Lees de Humo-review en bekijk een fragment van het laatste concert van Prince in België (Botanique)

Drie. 3. DRIE! Drie aftershows in één nacht. Elke volgende set langer en heter dan de vorige. Vijf uur Prince in één nacht. Nog nooit vertoond. Historisch. Wie er niet tegen kan dat ik voor de zoveelste keer euforisch ga zeuren over hoe briljant Prince wel is, moet nu stoppen met lezen.

Het begon zo twijfelachtig dat zelfs ik sceptisch werd over de goede afloop van de zaak. Voor wie denkt dat journalisten altijd een voorkeursbehandeling krijgen: er was geen guest list – de opbrengst ging naar een goed doel (zakgeld voor de muzikanten, Prince zelf verdient er geen cent aan), en iedereen was gelijk voor de wet. Ook ik stond donderdag vier uur lang aan te schuiven voor een concert dat uiteindelijk niet doorging. Ook ik had vrijdag strikt gezien slechts recht op één betaald ticket. Ik heb de drie shows gezien (met volgnummer, stempel én respectievelijk groen, blauw en oranje polsbandje – ik wed dat je volgende keer je vingerafdrukken en DNA moet laten registreren), en het ging zo:

‘Alert!!! 3rdeyegirl in Brussels on break. Techs scouting local club scene for possible HitnRun attack!’ Dat was het eerste bericht uit Prince’ kamp. Vrijdag kwam na, voor sommigen, een wake van vijf uur voor de ingang van de Botanique: ‘Dear Prince fans...no show tonite.’ Maar om twee uur ’s nachts volgde een foto van de wachtende menigte en de veelzeggende melding: ‘17 hours early...’

De orangerie is klein, het gigantische purperen Prince-symbool aan de microfoonstandaard was bijna groter dan de zaal. Na een uur wachten (Prince is de enige artiest die door de deejay van dienst achter de mixtafel vooraf z’n eigen muziek laat spelen, maar ook klassiekers zoals ‘Brick House’. Het nadeel daarvan is: als ‘I Wanna Be Your Lover’ weerklinkt, weet je: ‘Verrek, dat zal hij dadelijk dus níét spelen’).

De eerste set begon met mysterie: Prince is zo’n controlefreak dat hij de roadies zelfs handdoekjes over de setlist op de grond liet leggen. Hij serveerde eerst een halfuur gloeiend hete lava: een wall of sound van ruige rock-’n-roll. Het was alsof de eerste zes songs allemaal ‘Guitar’ heetten, ook ‘Plectrum Electrum’ en ‘She’s Always in My Hair’.

Prince met een beaniemuts op, informeel gekleed (naar zijn normen – in een jeans zul je hem nooit zien). Hij is 56, ziet er 36 uit. De zonnebril ging al snel af.

Hij deed een paar keer alsof hij zou stagediven, maar zette dan z’n wijsvinger tegen z’n slaap – ‘Ik zou wel gek zijn.’ Hij riep richtlijnen naar z’n muzikanten (‘Las Vegas!’ – code voor een lang uitgesponnen slotakkoord). Hij eerde zijn helden (‘James Brown!’). Hij gaf een plectrum en drumsticks aan de kleine halfbloed Georges De Kempen (het kind zag eruit als een Mini-Me van Lenny Kravitz), en liet de achtjarige even meezingen door zijn microfoon. Op 8 jaar een aftershow van Prince meemaken: er zijn slechtere manieren om je concert-cv te beginnen.

Cassandra O’Neill van de NPG kwam een paar nummers meespelen. Hoogtepunten? ‘When Doves Cry’, ‘Kiss’, ‘Alphabet Street’, ‘Broken’, ‘Sign o’ The Times’... Alles, eigenlijk.

Toen een vrouw ‘I looooove you!!!’ gilde, keek hij niet eens op van de piano, maar maakte hij een teken: een ‘nee’ zwaaiend vingertje, gevolgd door een priemende wijsvinger naar de lucht, vrij vertaald: ‘Sorry, ik hoef geen groupies meer, dat strookt niet met mijn geloof.’

Zo dichtbij, zo intiem: ik stond aan de piano, en als Prince zong, hoorde ik z’n onversterkte stem boven het geluid van de PA door. Ook uitlatingen als: ‘I was born a little different than other princes.’

Hoogtepunten uit de tweede set? ‘Let’s Go Crazy’ (zoals in het Sportpaleis: trager en nog rockender dan het origineel). Een schitterend ‘Little Red Corvette’ (met dat geweldige nieuwe ‘Slow Down!’-middenstuk). Een stomend ‘1999’. Voor the old school people in da house een perfect, überfunky ‘Controversy’. Een herwerkt ‘Nothing compares to you’ (Prince zei: ‘Remember, Brussels: whether we’re together or not, take care of your beautiful city where everyone counts! Together we can fix anything!’ – in alle drie de shows weerklonk in zijn bindteksten dezelfde boodschap van liefde, interraciale verdraagzaamheid en verbondenheid).

‘Raspberry Beret’ was geweldig. En ‘Cool’, dat hij in 1982 voor de lang vergeten maar fantastische funkoutfit The Time uit Minneapolis schreef, was de onverwachte, aanstekelijke bis. En, ook al stond het niet op de setlist, een lang en feestelijk ‘Play That Funky Music (White Boy)’. ‘Who are you calling white?!’ vroeg Prince plagerig, terwijl de hele zaal het refrein meebrulde. Thank you and goodnight... Of niet?

Last last minute – de promotor en de Deense agent van Prince pleegden op het bordes buiten in het park informeel overleg na het tweede concert, werd beslist nog een derde show te spelen. Ondanks wat op het internet wordt gemeld, is dat geen mythe: hij speelde er wel degelijk dríé.

De laatste set was weer heel anders. Met een fenomenaal ‘Something in The Water Does Not Compute’, heel anders dan op plaat, met zijn indrukwekkendste gitaarsolo van de avond. Wat nog? ‘Musicology’. ‘Screwdriver’ (I’m your driver, you’re my screw’), ‘Fix Ur Life Up’, ‘What’s My Name?’ met een flard ‘The Undertaker’. Nog eens ‘Kiss’. Slechts twintig seconden ‘I Would Die for You’, waarop hij zich bedacht en we een zwoel, soulvol ‘Purple Rain’ kregen, volledig op piano, zonder gitaarsolo’s.

‘Real music by real musicians!’ Dank u, Donna, Hannah, Ida, Cassy, de all female (maar hij denkt niet in stereotypen) band die Prince rond zich heeft verzameld.

Hier kregen we niet de ster te zien, niet de pompeuze bigger than life choreografie uit het Sportpaleis, maar wel de nonchalante, joviale Prince. Dit waren gezellige jamsessies onder vrienden, maar dan op bovenmenselijk hoog niveau. Hij maakte zelfs een paar fouten – een pianosolo die nergens heen ging, te laat bij de microfoon, stuk tekst overgeslagen... Telkens die heerlijke blikken van gespeelde schaamte naar Donna of Ida, de knipogen, de gespeelde verontwaardiging... 56 en niet blasé, niet pompeus, speels, spontaan... Michael Jackson zou de intimiteit van zo’n klein zaaltje, met fans létterlijk tot op een meter van je neus, nooit hebben aangekund. De Madonna’s, Beyoncés, U2’s en Springsteens van deze wereld wagen zich er evenmin aan, en zij zijn – mag dat even gezegd worden – een stuk minder spontaan. Dat de Stones het voorbije decennium een aantal kleine aftershows gaven, komt doordat Mick Jagger vanaf het begin Prince verafgoodt/respecteert/benijdt, en van hem dat idee heeft afgekeken.

Wie mij wil uitlachen, mag nu beginnen: ik had tot drie keer toe een krop in de keel. Hij is briljant, dat weten we, maar ook genereus, spiritueel. Hij is wereldberoemd, stinkend rijk en heeft als sterfelijke ster maar aan twee dingen gebrek: tijd en privacy. Hij heeft dit niet nodig. En toch doet hij het. Van één hit-and-run aftershow kun je nog zeggen ‘Het is goeie promo.’ Maar hij speelde er dríé, om zo weinig mogelijk fans te frustreren. ‘Please let the rest of our family in,’ zei hij na het eerste en het tweede concert.

Bekijk ook ‘3RDEYEGIRL – Botanique, Brussels’ (hieronder): een korte impressie, gefilmd en gepost door de crew van Prince. In de zaal hield iedereen zich eindelijk netjes aan Prince’ verzoek om niet te filmen met die ellendige smartphones: ‘Thank you for letting us see your faces without the interference of technology!’

‘Share the music!’ riep Prince, voor hij een boeket purperen ballonnen uitdeelde. ‘Take care of each other! And tell everybody about this night!’ Bij dezen.

PS 1: belangrijk postscriptum. Voor iedereen was dit nieuw, want nooit eerder vertoond. De politie van Sint-Joost, de security, de promotor... Ook voor hen was het last minute improviseren, onder grote tijdsdruk en in zeer moeilijke omstandigheden. Probeer maar eens duizenden oververhitte fans onder controle te houden als je slechts een paar uur krijgt om alles in goede banen te leiden, in een te kleine zaal, in een oncontroleerbaar park, aan een drukke verkeersader. Maar alles verliep zonder ook maar één moment van chaos of agressie. Trust me, dat is niet vanzelfsprekend. Waarvoor hulde. Als het goed is, zeggen we het ook.

PS 2: dienstmededeling. Het baat niet om mij te volgen, want ik twitter niet, zit niet op Facebook en evenmin op Instagram, etc. Ik werk met postduiven, kleitabletten en ouderwetse beleefdheid.


Bekijk: '3RDEYEGIRL - Botanique, Brussel'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234