Beeld Digital images

Humo sprak metDavid Van Reybrouck

‘Leopold II was géén genocidair. Maar als je dat zegt, word je meteen afgeserveerd’

Exclusief voor abonnees: download hier gratis het e-book ‘Congo’ van David Van Reybrouck

(Verschenen in Humo op 3 mei 2010)

‘Wij hadden één tamtam in huis, één masker, twee bankbiljetten, en een hond die Mbwa heette – da’s Swahili voor hond. Tot dààr de koloniale aanwezigheid in het gezin Van Reybrouck in de jaren zeventig. Mijn moeder was er niet geweest, dus aan tafel werd er niet echt over gesproken. Congo was iets van mijn vader. Hij had een permanente blos op z’n gezicht; ook die was van de Congo, zei hij.’

Sinds 2003 is David Van Reybrouck (38) al een keer of tien naar Congo gereisd, hij heeft een boek klaar bij De Bezige Bij: ‘Congo. Een geschiedenis’. Het regent Congo-boeken nu de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid nakend is, maar dit boek overklast alle concurrentie op spectaculaire wijze: het is belangrijker, intelligenter, beter geschreven, ja zelfs dikker dan alle andere.

Als ik Van Reybrouck ontmoet op zijn schrijfplek in Kuregem, de viersterrenprobleemwijk van Brussel, hebben we het eerst over de jonge West-Vlaming die haast een halve eeuw geleden daar in Congo op hem vooruitliep: Dirk Van Reybrouck, zijn vader.

DAVID VAN REYBROUCK «Pas toen ik een jaar of elf was, ben ik gaan beseffen dat mijn vader lang voor ik bestond een heftige tijd beleefd had in Congo. We zaten in de wachtkamer bij de tandarts, er lag een beduimelde Paris Match en hij zat minutenlang naar de cover te staren. Waar hij naar keek, weet ik nu, was de beroemdste foto van de Katangese secessie.

»We hebben het over januari 1963, toen blauwhelmen de afgescheiden provincie Katanga manu militari weer aan de rest van Congo hebben gehecht, met de steun van Amerika, tegen de zin van de Belgen. We zijn in Jadotville, en Indiase blauwhelmen hebben het vuur geopend op een witte Kever die de stad uit reed, ze dachten te maken te hebben met blanke huurlingen in dienst van de opstandelingen. De chauffeur is uit z’n auto gesprongen, steekt radeloos de armen omhoog, zijn gezicht bloedt. Achter in de auto zijn echtgenote en een vriendin: allebei dood, net als de hond.

»‘Die fotograaf moet ongeveer naast me gestaan hebben!’ zei mijn vader me toen. ‘Dit is wat ik zag vanuit het raam van mijn eigen appartement!’ Die dode hond, dat zei hij ook, is daar nog een week blijven liggen.»

HUMO 44 jaar na de feiten stond Jij daarvoor datzelfde raam op de eerste verdieping.

VAN REYBROUCK «Ik heb dat moment nog lang uitgesteld, maar in juli 2007 ben ik eindelijk de stad gaan bezoeken waar mijn vader vijf jaar gewoond had – Likasi heet ze nu. Eigenlijk had ik de hoop er een halfzus of halfbroer te vinden, want mijn vader was daar als vrijgezel (lacht)

HUMO Wist je inmiddels veel over je vaders Katangese verleden?

VAN REYBROUCK «Nee. Hij was geen prater. Mijn vader was opgeleid als technisch ingenieur, kon precies vertellen welke bouten er gebruikt werden bij de aanleg van de Benguela-spoorlijn, maar de grote historische context had hij niet in z’n vingers zitten.

»Mijn vader dacht héél ongenuanceerd over de blanke aanwezigheid daar: ‘De Congolezen kunnen het niet, we hebben geprobeerd ze te helpen maar ze hebben het allemaal verkloot’ – dat soort ideeën. Ik heb véél boel gehad met hem!»

HUMO Je schrijft zuinig over het bezoek aan je vaders Katangese huis.

VAN REYBROUCK «Meer paste niet in dit boek, maar het was voor mij wel een ongelooflijk emotioneel moment. Het was op een zondag, mijn vader was precies een jaar dood, en bij mijn broer in Lochristi was er diezelfde dag een familiefeestje – mijn petekind werd twee. Van voor dat raam in Likasi heb ik toen naar mijn broer en mijn moeder gebeld. Ik ben niet zo’n familiemens, ik geloof dat ik toen voor het eerst beseft heb wat familie is.

»Tegelijk was het een moment van ontreddering, van diepe eenzaamheid. In de periode dat we daar in die wachtkamer bij de tandarts zaten, begin jaren tachtig, is mijn vader ziek geworden. Sindsdien was ik hem eigenlijk kwijt: hij heeft nog meer dan een kwarteeuw geleefd, maar genezen is hij nooit meer. Het verdriet om die vader die zo lang afwezig was geweest, dat kwam toen boven.

»Het Congolese gezin dat nu in dat huis woont was bijzonder: een magistraat, met een ongelooflijk mooie vrouw en twee kindjes. Op zondag was die man predikant in zijn zelfverzonnen kerkje, een pinkstergemeenschap die hij had ondergebracht in de garage waar mijn vader destijds zijn Ford Consul parkeerde. In dat kapelletje zaten de mensen hun wanhoop weg te zingen, zo half in het donker; ik ben erbij gaan zitten, ’t was een zeer aangrijpend moment.

»Ik denk weleens dat die mensen zich nog altijd afvragen waarom die blanke daar een halfuurtje in hun woonkamer heeft staan janken. Een blanke vent die weent, dat hebben ze daar nog niet veel gezien: nog altijd proberen blanken zichzelf een hypergecontroleerd imago aan te meten. Het was trouwens helemaal vreemd: zo’n man die komt aanbellen, foto’s neemt in hun huis en zelfs als een landmeter een plattegrondje begint te tekenen. Ik doe dat altijd, ik ben archeoloog van opleiding: ‘Waar is het bad? Waar zitten de kranen?’»

BEGEESTERENDE ZWEMKUNST

HUMO De garage van een expat die inmiddels omgetoverd is tot een pinksterkerk: het zegt iets over de evolutie van Congo.

VAN REYBROUCK «Ja, dat vat veel samen. Ik zeg er meteen bij dat ik me dooderger aan ons eenduidig negatieve beeld van de pinksterkerken. Die staan voor meer dan geldklopperij: je hebt daar mensen die hun gemeenschap willen helpen, die structuur willen bieden in een structuurloos land.

»Diep in de cité van Kinshasa heb ik een keer een pinksterkerk toegesproken, ik geloof dat het de beste speech van mijn leven was. Op een zondagochtend vergaderden daar wel tweeduizend mensen onder een zinken afdak. Als blanke kan je daar niet zomaar anoniem binnenkomen en met je notitieboekje achteraan plaatsnemen. Nee, ik moest helemaal vooraan gaan zitten, naast de profeet, en men vroeg meteen: ‘Vous voulez bien faire un témoignage?’»

HUMO En wat vertel je de pinkstergelovigen dan?

VAN REYBROUCK «Ik ga die mensen geen zever vertellen, hè. ‘Ik ben een historicus,’ zei ik, ‘geïnteresseerd in de geschiedenis van uw land; ik heb veel over de pinksterkerken gehoord, negatieve dingen ook, maar ik kom het liever met mijn eigen ogen bekijken, en ik ben aangenaam verrast...’

»Tenir un discours moral, daar gaat het om, en da’s een gave op zich. De eerste week dat ik weer in Congo ben, kan ik dat niet: dan praat ik nog te snel, met te veel ironie. In Congo praat ik niet alleen trager, ik eet er ook trager, wandel er trager, schrijf er trager en leesbaarder. In een hectische stad als Kinshasa, zeker onder een loden zon van veertig graden, kan je maar overleven als je traag bent.

»Je neemt voor zo’n verhaal dus vooral je tijd, je doet het niet zoals ik Karel De Gucht of Pieter De Crem in Congo bezig hoorde: een verhaal van dríé zinnen! Ik gebruik ook de Centraal-Afrikaanse retoriek: herhalingen, vraag en antwoord, aanzwellend volume... Geweldig plezant! Ik had het over blanken die nooit onder hun airco vandaan komen, en bedacht daar een term voor: ‘Il y a des blancs climatisés, il y a des blancs qui vont dans la cité.’ Als je dan nóg een keer met die ‘gens climatisés’ aankomt, dan spreekt er een koor van duizend mensen met je mee: ‘DANS LA CITÉ!’ Fantastisch. Ik zou daar een fenomenaal goeie volksmenner kunnen zijn!»

HUMO Als ik een halve eeuw vroeger geboren was, schrijft Rudi Vranckx in zijn nieuwe boek ‘De ontdekking van Congo’, zou ik naar Belgisch Congo getrokken zijn. En jij?

VAN REYBROUCK «Die vraag heb ik me werkelijk nog nooit gesteld. Misschien zou ik wel gegaan zijn, maar zeker niet in dienst van de koloniale administratie of een bedrijf. Ik ben ten enenmale ongeschikt voor werk binnen grotere gehelen, ik ben een einzelgänger. Ik ben ook heel graag alléén in Congo, misschien omdat je er nooit helemáál alleen bent. Eenzaamheid bestaat er niet: als je aanspraak wil, heb je die meteen.»

HUMO Je droomt er echt van, geloof ik, er ooit te gaan wonen?

VAN REYBROUCK «Ik weet zelfs waar: in Kalemie, aan het Tanganyikameer. Ik ben er maar twaalf uur geweest, bij een tussenlanding, maar het waren mijn twaalf gelukkigste uren in Congo. Misschien ook omdát ik er niemand kende. En het is er ongelooflijk mooi. Ik ging er zwemmen in het meer en werd meteen omringd door een bende kinderen – ik ben er toen trouwens achtergekomen dat zij zelf niet meer kunnen zwemmen. Eén van hen zei me toen die onvergetelijke woorden: ‘Vous nous enthousiasmez avec votre natation!’ Waar krijg je dát nog te horen: ‘Gij begeestert ons met uw zwemkunst!’»

HUMO Reizen in Congo is vandaag, naar verluidt, een hel.

VAN REYBROUCK «Ik heb een fortuin besteed aan belminuten! Het kost veel moeite en tijd om alles te organiseren. Het is verschrikkelijk duur om daar te zijn, dus werk ik er zeven dagen per week, zonder pauze, ik haal het onderste uit de kan. Vliegen doe ik met de blauwhelmen: dat is gratis als je een persaccreditatie hebt, maar het blijft een gedoe, je moet zelf het vluchtschema inkijken, er zijn vluchten die niet doorgaan...»

HUMO ... en vluchten die bijna faliekant aflopen.

VAN REYBROUCK «Ja, de eerste keer dat ik naar Oost-Congo vloog, in 2007, voor een begrafenis van een vermoorde journalist dan nog, was ik er bijna geweest. Boven het vliegveld van Bukavu waren we in een onwaarschijnlijk tropisch onweer beland. De Boeing raakte maar de helft van de overstroomde landingsbaan en kon niet stoppen. Oog in oog met een ravijn die de DC-9 zeker in tweeën had gebroken, stuurde de piloot ’m dan maar een wei in: daar liepen we vast in de modder. We hadden net getankt, de fuel druppelde van de vleugels. Als je je daar dan in zeven haasten wegmaakt over de landingsbaan, onder regendruppels als marbels zo groot, en nog eens omkijkt naar dat vliegtuig met z’n wielen in de modder, dan denk je: ‘Chance gehad!’»

HUMO Moet je ook wat chance hebben in je contacten met de ordediensten?

VAN REYBROUCK «Als je je niet te arrogant opstelt, kan je gevaarlijke situaties wel ontmijnen. Dikwijls begint het heel agressief. Ik herinner me een keer in Kinshasa. Het is broeiend heet, je zit muurvast in de file, je klikt in de taxi even je gordel los, en een flik heeft dat gezien: ‘Jij móét aan de kant komen, c’est une grave infraction!’ Dan is het een kwestie van rustig te blijven, te praten. Ik kan makkelijk een uur blíjven lullen over een verkeersboete van twintig dollar. Want die flikken hebben tijd, maar ik ook, ik ben daar niet voor een weekje. Zoiets draait dan uit op een boete van vijf dollar, maar intussen heb ik ook weer veel bijgeleerd, over het land, over hoe corruptie werkt. En aan het eind ben je zulke goede vriendjes met die flik dat er gsm-nummers worden uitgewisseld.

»Eén keer ben ik aangehouden door de veiligheidsdiensten omdat ik foto’s nam in de buurt van een postgebouw; er was in geen dertig jaar nog een brief verstuurd, maar het gold toch als strategisch gebouw. Daar ben ik alleen weggeraakt omdat ik er met een vriend was die journalist is en die, op zondagmiddag, de minister van Buitenlandse Zaken wist te bereiken – Congo is een enorm land, maar de lijnen met de macht zijn er korter dan hier. Hij gaf zijn gsm door aan de agent voor ons, en die hoorde ik zeggen: ‘Non, mon excellence, nous ne sommes pas en train de brutaliser le blanc!’ Nog mochten we niet weg; dat lukte pas toen mijn vriend de hoogste in rang daar duidelijk maakte dat hij ook het nummer van president Kabila zelf had.»

HUMO Als de lijnen daar toch zo kort zijn: ben je ook bij de president geraakt?

VAN REYBROUCK «Ik heb het geprobeerd, maar het is niet gelukt. Via de Belgische diplomatie valt nog weinig te bereiken na het conflict met De Gucht, en de cirkel rond Kabila wordt steeds kleiner en geslotener.

»Maar die man fascineert me wel. Vanaf zijn aantreden is hij blijven zeggen dat hij een goede kans maakt om vermoord te zullen worden, dat hij daar altijd rekening mee houdt. Sijpelt zoiets door in zijn beleid, dat steeds autoritairder wordt? Begint er een vorm van paranoia toe te slaan? Ik weet niet wat ik van die man moet denken. Je hoort verhalen dat hij hele dagen op zijn nintendo zit te spelen, dat hij aan de coke is, dat het hem allemaal niet interesseert. Maar waarom klampt hij zich dan vast aan de macht? Is dat allemaal familiale druk?

»Kabila is niet geliefd op het ogenblik, in het westen van het land is hij dat nooit geweest, in het oosten verdampt zijn aanhang. Maar toch zal hij herverkozen worden in 2011: omdat de oppositie vleugellam is gemaakt en er zelf niet in slaagt zich te organiseren.»

FACEBOOK UNPLUGGED

HUMO In 2003, schrijf je, kwam het idee voor dit boek je toegewaaid in Cafe Greenwich in Brussel. Hoe zag dat visioen er precies uit?

VAN REYBROUCK «Wat me voor ogen stond was om te beginnen een soort stand van zaken. Aan diverse universiteiten zijn hele goeie dingen geschreven die nauwelijks bekend zijn, daar wou ik leesbaar over berichten. Tegelijk wou ik zoveel mogelijk Congolese stemmen aan het woord laten, stemmen van gewone mensen. Ik voelde dat boek aan als een absolute noodzaak: er is nuance en expertise nodig in het debat over Congo.»

HUMO Voor archieven en bibliotheken moet je allicht niet in Congo zelf zijn.

VAN REYBROUCK «Archieven zijn aangevreten door termieten of rotting, en in Centraal-Afrika circuleren nauwelijks boeken. In heel Congo misschien enkele duizenden: gebedenboeken, boeken van dertig jaar geleden, wat management- of ICT-boeken geschonken door een Amerikaanse charity. Er is één bibliotheek waar ik een dag of tien heb kunnen werken: die van pater Bontinck, op de campus van Kinshasa. Die man, inmiddels gestorven, woonde tussen zijn boeken, had er een bed en een douche. Maar intussen leggen de katten hun jongen in zijn collecties.

»En tegelijk is Congo dan weer het makkelijkste land voor het soort werk dat ik deed, omdat mensen er een enorm sociaal netwerk hebben. Internet heb je er nauwelijks, wel een soort Facebook unplugged: iedereen kent honderden mensen. Gewoonlijk kostte het me maar een dag of drie om iemand op te sporen.»

HUMO Ook als het een zo moeilijke zoekopdracht betrof als: ‘Ken je de man die de degen van koning Boudewijn heeft afgepakt tijdens het defilé van 1960?’

VAN REYBROUCK «Dat was wel een hele moeilijke! Uiteindelijk heb ik die man gevonden in Kikwit. De sabel niet, die had hij teruggegeven. Die man hebben ze toen trouwens serieus aangepakt, hij is in de gevangenis gevlogen, ik noem hem de eerste dissident van het onafhankelijke Congo. Een bijzondere kerel, prettig gestoord. Die heb je daar wel meer: in Congo hebben ze materiaal voor vijf millennia ‘Man bijt hond’. En voor vijf millennia ‘Phara’, want ik heb het niet alleen over koddige types: je hebt daar massa’s interessante, moedige, genereuze, kleurrijke mensen.»

HUMO Je vond ook een man van 126 jaar.

VAN REYBROUCK «Ik vond eerst zijn broer, die honderd was, en die had het over een nog veel oudere broer, van 126. ‘Jaja, dat zal wel,’ dacht ik.’ Intussen ben ik ervan overtuigd dat hij echt zo oud was: hij kon zich allerlei details herinneren over de aanleg van de spoorweg Matadi-Kinshasa, in de jaren 1890. Ik had nooit gedacht dat ik in hoofdstuk twee al een levend personage zou kunnen opvoeren!»

HUMO En dat je iemand een vraag zou kunnen stellen als: ‘Hebt u Stanley dan nog gekend?’

VAN REYBROUCK «Precies, en dan nog als antwoord krijgen: ‘Nee, niet persoonlijk, maar iemand van mijn dorp was wel zijn boy!’ Die man is van 1882, van vóór de Conferentie van Berlijn, van vóór Leopold II wist dat de Congo van hem was!»

HUMO Etienne Nkasi heet hij, hij staat op de cover van je boek.

VAN REYBROUCK «Ik wou hem absoluut filmen, en het was heel frustrerend dat hij vijf dagen voor het zover was stierf. Gelukkig zijn er foto’s van Stephan Vanfleteren. Die had ik meteen opgebeld toen ik hem gevonden had: ‘Stephan, ik weet dat je graag oude mensen fotografeert, nu heb ik iets héél strafs voor je gevonden!’

»Etienne Nkasi was een cadeau voor het boek, maar het was ook gewoon een cadeau hem te leren kennen, ’t was een geweldig plezierige gast. ‘Monsieur David, je souffre de ma demi-vieillesse!’ – dat soort dingen zei hij. Ik zal nooit vergeten hoe hij daar zat, laag bij de grond in een versleten autozetel, met een kaalgeplukte paraplu in de hand, zijn wandelstok, waarmee hij me een trosje bananen toeschoof: ‘Mange! Mange! Je hebt honger, maar je durft het niet te zeggen. Le ventre est ouvert, mais la bouche est fermée’.»

MORELE HYSTERIE

HUMO Wie een historisch boek over Congo schrijft, moet ook de figuur van Leopold II inschatten: genie of genocidair?

VAN REYBROUCK «Natuurlijk was hij géén genie, het was een ondernemer die rücksichtslos te werk ging. Maar een genocidair was hij evenmin. Dat veronderstelt een moedwillig uitroeien van een bepaalde etnische groep.»

HUMO Leopold II wilde niet beseffen wat er aan de hand was, schrijf je: een formulering aan de voorzichtige kant.

VAN REYBROUCK «Het doet me denken aan de katholieke kerk tot zeer onlangs: de bisschoppen wisten wel dat een aantal dingen niet koosjer waren, maar voelden een grote weerzin om dat ook toe te geven en er consequenties uit te trekken. Net zo had Leopold II een weerzin om toe te geven dat al die wreedheden met de kern van zijn beleid te maken hadden.

»Ik heb niet het gevoel dat ik overdreven voorzichtig ben in mijn bewoordingen. Natuurlijk is die man schuldig, natuurlijk is die grootschalige slachting onder de Congolezen het gevolg van zíjn beleidskeuzes. Heel veel ellende is gebeurd door toedoen van zwarte medewerkers, of agenten van de Vrijstaat die zijn gaan flippen in de brousse, maar de verantwoordelijkheid loopt door tot aan de top van de piramide, en dat is Leopold II.

»Ik voel me niet geroepen hem te verdedigen, maar hem vandaag zitten te bashen alsof het allemaal gisteren gebeurd is, vind ik gewoon contraproductief. Dat bijna hysterische gekrijs stoort me. Ik vind het van meer morele betrokkenheid getuigen als je probeert aan te geven waarom de dingen gelopen zijn zoals ze gelopen zijn.»

HUMO Storend is ook dat sommigen blijven vergoelijken wat de man deed.

VAN REYBROUCK «Een klein kringetje van monarchiefreaks verdedigt hem nog altijd. Maar het dominante geluid klinkt sinds het boek van Adam Hochschild heel anders: Leopold II is een verfoeilijke genocidair, en wie nuances wil aanbrengen wordt meteen afgeserveerd: ‘Ha, je wil niet toegeven dat het er heeft gestoven!’ Dat vind ik minstens zo kwalijk.»

HUMO Na de overdracht van de Vrijstaat aan België volgde 52 jaar Belgisch Congo. Etienne Davignon gaf onlangs in De Standaard zijn inschatting van dat kolonisatiewerk: een Michelinster verdient het niet volgens hem, maar er zou toch goed gekookt zijn. Mag ik ook jouw culinaire inschatting?

VAN REYBROUCK «Een Michelinster verdient het inderdaad niet, en goed eten en drinken was het evenmin. Er zijn een paar goede ingredienten gebruikt, maar of het gerecht daarom ook appetijtelijk was?

»Ook daar is het verhaal genuanceerd. We hebben nu zoveel koloniale schaamte dat we een beetje onder de mat vegen wat de Belgen allemaal hebben gerealiseerd, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Ik kan me voorstellen dat we over tien of twintig jaar anders zullen denken over wat er bereikt is in de infrastructuur, het onderwijs, de gezondheidszorg. En allemaal met geld uit de Congolese mijnen zelf, laten we wel wezen.»

HUMO De materiële voorzieningen vielen mee, maar een beetje meedenken in het hoofd van de zwarten, meevoelen in het hart van de zwarten, dat was te veel gevraagd?

VAN REYBROUCK «Absoluut. Thomas Kanza, de eerste Congolees met een universitair diploma, heeft dat prachtig opgeschreven. Er was een soort materiële welstand, een indrukwekkende infrastructuur, maar dat was niet wat de zwarten vroegen. Er was ook een verlangen naar hartelijkheid en waardering, en dat werd absoluut niet beantwoord. In die hele koloniale periode zou ik hooguit een tiental lucide types kunnen noemen die echt empathie konden opbrengen voor de Congolezen. Je had enkele onversneden racisten, je had veel mensen met goede bedoelingen, maar ook die redeneerden ongewild toch racistisch.

»In de jaren vijftig gooide men wat kruimels infrastructurele welvaart naar het Congolese plebs: in de hoop dat het zou helpen hen te emanciperen, maar vooral in de hoop dat ze een beetje braaf zouden blijven. Tegelijk wentelden de blanken zich in een soort suburban lifestyle die doet denken aan Pretoria of zelfs aan Los Angeles. En toen de zwarten daadwerkelijk wat politieke macht vroegen, lokte dat een paniekreactie uit.

»In dat opzicht zie je een totale parallel met hoe wij nu met de migranten omgaan. Ik heb dat boek hier in Kuregem afgewerkt terwijl er wekenlang helikopters boven het Lemmensplein patrouilleerden. Bij momenten kon ik niet werken omdat het wel Beiroet leek. Wij herkennen in zulke momenten van onrust niet het verlangen van die mensen om erbij te horen, om toegang te krijgen tot de samenleving. Wij onderdrukken dat soort onrust, in de hoop dat daarmee het probleem is opgelost. Twee weken lang hebben ze hier mensen gearresteerd vanuit hetzelfde soort paniek als in de koloniale tijd. ‘Onlusten? Ha nee, dat kan niet! Repressie! Zero tolerance!’ Met dat verschil dat in de koloniale tijd de materiële situatie verbeterde, en dat is in Kuregem niet meer het geval. Kijk hier maar eens rond: het enige wat de staat hier laat zien, zijn z’n tanden.»

TE RIJK LAND

HUMO Na vijftig jaar gonst het weer van de meningen over de dekolonisatie. De onafhankelijkheid van Congo is er te vroeg gekomen, hoor je vaak. Is het niet fatsoenlijker vast te stellen dat het uur van de dekolonisatie overal geslagen had, en dat de Belgen veel te laat aan de voorbereiding waren begonnen? 

VAN REYBROUCK «Stel dat België met zijn kolonie had willen doorgaan, dan waren we de risee van de wereld geworden. Alleen ultrarechtse regimes als Portugal en Spanje zaten nog op dat spoor. De dekolonisatie is in Congo veel te laat op gang gekomen: in januari 1960 besloten de Belgen het land te lossen, vijf maanden later was het al zover.»

HUMO Bij je beoordeling van Patrice Lumumba, de eerste premier, laat je je niet meteen als Lumumbist kennen. Zijn beroemde speech bij de onafhankelijkheid noem je onverstandig. Onverstandiger dan door koning Boudewijn kon er die dag niet gespeecht worden, voor mijn part, en Lumumba vatte aardig samen wat de kolonisatie betekend had.

VAN REYBROUCK «Ik vond het twéé ongelukkige speeches. Boudewijn was vreselijk paternalistisch, ik weet niet welke idioot die speech voor hem geschreven had. De speech van Lumumba was inhoudelijk interessant, maar erg misplaatst qua timing.»

HUMO Manu Ruys blijft tot vandaag zeggen dat Lumumba zich toen als een blankenhater ontpopte.

VAN REYBROUCK «Daar is iets van. Lumumba heeft een dubbel discours gehouden: ‘We willen verder doen met de blanken!’ kwam hij in Brussel zeggen, maar voor eigen gehoor was hij veel cassanter. Ik zou willen dat ik er een Mandela van kon maken, maar dat was hij niet. Nu zouden we hem een populist noemen, hij was een zeer matig politicus. Zonder enige politieke ervaring werd hij meteen premier van een land dat zo groot was als West-Europa en niet was voorbereid op zelfbestuur. Hij heeft natuurlijk van in het begin zeer veel tegenkanting gekregen, en de invasie van het Belgische leger vlak na de onafhankelijkheid was een complete schande, maar Lumumba heeft ook zijn best gedaan om die tegenkanting nog aan te zwengelen.»

HUMO De belangstelling voor vijftig jaar Congolese onafhankelijkheid is massaal in ons land. Had je dat verwacht?

VAN REYBROUCK «Toen ik zeven jaar geleden dit boek besloot te schrijven, had ik niet kunnen vermoeden dat er nu een totale Congo-manie zou zijn. Tot overkill toe, binnenkort gaan we er allemaal van kotsen. Het curieuze is dat we zogenaamd vijftig jaar onafhankelijkheid vieren, maar in feite herdenken we de kolonisatie.»

HUMO Jef Geeraerts vatte in ‘TerZake’ de halve eeuw die daarop volgde zo samen: een prachtig land is kapotgemaakt door een bende uitzuigers.

VAN REYBROUCK «Dat is niet mijn samenvatting, al is Congo wel een prachtig land (lacht). Die ‘bende uitzuigers’ lijkt mij evengoed van toepassing op de Belgische kolonialen die dat land hebben leeggezogen. Je verklaart de problemen van Congo vandaag niet vanuit het slechte karakter van een paar individuen.»

HUMO Waarom doet Congo het met al zijn bodemrijkdom slechter dan de omringende landen?

VAN REYBROUCK «Om te beginnen, ze zijn geklóót door die rijke bodem. Congo was beter arm geweest, want veel van de ellende is te wijten aan het feit dat er zoveel gegadigden zijn voor al die ertsen. Nu weer, met de Chinezen. Twee: onze kolonisatie heeft er niet voor gezorgd dat er een middenkader is opgeleid. Er is een elite gekweekt die wist hoe ze manchetknopen moest insteken, maar niet wat een rechtsstaat was. En dan zijn er nog de malheuren van tweeëndertig jaar dictatuur en tien jaar burgeroorlog. Overleef het allemaal maar eens!»

HUMO Je verhalen illustreren bepaald overtuigend de wreedheid van die burgeroorlog.

VAN REYBROUCK «Het was lang zoeken naar iemand die er openhartig over wou getuigen. Pas in m’n laatste interview in Congo kreeg ik de meest hallucinante verhalen te horen. Ik interviewde een vrouw van wie de man in stukken werd gehakt waar ze bij stond, en die dan gedwongen werd om te doen alsof ze copuleerde. Niets gruwelijks is de mens vreemd, maar het draait niet alleen om tribaal geweld. Zelfs bij zo’n totaal verwrongen situatie loont het te gaan zoeken naar de motieven, de opeenvolgende logische stappen die mensen tot zo’n escalatie brengen.

»De overbevolking speelt een grote rol. Met name overbevolking in agrarische gebieden scherpt een conflict geweldig aan. In die zin is wat in Centraal-Afrika gebeurt de voorbode van wat onze planeet te wachten staat. Meer dan klimaatopwarming is overbevolking hét grote probleem, ik snap niet dat er zo weinig aandacht voor is. De afgelopen tien jaar heb ik in totaal wel tweehonderd geboortekaartjes gekregen: iedereen jubelt over zijn kind! Toch raar dat niet één van die jonge ouders zich verontschuldigt: ‘Sorry, we hebben er nog één bijgemaakt!’ Ik ga ook eens een kaartje rondsturen, met een geboortelijst ingesloten: ‘Nog altijd geen kind gehad! Je mag me feliciteren.’

»Ik begrijp niet dat het VN-klimaatpanel zoveel moreel aanzien geniet, terwijl de demografische dienst van de VN nauwelijks zichtbaar is. China is het enige land dat inzake geboortebeperking zijn verantwoordelijkheid opneemt. Zeker in Afrika zal het bevolkingsprobleem echt ontploffen, nog vóór het eind van m’n leven.»

HUMO Ik dacht dat het conflict in Oost-Congo heel ingewikkeld was, tot ik het in je boek zo helder uitgelegd zag – zonder dat je het versimpelt, neem ik aan. 

VAN REYBROUCK «Het ís een helder conflict, alleen lijkt het ingewikkeld omdat er zoveel partijen mee gemoeid zijn. Daarom haken ook de media af. Televisie herleidt alles graag tot een conflict met twee partijen: je moet met twee in de studio kunnen zitten, zeg maar. En liefst lijkt het op een sprookje, met een goeie en een slechte. Terwijl mijn referentiekader eerder de tragedie is: mensen zijn niet moedwillig slecht, maar komen in botsing vanuit hun uiteenlopende, op zich legitieme perspectieven. In dit geval heb je te maken met een groot land, zonder staat maar mét ertsen: Congo. En daarnaast ligt een klein land, met te véél staat en géén ertsen: Rwanda. En dat kleine land gaat bij de grote buur de ertsen jatten en de aartsvijand uitroeien: de Hutu’s die de genocide in Rwanda hebben gepleegd.»

HUMO In die explosieve regio raakte je in november 2008 tot bij Tutsi-rebellenleider Laurent Nkunda. Geen risicoloos reisje, zijn mannen hadden twee weken eerder nog honderdvijftig burgers afgeslacht.

VAN REYBROUCK «Ik ben geen held, geen Dirk Draulans, die kennelijk een Jan zonder Vrees is. Maar ik wil me niet door mijn eerste angst laten verlammen. Ik temper mijn angst met redeneringen, ik probeer de risico’s goed in te schatten. Als ik door een doods Bukavu rijd, waar net nog geschoten is, dan geniet ik daar niet van, maar ik doe het toch. Mijn angstgrens verschuift als ik daar ben.

»Maar je weet dat je aan het werk bent in een intens land: het kán verkeerd lopen. Ik heb daar ’s avonds in mijn kamertje al dikwijls afscheidsbrieven zitten schrijven. Mijn chaotische ervaringen structureer ik via mijn stylo en mijn bruine schriftjes. Die schriftjes zijn inmiddels bekend in Congo, mijn vrienden lachen erom, zonder zo’n schriftje kunnen ze zich mij niet meer voorstellen. Alles belandt daarin: mijn interviews, mijn telefoonnummers, flarden van gedichten, soms een tekening, en soms dus een afscheidsbrief. Als je een voorgevoel hebt dat iets uit de hand kan lopen, vraag je je weer eens af: ‘Waarom doe ik dit?’»

HUMO En wat is het antwoord?

VAN REYBROUCK «Het antwoord is altijd hetzelfde: omdat ik aan het doen ben wat ik moet doen. Ik zou het niet erg gevonden hebben dood te moeten gaan terwijl ik met dit boek bezig was, want ik heb het gevoel dat het de zinvolste jaren van mijn leven waren.»

HUMO Een doodsbesef reist mee?

VAN REYBROUCK «Als ik daar ’s nachts bij Nkunda vertrok en we moesten nog een uur door het woud rijden, terwijl er dertig kilometer verderop met de Mai-Mai-rebellen gevochten werd, dacht ik weleens: ‘Hoe rap loopt dat eigenlijk, zo’n Mai-Mai?’ En je kijkt eens rond op de achterbank van die jeep. Wordt er van opzij geschoten, dan heb je met die twee man links en twee man rechts van je nog zoiets als een uitgevouwen airbag ter bescherming, maar wordt er door de voorruit geschoten, dan zit je precies in de roos...

»Na die angstige weken in het oosten van Congo is het wel tot een ontlading gekomen toen ik weer in België was. Nog de dag van mijn aankomst ging ik met mijn broer wandelen door zijn wijk, met de buggy en een loopfietsje voor de kinderen. Kreeg ik me daar een paniekaanval! Complete paranoia, nog nooit meegemaakt. Achter elke villa vermoedde ik een Hutu met een stormlamp die klaar stond om me overhoop te schieten. Lullig hè, paniek in Lochristi.»

PIRATERIJ TE LAND

HUMO Pruttelt die oorlog in Oost-Congo intussen nog verder?

VAN REYBROUCK «Dat is geen oorlog meer, dat is gemilitariseerd banditisme. Je kan het perfect vergelijken met de piraterij voor de kust van Somalië – ’t is piraterij te land zeg maar. Mensen proberen er te leven in een staat die niet meer voor zijn burgers kan zorgen, daar gaat het om.»

HUMO En die toestand kan duren?

VAN REYBROUCK «Als ik die vele ongelooflijk moedige, intelligente, creatieve mensen in Congo bezig zie, doet me dat deugd, en hóóp ik met hen. Maar van op wat grotere afstand ben ik heel erg pessimistisch. De geglobaliseerde economie zal altijd grondstoffen nodig hebben, alles wijst erop dat de VN haar missie daar niet zal kunnen waarmaken, en het prominent aanwezige China heeft niet de bedoeling van Congo een democratisch stuk van de wereld te maken. Misschien gaan de Chinezen grote delen van Afrika koloniseren, omdat ze landbouwgronden nodig hebben. Ik weet niet waar het naartoe gaat. 

»Congo wás een kapot land; het ís nu een fragiel land. Wíj willen graag dat het een democratisch land wordt; China wil dat het een stabiel, niet-democratisch land wordt zoals China zelf, en de Chinezen zullen er meer aan te zeggen hebben dan wij. Een tijd lang hebben de Congolezen de blik alleen richting China gekeerd, nu lijken ze meer te wedden op twee paarden: het Westen én de Chinezen. Misschien is dat niet de slechtste oplossing.»

HUMO Zouden ze in China ook discussiëren of hun ‘koning’ naar de onafhankelijkheidsviering mag gaan of niet?

VAN REYBROUCK «Goeie vraag, ik heb geen idee of Hu Jintao naar Congo zal gaan. Maar ik ben dat soort discussies zo beu als koude pap.»

HUMO Antwoord toch maar eens op die andere immer gestelde vraag: heeft Karel De Gucht met z’n radicale kritiek op het regime van Kabila gelijk of ongelijk?

VAN REYBROUCK «Karel De Gucht had in zijn analyse volledig gelijk en in zijn strategie volledig ongelijk. En dus heeft Karel De Gucht niets betekend voor de Congolezen. De Gucht dacht dat hij een cordon sanitaire rond Kabila kon leggen, maar in feite heeft Kabila een cordon rond De Gucht gelegd. Slechts één Congolees is spontaan tegen mij begonnen over De Gucht, en dat was rebellenleider Nkunda: hém kwam het goed uit dat óók De Gucht kritiek had op Kabila.

»Ik ben aan dit boek begonnen met de klassieke linkse denkbeelden over het kolonialisme. Intussen heb ik veel gelezen, veel nagedacht. Denken is een activiteit waarvan men zelden dommer wordt, heeft Harry Mulisch ooit gezegd, en ik heb veel van m’n utopische denkbeelden op een pragmatische leest moeten herschoeien. Door dit boek te schrijven ben ik een volgeling van Popper geworden: probeer niet een utopie te realiseren, probeer de bestaande ellende beetje bij beetje te verbeteren. Wat mij voorstaat is een progressieve politiek op lange termijn die je bereikt met pragmatische stappen op korte termijn. Wat helpt er? Wat helpt er niet?

»Er is in het Westen een soort fundamentalisme dat wars is van pragmatiek. Wij zijn democratische, electorale en humanitaire fundamentalisten geworden, en door die principiële houding erg ongedurig en vaak onredelijk. Ja, democratie is de minst slechte staatsvorm; ja, verkiezingen zijn belangrijk; en ja, mensenrechten zijn essentieel. Maar dat alles vergt tijd, en het is niet het enige wat telt. In het debat over Congo hoor je niemand spreken over zoiets belangrijks als de inlandse landbouw. Ik zeg niet: laat ze doorgaan met verkrachten zolang ze maar maniok planten, hè! Ik zeg: laten we onze betrokkenheid met Congo niet beperken tot morele thema’s die ons vreselijk ontstemmen.

»Als ik in Congo ben, en op de website van De Standaard bekijk waar men zich in België druk over maakt, dan krijg ik dat niet uitgelegd aan de Congolezen, ze snappen het voor geen meter. Vanuit Congo zie ik België als het theepaviljoentje van de wereld waar men aan het keuvelen is met opgeheven pink. Beste mensen, denk ik dan: kom naar hier en durf je handen vuil te maken.»

David Van Reybrouck ‘Congo’, De Bezige Bij

David Van Reybrouck - 'Congo'Beeld De Bezige Bij
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234