'Een seksscène heb ik nog niet moeten spelen. Misschien zou er een latenightversie van ‘Thuis’ moeten komen, na het laatavondjournaal' Beeld Joris Casaer
'Een seksscène heb ik nog niet moeten spelen. Misschien zou er een latenightversie van ‘Thuis’ moeten komen, na het laatavondjournaal'Beeld Joris Casaer

de 7 hoofdzondende 7 hoofdzonden

Lauren Müller (‘Thuis’): ‘Het plan is: van de drugs afblijven tot ik 80 ben, en dan een groot feest geven met lsd’

Zodra het blad de boom weer kleedt en de zon opnieuw een roekeloze schijnzelfstandige is, gaat ‘Thuis’ rusten: volgende week is er de seizoensfinale van ons dagelijks shotje Shakespeare, daarna volgt de zomerstop. Dagen zonder ‘Thuis’ zullen weken zonder Thilly worden, en dat stemt droef: het is moeilijk om níét innig van het personage van Lauren Müller (33) te houden. Maar is de actrice zelf ook zo’n hupse stuiterbal, principieel zondigend tegen elk gebod van God? Laat ik het haar gewoon vragen, want ze zit hier voor mij, en ze zit hier prachtig.

TRAAGHEID

HUMO Je ouders hadden een bakkerij. Betekent dat dat je in het bezit bent van het kleinezelfstandigechromosoom: nooit rusten, altijd razen?

LAUREN MÜLLER «O, ja. Thuis werd er gewerkt, altijd gewerkt. Ook in het weekend. En dat sijpelde door in mijn opvoeding: vrolijk lanterfanten was verboden. Ik voel me tot op vandaag nog steeds schuldig als ik even niet nuttig bezig ben. Maar ik probeer om wat luier te worden. Tegenwoordig slaag ik er al eens in om gewoon naar een serie te kijken zonder dat het voelt alsof ik me in verfoeilijke leegheid stort. Maar toch: het lukt alleen als ik al aardig gevorderd ben op m’n to-dolijstje van de dag.»

HUMO Van de dag? Je maakt élke ochtend zo’n lijstje?

MÜLLER «Ja. Gek, hè? Het is mijn manier om de dag te ordenen. Anders is er geen structuur en word ik onrustig.»

HUMO Ter aanmoediging schrijf ik op zo’n lijstje soms iets dat ik al gedaan heb, om het meteen te kunnen doorstrepen.

MÜLLER «Ik beken: dat doe ik ook weleens. Het is misschien wat neurotisch, maar ik wil die dingen plechtig kunnen afvinken – op papier, niet gewoon in m’n hoofd.

»In het algemeen leef ik nogal impulsief. Ik verkies m’n intuïtie boven een strak afgebakend doel. Maar in het praktische leven heb ik wel structuur nodig. Er is zelfs een periode geweest dat ik daar een beetje te manisch in was. Dan werd ik boos als er spulletjes niet op hun vaste plaats lagen. Dat probeer ik nu wat los te laten.»

HUMO Als tiener hielp je mee in de bakkerij.

MÜLLER «Ja, zowel in de winkel als in het atelier. Dik tegen mijn goesting, hoor: ik was jong en wilde fuiven. Niet: om vijf uur opstaan en deeg kneden. Ik heb weleens patékes staan bakken met een bieradempje, ja (lacht)

HUMO Een niet weg te schrobben trauma heeft het alvast niet opgeleverd, want naast je acteerwerk sta je nog altijd in de bakkerij van je moeder.

MÜLLER «Zeven jaar geleden is mijn vader gestorven. Daardoor stond mijn moeder er alleen voor. Ze was 55, en moest plots ’s nachts beginnen te bakken. Dat was helemaal nieuw voor haar – tot dan had ze zich om de winkel bekommerd. Ik ben toen voltijds aan de slag gegaan in de zaak. Zo hebben we dat anderhalf jaar lang volgehouden, zij aan zij, met het gewicht van de zaak op onze schouders. Maar het werd te veel, en we besloten om het kleinschaliger aan te pakken: we gaven de zaak op, en bouwden een garage om tot een minibakkerijtje. Mijn moeder bakt het brood, ik de patisserie.

»Het is heerlijk werk, maar mijn perfectionisme speelt soms op. Dat is ook typisch voor een kleine zelfstandige, hè: je wilt je klanten iets geven dat helemaal van jezelf is, iets dat áf is. En dat lukt niet altijd. Soms heb ik een slechte zondag. Dan word ik het slachtoffer van de Wet van de Patisserie: zodra je begint te klunzen, stopt het niet. Stoot ik een pot gesmolten chocolade om, dan kan ik er zeker van zijn dat daarna het deeg ook niet goed rijst, en dat mijn patékes er als abstracte kunst zullen uitzien (lacht). Maar net zo goed zijn er dagen waarop het allemaal prima loopt.

»Ik heb dat werk ook echt nodig. In de week acteer ik, en dat is bij uitstek een sociale bezigheid: iets maken met anderen, communiceren, het parole van acteurs onder elkaar. Na zo’n week snak ik naar de stilte van de bakkerij, naar de sensatie van iets maken met m’n handen, terwijl in m’n hoofd alles rustig wordt.»

HUMO Ben je ambitieus? Stap je ’s ochtends de wereld in met de gedachte dat die veroverd moet worden?

MÜLLER «Ik verlies me graag in dromerijen, eerder dan concrete plannen te maken. Dan bedenk ik me dat een ontbijtruimte in ons bakkerijtje wel fijn zou zijn, en richt ik die in gedachten al helemaal in. Maar vaak blijft het bij dromen. Het is geen luiheid, hoor. Eerder angst voor de werkelijkheid: die is altijd minder poëtisch dan de foto in je hoofd. Mijn grote plezier zit in het fantaseren over wat zou kunnen.»

HUMO Ben je goed voor de mensen rond je?

MÜLLER «Dat denk ik wel. Soms ten koste van mezelf. Ik ben een pleaser, zie je, en allergisch voor conflict. Ik hou de kerk in het midden, ik doe toegevingen, ik plooi me naar wat verwacht wordt. Dat is ongezond, natuurlijk, want wie geen grenzen stelt, gomt zichzelf uit. Dat probeer ik nu: leren om mezelf uit te spreken.»

HUMO Heeft ook dat te maken met je achtergrond? De kleine zelfstandige buigt voor de klant, want die is koning.

MÜLLER «Dat zal wel meespelen, ja. Maar het heeft toch vooral te maken met de rol die ik vroeger thuis moest spelen. Mijn ouders vormden een opmerkelijke entente. Mijn vader was wat allenig: hij was een Duitser die moeite had met de Nederlandse taal, in België niet heel veel vrienden had, en ’s nachts in z’n eentje in het bakkersatelier werkte. Terwijl mijn moeder een sociale, ondernemende vrouw is – het type dat altijd rechtdoor wandelt, in een stevig tempo, en zonder om te kijken. Eigenlijk leefden mijn ouders een beetje naast elkaar, en hield ik de boel samen. Ik had een innige verstandhouding met mijn vader, en hij zette me weleens in als communicatiemiddel. Ik heb een zus met een vorm van autisme, dus zij was altijd het kleintje dat beschermd moest worden. Daardoor werd ik overgeslagen: niemand vroeg hoe ik mij voelde. Mijn mening kwam nooit op de eerste plaats. En dat heeft natuurlijk invloed gehad op wie ik ben.

»Maar begrijp me niet verkeerd: ik heb een mooie jeugd gehad, hoor. En als kind analyseerde ik de dingen natuurlijk nog niet zo. Pas als volwassene ging ik echt voor de spiegel staan, vroeg ik me af hoe ik geworden ben wie ik ben, en zag ik dat er als kind al behoorlijk wat gewicht op me geladen werd. Maar er was ook veel liefde, ik kreeg kansen, en ik werd aangemoedigd in alles wat ik deed.»

HOOGMOED

HUMO Durf je door een megafoon te roepen dat je tevreden bent met jezelf?

MÜLLER «Ik durf het al te fluisteren – is dat ook goed? Het is wel een strijd geweest, want ik was lang heel onzeker. Maar het heerlijke aan ouder worden is dat je leert om met mildere ogen naar jezelf te kijken.»

HUMO Geldt dat ook voor hoe je anderen taxeert? Veel vormen van hoogmoed vallen te herleiden tot: van de andere eisen dat ie op jou lijkt.

MÜLLER «Inderdaad: iemand willen veranderen is misschien wel de ultieme neerbuigendheid. Ook in een relatie: je mag van je partner niet verlangen dat die een kopie wordt. Mijn man en ik zijn behoorlijk verschillend, en dat omarmen we. We zijn een ploegje, zeker, we lopen samen de toekomst in. Maar ondertussen blijven we ook aparte individuen. We hoeven niet in elkaar te verdwijnen. De bedoeling van de liefde is toch niet: met jezelf in bed liggen? Wel: met een ánder in bed liggen?

»Ik vind het ook hoogmoedig om mensen voortdurend te beoordelen. Te vaak vergeten we dat we de andere niet kennen. Iemand zegt of doet iets, en hóp: daar is ons oordeel. Maar meestal kennen we de beweegredenen van een mens niet, hebben we geen idee van waar iemand mee worstelt. Ik probeer dus om ook mild te zijn voor de mensen op wie ik bots. En sowieso haal ik mijn energie niet uit de voortdurende plaatsbepaling van mezelf tegenover de anderen. Het lijkt me vooral vermoeiend om elke ontmoeting als een wedstrijd te zien die je moet winnen.»

‘Dat je als vrouw als een zeester in bed kunt liggen en je niet hoeft te schamen voor je geilheid, is de grootste winst die we als maatschappij geboekt hebben.’ Beeld Joris Casaer
‘Dat je als vrouw als een zeester in bed kunt liggen en je niet hoeft te schamen voor je geilheid, is de grootste winst die we als maatschappij geboekt hebben.’Beeld Joris Casaer

AFGUNST

HUMO Betekent dat ook dat je niet vatbaar bent voor jaloezie?

MÜLLER «Hm, dat ben ik wel. En ik vind dat eigenlijk niet erg. Zo’n kleine steekvlam van afgunst kan ook een krachtige motor zijn om een beetje beter je best te doen. Om een extra effortke te doen.

»Jaloezie zegt in de eerste plaats iets over jezelf: je wilt iets anders hebben, of iemand anders zijn. Vroeger besteedde ik veel tijd aan de gedachte aan wie ik niet was. Maar nu weet ik dat ik daarmee mezelf niet help. In een jong leven zijn er geen deadlines. Maar zodra je ouder wordt, komen die er wel. De tijd jakkert maar door, en steeds meer mogelijkheden sluiten zich uit. Je kunt daar ontzettend over gaan zitten kniezen, maar het helpt je niet. Je kunt beter kijken naar wat je wel hebt, en wie je wel bent.»

HUMO Ben je goed in de onschuldige variant van jaloezie: bewondering?

MÜLLER «Ja. Heel goed. Ik kan echt versteld staan van hoe mensen iets verwezenlijken. En dan heb ik het niet per se over grote, uitzonderlijke, heel zichtbare dingen.»

HUMO Heldhaftigheid zit ook in kleine levens?

MÜLLER «Voilà. Een goeie moeder of vader zijn, dat vind ik iets sensationeels. Je verdient er geen fortuinen mee, je wint er geen Nobelprijs mee, je krijgt er geen applaus van volle stadions voor – maar daar gáát het ook helemaal niet over. Mensen die iets kleins heel goed doen: ik vind dat prachtig.»

GULZIGHEID

HUMO Thilly, je personage in ‘Thuis’, sprint gulzig door het leven. Ze is energiek, vrolijk, tomeloos – ze morst niet met de tijd. Geldt dat ook voor jou?

MÜLLER «Tot op zekere hoogte. Ik probeer het een beetje waardevol te maken, dat leven van me, ik ga op zoek naar plezier, opwinding en ontroering. Maar niet in elke minuut hoeft voor mij betekenis te zitten. Sommige dagen moet je gewoon laten passeren.»

HUMO Je bent opgegroeid in de Kempen, trok later naar Antwerpen, maar bent intussen teruggekeerd naar de heimat. Mag ik daar een verlangen naar rust in lezen?

MÜLLER «De stad zat me ook lekker. Maar ik voelde me verplicht om elke avond buiten te komen: ik durfde nooit eens neen zeggen als iemand vroeg om op stap te gaan. Terwijl ik toch ook vaak het verlangen voel om me terug te trekken. Dankzij die verhuizing beleef ik nu het beste van twee werelden: overdag zit mijn leven vol geroezemoes en sociaal contact, en ’s avonds keer ik terug naar de rust van mijn man en Loulou en Viviane, mijn twee oogappels.»

HUMO Wacht even: ik dacht dat jij geen kinderen had?

MÜLLER (lacht) «Dat klopt ook, hoor. Loulou en Viviane zijn onze twee kiekens.»

HUMO O. Leggen ze goed?

MÜLLER «Heel goed. En lékkere eieren! Als ik de evolutie in mijn leven afmeet aan de kwaliteit van de omeletten die ik eet, is er de afgelopen jaren alleen maar vooruitgang geweest (lacht)

HUMO Ben je gulzig in de letterlijke zin van het woord? Met omeletten, met drank, met crack?

MÜLLER «Van drugs blijf ik ver weg. Ik heb er in m’n jeugd eens een stevige preek over gekregen, en die is blijven hangen. Sindsdien is het plan: ik blijf overal af tot ik 80 ben. Dan organiseer ik een groot feest waarop ik me helemaal overgeef aan lsd – bij dezen ben je uitgenodigd.

»Ik ben wel lang een gulzige roker geweest. Twee jaar geleden ben ik gestopt. Ik moest m’n wijsheidstanden laten trekken, en daardoor kon ik sowieso enkele dagen niet roken – het perfecte moment om er helemaal mee te kappen. De dag ervoor heb ik gehúíld! ‘Wie ben ik zonder sigaret?’ – en meer van dat soort gezwollen zelfmedelijden (lacht). Maar het is een goeie beslissing geweest. Hoe eten me plots weer smaakte: dat was spectaculair. Maar dan schoot ik dáár weer in door. Toen ik net gestopt was met roken, schranste ik tot ik buikpijn kreeg. Daarin heb ik mezelf grenzen moeten opleggen.»

HUMO Hoe ben je als je dronken bent? Mijn gok: het vrolijk vlinderende, iedereen wereldvrede belovende type.

MÜLLER «Helemaal juist! Toen ik net in ‘Thuis’ zat, zeiden mijn vrienden me: ‘Die Thilly is toch gewoon de dronken versie van jou?’ En dat klopt wel, denk ik. Of het altijd flatterend is, dat is wat anders: ik hoef niet per se herinnerd te worden aan élke grote uitspraak die ik met dubbele tong gedaan heb (lacht)

‘Onze bakkerij is geen enkele dag gesloten geweest toen mijn vader ziek was, ook niet op de dag van zijn begrafenis. Dat is de manie van de kleine zelfstandige.’ Beeld Joris Casaer
‘Onze bakkerij is geen enkele dag gesloten geweest toen mijn vader ziek was, ook niet op de dag van zijn begrafenis. Dat is de manie van de kleine zelfstandige.’Beeld Joris Casaer

HEBZUCHT

MÜLLER «Ik heb me nooit vrijer gevoeld dan in de periode waarin ik een kwakkelend inkomen had: de ene maand kwam er veel binnen, de volgende weer niets. Ik leefde toen gewoon op het ritme dat mijn bankrekening me dicteerde. Na een paar goeie maanden betekende dat: ‘Kom, ik ga op reis.’ En na wat magere maanden: ‘Boterhammen met choco zijn ook heel lekker.’

»Die argeloosheid kan ik me niet meer veroorloven, want nu is er een huis dat afbetaald moet worden, en zijn er rekeningen die geen uitstel verdragen. Het is wat minder poëtisch geworden, ja, en dus is het goed dat ik dankzij ‘Thuis’ voor het eerst in mijn leven een vorm van stabiliteit heb op werkvlak. Ik moet toegeven dat er een gewicht van me afgevallen is, dat die zorgeloosheid – weten: ja, ik kan mijn rekeningen betalen – fijn is.»

HUMO Maar het heeft van jou hopelijk niet het type gemaakt dat op restaurant druk gaat zitten cijferen zodra de rekening komt, en ieders bijdrage tot twee cijfers na de komma uittelt?

MÜLLER «Néén! Gierigheid is zo… treurig. Nee, ik trakteer graag. Wat ik heb, dat deel ik.»

GRAMSCHAP

HUMO Een vriendin van me zei onlangs dat er nog geen hint van agressie in haar zit. Ik vond het moeilijk om dat te geloven.

MÜLLER «We zien onszelf graag als beheerste wezens, als mensen die controle hebben. Maar er zijn momenten waarop je dingen over jezelf leert die verrassend zijn, vaak zelfs oncomfortabel. Wat er boven komt drijven als je dronken bent, bijvoorbeeld, of hoe de manier waarop je seks hebt je iets vertelt over wie je fundamenteel bent. Maar het méést leer ik over mezelf wanneer ik boos ben. Dan voelt het alsof ik betrapt word op een kern van… Ja, van wat? Iets van agressie, een kleine vernielzucht.

»Ik heb lang de dingen te veel opgekropt. Dat heeft te maken met dat conflictvermijdend gedrag van me. Dat is niet gezond, weet ik nu. Je moet het onbehagen eruit laten – eens goed roepen. En als dat gebeurt, ja… Mijn man noemt me soms De Agressor (lacht).

»Ik draag een nachtbeugel, omdat ik knarsetand in mijn slaap. Zodra ik dat ding in heb en dus niet meer kan knarsetanden, bekruipt me soms de zin om heel hard met iets te slaan. Om iets kapot te maken. Dat is confronterend, want het is een kant van mezelf die ik niet ken. Nu goed, ik doe niemand kwaad, hoor. Ik bijt dan gewoon eens flink door op die beugel. Maar als één van de existentiële vragen in het leven is hoe je omgaat met de agressie die besloten ligt in jezelf, hoe je het venijn, de woede en de frustratie de wereld in kunt laten lopen zonder er anderen mee te schaden, dan adviseer ik dus dit: een nachtbeugeltje (lacht)

HUMO Ben je boos geworden op het wrede toeval dat ervoor zorgde dat je vader stierf toen hij pas 54 was?

MÜLLER «Die ontzetting voelde ik vooral in de periode net voor zijn dood, toen hij ziek was. Plots werd ik geconfronteerd met een tijdslot: het leven van mijn vader liep af, we waren aan onze laatste momenten samen bezig. Van de ene dag op de andere kreeg hij de zwaarste chemo, werd hij bestraald, en kon hij niets meer. Dat maakte hem kapot – achteraf gezien hadden we die behandelingen beter geweigerd, want er was geen noemenswaardig perspectief. Ondertussen moest de bakkerij ook blijven draaien. We zijn geen enkele dag gesloten geweest – ook niet op de dag van de begrafenis. Dat is weer de manie van de kleine zelfstandige, hè: de zaak sluiten is capituleren.

»Op het einde was mijn vader ontzettend depressief, net omdat hij zo plots en brutaal uit dat actieve leven was geduwd. De wereld draaide verder, maar hij had alleen nog zijn kamertje, waar het leven hem door de vingers gleed. Tegelijk werd onze band nog intenser. Ik herinner me een avond dat we ons bezat hadden, en diepe filosofische gesprekken over de dood voerden. Het was mooi om mijn vader zo dichtbij te hebben, om samen weerloos te kunnen zijn, maar tegelijk suckte het ook geweldig hard. Want we wisten dat ze kwam, de dood.»

HUMO Wie was je vader voor jou?

MÜLLER «De eerste belangrijke man in mijn leven – eerder een vriend dan een ouder. Ik geloof dat het geen toeval is dat ik mijn echtgenoot ontmoet heb ná de dood van mijn vader: pas toen was er ruimte voor een nieuwe man.

»Het is ook toen dat ik mijn moeder echt heb leren kennen. Ons contact werd intenser, we begonnen te praten. Tevoren was ze vooral de ouder geweest: rechttoe rechtaan, een beetje streng, altijd bezig met de boel te beredderen. (Glimlachje) Mijn vader noemde haar De President. Ze heeft een dik vel, mijn moeder, terwijl mijn vader wat emotioneler was. Maar na zijn dood kwam ook bij mijn moeder de zachtheid bloot te liggen. En nu doen we dat heel goed samen, wij tweeën in ons bakkerijtje.

»Er zit echt een cesuur in mijn leven: er is de periode voor en de periode na de dood van mijn vader. En natuurlijk zeurt er nog altijd verdriet, maar tegelijk heeft dat afscheid me ook vertrouwen gegeven. Want zodra mijn vader er niet meer was, kon ik niet meer leunen op hem, en moest ik het zélf doen. Zo voelde het echt: vanaf nu moet ik de regisseur worden. En dat is gebeurd. Niet plots, natuurlijk: het is een heel proces geweest.»

ONKUISHEID

HUMO Thilly is een wervende advertentie voor het moderne feminisme. Ze is ongebonden, laat zich niet domineren door mannen, en doet niet schutterig over haar seksualiteit.

MÜLLER «Absoluut. Het zit ’m ook in de job die ze doet: ze werkt in een klusbedrijf, omgegeven door mannen, maar ook daar heeft ze altijd de bovenhand. Het gevolg is wel dat ze haar kwetsbaarheid nooit laat zien. Thilly verwerkt de dingen alleen. Ze vindt het niet nodig om alles te benoemen, ze heeft de anderen niet nodig om te weten wie ze is. Op dat vlak ben ik wel een beetje jaloers op haar, ja.»

HUMO We krijgen het niet te zien in de gezinsvriendelijke serie die ‘Thuis’ is, maar ik vermoed dat in het seksleven van Thilly routine en plichtmatigheid van deelname uitgesloten zijn.

MÜLLER «Dat weet ik wel zeker, ja. En inderdaad: dat soort scènes heb ik nog niet moeten spelen. Misschien zou er een latenightversie van ‘Thuis’ moeten komen, na het laatavondjournaal, met zo’n ‘16+’-labeltje?

»Ik vind het goed dat mijn personage laat zien dat vrouwen ook gewoon lust kunnen voelen. Dat ze dat tuttige cliché – voor mannen volstaat het dat iemand iets leuks doet met hun piemel, bij vrouwen moet er ook liefde in het spel zijn – vrolijk verwerpt. Er is niets gecrispeerds aan Thilly: seks moet gewoon plezierig zijn.

»Ik moet nu denken aan iets dat een vriend me ooit zei, nadat hij een stomende nacht had beleefd met een vrouw: ‘Ze lag daar als een zeester.’ Ik vond dat een geweldig beeld – je hóórt toch meteen de gelukzalige seks, je zíét toch meteen de vrouw die zich niet schaamt voor haar geilheid? Dat is winst die we als samenleving geboekt hebben. Dat je als vrouw als een zeester in bed kunt liggen, en kunt zeggen tegen iemand met wie je niet meer geschiedenis deelt dan een gesprek van een paar uur en vijf Westmalles: ‘Laten we ons overgeven aan de biologie: ik wil nu graag roekeloze, ongecompliceerde seks.’»

HUMO Over ongecompliceerde, roekeloze seks gesproken: hoe was het om als meisje wakker te worden in de Kempen, net na de eeuwwisseling?

MÜLLER «Ik was een beetje een laatbloeier. Al gaf ik mijn eerste kus wel al op mijn 14de. Op het einde van het chirokamp was dat. De hele week had ik liggen oefenen op mijn duim, en...»

HUMO Wacht: op je duim?

MÜLLER «Ja: die moest de tong van mijn lief verbeelden. En zo oefende ik dus voor die eerste echte kus. Tegen het einde van het kamp was het zover. En het was... verschrikkelijk. Twee tongen die een stuntelig ballet uitvoerden, tanden die tegen elkaar ketsten… Ik was zó teleurgesteld. ‘Is dít het?’ Nu goed, het ging vrij snel uit tussen ons, en toen we elkaar een jaar later weer ontmoetten, hadden we beiden al wat geoefend. En toen ging het, na een paar kriekskes, wél lekker.

»Later ben ik naar Lier naar school gegaan, daarna naar Antwerpen, en daar leerde ik mijn eerste echte lief kennen. Hij was drie jaar ouder, en het zat goed. Toen kwam er ook seks bij, en ook dat was fijn. Die relatie is niet blijven duren, maar uiteindelijk zijn we wel zeven jaar samen geweest, en het is nog altijd een mooie herinnering: voor het eerst voelde ik dat veiligheid, liefde en opwinding in één pakket kunnen zitten.»

HUMO Intussen ben je al vijf jaar getrouwd. Dat zal je op een standje van Thilly komen te staan: in het boek dat aan haar gewijd is, heeft je personage het over ‘de overwaardering van het huwelijk’.

MÜLLER «En ze zou nóg bozer worden als ze hoorde dat ik mijn man gewoon twee dorpen verder heb gevonden (lacht). Maar, zo zou ik dan zeggen: hij betekent de hele wereld voor mij. Het ging allemaal snel en soepel. Na twee weken is Toon bij me ingetrokken, en na zeven maanden vroeg hij me ten huwelijk. Dat voelde niet gek, want er was geen gedoe tussen ons – alles was simpel en duidelijk. Dat voelde als een verademing. Want in mijn jaren als vrijgezel was er zoveel drama geweest… De liefde is toch bij uitstek het terrein waarop mensen elkaar pijn doen.»

HUMO Heeft een goeie relatie duidelijke, vooraf vastgelegde afspraken nodig?

MÜLLER «Niet in de zin dat je samen een contract opstelt, en daar een handtekening onder zet. Maar de dingen moeten wel duidelijk zijn. Dat ik monogaam ben, bijvoorbeeld, en dat ook van mijn man verwacht: daar moeten we het wel over eens zijn. Maar dat soort afspraken zijn zo vanzelfsprekend dat ze niet uitgesproken hoeven te worden.»

HUMO ‘De werkelijkheid is altijd minder poëtisch dan de foto in je hoofd,’ zei je in het begin van dit gesprek. Niet dat ik je een huwelijkscrisis wil aanpraten, maar: dat geldt zeker voor de liefde.

MÜLLER «Da’s waar, maar dat neemt niet weg dat ik nog altijd heel gelukkig ben. (Denkt na) Ik heb lang op een naïef-romantische manier naar de liefde gekeken. Met Toon trouwen was het makkelijkste engagement dat ik ooit ben aangegaan: ik was smoor op ’m, en natúúrlijk zouden we samen gelukkig oud worden. Maar zelf komt hij uit een gezin van gescheiden ouders, en dus was hij zich ervan bewust dat trouwen niet per definitie een belofte voor het leven inhoudt. Dat ook mooie dingen – misschien zelfs voorál mooie dingen – eindig kunnen zijn. Ik was daar eerst ontzet over, maar nu begrijp ik het: niets is zeker. We leven allemaal op de tast. Maar is dat érg? Mijn geluk van nu, dat is waar het om gaat. En als daar ooit barsten in komen, dan heb ik nog altijd de eieren van Loulou en Viviane (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234