Le ciel flamand

Wij worden graag klant.

De setting van ‘Le ciel flamand’ bezorgde ons vooraf toch wat twijfels. Een Vlaamse film die zich voor een stuk afspeelt in een bordeel langs een steenweg? Oeioei: ofwel, zo dachten wij, draait het erop uit dat we twee uur lang gaan zitten kijken naar in roze lingerie gehulde hoerenmadammen die met een overdreven Limburgs of Antwerps accent platte oneliners staan te debiteren (‘Heej schètteke, hèdde gij ne Samsung in uwe broekzak of zijde gij gewoon content om moah te zien?’), ofwel wordt het een prent die heel hard de nadruk legt op de tristesse van het bordelen-langs-de-Vlaamse-steenwegen-fenomeen (geeuw). Twee valkuilen waarin regisseur Peter Monsaert (‘Offline’) godzijdank níét is getrapt. Voor de vrouwen van Le ciel flamand – zo heet ook het bordeel – is de hoererij een job, punt. Monsaert heeft er dan ook heel wijselijk voor gekozen om vooral de kleine, dagelijkse, zakelijke rituelen in het bordeel in beeld te zetten: de smalltalk tussen de meisjes, de ontvangst van de klant, het afwassen van de bierglazen. Zelfs de aanblik van Ingrid De Vos in lingerie achter een raam in neonlicht riep bij ons eerder een gevoel van tederheid op dan een ‘Hohoho!’ – faut le faire!

We zijn ook onder de indruk gekomen van de vertolkingen: Mathias Sercu als de rechercheur die een onverkwikkelijke zaak onderzoekt; Wim Willaert als de buschauffeur die een speciale band met één van de vrouwen blijkt te hebben. Ziehier één van de héél zeldzame Vlaamse films waarin de acteurs niet beginnen te schmieren; waarin ze hun stem niet onnodig verheffen; waarin de acteurs zich niet overnadrukkelijk smíjten, maar net heel veel onnadrukkelijk bínnenhouden. De allergrootste troef van ‘Le ciel flamand’ heet evenwel Sara Vertongen: deze theateractrice levert als Sylvie – haar overkomt in de loop van het verhaal een groot onheil – werkelijk adembenemend acteerwerk. Zelfs wanneer er niets noemenswaardigs gebeurt, zoals wanneer Sylvie op uitnodiging van Dirk, de buschauffeur, in de sofa gaat zitten en stilzwijgend wacht tot hij haar een glaasje heeft uitgeschonken, plakten onze ogen op het scherm.

De mooie waarachtigheid die Monsaert in ‘Le ciel flamand’ oproept, wordt in de eerste negentig minuten slechts één keer doorbroken: namelijk wanneer de cineast met behulp van een kredietkaart en een defecte wifiverbinding ineens een thrillerscène begint te maken. Die ietwat uit de toon vallende scène blijkt helaas de aanloop naar een zwakke derde akte waarin, geheel volgens de regels van de doorsnee scenariocursus, ineens nog enkele spannende en dramatische plotwendingen naar voren worden geschoven.

Toch mag ‘Le ciel flamand’ tot het soort cinema worden gerekend dat in deze contreien van het Vlaams Audiovisueel Fonds (de instantie die de subsidies uitdeelt) veel te weinig mag worden gemaakt: ernstig, authentiek, beheerst, doorleefd, menselijk en tóch niet te zwaar. Als we ons goed kunnen herinneren, hebben we zelfs geen enkele ‘Godverdomme!’ horen passeren! En voor de rest heeft die ene baanmeid overschot van gelijk wanneer ze poneert dat een vrouw niet hoeft te weten waar haar man zijn middagpauze doorbrengt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234