Leven met een braakfobie: 'Soms at ik dagen niks, want wat er niet in gaat, komt er ook niet uit'

Jill droeg jarenlang een plastic zak met zich mee, want je weet maar nooit wanneer je moet overgeven. Olivier hongerde zich uit: met een lege maag word je niet zo vlug misselijk. Jill en Olivier lijden aan emetofobie, ook wel braakangst genoemd, een weinig bekende, maar volstrekt niet zeldzame stoornis. In België zijn er naar schatting 50.000 emetofoben: 'Braken is voor mij het walgelijkste wat er bestaat.'

(Verschenen in Humo 3374 in april 2005)


Jill: 'Pure hysterie'

JILL «Ik ben eigenlijk altijd al vies geweest van braaksel, ook als kind. Toen mijn zus op een avond zei dat ze ziek was, wilde ik absoluut niet samen met haar in onze kamer slapen. Ik kroop bij mijn ouders in bed, maar ‘s nachts stond ze plots aan het voeteneinde, en zei: 'Papa, ik word niet goed.' Ik weet nog goed hoe ik de deken over mijn hoofd trok, mijn vingers in mijn oren stopte en begon te neuriën, maar toch hoorde ik haar over de sprei en de deken braken. Mijn moeder is nog uren bezig geweest om me te kalmeren, zo overstuur was ik.

»De walging van braaksel is daarna alleen maar toegenomen. Braaksel rook vies, iemand horen braken was vies; hem zíén braken zo mogelijk nog viezer, en het zelf doen te akelig voor woorden - ik werd er letterlijk hysterisch van.

»Vier jaar geleden is het helemaal uit de hand gelopen. Ik zat op de tram en hoorde een kleine jongen huilen. Ineens stopte het geween, de moeder riep iets, en ik rook die akelige, zurige lucht: braaksel! De tram was net aan het stoppen voor een halte, en ik kon maar één ding denken: ik moet hieruit! Op het perron haalde ik diep adem. Niets aan de hand, niets aan de hand. Maar het was bijna negen uur, en ik werd op mijn werk verwacht. Ik had pas een nieuwe job, midden in het centrum. Geen nood, ik neem de volgende tram wel.

»Maar toen ik op die tram zat, en de deuren toegingen, voelde ik de paniek weer opkomen. Ik kon niet ademen, werd draaierig. Mijn handtas stond op mijn schoot, en ik had ook een plastic zak bij me met een agenda, kauwgom en nog wat andere dingetjes. Ik maakte de zak leeg in mijn tas, zodat ik iets zou hebben om in over te geven. Ik voelde me ijl in het hoofd, en mijn vingers tintelden. Aan de volgende halte ben ik de tram uit gerénd, ik ben weggelopen van het perron, en in tranen uitgebarsten. Ik heb mijn moeder gebeld en ze is me komen halen.

»Een dag thuisblijven is niet erg, en twee ook niet, maar daarna moest ik toch terug naar mijn werk. Het probleem was dat ik in paniek raakte zodra de deuren van de tram dichtgingen. Ik denk niet dat mensen het aan me konden zien, maar ik stond doodsangsten uit. In mijn tas zat altijd een plastic zakje en een fles Motilium, waarvan ik regelmatig een slok nam. ‘Oké,’ zei ik tegen mezelf, ‘je houdt het drie haltes vol, en dan mag je eraf.’ De rest van het traject liep ik, en ik kwam regelmatig te laat.

»Op het werk begon ik ook aanvallen te krijgen. Het kon uren goed gaan, en dan plots kwam het op: tintelingen, misselijkheid... Dan nam ik een slok Motilium, ik hield het plastic zakje paraat, en als het te erg werd, ging ik naar huis. Soms kwam mijn vriend me met zijn auto halen. Hij was lief en begrijpend, maar onze relatie begon er toch onder te lijden. Ik wilde niet meer met hem uiteten, want in restaurants was het zo druk, en de cinema vond ik ook maar niks. De discotheek was helemaal eng: alles ging goed tot ik ergens een dronken jongen zag, lijkbleek. Dan ging ik op de loop. ‘Nou,’ zei mijn vriend, ‘ik spendeer geen geld meer aan een avondje uit met jou – je kunt er toch niet van genieten.’ Zelf bleef ik ook het liefst van al thuis, alleen daar voelde ik me veilig.»


Eureka!

JILL «Die job in de stad ben ik kwijtgeraakt, en maar goed ook: die tramritten kon ik echt niet langer aan. Ik vond een nieuwe baan in een rustige omgeving, en kocht een auto. Een grote vooruitgang, alleen – ik moest door de Kennedytunnel. Geen pechstrook, en wat als je dan moet overgeven? Bibberend en met klamme handen reed ik elke keer weer de tunnel in. Ik gaf flink gas zodat ik er zo vlug mogelijk doorheen was.

»‘Ja, wat heb je dan?’ zei de huisarts. Hij wist het ook niet meer. Hij dacht dat ik misselijk werd omdat ik hyperventileerde, en stuurde me naar de kinesist voor ademhalingsoefeningen. Maar dat werkte niet, daarvoor was ik veel te nerveus. En toen hoorde ik van dat programma op VT4, ‘Je zal het maar hebben’, over mensen die lijden aan vreemde kwalen. Ik gaf me ervoor op, en dat heeft mijn leven veranderd. Tijdens de opnamen heb ik een therapeut uit Limburg ontmoet. ‘Jij hebt braakangst,’ zei hij. Diezelfde avond nog vond ik op het internet de website van Margaret Massop over emetofobie. Eureka! Hier waren honderden mensen die net als ik bang waren van braaksel, en sommige waren ervan genezen!

»De website was een grote steun. Het besef dat ik niet de enige was, heeft me al voor de helft genezen. Het bestond, het had een naam. Op de website stonden enge plaatjes, waarmee je je kunt oefenen om je tolerantie te vergroten. Je begint met een brakende man in de verte, en ik ben nu al zover dat ik naar foto’s van overgeefsel kan kijken. Een paar maanden geleden betrapte ik mezelf erop dat ik mijn plastic zak en fles Motilium thuis had vergeten. Vroeger was ik dan zeker in paniek geraakt, nu kon ik er zelfs om glimlachen.»


Margaret Massop: ‘Melk en crackers’

Margaret Massop lijdt sinds haar achttiende aan braakangst. Ze schreef er een boek over en richtte een website voor emetofoben op (www.emetofobie.nl).

HUMO Wat is emetofobie precies?

Margaret Massop «Nou, het kan verschillende vormen aannemen: angst om te braken, om gezien te worden terwijl je braakt, of om anderen te zien braken. Daar kunnen allerlei dwanggedachten uit voortvloeien: misschien ga je slecht eten, want wat er niet in gaat, komt er ook niet uit. Of je krijgt smetvrees, want van viezigheid word je ziek. Of je komt de straat niet meer op, want stel dat je misselijk wordt.»

HUMO De aandoening treft vooral vrouwen.

Margaret Massop «Ja, tweeënnegentig procent van de emetofoben is vrouw. Niet zo verwonderlijk, want vrouwen krijgen sowieso vlugger een fobie dan mannen. Een echte verklaring is er niet, maar ik heb wel een vermoeden: mannen in onze maatschappij moeten de strijd met hun angsten aanbinden, want een bange man vinden we maar een flauwerik. Angst bij vrouwen is veel meer geaccepteerd, maar van hen wordt dan weer wel verwacht dat ze erg netjes en precies zijn, wat smetvrees of een sociale fobie in de hand kan werken. Mannen mogen wel rommel maken en boeren laten à volonté.»

HUMO Overgeven is natuurlijk niet leuk, en je staat er ook niet graag naar te kijken, maar voor de emetofoob is het dus totaal onverdraaglijk?

Margaret Massop «Ik heb zelf braakangst, en ik kan je vertellen dat braken voor mij het walgelijkste is wat er bestaat. Zelfs als ik het op tv zie, word ik wee in de maag. Ik denk dat het hem zit in de totale overgave waarmee het lichaam braakt; je hebt er geen controle over, en dát jaagt ons angst aan.»

HUMO Moet een emetofoob vaak braken?

Margaret Massop «Nee, en dat is nu juist zo vreemd. Zelf heb ik maar twee keer in mijn leven moeten overgeven: op mijn zevende en op mijn tweeëntwintigste. Ik kan me niet eens meer herinneren hoe dat voelde. Een vriendin vertelde me dat braken oplucht, dat je daarna iets hebt van hèhè, daar zijn we vanaf, maar dat kan ik me echt niet voorstellen.»

HUMO Ben je op dit ogenblik bang om te moeten overgeven?

Margaret Massop «Ik zit nu in angst, ja. Een interview is stresserend voor me, en ik heb me er al een hele ochtend druk om gemaakt. Wat als ik plots moet braken? Door de spanning word ik misselijk, duizelig, ik krijg diarree. Eerst ben je bang om misselijk te worden, en dan ben je misselijk van angst. Een vicieuze cirkel.»


De schaamte

HUMO Hoe krijg je een braakfobie? Komt het door nare ervaringen uit de kindertijd?

Margaret Massop «Mijn moeder heeft me verteld dat ik als baby vaak moest kokhalzen, en mijn keel is een gevoelige plek gebleven: stress zorgt ervoor dat die helemaal dicht komt te zitten. Mijn moeder en mijn zus hadden ook last van zware migraine, waarvan ze vreselijk moesten overgeven - misschien heeft dat er ook iets mee te maken. Maar eigenlijk ben ik al vies geweest van braken zolang als ik weet. Ik herinner me bijvoorbeeld dat een jongen in de klas eens moest braken, en dat ik toen echt naar buiten ben gerend.»

HUMO Hoe is het na je kinderjaren gelopen?

Margaret Massop «Als jonge vrouw was ik al constant onpasselijk – onpasselijk van angst, weet ik nu. De huisarts gaf me allerlei pillen, maar die wilden niet helpen. De angst om publiek te moeten overgeven werd steeds intenser. Ik begon uitstapjes en zo te mijden. Restaurants bijvoorbeeld heb ik nooit prettig gevonden; je krijgt eten voorgezet en dat moet dan op, en iedereen ziet alles wat je doet. Ik ging wel nog graag met vrienden op café, maar vier jaar geleden ben ik daar eens heel beroerd geworden, en daarna wilde ik niet meer mee. Het werd steeds erger: ik durfde niet meer in de bus, en niet meer naar de grote stad, want stel dat ik ziek werd en me nergens kon verstoppen.»

HUMO Wanneer kreeg je door dat je een fobie had?

Margaret Massop «Er bleek geen fysieke oorzaak voor mijn misselijkheid te zijn, dus op den duur begon het mij wel te dagen dat ik een soort fobie had - het leek ook een beetje op pleinvrees. Op het internet heb ik toen een Engelse website gevonden voor mensen met een fobie, en op de chatlijn hadden veel meisjes het over hun angst voor overgeven – en dat bleek een naam te hebben: emetofobie.»

HUMO Je bent zelf met een Nederlandstalige site gestart, en daarmee heb je heel veel mensen geholpen.

Margaret Massop «Ja, ik had eigenlijk helemaal geen hoge verwachtingen, maar het begon plots te lopen, en ondertussen hebben zich al zevenhonderd mensen aangemeld. Emetofobie is dan ook geen zeldzame angststoornis – ze staat zevende op de ranglijst, tussen hoogtevrees en kankerfobie. Naar schatting zijn er in België 50.000 mensen die eraan lijden en zo’n 65.000 in Nederland, maar toch weten veel huisartsen en psychologen niet eens dat het bestaat. En de emetofoob zwijgt, want hij schaamt zich over zijn vreemde afwijking.»


Kotsen noch moeite

HUMO De vraag die elke emetofoob zich natuurlijk stelt: kun je van die angst verlost worden?

Margaret Massop «Er valt wel wat aan te doen. Zelf heb ik exposure-therapie gevolgd: tijdens de behandeling word je geconfronteerd met datgene waar je bang voor bent. Voor een emetofoob is dat dus braken. Kijken naar foto’s van brakende mensen, filmopnames ook. Maar dat hielp niet: mijn fobie was te complex en te hardnekkig. Nu volg ik cognitieve gedragstherapie en daarmee krijg ik mijn dwanggedachten wat beter onder controle. Oefeningen om te ontspannen helpen ook.»

HUMO Het gaat beter met je, maar je bent niet genezen.

Margaret Massop «Ik ga in het bos wandelen, en dat is voor mij al heel wat. Vroeger dacht ik o jee, als er nu maar niemand gaat overgeven, maar nu besef ik dat de kans dat ik een wandelaar tegenkom die tegen een boom staat te braken wel héél klein is. Maar winkels en restaurants blijf ik mijden, en aan de tandarts heb ik een hekel. ‘Ach,’ zegt mijn man, ‘het valt best wel mee, je maakt je alleen druk als je ergens heen moet.’ Hij helpt me om het te relativeren. En het klopt ook wel: ik ben gelukkig en gezond. Die fobie is gewoon iets lastigs waarmee ik moet zien te leven.»

HUMO Raak je zo niet erg geïsoleerd?

Margaret Massop «Ik ervaar dat niet zo. Ik heb nog steeds een paar goede vrienden, en wat geeft het dat ik ze wat minder vaak zie? En ik ga werken, want het kantoor is vertrouwd: m’n collega’s, m’n computer, m’n eigen plek.»

HUMO Sommige emetofoben hebben baat bij antidepressiva.

Margaret Massop «Antidepressiva helpen soms, en dat is mooi. Maar je fobie zal er niet mee verdwijnen. De oorzaak van emetofobie is een verkeerd denkpatroon en wil je er blijvend vanaf, dan moet dat veranderd worden. Mijns inziens is medicatie alleen nuttig als ondersteuning van gedragstherapie.»

HUMO Maak je je nooit zorgen over de mensen die op je website hun angsten met je delen?

Margaret Massop «Toch wel ja. Zo is er die mevrouw die leeft op melk en crackers. Veel emetofoben vertrouwen voedsel niet meer, ze denken dat ze overal ziek van worden. Zo raak je natuurlijk ondervoed, en het gebeurt regelmatig dat een emetofoob in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Zelf eet ik heel behoorlijk, ik kijk alleen goed naar de houdbaarheidsdatum.

»Ik maak me ook zorgen over de grote hoeveelheden antibraakmiddelen die emetofoben slikken: een jongeman had het over vijf tabletten Motilium per dag – dat kan toch nooit gezond zijn?!»


Olivier: 'Verlamd van angst'

Olivier «Ik was negentien, en ik had tickets voor een concert van The Cure: een exclusief optreden in België; een prachtkans. Mijn tickets zouden die avond aan het loket liggen, ik hoefde ze maar af te halen. Mijn kot hing vol posters van The Cure, en ik had al hun cd’s - maar toch wist ik dat die avond niet zou gaan. Want stel dat ik misselijk werd in die mensenmassa? Stel dat ik zou moeten braken? Ik zat op mijn bed, verlamd van angst, en ik bleef er zitten. Sophie, mijn vriendin, vond het dwaas: hoe kon ik nu thuisblijven, nadat ik weken naar dat concert had uitgekeken? Ze had gelijk natuurlijk. Wat wás er in godsnaam met me aan de hand?

»Ik heb altijd al een afschuw gehad van braken, maar het is pas echt erg geworden toen ik op kot ging. Voor mijn eerste kandidatuur politieke en sociale wetenschappen was ik geslaagd, en in het tweede jaar wilde ik het minstens even goed doen. De druk was groot, en ik werd ziek van de zenuwen. Tijdens de examenperiode kon ik bijna niet meer eten. Sophie had het in de gaten en ze nam me regelmatig mee naar een eetcafé. Dan bestelde ik een kinderspaghetti. Ik zat te trillen van angst en onpasselijkheid, en ik kreeg maar een paar happen binnen.

»Het was niets lichamelijks, volgens de dokters was ik gezond – het zat dus allemaal in mijn hoofd. Een hypnotiseur beloofde me ervan af te helpen, en de therapie had inderdaad resultaat. Ik voelde me beter. Ik nam Sophie zowaar mee op vakantie naar het zuiden, iets wat ik tevoren nooit gedurfd zou hebben. Maar we waren nauwelijks terug of de misselijkheid overspoelde me weer, intenser dan tevoren. Stress was de trigger: op maandag werd ik ziek omdat de werkweek begon, en op zaterdagochtend omdat het weekend was.

»We woonden samen nu, en Sophie kookte heerlijk, maar zodra het etenstijd werd, begon ik mezelf onder druk te zetten: ik moet eten,ik moet eten – nee, ik mag haar niet teleurstellen. Maar eenmaal aan tafel kreeg ik geen hap door mijn keel, zo bang was ik dat ik er alles weer uit zou kotsen. Uiteten gaan was helemaal een ramp, en op den duur werd ik al onwel als ik in de rij stond voor een pak friet. Verstandelijk wist ik best dat ik niet zou gaan braken - ik had al acht jaar niet meer overgegeven - maar een fobie heeft niets met verstand of inzicht te maken.

»Om de veertien dagen ging ik met mijn vader naar het voetbal kijken, dat was altijd zo geweest, maar nu begon ik te zweten als ik naast hem op de bank zat. Al die mensen, en die bal, heen en weer en heen en weer. ‘Pa,’ zei ik dan, ‘ik moet weg hier.’»


Perfectionist

Olivier «‘Zou het een eetstoornis zijn?’ vroeg de psychiater tijdens mijn eerste consult - ik woog drieënzestig kilo voor een meter tachtig. Maar al snel bleek dat ik een fobie had. Ik was een controlefreak, ik kon er niet tegen dat mijn lijf iets deed dat ik niet wilde - en de mensen mochten me zeker zo niet zien. Ik ben nu eenmaal een perfectionist. Toen Sophie en ik in ons nieuwe huis trokken, had ik zelf een houten vloer gelegd en die moest volmaakt zijn. Geen kras, geen stukje scheef gezaagd. De stress joeg door mijn lijf, net als tijdens die examens. Cognitieve gedragstherapie zou wel helpen, dacht de psychiater.»Een jaar later waren we een paar dagen in de Ardennen. Sophie had een hoge uitkijktoren gezien, en dus gingen we daar met ons zoontje Niels een kijkje nemen. Maar toen ik eenmaal boven was, wilde ik meteen weer naar beneden. Er was maar één lift, en het duurde een eeuwigheid voor die weer bovenkwam. Niels wilde graag in de toren blijven, hij vond het er leuk, dus papa was weer eens de spelbreker. ‘Olivier,’ zei ik tegen mezelf, ‘dit gaat zo niet langer.’

»De gedragstherapie werkte duidelijk niet goed, ik had antidepressiva nodig. Alleen maakten die pillen me in het begin nog zieker: zo misselijk dat ik ervan moest overgeven. ‘Niet stoppen met de antidepressiva,’ zei de huisarts, ‘je moet doorzetten,’ en hij schreef me Xanax voor om de moeilijke dagen door te komen. Dat is een paardenmiddel, waarvan je rustig en sereen wordt, maar het is verslavend, dus gebruikte ik het alleen voor noodgevallen, zoals wanneer ik naar de tandarts moest. Een tandartsbezoek is vreselijk voor een emetofoob: je ligt daar met een buisje in je mond, de tandarts hangt over je heen – als je dan moet braken...

»Na een maand of twee begonnen de antidepressiva te werken. Ik voelde me beter. Ik nam Sophie zelfs mee naar Venetië. Met het vliegtuig, een enorme uitdaging. Eten was weer een plezier, en ik kwam maar liefst vijftien kilo bij.

»De pillen hebben mijn leven totaal veranderd. Gisteren had ik een vergadering met een klant, volkomen onverwacht. Mijn baas was op vakantie en ik moest inspringen. Tiens, dacht ik achteraf, ik heb niet een keer aan overgeven gedacht.

»Mijn psychiater laat me geloven dat ik het zelf doe, dat mijn denken is veranderd en de antidepressiva maar een hulpmiddel zijn. Hij wil dat ik mijn medicatie ga afbouwen. Maar dat zie ik niet zitten. Niet net nu ik ontdekt heb hoe leuk het leven kan zijn.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234