Le Bataclan: de reconstructie

Wat speelde zich precies af in de 2,5 uur dat drie terroristen in de Parijse concertzaal Le Bataclan tekeergingen? Stilaan komen steeds meer verhalen los. Een reconstructie op basis van ooggetuigenverslagen.

‘We zijn vertrokken, we beginnen,’ staat er in de sms. Het is vrijdag 13 november, 21.42 uur. Drie goed verzorgde, jonge jongens stappen uit een zwarte auto. De telefoon waarmee ze zojuist hun laatste berichtje hebben verstuurd, gooien ze in een vuilnisbak. Ze houden hun kalasjnikovs in de aanslag. Vastbesloten lopen ze in de richting van één van de beroemdste concertzalen van Parijs, Le Bataclan.

Daar dansen en springen op dat moment ruim duizend mensen in de zaal, waar de Amerikaanse band Eagles Of Death Metal speelt. Ze zijn al bijna drie kwartier bezig en de sfeer is uitgelaten. ‘Who’ll love the devil?’ zingt frontman Jesse Hughes, en de zaal zingt mee. ‘Who’ll sing his song?’


‘Fok, dit is echt’

Er knetteren salvo’s van achteren de zaal in. De bassist duikt vrijwel meteen de coulissen in, de gitarist houdt even in en speelt dan aarzelend door. De felle spots op het podium ontnemen de band het zicht op de zaal. Pas als de drie mannen voor de tweede keer hun kalasjnikovs leegschieten, dringt bij iedereen door dat het menens is.

‘Dit is echt, dit is echt!’ schreeuwt een jongen naar zijn vrienden. Mensen gillen, vallen om, duiken op de grond. De Nederlandse vrienden Frank, Dexter, Ferry en Bob zijn samen naar Parijs gekomen voor het concert. In ‘RTL Late Night’ beschrijven ze wat hen overkwam. ‘Ik keek om,’ vertelt Ferry, ‘en ik zag dat iedereen lag. Ik stond als één van de laatsten nog overeind, dus ik ging ook liggen. Toen zag ik die gasten staan. En dan weet je: fok, dit is echt.’

Binnen de kortste keren verandert de zaal in een kronkelende mensenmassa. ‘Je gaat schuilen achter andere mensen,’ zegt Frank. ‘Ik lag boven op een aantal mensen en ik probeerde over hen heen te kruipen en daarachter in veiligheid te raken. Het enige wat ik dacht, was: ik moet zorgen dat mijn hoofd en lijf niet geraakt worden.’

De drie mannen blijven vuren. Geconcentreerd. Gecontroleerd.

'Le Bataclan, één van de beroemdste concertzalen van Parijs: 89 mensen laten er het leven.'

‘Ze waren heel kalm, ze gingen heel methodisch, heel langzaam te werk,’ vertelt Australiër John Leader aan radiostation Triple J. ‘Ik keek naar de man toen hij zijn wapen herlaadde. Hij wist wat hij deed. Na elk schot wachtten ze. Richten, schieten. Richten, schieten.’

Een meisje probeert zich uit een kluwen mensen omhoog te worstelen, maar ze krijgt een kogel in de borst. ‘Ze viel, op slag dood, over mij heen,’ vertelt Dexter. Hij blijft onder haar liggen. ‘Daardoor had ik een soort verstopplek. Je kúnt niet anders op zo’n moment.’

De zaal is inmiddels een zee van bloed. In het donker wordt er geschreeuwd. Maar zodra de lichten aangaan, bevriest iedereen. Niemand gilt. Iedereen probeert zich onzichtbaar te maken. Alleen de kalasjnikovs zijn te horen. ‘Het was duidelijk,’ zegt Leader. ‘Als je bewoog, dan was je dood.’

Tak. Tak. Tak.

Als er ineens een langere stilte valt, springt een man overeind. Het is Didi, een beveiligingsagent die later zijn verhaal doet in Le Monde. ‘Vlug!’ schreeuwt hij. ‘Naar buiten!’ Zo’n twintig mensen volgen Didi, die weet waar de nooduitgang is. Leader en zijn 12-jarige zoontje Oscar proberen het ook, maar halverwege hun vlucht beginnen de terroristen weer te schieten.

‘Ik pakte Oscar en drukte hem plat op de vloer,’ zegt zijn vader. ‘Helaas was het boven op dode lichamen en bloed. Hij wilde overeind komen, maar ik zei: ‘Hoofd naar beneden.’’

Leader slaagt erin om buiten te komen via de nooduitgang, maar zijn zoontje is hij kwijt. ‘Ik ging terug en ik keek de nooduitgang in, maar hij was er niet.’

‘Oscar!’ schreeuwt hij door de straten. Zijn geroep klinkt op een filmpje van die avond, gemaakt door een Franse journalist. ‘Oscááár!’


Enorme knal

Twee politiemannen zijn onderweg naar het Stade de France, het voetbalstadion waar zojuist explosies zijn gemeld. Maar dan horen ze over de radio dat er is geschoten in Le Bataclan. Ze zijn vlakbij. Met hun dienstwapen in de aanslag rennen de mannen rond tien uur de loge van de concertzaal binnen.

'Overal stromen bloed. En geen geluid. Niemand schreeuwde'

Plotseling staat één van de agenten oog in oog met een terrorist. Hij schiet. De terrorist valt op de grond en een fractie later ontploft zijn bomvest met een enorme knal. De ravage is enorm. Het duo trekt zich terug.


‘Ik smeek u’

Ondertussen houdt een groep van bijna dertig man zich schuil in een krappe loge links van het podium. Eén van hen is Lionel. ‘Ik pakte een bank en zette hem tegen de deur,’ zegt hij in Le Parisien. ‘Anderen schoven twee koelkasten ervoor.’ De terroristen proberen de deur open te duwen om te kijken of er iemand is, maar dat lukt niet. ‘Iedereen was stil,’ zegt Lionel. ‘Daarna stopten ze.’ Urenlang zwijgen ze, zwetend, opeengepakt en doodsbang dat de terroristen zullen terugkomen.

Aan de gevel van Le Bataclan hangt een vrouw aan een raamkozijn, 15 meter boven de grond. ‘Meneer!’ gilt ze. ‘Meneer, ik ben zwanger!’ Met haar voeten heeft ze wat steun, maar niet lang meer. ‘Alstublieft,’ roept ze, ‘ik glij weg. Ik ben zwanger, ik smeek u.’

Sébastien hangt al een tijdje uit het raam naast haar. Dan kan hij het niet langer aanhoren. Hij klimt naar binnen, sleurt de zwangere vrouw het gebouw in en verbergt zich opnieuw door buiten aan het raam te gaan hangen.

'Ik pakte mijn zoon Oscar en drukte hem plat op de vloer. Helaas was het boven op dode, bebloede lichamen' John Leader, overlevende

‘Maar het was niet de beste verstopplek,’ blikt hij terug in La Provence. ‘Na vijf minuten voelde ik de loop van een kalasjnikov tegen mijn been.’

‘Kom eruit!’ schreeuwt de terrorist. ‘Kom naar binnen en ga op de grond liggen.’


‘Hel op aarde’

Het is 22.15 uur als een gewapende politie-eenheid Le Bataclan binnengaat. ‘Wat we daar ontdekten, was de hel op aarde,’ zegt commandoleider Jeremy tegen NBC News.

De vloer ligt bezaaid met lichamen, in elkaar verstrengeld. ‘Overal stromen bloed. En geen geluid. Niemand schreeuwde.’ De overlevenden houden zich dood. Het enige geluid komt van rinkelende telefoons van familie en vrienden die willen weten hoe het met hun naasten is.

De groep commando’s baant zich een weg door de mensen. ‘Veel mensen vroegen ons om hulp,’ zegt Jeremy. ‘We moesten nee zeggen, we moesten eerst de terroristen vinden.’

In hun zoektocht door het oude gebouw moeten ze deuren door, kamers in, hoeken om. Overal vinden ze overlevenden en moeten ze controleren of zich geen terroristen onder hen bevinden. Eén uur hebben ze nodig om de hele begane grond uit te kammen.

Dan neemt een groep van veertig man de trappen naar de eerste etage van Le Bataclan.


‘Horen jullie het lijden?’

Wat de politie dan nog niet weet, is dat de twee overgebleven terroristen een groep van twintig mensen vasthouden op de eerste etage. Eén van hen is Sébastien, de man die eerder de zwangere vrouw naar binnen heeft gehaald. De terroristen hebben hem met hun kalasjnikovs naar een kamer achter in Le Bataclan gedirigeerd. Samen met negentien andere gijzelaars zat hij daar nu, achter een gesloten deur, vertelt hij aan RTL Radio.

‘De terroristen zeiden: ‘Horen jullie het gekrijs, het lijden? We willen jullie de angst laten voelen waar mensen in Syrië elke dag onder gebukt gaan. Het is oorlog! En dit is nog maar het begin. We zullen onschuldigen afslachten.’’

'Een zwangere vrouw hangt uit het raam. Zij zal gered worden.'

Eenmaal in de kamer geeft één van de terroristen een pak geld aan Sébastien en hij vraagt hem om dat met een aansteker in brand te steken. ‘Ze wilden zien of geld belangrijk voor me was.’

Concertgangers die zich in aanpalende ruimten hebben verschanst, horen flarden van wat zich in de kamer met de gegijzelden afspeelt. Pierre —Janaszak zit samen met drie anderen in één toilet op de eerste etage opgesloten. Hij vertelt aan persbureau AFP: ‘Ik hoorde hen duidelijk zeggen: ‘Het is Hollandes fout, het is de fout van jullie president, hij had niet hoeven in te grijpen in Syrië.’ Ze hadden het ook over Irak.’


‘Kom niet dichterbij!’

Het politieteam splitst zich op de eerste etage in tweeën en kamer na kamer worden verstopte mensen bevrijd. ‘Ze liepen als zombies naar buiten,’ vertelt politieman Jean aan MYTF1 News.

Dan klinkt er een schreeuw vanachter een deur. ‘Kom niet dichterbij!’ roept Sébastien, die door de terroristen naar voren is geschoven om het woord te doen. ‘We zijn hier met twee terroristen die ons gaan doden.’

Het is 23.15 uur en de commando’s zetten zich schrap.

Door de deur proberen de agenten minutenlang om de terroristen over te halen mensen vrij te laten. Zonder resultaat. Wel ontfutselen ze een telefoonnummer. Om 23.27 uur krijgt de speciale politieonderhandelaar de terroristen voor het eerst aan de lijn. ‘Trek je terug,’ klinkt het dreigend. ‘Anders onthoofden we de mensen hier.’

De politie belt vijf keer. De gesprekken duren niet langer dan enkele minuten en zijn oppervlakkig, vertelt Christophe Molmy, hoofd van de speciale eenheid, aan iTélé. ‘We krijgen steeds dezelfde verklaringen: ‘Jullie hebben IS aangevallen, we zijn in oorlog en wij vergelden jullie acties.’’

‘Dit is een nieuw slag terroristen,’ zegt Molmy. ‘We hebben hier te maken met zeer vastbesloten terroristen die uit zijn op massamoord. Terroristen die doden, zich terugtrekken, zich verschansen en willen sterven als martelaren. Die zijn niet uit op onderhandelingen. Ze vragen niet om een vluchtauto, geld of vrijlating van gevangenen.’

‘De enige echte eis die ze stelden, was dat de politie zich terugtrok en onder geen enkele voorwaarde dichterbij zou komen,’ vertelt Sébastien aan RTL Radio. ‘Ze dwongen ons uit het raam te kijken waar de politie was. We moesten naar hen roepen dat ze weg moesten blijven. We waren tussenpersonen, maar bovenal waren we menselijke schilden.’


Kogelvrij schild

Er moet iets gebeuren. Molmy zegt dat hij om 23.45 uur groen licht geeft voor een aanval. ‘Vooraf zeiden we: ‘Als één van ons gewond raakt, dan gaan we door,’’ vertelt commandoleider Jeremy aan NBC. ‘We konden het ons niet veroorloven om te stoppen.’

Even na twaalven staan de commando’s in twee teams achter elkaar opgesteld. De voorste mannen dragen een kogelvrij schild ter grootte van een deur.

De voorste commando opent de deur. Hij ziet twintig gijzelaars in het midden van de ruimte en daarachter de gewapende terroristen. De gijzelaars gillen en gaan bijna allemaal op de grond liggen. ‘Op dat moment konden we zelf niet schieten,’ zegt Jeremy. ‘Dat was te riskant.’

'Jullie hebben IS aangevallen, we zijn in oorlog en wij vergelden jullie acties' Terrorist tijdens de onderhandelingen

Maar de terroristen schieten wel op hen. Eén van de commando’s raakt gewond aan zijn hand en valt, maar de groep stormt door, zoals afgesproken. Ze trekken de gijzelaars één voor één in de veilige zone. Onderweg struikelen ze nog over een trapje. ‘Het schild viel op dat moment en het kwam boven op de gijzelaars terecht,’ vertelt Jeremy. ‘Maar de voorste commando’s bleven zonder bescherming doorgaan.’

Als de commando’s recht tegenover de terroristen staan, gooien ze een handgranaat. Daarop blaast één van de terroristen zichzelf op met zijn bomgordel. Als de andere dat probeert, wordt hij neergeschoten. De explosies zijn zo hevig, dat in de kamers onder hen stukken plafond naar beneden komen.

De terroristen zijn dood, drie minuten nadat de aanval is begonnen.


Waar is Oscar?

Na het einde van de gijzeling is de politie nog lang bezig mensen uit hun schuilplaatsen te halen. Twee Schotse vrouwen zitten urenlang stokstijf en doodsbang in een donkere kelder. Anderen houden zich schuil in een verlaagd plafond.

De politie beveelt de evacués niet naar de grond te kijken en zo min mogelijk om zich heen te kijken, maar gewoon door te lopen. Le Bataclan is veranderd in een horrordecor vol bloed en lichaamsdelen. Er zijn 89 doden en honderden gewonden.

'Boven: een speciale politie-eenheid staat klaar om de zaal te bestormen.'

De Nederlandse vrienden Dexter, Frank, Ferry en Bob behoren tot de overlevenden. Een dag later vinden ze elkaar terug en rijden ze in hun bebloede kleren in één ruk naar huis.

John Leader vindt uiteindelijk zijn 12-jarige zoontje Oscar terug. Hij is nog geen honderd meter onderweg als hij bedenkt dat Oscar een gsm heeft. ‘Al bij de tweede of derde beltoon nam hij op.’

Uren later zien ze op tv wat er is gebeurd. De angst heeft zijn zoontje nog niet in de greep, vertelt hij. ‘We beseffen nog niet hoeveel geluk we hebben gehad. We willen dat Oscar dit niet gaat zien als een levensbepalende gebeurtenis, maar meer als een soort ongeluk.’

Dit verhaal is gebaseerd op interviews met ooggetuigen in ‘RTL Late Night’, Le Monde, RTE News, Le Parisien, La Provence, MYTF1 News, iTélé, RTL Radio, AFP en NBC News en door aanwezigen geschreven ooggetuigenverslagen op Facebook en Marianne.net.

© De Volkskrant

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234