null Beeld

Let's talk about sax: op stap met De Langste Fanfare van België

Naar aanleiding van hun tienjarig jubileum nodigt Die Verdammte Spielerei, de beste fanfare van het universum, iedereen uit om samen De Langste Fanfare te vormen. En ook de tofste, gekste, muzikaalste en meest euforische. Na Aalst, Brugge, Gent en Leuven is op 3 juni Roeselare aan de beurt. Humo sprak met drie van de zes leden van het beruchte straatorkest.

'Natuurlijk hadden vriendjes die gitaar speelden een stapje voor bij de meisjes'

HUMO Een fanfare bestaat voornamelijk uit blazers. Hoe beland je bij saxofoon als bijna al je leeftijdsgenoten kiezen voor gitaar of piano?

Thomas Van Gelder «Ik volgde al vanaf mijn 9de muziekschool, maar pas toen ik in ‘Tien om te zien’ een saxofoon zag, maakte dat iets in mij wakker. Wat later kwamen de mensen van de lokale harmonie me vragen of ik bij de fanfare wilde komen. Zo gaat dat in een dorp als Diksmuide, daar wordt actief gerekruteerd. Zoals bij een sekte, ja. Nog wat later bleek dat ik voor de rest niks kon (lacht), dus dacht ik: dan maar saxofoon.»

Pieterjan Vandaele «Ik ben subtiel richting trombone geleid omdat de lokale fanfare dringend een trombonist nodig had. Ik heb toen geweigerd, maar de gedachte muziek te gaan spelen is gebleven en later werd het saxofoon. Ik speel bariton. In de popmuziek hoor je bijna uitsluitend sopraan-, tenor- of altsaxofoons, denk aan Branford Marsalis in ‘Englishman in New York’ van Sting of ‘Careless Whisper’ van George Michael, en aan Clarence Clemons bij Bruce Springsteen

Van Gelder «Natuurlijk hadden vriendjes die gitaar speelden een stapje voor bij de meisjes. Saxofoon is lastiger om mee rond te zeulen en bij een fanfare spelen is in de ogen van pubers een stuk minder sexy dan in een rockgroep spelen.»

HUMO Maar een rockgroep is niet constant omringd door bevallige majoretten…

Van Gelder «Wij helaas ook niet (lacht). Terwijl je maandenlang noest zit te repeteren zijn die meiskes er niet bij, hè. Een fanfare heeft wel vrouwelijke muzikanten, maar die zijn qua romantisch potentieel toch van een ander, euh, kaliber dan de majoretten. Ik moest ook harder repeteren want ik had geen discipline. Maar ik heb toch aan het conservatorium gestudeerd, in Gent.»

HUMO Had je daar dan plots wél discipline?

Van Gelder «Nee, maar wel een heel strenge leraar (lacht). Op het moment zelf vind je dat vermoeiend en frustrerend, maar achteraf ben je zo iemand natuurlijk dankbaar.»

undefined

null Beeld

Stefaan De Winter «Ik had bij het knapenkoor Schola Cantorum Cantate Domino in Aalst ook een strenge leraar, Michaël Ghijs, één van de meest begeesterende mensen die ik ooit heb ontmoet. Hij was veeleisend, de zin van toen die in m’n herinnering blijft galmen is: ‘Gij moet nog een beetje met uw oortjes zingen.’ Met andere woorden: luister en leer.

»1982 was het jaar dat ook katholieke scholen gemengd werden en ik belandde als eerste in een klas met negen meisjes. Ik was ineens heel erg gemotiveerd (lacht). Wij zongen minstens zestien uur per week. Ik was toen wat nu een klassieke ADHD’er genoemd zou worden: onhandelbaar, rusteloos… Maar muziek, dat werkte. In de klas kon ik geen twee minuten stilzitten, maar ik kon wél tijdens een lange uitvoering van de ‘Messiah’ van Händel op dezelfde tegel blijven staan. Wij traden wereldwijd op, op hetzelfde niveau als het koor van Westminster Abbey. In Tokio zongen we voor tienduizend mensen, terwijl in Vlaanderen bijna niemand wist dat we bestonden.»

HUMO Wat is de meest ongewone locatie waar je ooit hebt gespeeld?

De Winter «In de Filipijnen hebben we met ons jongenskoor ooit opgetreden begeleid door een bamboe-orgel. Dat gaf een heel aparte klank, ook al omdat het snel ontstemde door de hoge vochtigheidsgraad en de hitte. In België werden wij beschouwd als uncoole mannekes van ’t koor, maar ginder voelden wij ons The Beatles! Wij moesten als kinderen handtekeningen uitdelen!»

Van Gelder «Wij hebben tien dagen lang elke avond voor 18.000 man gespeeld op een militaire taptoe in een ijshockeystadion in Halifax, Canada.»

De Winter «Vorig jaar in Covent Garden hadden we een kleedkamer in het Royal Opera House naast die van dirigent John Eliot Gardiner. Cool. Natuurlijk, als ik dát op café zeg, dan is de reactie ‘John Wíé?!’ (lacht).

»We hebben ook gespeeld op de afterparty van de première van de film ‘The Wolf of Wall Street’, tussen halfnaakte, met dollarbiljetten beplakte jongedames.»

HUMO Zijn er eigenlijk puur fysieke vereisten om goed sax te spelen? Moet je bijvoorbeeld een grote longinhoud hebben?

Vandaele «Ik betwijfel het. Al was het maar omdat op het conservatorium bijna alle studenten blaasinstrument rokers waren, en bijna alle strijkers en pianisten níét. Maar misschien hing dat ook samen met het sociale leven: de fanfare is toch veelal verbonden met het café.»

HUMO En karakterieel?

Vandaele «Alle blazers die ik ken zijn grote muilen en grote drinkers. Toeval? Ik betwijfel het (grijnst). De grosse caisse, die enorme basdrum: ook steevast een grote mond en één bak bier de man.»

Van Gelder «De saxofonisten zijn de ergsten, maar ze houden het stil. Strijkers zijn meestal heel serieuze types.»

De Winter «Blazers zijn meestal socialer. Een pianist is een solist, een vocalist ook, terwijl blazers bijna altijd in groep spelen. Op het conservatorium doet deze grap de ronde: ‘Hoe draait een sopraan een lamp in? Ze pakt ze vast en de wereld draait om háár.’

»In het koor waren de jongens die religieuze muziek zongen vaak rustig en sereen. Later zag ik solisten, en daarvan bleken vooral de operazangers vree blazen, vent, echt mannen die tegen de wetten van de fysica in omhoog konden vallen. De mannen die oude muziek zongen, madrigalen en zo, dat waren dan weer gezellige pintendrinkers. Het lijken veralgemeningen, maar er zat echt een lijn in, hoor. Bijna alle zangers uit mijn jongenskoor zijn nu advocaten, ambassadeurs, chirurgen…»

HUMO Terwijl de blazers van toen…

Vandaele «Dat zijn nu junkies, gangsters, daklozen… (lacht).»


Vettige majoretten

HUMO We praten over fanfares maar ik heb jullie nog steeds niets uit eigen beweging horen zeggen over het fenomeen majoretten. Of zijn jullie aseksueel en blind?

Van Gelder «Ik ken enkel Diksmuidse majoretten en die zijn een beetje zoals Diksmuidse boterkoeken…»

Vandaele «Vettig en plakkerig (lacht). Dat heb ik niet gezegd, hè, anders mag ik daar niet meer binnen!»

Van Gelder «Plus: in mijn geval waren de beschikbare majoretten in Diksmuide ofwel tien jaar ouder dan ik, ofwel tien jaar jonger. Dan raak je niet vooruit, hè (Kruist z’n armen).»

HUMO Was het zo erg?

Van Gelder «Ik ben ooit gemolesteerd door majoretten, in het materiaalkot… maar niet lang genoeg (lacht).»

HUMO Is het nog zo dat voor een fanfare elk excuus goed is om door het dorp te marcheren?

Vandaele «Elke religieuze feestdag, elke Wapenstilstand, elke gouden bruiloft, elk jubileum, de opening van de parochiezaal, de sluiting van de parochiezaal, de dag van Sint-Cecilia – patroonheilige van de muziek… En als een bestuurslid jarig was, dan gingen we die aan z’n woning ophalen – willen of niet (lacht).»

undefined

null Beeld

undefined

'Onze langste Langste Fanfare tot nog toe, in Gent, was 570 meter lang. Er zaten 23 minuten tussen de eerste die vertrok en de laatste.'

HUMO Is er een lijn te trekken qua fysionomie? Het is me altijd opgevallen dat trommelaars die de grosse caisse hanteren rondborstige types zijn – ook de mannen.

De Winter (laconiek) «In een orkest zie je vaak aan het dikke gat wie er cello speelt. En hobo en fagot – dat zijn toch ook vaak aparte smoelen, hè.»

Vandaele «Kleine, ranke panlatten spelen vaak dwarsfluit. Klarinettisten zijn meestal stille waters met een grijs voorkomen. Geen enkel klein jongetje begint met de bastuba, want dan valt hij erin en zien we hem nooit meer terug. En dikke vrouwen spelen álle instrumenten, want die zien we overal. Op tournee worden die netjes over de hele bus verdeeld, voor het evenwicht.»

De Winter «Misschien is het omgekeerd: misschien gaat een muzikant gaandeweg meer op zijn instrument lijken, zoals een dierenliefhebber op zijn hond.»

HUMO Ik vraag me soms af hoeveel onontdekt zangtalent verloren gaat omdat mensen als kind of puber niet durven te zingen.

De Winter «Absoluut. Ik wed dat er zo massa’s talent onbenut blijft. Er was een tijd dat iedereen zong, terwijl kinderen en pubers zich nu vaak generen om te zingen. Da’s tragisch, hè. Da’s dan toch één nut van al die zangwedstrijden op televisie.»

HUMO Er is een mooie oude film van Bert Haanstra over twee ruziënde fanfares die elk een stuk instuderen en elk het podium opstormen tijdens de finale van een wedstrijd, en wat blijkt: hun respectievelijk ingestudeerde stukken versmelten naadloos tot een nog mooier geheel.

Vandaele «In ons dorp is indertijd ook een fanfare gesplit wegens ruzie. Maar die ruzie draaide om kwaliteit: de ene fractie wilde ingewikkelde stukken op hoog niveau spelen, terwijl de andere voor saucissenmuziek koos, hen was het vooral om de gezelligheid te doen.»

Van Gelder «Diksmuide is geen enorme wereldstad, en toch heeft daar elk gehucht z’n eigen fanfare. Om de zoveel tijd suggereert iemand om van de beste spelers één topfanfare te maken, maar er komt nooit wat van terecht.»

De Winter «Koppig, hè. En onderschat ook de fierheid van de dirigenten niet.»


sax en pint

HUMO Die Verdammte Spielerei is een bijzondere gelegenheidsfanfare. Maar hoe heten de fanfares waarin jullie in jullie dorp spelen? Ik zag al ronkende namen als ‘Takjes Worden Bomen’, ‘Zucht naar Kunst’ en ‘Rust Roest’.

Van Gelder «Onze fanfare heet De Burgerskring. Geen idee waar dat op slaat.»

De Winter «Veel fanfares hebben van die deugdelijke, stichtende namen als ‘Moed en Volharding’, ‘Vlijt en Eendracht’ of variaties op een nobel thema.»

Vandaele «De fanfare waar ik in speelde, heette ‘De Kunstvrienden’, ook schoon (grinnikt). Er zijn natuurlijk ook veel fanfares die Cecilia heten, naar de patroonheilige van de muziek.»

HUMO Waar komt de naam Die Verdammte Spielerei eigenlijk vandaan?

Vandaele «Die hebben we bedacht op het kerkhof van Roeselare, na een orgelconcert. We wilden iets Duits omdat fanfaremuziek toch dikwijls iets Duits heeft…»

HUMO Het woord fanfare komt anders van het Arabische fanfar.

Van Gelder «O, echt? Tja, onze naam moest onnozel zijn, maar toch origineel en een tikje stoer.»

De Winter «Spielerei vat perfect wat wij doen en een goed adjectief kruidt de pap.»

Vandaele (kurkdroog) «Helaas heb ik het al vaak fout gespeld gezien: Die Verdampte Spielerei.»

De Winter «We hebben zelfs ons eigen vaandel (toont een enorm, liefdevol uitgevoerd vaandel met centraal een frisse pint met schuimkraag uit gerafeld wolgaren). Al onze religieuze symbolen komen erin voor: het rode petje, de sax, het pintje en het witte marcelleke.»

HUMO Een quizvraag. Noem drie wereldvermaarde klassieke componisten in wier werk een soort fanfare te horen is.

Vandaele «Van wie is ‘Fanfare for the Common Man’ ook weer? Copland, ja.»

Van Gelder «En hoe heet hij, Julius Fucik met z’n ‘Intrede der gladiatoren’.»

HUMO Klopt. En je hebt Beethoven (in ‘Fidelio’), Mahler (in de 1ste en de 3de symfonie) en onze landgenoot, de onterecht vergeten Marcel Poot.

Vandaele (tot Van Gelder) «‘Parade’ van Poot, heb jij dat ook nog moeten spelen?»

Van Gelder (knikt bevestigend) «Niets bleef ons bespaard. Nee, serieus, er was erger. Ik merk dat het muziekonderwijs de laatste jaren fel is geëvolueerd. Wij hebben nog het klassieke onderricht gekend: heel serieus, zware klassieke stukken, geen ruimte voor improvisatie. Het lijkt me dat er bij de huidige generatie toch al iets meer wordt gefocust op creativiteit.»

Vandaele «In mijn tijd, en da’s maar vijftien à twintig jaar geleden, was er bijvoorbeeld geen ruimte voor jazz. Dat was al te lichtzinnig.»


Kakofonie

HUMO Een klassiek orkest is zo opgesteld dat iedereen de dirigent kan zien. Bij een fanfare versperren de eerste rijen voor alle anderen het zicht op de dirigent. Waarom ontaardt dat niet in een kakofonie?

Vandaele «Dat gebeurt wél, en vaker dan je denkt. De tamboer-majoor vooraan heeft natuurlijk een fluitje en een lange stok waarmee hij de maat aangeeft. Maar in feite is het veelal de grosse caisse die de maat houdt.»

De Gelder «Er is ook het accordeoneffect: niet iedereen zet even grote stappen en dus waaiert een lange fanfare in en uit. Heel wat muzikanten staren te veel naar hun partituur en missen zo het signaal van de tamboer-majoor om te stoppen.»

De Winter «Onze langste Langste Fanfare tot nog toe, in Gent, was 570 meter lang. Een accordeon die kan tellen (grinnikt). Er zaten 23 minuten tussen de eerste die vertrok en de laatste.»

Van Gelder «Zelfs al speel je later in het conservatorium of in een klassiek orkest, het hélpt als je in een fanfare hebt gezeten. Ik haal ze er zo uit. Marcherend spelen is ritme, tempo, coördinatie, je benen worden een soort metronoom...»

HUMO Ik associeer de fanfare met dorpen, niet met steden. Terecht?

De Winter «De beste fanfares vind je nog altijd in de uithoeken van dit land: in West-Vlaanderen en in het diepe Limburg. Ik denk dat dat komt doordat de vooruitgang daar minder snel voet aan de grond krijgt. Want vooruitgang betekent in die context de ontwrichting van het dorpsleven, en verleidingen zoals discotheken en popmuziek, die de jeugd weglokken van de fanfare.»

undefined

'In Gent waren er zelfs zestigplussers die zich als majorette uitgedost hadden. Ik droom er nog van!'

HUMO Quizvraag: wat is de meest onverwachte locatie met zijn eigen fanfare?

De Winter «Het Witte Huis? Nee? Het Kremlin?»

Vandaele «Vaticaanstad!»

HUMO Inderdaad: het Corpo di Fanfarria van de Zwitserse Garde. Misschien moeten jullie daar eens een uitwisseling mee doen.

Vandaele «Of ermee fuseren.»

De Winter «Ik regel dat wel. Ik ken Donato Ogliari, de abt van de Benedictijnerabdij van Montecassino, die heeft een directe lijn met de paus.»

HUMO Baart een fanfare eigenlijk beroepskwalen?

De Winter «Levercirrose.»

HUMO Serieus: zo’n grosse caisse moet de rug toch belasten? En al dat marcheren, en al die trompetten…? Worden jullie niet doof?

Vandaele «Wát?!’»

De Winter «Ook de trommels zijn hard en schel, da’s alsof een mitraillettesalvo naast je oor wordt gelost.»

Vandaele «Het gevaarlijkst is het als iemand onverwacht met cymbalen vlak naast je oor komt knallen.

»De repetities zijn riskant omdat je daar uren zit en omdat ze meestal plaatsvinden in veredelde hangars of kelders, waar alles ook nog ’ns schel weergalmt. Ik ken heel wat oudere fanfaristen met gehoorschade.»

Van Gelder «Tegenwoordig is men zich daarvan bewust en zie je dat er geluidsschermen worden geplaatst of dat er oordopjes beschikbaar zijn. Maar een ‘echte vent’ draagt geen oordopjes, hè – die mentaliteit zit er nog in. Ook tendinitis komt veel voor – het fanfare-equivalent van de tenniselleboog.»

Vandaele «Er zijn ook andere gevaren. We moesten ooit spelen op een boomplantactie en onze drummer viel in zo’n boomgat. Soms marcheren we op een muurtje en daar zijn we ook al een paar keer afgesukkeld. ’t Maakte wel een interessant geluid.»

Van Gelder «Terwijl je marcheert, zijn ook pááltjes gevaarlijk, vooral als ze tot op lieshoogte komen. En rioolputjes!»

Vandaele «Bwa, de blazers lopen pas in derde linie, na de fluiten en de majoretten, dus tegen dat wij passeren is dat putteke al vol.»

undefined

null Beeld


Vrouw met snor

HUMO Wat is het meest ongewone instrument waarop een deelnemer aan De Langste Fanfare al gespeeld heeft?

De Winter «Een grote plastic gieter.»

Van Gelder «En een pianowinkel uit Gent had op een gocart een buffetpiano gemonteerd...»

Vandaele «...bespeeld door een vrouw met een snor!»

HUMO En wat is het minst geschikte instrument voor De Langste Fanfare? Een panfluit?

Van Gelder «Djembé. We kregen een aanvraag van een djembévereniging die met veertig djembéspelers wilden deelnemen, maar da’s een brug te ver, dat zou te zeer overheersen.»

Vandaele «Dat zullen dan waarschijnlijk dikke zwarte rastavrouwen in de overgang zijn die naar patchoeli stinken.»

HUMO Die Tolerante Spielerei.

Vandaele (droog) «Maar verder geen vooroordelen.»

HUMO Als Engelsen of Amerikanen die neerkijken op België mij sarcastisch vragen ‘Can you name 10 famous Belgians?’, dan begin ik altijd met Adolphe Sax – zonder hem geen saxofoon en dus ook geen fanfare. Wat zou je hem vragen als hij hier mee aan tafel zat?

Van Gelder (ontroerd) «Ik zou hem gewoon willen bedanken. En vragen wat hij van mij drinkt.»

HUMO Tot slot: waarom moeten mensen meedoen aan De Langste Fanfare?

De Winter «Het is een magistraal gevoel! ’t Is een meeslepend, euforisch, oergezellig evenement. En dan de apotheose, als iedereen aankomt op het plein en we plots 600 man sterk één groot orkest worden, da’s de max. En de sfeer is elke keer anders. In Aalst was het meer carnavalesk, in Brussel op het Klarafestival speelden we dan weer op een hoger niveau omdat er meer topmuzikanten deelnamen. Maar iedereen is welkom, ook zangers of vendelzwaaiers.»

Vandaele «En majoretten. In Gent waren er zelfs zestigplussers die zich als majorette uitgedost hadden! Ik droom er nog van.»

De Langste Fanfare vindt nog plaats in Roeselare op 3 juni. Ook amateurmuzikanten en sympathisanten kunnen inschrijven via www.delangstefanfare.be of www.dieverdammtespielerei.be

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234