Leven met dementie (1)

Elke vier seconden krijgt iemand te horen dat hij of zij aan dementie lijdt. En de toekomst ziet er allesbehalve rooskleurig uit: in België zijn er vandaag zo'n 185.000 dementerenden, in 2050 zullen dat er bijna dubbel zo veel zijn.


Lees meer over dementie »

Journaliste Nathalie Carpentier verzamelde stemmen van slachtoffers én rechtstreeks betrokkenen in het boek 'Verdwaald in het geheugenpaleis'.

'We hebben alle huishoudproducten verstopt. Het werd te gevaarlijk'

Voor de ene komt het aan als een mokerslag, voor de andere als een opluchting: 'Het ligt niet aan mij.' De dag dat iemand de diagnose dementie krijgt, is hoe dan ook niets meer hetzelfde. De taferelen die je in de geheugenkliniek te zien krijgt, zijn dan ook scènes om nooit te vergeten.


Donjuan

Een klop op de deur. Een niet onknappe heer op leeftijd stapt gezwind binnen. 'Goeiemorgen, dokter.' Een stevige handdruk. Of er een journaliste aanwezig mag zijn bij de consultatie, vraagt professor Sebastiaan Engelborghs. Er verschijnt een brede glimlach onder de verzorgde witte snor.

'U hebt mooie ogen,' kijkt hij wat aandachtiger. 'U mag zeker blijven.' Met een lachende blik recht hij zijn rug. Zijn parfum waait ons tegemoet. 'Aangenaam, mevrouw. Noem mij maar een donjuan op zijn retour.'

We zitten in de geheugenkliniek van Hoboken op de consultatie neurologie. Wat hij voor hem kan doen, komt professor Engelborghs meteen terzake. 'Mijn kortetermijngeheugen wordt slechter,' vertelt de man. 'Al anderhalf jaar. Ik merk zelf dat ik veel vergeet, maar mensen wijzen mij er ook op.' Zijn gedrag verandert ook. 'Ik ben geen drinker, nooit geweest, maar nu durf ik al eens een glaasje meer te drinken. Vroeger was ik heel rustig, nu ben ik soms agressief.'

Maar het grootste probleem is dat hij op bekende routes met de wagen nu plots een black-out kan krijgen. 'Dan schrik ik midden op de weg wakker: 'Waar ben ik?' Mijn oriëntatievermogen was vroeger nochtans uitstekend, ik heb nog aan bergsport gedaan.'

Of hij alleen woont, vraagt Engelborghs. 'Nee. Ik ben getrouwd. Mijn vrouw vindt trouwens ook dat ik agressiever ben en meer drink. Hoeveel? Ik durf nu vier of vijf Duvels te drinken. En 's avonds nog een halve fles wijn.' Hoelang doet hij dat al? 'Een halfjaar. Ongeveer. Maar het komt niet echt op een dag aan, neem ik aan?' En hij begint smakelijk te lachen. 'Gelukkig is mijn humor nog wel dezelfde gebleven.'

'Ik was vroeger chef-kok. Als ik nu de keukenlade opentrek om een houten lepel te nemen, kan het lang duren voor ik die vind. Hetzelfde met schaken. Vroeger ben ik nog lokaal kampioen geweest. Nu staar ik naar het bord en komt er geen enkele zet in mijn hoofd op. Niets.'

In de put zit hij niet. Zijn eetlust is nog goed, alleen met slapen gaat het minder. 'Ik word sneller wakker en kan dan nog moeilijk inslapen. Omdat ik geplaagd word door allerlei angstgevoelens. Heel vreemd. Vroeger klom ik op grote hoogtes, maar mocht je mij vandaag op deze tafel zetten, zou ik het besterven van de angst.'

'Waar ik precies bang voor ben, weet ik niet.' Een onbestemde angst, dus? 'Ja. Ook overdag heb ik dat. Als ik op de bus zit, word ik vaak bang dat iemand frontaal op ons in gaat rijden. Terwijl ik vroeger zelf een duveltje was in de auto.'

Er waren geheugenproblemen in zijn familie. 'Mijn vader is dement geworden. Ongeveer op dezelfde leeftijd als ik nu. Op zijn tweeëenzeventigste. Of zijn ouders dat ook hadden, weet ik niet. Ze zijn terechtgesteld in Auschwitz. Ik heb joods bloed van grootvaderskant. U kent de geschiedenis.'

Zelf heeft hij ook kinderen. 'Eén van vijftig, achtenveertig en vijfenveertig. En twintig kleinkinderen. Ik heb één zoon met elf kinderen. Je vraagt je af wie van ons twee gek is, hij of ik.' Een brede grijns. 'Ach, zolang ik nog kan lachen, zie ik nog wel wat leven voor mij.'

De man mag zich uitkleden voor verder onderzoek. 'U mag uw hemd aanhouden, hoor, meneer.'

'O, excuseer.' Dan, met een blik op mij: 'Straks denkt u nog dat ik die dame ga verleiden. Maar ik denk niet dat dat zo snel zal gaan.' Hij knipoogt.

Sommige patiënten met een bepaald type dementie raken ontremd. Ze spuien hun mening ongefilterd, flirten ongegeneerd. 'Ik denk niet dat hier sprake is van ontremming,' zegt Engelborghs achteraf. 'Dit komt me niet voor als een gedragsverandering, deze man lijkt mij van nature zo. Een erg open, joviale man.'

Met enkele eenvoudige tests gaat Engelborghs na of de coördinatie van de man niet verstoord is. Alles perfect. 'Ik lees heel veel dokter,' begint hij spontaan te vertellen. 'Ik ben altijd een lezer geweest. Toen ik iets las over de eerste verschijnselen van dementie, dacht ik: oh-oh, het is zover. Niet dat ik echt bang ben. Ik ben geen angstige kerel.'

'Het klopt dat we dat best even nakijken,' knikt Engelborghs. 'Ik maak een afspraak voor een geheugentest, we gaan bloed trekken en ik ga ook een MRI-scan van uw hoofd aanvragen.'

De man blijft vertellen – alsof hij zo het slechte nieuws wil verjagen. 'Ik heb net de laatste letter geschreven van een Hongaarse vertaling van een boek. Een werk van lange adem.' 'U houdt zich geestelijk nogal bezig,' merkt de dokter op terwijl hij een briefje begint te schrijven.

'Bewust,' knikt de man. 'Die opstoten van onbestemde angst waren voor mij de eerste symptomen. Helemaal uit het niets, terwijl ikvroeger zo'n wildebras was. Ik zag geen risico’s, niets hield mij tegen. Desnoods botste ik wel met mijn hoofd tegen de muur. Maar nu...'

Als de arts blijft verder schrijven, stelt de man zelf een vraag. 'Dus ik moet nog niet in een dwangbuis worden vastgebonden?' Weer die luide lach. Nee, stelt de arts hem gerust. Dat zeker niet. 'Binnenkort kan ik u meer vertellen, we moeten eerst nog verdere tests afwachten.'

Enkele tellen later sluit hij zachtjes de deur achter de man. We denken hetzelfde. 'Ik vrees dat dit prijs is. Dit zou weleens een beginnende dementie kunnen zijn.'


Bakker zonder brood

In verschillende geheugenklinieken en afdelingen neurologie in het land komen mensen met beginnende klachten aankloppen. Soms zijn die erg duidelijk, vaker veeleer vaag, weet neuroloog Kurt Segers van het Brugmannziekenhuis in Laken.

'Echt typische symptomen voor dementie, waardoor je meteen honderd procent zeker bent, bestaan niet. Welke klachten hoor je vaak? Midden in je zin de draad van je verhaal kwijt zijn, vergeten waar je voorwerpen hebt gelegd, de kelder ingaan en vervolgens niet meer weten waarom je daar bent. Situaties die iedereen wel herkent.'

Bij de volgende patiënt was dat niet anders toen hij de eerste keer op consultatie kwam. Er scheelde iets, maar er echt de vinger op leggen, dat konden hij en zijn vrouw niet. Hij was sneller geïrriteerd en erg vermoeid, dat wel. Maar verder niets bijzonders.

'Tot hij zei dat hij geen taart meer kon bakken,' herinnert Segers zich. Toen ging de alarmbel af. De patiënt was al jaren patissier.

'De situatie was echt catastrofaal,' schetst zijn echtgenote. 'Hij kon zelfs geen biscuit meer maken. We hebben alles aan de vogeltjes moeten geven, want het was onverkoopbaar.'

Na de vorige consultatie kreeg de bakker medicijnen voorgeschreven. Of zijn geheugen daarmee verbeterde, vraagt Segers.

'Nu is de biscuit weer wel gelukt, hè?' kijkt de man zijn vrouw trots aan. 'Ja, hij was zeer lekker,' knikt ze. 'Een beetje te hard gebakken, omdat hij het recept een beetje vergeten was. Maar met Grand Marnier in geutjes erbij en dan crème fraîche, c’était excellent!'

Of zijn vrouw hem heeft geholpen, vraagt Segers.

'Bwoah, un petit peu,'aarzelt de man. 'Ik heb het alleen gedaan, maar...'

'Ik verkies dat alles goed voorbereid is, zodat hij geen fouten maakt en zich niet opjaagt,' vult zij aan.

'Dus u was een beetje zijn assistente,' zegt Segers.

'Zij begeleidt mij zodat ik niet alles zelf moet zoeken,' antwoordt de man.

'Zijn situatie illustreert bijzonder goed waar dementie op neerkomt,' vertelt Segers als het koppel weg is. 'Dementie is het verlies van autonomie over vroegere kennis en kunde. Als jij geen cake zou kunnen bakken, zou ik bij jou niet meteen aan dementie denken. Maar als een patissier na jaren ervaring plots geen cake meer kan maken, dan is dat een groot verlies van autonomie. Alles hangt af van wat je daarvoor kon.'

Ooit kreeg Segers een Afrikaanse priester op consultatie. 'Zodra hij vertelde dat hij zijn gebeden niet meer kon onthouden, wist ik dat er wat aan de hand was.' Een andere keer klopte een pas gepensioneerde leraar wiskunde bij hem aan met vage klachten. Op het eerste gezicht leek er weinig aan de hand. Zijn geheugentesten waren nagenoeg foutloos.

'Het enige wat hij niet kon, was twee vijfhoeken correct natekenen – een standaardonderdeel van een cognitieve test. Als een amper geschoold vrouwtje van negentig dat niet meer kan, maak ik daar geen punt van. Maar als een leraar wiskunde plots geen twee vijfhoeken meer kan tekenen, dan is het wél ernstig.'


Leven met dementie: Mon amour

Het is ongeveer gelijk verdeeld: ofwel komen patiënten uit eigen beweging, ofwel worden ze door hun familie meegenomen. 'Maar ongeveer de helft van hen herkent de ziekte niet in het begin,' zegt Segers. Dat fenomeen heeft zelfs een – onuitspreekbare – naam: anosognosie.

'Als je zulke patiënten ermee confronteert dat ze bepaalde woorden niet meer kunnen onthouden, zullen ze koppig volhouden dat ze dat thuis nog wél kunnen. Het lijkt alsof ze de realiteit ontkennen, maar het is hun beoordelingsvermogen dat is aangetast.'

Een heel frequent probleem, zegt Segers. 'Men neemt het die zieke mensen vaak kwalijk dat ze niet meewerken. Dat ze bijvoorbeeld de verpleegster niet willen binnenlaten. Het lijkt of ze weigeren te aanvaarden dat ze ziek zijn, alsof het een psychologisch afweermechanisme is, maar dat is niet zo. Het maakt deel uit van de ziekte. De hersenen zíén niet dat er een probleem is. Dergelijke patiënten worden vaak tot bij de arts gesleurddoor de familie.'

De tachtigjarige mevrouw M. heeft geen familie meer. Haar Marokkaanse buurman brengt haar al jarenlang naar de consultatie. Hartverwarmende burenzorg, zeker in grootstad Brussel. In de wachtzaal zijn we getuige van een vreemd tafereel. Als een verliefde puber zit mevrouw M. haar buurman op de wang te kussen. 'Aha, le grand amour,’grapt Segers. 'Ach, mijn vrouw weet dat ze mij graag ziet,' glimlacht de man.

De hoogbejaarde vrouw kijkt ons hoopvol aan vanachter een enorme bril. Pas bij een tweede blik zie je dat er geen glazen in zitten, maar het oudje doet alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. 'Dit is al haar achtste bril,' verduidelijkt de buurman. 'Haar hond bijt hem telkens stuk.'

De man woont al bijna achttien jaar met zijn gezin naast haar. Sinds kort wonen ze bij haar in. Anders moest ze naar een rusthuis, zei de huisarts.

Dat samenwonen, daar moet ze aan wennen. Hij en zijn vrouw ook. Zijn vrouw poetst en kookt voor mevrouw M.

'Och, ik zie zijn echtgenote soms maar twee keer per maand,' moppert mevrouw M. tegen dokter Segers.

'Het is nochtans veeleer vijf à zes keer per dag,' zegt de buurman oprecht verbaasd.

Ze kijkt hem wat boos aan: 'Wat zegt gij daar?'

Ze keert zich naar dokter Segers. 'Je moet hem in de gaten houden. Hij is lief, maar hij kan soms overdrijven.'

Dat soort gekibbel zou hij beter proberen te vermijden, zegt Segers tegen de buurman. 'Stel dat ik u elke drie minuten zou onderbreken in uw verhaal om te zeggen dat het niet klopt, dan zou u ook boos worden. Dat maakt haar onzeker.'

Ze knikt heftig mee: 'Ça énerve. Ça énerve.'

De buurman glimlacht, hij snapt het wel. Eén keer had mevrouw M. tegen de huisarts gezegd dat de buurman méchantwas. De arts vroeg of hij haar misschien had geslagen? Nee, antwoordde ze. Of hij haar had beledigd dan? Ook niet. Wat dan wel? Ze wist het niet meer. De man lacht als hij het vertelt, hij kent haar intussen door en door.

'Soms loopt ze 's nachts tien keer de trap op en af,' vertelt hij. 'Om te controleren of de deur wel dicht is.'

'Er zijn manieren om met een zieke mens te spreken, hè,' reageert ze plots weer fel. 'Hij durft al eens te overdrijven, mijn copain.Soms is hij hard. Soms is hij vriendelijk. Dan kijk ik naar zijn blik.'

Een tel later neemt ze zijn arm vast. 'Een geluk dat ik hem heb. Als ik naar hier moet komen, is hij de eerste om mij te helpen. Als ik iets moet hebben, staat hij klaar.'

Hij lacht. 'Soms zegt ze tegen mijn vrouw: ik zie Abdel graag, maar niet zoals gij denkt, hoor!' Een bulderlach.

Even later geeft ze hem een arm en schuifelt naar buiten.


Tandpasta

Stilletjes zit de Marokkaanse vrouw op haar stoel. Haar hoofddoek houdt ze keurig om, haar mantel dichtgeknoopt. Zo zal ze bijna de hele consultatie uitzitten. Ze zal niet tussenbeide komen, geen woord zeggen. Het is haar taal niet waarin we praten. Het lijkt ook haar wereld niet meer.

Mocht de consultatie niet om de vrouw draaien, je zou haast vergeten dat ze er is.

'De laatste drie maanden gaat ze heel snel achteruit,' begint haar zoon te vertellen. 'En de laatste tijd herkent ze zelfs mij niet meer,' beaamt zijn vrouw.

Het is begonnen toen één van haar zonen een jaar geleden overleden is. Net alsof ze toen in shock raakte. Sindsdien gaat het alleen maar verder bergaf. Ze vergeet veel, maar ze doet ook zo raar.

'Ze verstopt van alles in de kast. Schotels, kleren, eten,' vertelt de schoondochter. 'Of ze neemt haar kleren bijeen, neemt de mouwen en broekspijpen vast en draait alles samen in een knoop. Geen idee waarom,' zegt haar zoon.

Is ze achterdochtig? 'Nee, ze beseft niet dat ze dat doet.' Zijn haar gedachten nog coherent? Ze schudden hun hoofd. 'Ze weet niet meer dat ze nog twee andere kinderen in Marokko heeft. Eén keer liep ze de hele dag met de telefoon aan haar oor. Toen ik haar vroeg wie ze aan de lijn had, riep ze 'Shhhht!'. Maar daarna merkte ik dat ze helemaal geen verbinding had.'

Neuroloog Sebastiaan Engelborghs stelt de ene vraag na de andere. Gericht, hij weet waar hij heen wil.

Hebben ze de indruk dat ze mensen ziet die er niet zijn? 'Ja, onlangs zei ze nog dat ze had ontbeten met haar moeder. Maar die is al lang overleden.'

Het huishouden doet ze niet meer. 'Ze kan niets meer alleen. Ze kan niet meer koken, ze weet niet meer hoe dat moet.'

'Ook douchen lukt niet meer. Onlangs had ze tandpasta in haar haar gesmeerd.'

'We hebben alle huishoudproducten weggestopt. Het werd te gevaarlijk.'

Gedraagt ze zich ook anders? De jonge vrouw schudt meteen haar hoofd. 'Ze is niet agressief, ze is heel lief.' Ze legt haar hand zacht op die van haar schoonmoeder. Passiever is ze wel. 'Ze lacht veel minder, is nog amper geïnteresseerd.'

De volgende vraag valt hen duidelijk moeilijker: of haar gedrag soms storend is, of belastend? Schoorvoetend antwoorden ze.

'Soms kan ze wel zeuren. Dingen honderd keer herhalen. Als ik naar een andere kamer ga, vraagt ze: waar ga je heen? Als ik het haar uitleg, vraagt ze het twee minuten later opnieuw. En vijf minuten later weer.'

De arts weet genoeg, vraagt of hij haar even mag onderzoeken.

Gedwee volgt de vrouw de instructies die haar schoondochter vertaalt. Als ze haar hand voor zich uit moet strekken, begint ze te beven. Zodra ze haar hand op haar been legt, begint het mee te trillen.

'Ze heeft duidelijk tekenen van parkinson,' legt de neuroloog hun uit. 'Dat kan ook geheugenproblemen veroorzaken en leiden tot wanen en hallucinaties. Zoals toen ze zich inbeeldde dat ze iemand aan de lijn had.' Maar het is nog te vroeg om dat al met zekerheid te zeggen. Misschien is er ook wel sprake van dementie.

Hij vinkt een resem onderzoeken aan en drukt hen de hand. De vrouw volgt hen naar buiten. Ze heeft niets gezegd, niets gevraagd.


Leven met dementie: Twee levens

Bij een vermoeden van dementie krijgen patiënten cognitieve tests zoals de MMSE-test: tien vragen om hun oriëntatie in tijd en ruimte te beoordelen, drie woorden om te herhalen om hun kortetermijngeheugen te testen, een rekenoefening. Daarna moeten ze de drie woorden weer opnoemen om te kijken of ze die ook in hun langetermijngeheugen hebben kunnen opslaan.

Een echte diagnose vergt altijd meerdere tests. Twee patiënten zijn die ochtend net in de Geheugenkliniek Hoge Beuken aan een hele batterij onderzoeken onderworpen. Neuropsychologisch onderzoek, geheugentests, MRI-scans. De medische bulletins zijn net binnen. In een teamoverleg worden ze besproken. De neuropsychologe leest ze snel en sec voor.

Twee vrouwen, dezelfde angsten, totaal tegengestelde diagnoses. De ene heeft nog een heel leven voor zich, de ander staat een leven van verlies te wachten.

Eerst het goede nieuws brengen, besluit de neuroloog.

'Welkom, mevrouw,' schudt hij de vijfenzestigjarige K. de hand. Ze gaat zitten, houdt haar handtas omkneld op haar schoot. Haar man met een bezorgde blik naast haar.

'Het ziet er allemaal goed uit, hoor,' wil de arts de angst meteen weg nemen. 'Alle onderzoeken zijn zeer goed, de tests allemaal perfect. Dat is heel geruststellend. Er zijn geen aanwijzingen dat u een vorm van beginnende dementie zou hebben.'

De vrouw kijkt hem aarzelend aan. 'Maar het kan nog wel komen?'

Engelborghs schudt het hoofd. 'Ik kan niet helemaal uitsluiten dat de ziekte binnen tien jaar alsnog de kop opsteekt, net zo min als ik zeker ben dat ik zélf nooit dementie zal krijgen, maar nu wijst niks erop dat dat het geval zou zijn. U mag gerust zijn.'

'Maar u kunt het dus niet uitsluiten?'

'Nee,' klinkt het eerlijk. 'Maar uw symptomen hebben niks met een aantasting van de hersenen te maken. Ik heb wel de indruk dat uw stemming wat depressief getintis. Dat kan ook de geheugenproblemen veroorzaken waarvan u wat last hebt.'

De vrouw ontdooit wat, laat eindelijk de geruststellende woorden toe. 'Dat klopt misschien wel dokter. Wij hadden ons huis tekoop gesteld om naar een appartement te verhuizen, maar toen ging dat plots niet meer door. Nu staat ons huis nog altijd te koop en blijft dat maar duren.'

'Slaapt u al wat beter?'

''t Gaat beter.'

'Even goed als vroeger?'

'Ja, maar het blijft de hele nacht malen in mijn hoofd. Ik zie mijn moeder in mijn dromen. ’t Gaat altijd over mijn overleden familie. Of over mijn zus die ziek wordt.'

Haar man knijpt in haar hand. 'Het is ook wel verschrikkelijk om iemand te zien aftakelen.' Ze omknelt haar handtas nog wat steviger. 'En ’t komt zo dichtbij.'

Maar daar hoeft zij zich nu geen zorgen over te maken, herhaalt professor Engelborghs nog eens.

'Ik denk niet dat we elkaar nog terug moeten zien voor een nieuwe afspraak,' probeert hij nog wat duidelijker te zijn. 'Dat lijkt me echt niet nodig.'


Wroeters

Vijf minuten later stapt mevrouw L.binnen. Klein en gedrongen, net als haar man. De groeven in hun gezicht zijn vrij diep. Verweerd door het werk in de buitenlucht. Landbouwers. Noeste stille werkers. Wroeten in het innerlijke, daar doen ze niet aan.

De vrouw gaat zitten en tast verward om zich heen. Af en toe zoekt ze steun bij haar man. 'Ik wil naar huis,' snauwt hij nog voor de dokter iets kan zeggen.

'Maakt het u zo zenuwachtig?' probeert de neuroloog.

'Ja, ik word hier zot.' En hij kruist zijn armen over elkaar.

De dokter zet zich schrap. Dit wordt niet makkelijk.

'Mevrouw, ik heb slecht nieuws voor u,' zegt hij zacht. 'De tests waren niet goed, echt niet goed eigenlijk. Uw geheugen werkt niet goed meer. Voor uw leeftijd is het zelfs erg slecht. Zo slecht dat we van dementie kunnen spreken.'

Hij probeert haar blik te vangen, maar de vrouw staart hem uitdrukkingsloos aan. Ze vraagt niets, ze begint niet onrustig te schuifelen, ze kijkt enkel recht voor zich uit.

'U hebt waarschijnlijk de ziekte van Alzheimer, dat is de meest voorkomende vorm van dementie,' probeert professor Engelborghs de boodschap te laten doordringen. 'Dat begint doorgaans aan de slaapkwabben. Die regio is op de hersenscan ook het meest aangetast. Dus de kans is groot dat het dat is.'

Hij laat even een stilte vallen, wacht op reactie. Maar al wat hij zegt, lijkt als water van haar af te glijden.

'Kent u dat, de ziekte van Alzheimer?' vraagt hij wat bezorgd.

'Nee,' antwoordt de man kortaf. 'Ik heb er al van gehoord, maar ik ken het niet. Wij zijn geen dokters, hè.'

De vrouw zoekt haar woorden. 'Nee. Ik ben wel ooit geopereerd. Daardoor loop ik nu soms op krukken.'

'Ik zal het u proberen uit te leggen,' pikt Engelborghs er meteen op in. 'De ziekte van Alzheimer is een aftakeling van de hersenen. De hersencellen sterven versneld af. Dat gebeurt bij iedereen, maar bij alzheimer veel sneller. Daardoor gaat het geheugen steeds sneller achteruit. Maar je krijgt ook andere verschijnselen. Patiënten raken de weg kwijt met de auto, zoals u ook al had. Ze kunnen nog moeilijk op woorden komen. Zo gaat het alsmaar verder achteruit, tot ze niet meer kunnen praten.'

Het blijft doodstil. Niet omdat ze schrikken, maar omdat de woorden van de professor op een muur blijven botsen. Hij gaat verder. 'Medicijnen kunnen dat proces in het begin enigszins vertragen. Ik stel voor dat ik u die voorschrijf. Akkoord?'

'Ja,' zegt de vrouw, amper hoorbaar.

'Maar dan wel snel,' reageert de man kortaf.

'We zullen nu al starten met de medicatie,' stelt de arts voor, terwijl hij naar een staaltje grijpt. 'Intussen regel ik tegen onze volgende afspraak de terugbetaling via de ziekteverzekering. Hiermee kunt u zolang al verder.'

Als hij het medicijndoosje voor zich op tafel legt, veert de vrouw plots recht, en staart ernaar. 'Aaa... rrr... iii...,' vormen haar lippen de letters. Nors gebaart haar man haar weer te gaan zitten.

'Volgende keer gaan we 't ook over leven met de ziekte hebben, hè,' probeert de arts als hij merkt dat de consultatietijd meer dan om is. 'Het is belangrijk dat jullie de ziekte leren kennen. Ik geef ook nog wat informatie mee. Om te lezen als jullie eraan toe zijn.'

De man bromt en staat recht, zijn vrouw volgt gedwee zijn bewegingen. Ze neemt het medicijndoosje van de tafel, blijft er dan ongemakkelijk mee in haar hand staan.

'Kom, stop het weg,' snauwt de man. Hij rukt het doosje uit haar hand, propt het in haar tas en beent de deur uit.

Zij draait zich nog even om en steekt haar hand op. 'Dag,' knikt ze. De deur valt achter hen in het slot. Het blijft even stil.

'De tijd voor een consultatie is vaak te beperkt,' zegt Engelborghs. 'Soms heb je alleen tijd om te focussen op het medische aspect. Normaal probeer ik ook alle menselijke en sociale implicaties te bespreken tijdens zo'n raadpleging. Maar dit koppel liet dat nog niet toe. Ze zien er de ernst nog niet in.'

Een diepe zucht. 'Dat is een probleem, ja. Dementie is zoveel meer dan een ziekte.'

Nathalie Carpentier, 'Verdwaald in het geheugenpaleis', Uitgeverij Vrijdag


Lees ook: 'Leven met dementie (2)'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234