie ben ik eigenlijk niet vertrouwd. Mijn vader maakte ook donkere periodes door, maar dat was toch anders. Zijn melancholie, of de spijt die hij over dit of dat voelde, heeft hem nooit belet om van het leven te genieten. Dat heb ik met hem gemeen. Hij leefde heel graag. En hij lachte ook graag – hij vertelde graag moppen. Hij heeft wel veel verdriet gehad, maar op zich vond ik hem geen ongelukkig mens.»

'Als ik op m'n verdrietigst ben, zou ik weer even kind willen zijn in zijn armen, want dat mis ik nog het meest'

HUMO Wanneer heb je hem na zijn dood het meest gemist? Of nodig gehad?

De Coninck «Natuurlijk op de grote momenten: toen ik afstudeerde, toen ik kinderen kreeg, bij mijn eerste belangrijke tentoonstelling… Maar meestal overvalt het gemis mij, vooral als zijn sterfdag, 22 mei, weer eens nadert. Dat is, na bijna achttien jaar, nog altijd moeilijk voor mij, vooral als er iets voor zijn nagedachtenis wordt georganiseerd, zoals het poëzieprogramma ‘Koningsblauw’. Dan is het alsof ik zijn dood weer helemaal herbeleef, en daar kan ik nog altijd kapot van zijn.»

HUMO Zoals veel kinderen van bekende mensen moet jij ook onder de naam en faam van je vader zien uit te komen, want je wil zelf van betekenis zijn in de kunst. Maar het geval wil dat je werk van je vader in jouw werk geïntegreerd hebt.

De Coninck «Deze ene keer heb ik het zelf gezocht. Vroeger zei ik, als ik me ergens als illustratrice ging aanbieden: ‘Ik ben Laura.’ De Coninck liet ik achterwege, want ik wilde er op eigen kracht geraken. Ik wou ook niet vergeleken worden. Maar op een dag vroeg het Kunstenfestival Watou me om iets bij het werk van mijn vader te maken: dat was een kantelmoment. Watou had een symbolische lading voor mij: ik had nog maar pas m’n eerste stapjes gezet of ik ging al met mijn ouders mee daarheen; ’t was een jaarlijkse zomeruitstap, waar we ook nog veel foto’s van hebben. Mijn vader heeft veel gedichten over mij geschreven, en ik wilde weleens iets terugdoen. En nadat ik dat had gedaan, was de cirkel wel rond voor mij. Ik vond het niet gemakkelijk, omdat het zo intiem was, en zo nauw bij mijn eigen leven aansloot.»

HUMO De gedichten waarin jij voorkomt, zijn toevallig ook bekende gedichten van je vader: ‘Poëzie’, ‘Het liefste wat ik heb’, ‘Wie zie je het liefst, de poes of mij?’.

De Coninck «Ja, veel mensen herkennen een facet van hun leven in iets wat eigenlijk mijn intimiteit is. Enfin, aan Watou heb ik heel goede herinneringen overgehouden, maar op eigen initiatief zou ik het niet hebben gedaan en gedurfd. Omdat ik zijn werk vooral niet als kapstok voor mijn eigen werk wilde gebruiken. Mijn broer is daar heel anders in dan ik: ‘Gebruik die naam! Daar twijfel je toch niet aan, zeker?’ Hij is een veel commerciëlere mens dan ik.»

HUMO Heb je ooit gemerkt dat je voordeel had bij het feit dat je de dochter van Herman de Coninck bent?

De Coninck «Ik krijg weleens te horen dat ik ‘mijn naam mee heb’. Mijn vader was populair, toch voor een dichter, en mensen die zijn poëzie mooi vonden, zullen wellicht welwillend naar mijn werk kijken, en dus iets sneller bereid zijn om het mooi te vinden. En mensen zullen – al dan niet onbewust – misschien sporen van de vader in de dochter zoeken. En toch snijdt het mes langs twee kanten, want als ik iets bereik zijn er altijd mensen die afgunstig reageren en zeggen dat ik het enkel aan mijn naam te danken heb. Op de redactie van Libelle hebben ze het vijf jaar lang niet geweten. Tot er ineens iemand naar mij toe kwam: ‘Ben jij de dochter van…?’»

HUMO Tot slot een vraag met een beetje galm erop: geloof je in liefde die blijft duren?

De Coninck «Ja. Ik ben al 21 jaar samen met mijn vriend – mijn papa heeft hem dus nog gekend. Ik geloof er absoluut in. Sommigen zullen me wel een naïef wicht vinden, want ik leef nog in een sprookjesbos. Mijn ouders mogen dan wel gescheiden zijn, maar ik weet dat de liefde tussen hen altijd is blijven bestaan. Voelbaar.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234