Leven met littekens: 'Vroeger wou ik mooi zijn, nu ben ik blij als ik een dag geen pijn heb'

De ene dag flaneer je zorgeloos door het leven, het volgende moment moet je opnieuw vorm geven aan je verhakkelde toekomst door een misgelopen vuurspuwact, een zwaar snowboardongeluk, een zuuraanval of een preventieve operatie. Humo sprak met mensen die een zwaar fysiek litteken hebben opgelopen en daar zo goed en zo kwaad als het gaat mee omgaan.


Marina Tijssen: ‘mijn vertrouwen in het leven is weg’

Drie jaar geleden gooide een man zwavelzuur in het gezicht van Marina Tijssen (56), poetsvrouw in de Delhaize op het Antwerpse Zuid. Meer dan dertig operaties later is ze nog altijd even strijdvaardig, maar haar oude gezicht krijgt ze nooit meer terug.

HUMO Heeft die man iets tegen je gezegd voor hij dat zuur gooide?

MARINA Tijssen «Ik was de ingang van de Delhaize aan het poetsen toen ik vragend ‘mevrouw’ hoorde roepen. Ik dacht: ‘Amai, wat een beleefd iemand’ en draaide me om. Hij zei: ‘Alstublieft, dit is voor u.’ Het volgende moment voelde ik dat spul branden. Ik ben meteen naar de keuken gelopen, wat niet zo vlot ging want ik had hoge hakken aan, en gooide water op mijn gezicht en in mijn mond. Ik proefde dat zuur, een verschrikkelijke smaak. Mijn collega’s hadden mijn gegil gehoord en stonden in paniek rond mij. Het zuur had een gat gebrand in mijn nek en in mijn arm. Daar lag het bot bloot. De ambulance was op weg maar ik had ondertussen ook naar mijn zoon gevraagd, die om de hoek werkte. Toen hij aankwam, pakte ik hem bij zijn kraag en vroeg ik hem meteen wat hij zag. Hij zei: ‘Het komt wel goed, ma, probeer rustig te blijven.’ Maar het enige waaraan ik kon denken was: ‘Ik ga er toch niet uitzien als zo’n verschrompeld, raar vrouwtje.’ Want ik wist toen wel al dat die kerel met één of ander bijtend product had gesmeten.»

HUMO Dat moeten verschrikkelijk pijnlijke minuten geweest zijn.

Tijssen «Ik heb nog nooit in heel mijn leven zoveel zeer gehad als toen ik op die ambulance zat te wachten. De ambulancier vroeg hoeveel pijn ik had op een schaal van 1 tot 10. Ik zei: ‘12’. Waarop hij mij een verdovend spuitje gaf en ik pas negen dagen later uit een coma ontwaakte. Voor ik insliep, vroeg ik nog aan mijn echtgenoot en mijn zoon of ze toch zeker niets stoms van plan waren, zoals die man zelf proberen te vinden. Uit de camerabeelden bleek trouwens dat hij, terwijl ik op de ambulance wachtte, tussen de massa nieuwsgierigen stond die zich ondertussen rond de Delhaize hadden verzameld. Een psychopaat pur sang.»

HUMO Voel je wrok tegen de dader?

Tijssen «Ik ben geen wraakzuchtig iemand. Maar op de dagen dat ik me lelijk voel, word ik nog altijd kwaad op hem.»

HUMO Op welke momenten voel je je minder mooi?

Tijssen «Als ik ga shoppen en met te veel spiegels word geconfronteerd, met onflatterend licht. Of wanneer ik mooie dames voorbij zie wandelen. Begrijp me niet verkeerd, iedereen mag er op zijn of haar stralendst uitzien, ik ben niet jaloers. Maar ik voel me dan wel onzekerder over mijn eigen uiterlijk. Op zo’n dagen wil ik het liefst gewoon thuisblijven. Daar hoef ik ook mijn bril niet op te zetten. In het openbaar zet ik die bril altijd op omdat mijn oogprothese zo wat minder zichtbaar is.»

HUMO Maar je echtgenoot is er altijd om je beter te doen voelen?

Tijssen «Hij is één brok optimisme. Op die mindere dagen wordt het bij momenten zelfs een beetje irritant (lacht). ‘Only the strong survive,’ zegt hij dan. Maar je kunt niet alle dagen sterk zijn.

»Ik ben trouwens een hele tijd bang geweest dat hij bij me zou weggaan. Dat hij zich zou schamen om met mij over straat te lopen. Maar hij blijft als een rots naast me staan. En daar ben ik hem heel dankbaar voor.»

HUMO Hoeveel operaties heb je in die drie jaar tijd moeten ondergaan?

Tijssen «Ik ben de tel kwijtgeraakt, eerlijk gezegd. Maar sowieso zijn het er meer dan dertig. Aan mijn mond ben ik vier keer geopereerd. De dokters hebben onder andere slijmvlies uit mijn mond aangebracht aan de binnenzijde van mijn ooglid. Toen dachten ze mijn oog nog te kunnen redden. Ze hebben ook geprobeerd om de zenuwpijnen in mijn mond chirurgisch weg te nemen, maar dat is niet gelukt. Ze hebben ook huid van achter mijn oren genomen en die onder mijn ogen geplaatst. Je vel is daar heel fijn, je kunt niet zomaar huid van je arm gebruiken.»

HUMO Wanneer heb je jezelf voor het eerst in de spiegel gezien?

Tijssen «Op de dag dat ik in het ziekenhuis werd overgebracht van een gesteriliseerde naar een gewone kamer. Ik liep meteen door naar de badkamer en daar hing een spiegel. De verpleegster raakte in paniek want ik mocht mezelf eigenlijk nog niet zien. Maar ik zag mezelf ook niet, ik zag iemand anders. Ingepakt, met dikke lippen.

»In het begin heb ik veel geweend. Ik was bang dat ik altijd zo lelijk zou blijven. Ik voel me uiteraard nog altijd niet even goed als voor de aanval, en als ik foto’s bekijk van vroeger, maakt me dat droevig. Maar ik kan er wel al beter mee leven. Ik moet wel. Vroeger wou ik mooi zijn, nu ben ik blij als ik een dag geen pijn heb.»

HUMO Zijn alle littekens goed genezen?

Tijssen «De binnenkant van mijn mond doet vaak pijn. Als ik een tijdje praat, maar ook als ik alcohol drink. Dan voel ik meteen scherpe steken, dat gaat echt niet. Recentelijk heb ik muntolie ontdekt via Oscare, een nazorg- en onderzoekscentrum voor brandwonden. Die olie werkt verzachtend, maar helpt slechts een beetje. In het pijncentrum in Leuven hebben ze onlangs met een naald een zenuw in mijn mond proberen te deactiveren, maar dat lukte niet. Ze zeiden dat ik de hoop op herstel wel kon opgeven nu.»

HUMO Heb je last van je oogprothese?

Tijssen «Ik heb geen dieptezicht meer en dat went echt niet. Heel onhandig. En het zorgt voor spanningshoofdpijn. Daarom kan ik ook niet voltijds werken, want dan is de hoofdpijn niet te harden.»

HUMO Je werkt nog steeds in dezelfde Delhaize?

Tijssen «Klopt. De eerste dag was wel emotioneel. Ik ben trouwens nog altijd niet naar de plaats geweest waar alles is gebeurd. Mijn collega’s poetsen de ingang. Ze zeggen dat er nog altijd druppeltjes op de grond te zien zijn.

»Mijn collega’s zijn de meest fantastische mensen. Ze zijn er altijd voor mij. Onlangs hebben ze trouwens samengelegd opdat ik mijn lipcontouren zou kunnen laten tatoeëren.»

HUMO Heb je, ondanks alle steun, soms depressieve gevoelens?

Tijssen «Echt depressief ben ik nog nooit geweest. Ik denk niet dat dat in mij zit. Maar ik ben er wel stiller door geworden. Ook al omdat spreken na een tijdje pijn doet. Ik ben ook banger dan vroeger. Als er iemand achter me loopt op straat, stop ik zodat die persoon me voorbijsteekt. Zeker mannen jagen me schrik aan. In het donker durf ik niet alleen buiten te gaan en op plaatsen met veel volk probeer ik altijd mogelijke vluchtroutes in kaart te brengen. Mijn vertrouwen in het leven is wat weg.

»Maar ik ben nooit binnengebleven uit schrik voor wat andere mensen zouden kunnen denken. Zelfs in het prille begin niet, toen mijn brandwonden nog vers waren. Mensen loeren wel, of vragen zelfs of ik kletsen krijg van mijn man. Redelijk ongemakkelijk.»

HUMO Heb je dingen moeten opgeven?

Tijssen «Een glaasje wijn drinken kan ik niet, dat doet te veel pijn. En sporten lukt ook niet meer. Fysieke inspanning triggert mijn bloedsomloop en dan beginnen mijn littekens te kloppen. Doet geen deugd. Een terrasje doen in de volle zon is er ook niet meer bij. Elke keer dat ik buiten ga, zelfs in de winter, smeer ik me in met sunblock. Maar dat zou eigenlijk iedereen moeten doen (lacht).»

'Ik zou de dader graag aankijken en vragen wat hij ervan vindt. Of hij vindt dat hij mooi werk heeft geleverd ''

HUMO Is er iets wat je tegen de dader zou willen zeggen?

Tijssen «Niet echt. Ik zou hem misschien eens willen aankijken en vragen wat hij ervan vindt. Of hij vindt dat hij mooi werk heeft geleverd. Maar bovenal hoop ik dat hij zijn achttien jaar cel ook effectief moet uitzitten.»


Gregory Benne: ‘Waarom trekken we de stekker er niet uit?’

Toen Gregory Benne (33) na drie weken uit een kunstmatige coma ontwaakte, kon hij enkel communiceren door met zijn hoofd knikjes naar links of rechts te geven. Zijn lichaam was in septische shock gegaan na een streptokokkeninfectie. De bacterie vrat hem van binnenuit op, alleen een beenamputatie kon zijn leven redden.

HUMO Hoe ben je aan die streptokokkeninfectie geraakt?

Gregory Benne «Ik had een longontsteking die heel lang is blijven aanslepen omdat ik geen symptomen voelde. De bacteriën uit mijn longen zijn uiteindelijk in mijn bloed terecht gekomen waarna een gigantische infectie is ontstaan. Die heeft mijn lichaam langzaamaan doen stilvallen. Ik herinner me nog goed dat ik op een avond vorig jaar thuiskwam van mijn werk en me heel zwak voelde. Een buikgriepje, dacht ik. Ik ben toen vroeg in bed gekropen, maar rond middernacht werd ik opnieuw wakker met diarree, braakneigingen en een hart dat aan 250 slagen per minuut bijna door mijn borstkas bonkte. Het was mijn lijf dat het gevecht tegen de infectie verloor en in shock ging. Van de rit naar het ziekenhuis herinner ik me niets meer.»

HUMO Toen je opnieuw wakker werd, bleek dat je drie weken in een kunstmatige coma had gelegen.

Benne «De dokters hebben me in een coma gebracht omdat de pijn ondraaglijk was. Ze gaven me minder dan 50 procent overlevingskans, maar ik ben er op één of andere manier toch door gesparteld. Toen ik opnieuw bij bewustzijn kwam, was ik als gemummificeerd. Ik kon knikjes geven met mijn hoofd, naar links of rechts, meer niet. Door de tracheotomie in mijn luchtpijp kon ik niet spreken. Ik hing aan drie verschillende pijnpompen en zelfstandig eten lukte niet, via sondevoeding ben ik aangesterkt. Over mijn hele lijf had ik necrosevlekken van weefsel dat aan het afsterven was. Mijn neus was letterlijk weggevreten. Mijn tong zag zwart. Mijn armen hebben ze kunnen redden, maar de infectie was nog niet onder controle. Toen de dokters me vertelden dat ze mijn benen zouden moeten amputeren, dacht ik: ‘Waarom trekken we de stekker er niet gewoon uit?’ Ik lag daar in de meest ellendige en hulpeloze positie. Drie weken eerder voelde ik me een kerngezonde kerel. Ik kon dat zo moeilijk vatten.»

HUMO Wat ging er door je heen toen je je letsels voor de eerste keer zag?

Benne «Vóór dit alles was ik best wel een ijdeltuit. Elke dag ging ik na mijn werk naar de fitness. Ik woog 80 kilo, maar na de coma schoot daar nog 50 kilo van over. Mijn lijf had mijn spieren gebruikt om te overleven.

»De eerste keer dat ik in de spiegel keek, was in de lift van het ziekenhuis, op weg naar de operatiezaal om mijn benen te laten afzetten. Ik had nog een drukmasker op mijn gezicht maar kon de schade wel inschatten. Het was een mokerslag. Ik voelde mij ontmoedigd en was eerlijk gezegd blij dat ze me zouden verdoven, dat ik even weg zou zijn. Al was het om mijn benen te amputeren.»

'De afwijzing van mijn kinderen was het allermoeilijkste aan heel dit verhaal'

HUMO Je hebt drie kleine kinderen. Hoe reageerden zij op wat er met hun papa gebeurd was?

Benne «In het begin staken ze zich voor me weg. Ze keken naar het gat waar mijn neus had gezeten en naar de darmpjes die uit mijn mond kwamen. Ze hadden geen idee dat ik hun papa was. Zeker de tweeling van 2 jaar herkende me niet. Mijn zoontje van 5 durfde na een paar bezoekjes wel dichterbij komen en me een knuffel geven. Die afwijzing van mijn kinderen was met voorsprong het allermoeilijkste aan heel dit verhaal.»

HUMO Ondertussen hebben ze je wel opnieuw aanvaard als hun papa?

Benne «Gelukkig wel. Maar ik blijf voorzichtig. Ik wil hen zo weinig mogelijk choqueren. Daarom zet ik een valse neus op. Een vreselijk onhandig ding dat ik met lijm moet vastmaken en daarna amper nog van mijn gezicht krijg. Maar volgend jaar laat ik er één inbouwen. Een ingenieus systeempje is dat. Met twee staafjes, een beugel en een magneet maken ze een perfect realistische neus. Zelf hoef ik die niet per se, maar ik wil niet dat mijn kinderen gepest worden als hun vader ze van de schoolpoort gaat afhalen.»

HUMO Bekijken de mensen je anders?

Benne «Ja. Als ik alleen over straat rijd met de rolstoel, kan me dat niet schelen. Maar als mijn kinderen erbij zijn, voel ik me ongemakkelijk onder al die blikken. Volwassenen proberen ‘stiekem’ te kijken, te loeren. Kinderen kijken eerlijker. Ze kijken één keer, vragen misschien wat er met me aan de hand is, en laten het dan los. Dat is niet zo erg.»

HUMO Is je omgeving je blijven steunen tijdens je herstelperiode?

Benne «Mijn vriendenkring is serieus uitgedund. Mensen die ik kende uit de fitness en waarmee ik zowat elke dag een praatje sloeg, leken ineens van de aardbol verdwenen. Anderzijds kreeg ik plots telefoontjes en bezoek van vrienden of kennissen die ik al jaren niet meer had gezien. Ze wilden allemaal komen kijken hoe het met me ging. Maar ik ben geen object voor kijklustigen. Ik weet nu wie mijn echte vrienden zijn. En wie – nog meer dan vroeger – de liefde van mijn leven is. Mijn vriendin Kelly is er altijd voor me geweest. Ik heb 130 dagen in het ziekenhuis gelegen en slechts twee daarvan is ze me niet komen bezoeken. Ze is me onvoorwaardelijk blijven steunen. Ik denk niet dat velen het haar zouden nadoen.

»Thuis staat ze er nu zo goed als alleen voor, hoewel ik er altijd ben. Als de kinderen me vragen om Lego ineen te steken, kan ik dat niet. Ik heb de fijne motoriek niet meer. Alles schuift uit mijn handen. Met die verminderde zelfstandigheid heb ik het nog altijd heel moeilijk.»

HUMO Als je zou kunnen teruggaan in de tijd, zou je sommige dingen dan anders aanpakken?

Benne (knikt) «Ik heb vroeger veel gefeest, maar als ik dit op voorhand had geweten, had ik eens zo hard de bloemetjes buiten gezet. Ik heb reizen en plezierige dingen uitgesteld. Ik heb zoveel mooie kansen gehad en ze nooit benut. ‘Eerst moet dat huis af,’ dacht ik. Als ik met mijn vriendin in de zetel zat, zaten we soms elk aan één kant, met de gsm in de hand. Nu leggen we die gsm opzij en hebben we aandacht voor elkaar. Als het even kan, geniet er dan van. Dat is nu mijn levensmotto. Ik ben blij dat ik er nog ben, hoewel ik het uiteraard allemaal liever niet had meegemaakt.»

HUMO Hoe zie je je nabije toekomst?

Benne «Ik was metselaar. Vanzelfsprekend kan ik niet terug naar mijn oude job. Maar ik ben van plan om een tekenopleiding te volgen en daarin verder te gaan. Ik heb nog één goeie hand en daar wil ik mijn brood mee verdienen.

»Trouwen staat ook op de agenda. Normaal gezien waren we afgelopen zomer al in het huwelijksbootje gestapt, maar die plannen zijn iets anders uitgedraaid. Als ik opnieuw vlot kan stappen, trouwen we meteen. Sinds drie weken heb ik mijn nieuwe benen en het lukt wel. Gelukkig, want ik wil niet in een rolstoel met Kelly trouwen.»


Dirk Peeters: ‘Mijn begrafenis was al geregeld’

Dirk Peeters (52) – beter bekend als clown Dirky – voert al zestien jaar vuurspuwacts uit, maar op Halloween vorig jaar liep het danig mis. Door een plotse windstoot veranderde Dirk in luttele seconden in een vuurbol. Midden in het bos was er geen stromend water om hem te blussen en kon de ziekenwagen hem niet bereiken. De dokters gaven hem 3 procent overlevingskans.

HUMO Het klinkt als een nachtmerrie.

Dirk Peeters «Eén van de mensen die me als vuurbol hebben zien rondrennen, heeft er een hele tijd nachtmerries aan overgehouden. In theorie kon er nochtans niets misgaan. Ik spuw al zestien jaar vuur en nooit is me iets overkomen, zelfs geen vinger verbrand! Maar op die Halloweenavond vorig jaar was het lot me slechtgezind. Vrienden hadden me gevraagd om die avond op te treden. Net op het laatste moment, toen ik van plan was om mijn spullen op te bergen, vroeg een lokale krantenfotograaf me nog een laatste keer vuur te spuwen. Hij wou een spectaculair beeld maken. Op het moment dat ik de olie richting brandende toorts blies, voelde ik de wind draaien. Ik herinner me nog elke seconde: de vlammen die mijn lichaam razendsnel inpalmden, mijn keel en longen die verschroeiden. In een reflex heb ik me laten vallen en ben ik over de grond beginnen te rollen, maar de vlammen doofden niet meteen.»

HUMO In dat bos was geen stromend water?

Peeters «Nee. Er zat een blusdeken en een brandblusapparaat in mijn koffer, maar het is niet bij me opgekomen die te gebruiken. Ik heb er wel aan gedacht mijn kleding kapot te trekken, omdat ingebrande kleren veel ergere brandwonden veroorzaken. Als ik dat niet had gedaan, was ik er zeker niet meer geweest.

»De organisatoren hadden ondertussen twee bakken water over me leeggegoten en de ambulance gebeld. Maar midden in dat bos waren we moeilijk te bereiken. De hulpdiensten geraakten er niet.»

HUMO Je bent toen in een auto gestapt die je naar de rand van het bos bracht, waar de ambulance stond te wachten.

Peeters «Ik weet nog dat ik het koud had in die auto. En dat ik steeds moeilijker kon ademen omdat mijn luchtwegen aan het opzwellen waren. Tegen de bestuurder zei ik, heel nuchter, dat ik zeker uitwendige én inwendige brandwonden moest hebben. De auto sjeesde door het bos, en ik vroeg hem wat rustiger te rijden. Het is gek hoe helder en kalm een mens kan zijn in de meest penibele omstandigheden. Toen ik dan eindelijk een ambulancier zag, zei die: ‘Dirk, we gaan je nu in slaap doen.’ En toen ging het licht uit.»

HUMO De dokters gaven je 3 procent overlevingskans. Eigenlijk dacht niemand dat je het ging halen.

Peeters «22 procent van mijn lichaam was verbrand met tweede- en derdegraadsbrandwonden. De kans dat ik er niet zou doorkomen, was groot. Mijn vrouw was zelfs al begonnen met praktische dingen voor mijn begrafenis te regelen. Toen ik na een week in coma wakker werd en ik mijn gezin naast mijn bed zag staan, was dat voor iedereen een intens moment.

»Die ene week in coma heeft me enorm doen vermageren. Wanneer ik naar mijn borst en armen keek, begon ik te begrijpen wat mijn lichaam had doorgemaakt. In de spiegel kijken was moeilijk. De eerste keer dat ik mijn gezicht zag, dacht ik: ‘Zo kan ik toch niet verder leven.’ Ik ben echt blij dat de brandwonden in mijn gezicht zich goed hersteld hebben. Alleen aan mijn hals zie je het nog wat. Als de mensen mijn verhaal horen, verbazen ze zich er altijd over dat ze nauwelijks iets aan me zien.»

HUMO Hoeveel keren ben je geopereerd?

Peeters «Ik heb twee huidtransplantaties gekregen. Eén keer hebben ze huid gebruikt van mijn bil, maar voor mijn nek heb ik een donortransplantatie gekregen. De huid moest daar zo dik gelegd worden dat ze geen stuk van mezelf konden gebruiken.»

'Ik heb veel mensen zien sterven op de brandwondenafdeling. Elke keer dacht ik: 'Zou dat mijn huiddonor worden?''

HUMO Is het niet vreemd om huid te krijgen van een overleden persoon?

Peeters «Ik heb amper kunnen slapen voor die operatie. Ik was zo zenuwachtig. En bang, ook voor het moment waarop het verband eraf zou mogen. Ik wist gewoon niet wat ik kon verwachten. Ik wist niet hoe groot de getransplanteerde oppervlakte precies zou zijn en hoe het eruit zou zien. Of er een kleurverschil zou zijn, bijvoorbeeld. Ik heb trouwens veel mensen zien sterven op de brandwondenafdeling. Elke keer dat er iemand naar buiten werd gereden, dacht ik: ‘Zou dat binnenkort mijn donor worden?’»

HUMO Hoe heb je je gevoeld tijdens je revalidatie?

Peeters «Dat ging met ups en downs. Door die ene week in coma moest ik opnieuw leren stappen. Met een tillift haalden ze me uit mijn bed en mijn eten sneden ze voor me in stukjes. ‘Wat is dit nu toch voor miserie? Waarom moet mij dit overkomen? Allemaal door die ene fractie van een seconde waarin ik de controle ben verloren.’ Ik heb me soms machteloos gevoeld, maar ik kon altijd terugvallen op mijn vrienden en familie. Vaak denk je dat je de moed gaat verliezen, maar dat doe je nooit echt. Je doet gewoon voort, en elke dag probeer je een stap verder te komen. Ik ben altijd blij geweest dat ik er nog was.»

HUMO Dapper!

Peeters «In het begin kon ik mijn situatie moeilijk relativeren. Nu kan ik er al wat om lachen. De dingen in perspectief plaatsen maakt alles makkelijker, zowel voor mij als mijn omgeving. Onlangs was ik op een feestje en begon ‘Fire’ van The Pointer Sisters te spelen. ‘Jaaa, mannen, dit is mijn nummer!’ riep ik. Beter dan in een hoekje te gaan staan.»

HUMO Ga je nog vuur spuwen?

Peeters «Nooit meer! De mensen van de plek waar ik die Halloweennacht ben gaan optreden, hebben me dit jaar opnieuw gevraagd. Ik heb toegezegd, maar dingen met vuur moeten ze niet verwachten (lacht).»


Lieva Vervoort: ‘De dader heeft kort nadien zelfmoord gepleegd’

Op 24 juli 2017 kopten zowat alle kranten: ‘Moeder helpt dochter na ongeval en verliest zelf beide benen.’ Lieva Vervoort (49) raakte betrokken in een hallucinant verkeersongeluk. Ze werd het slachtoffer van een dronken vrouw die een halfuur eerder haar dochter had aangereden.

HUMO Wat is er die nacht juist gebeurd?

Lieva Vervoort «Ik was met mijn man op een festival in Geel toen ik telefoon kreeg van mijn dochter. Ze vertelde wenend dat iemand haar had aangereden en daarna meteen was doorgereden. Er was enkel blikschade, maar ze was wel flink geschrokken. Ik zei dat ze aan de kant moest gaan staan en stapte met mijn man in de auto. Samen reden we naar de plaats van het ongeval.

»Ik was de gevarendriehoek uit de koffer aan het halen toen mijn dochter riep ‘Mama, pas op, daar is die auto weer!’ Ik draaide me om en zag de motorkap van een zwarte BMW op me afkomen. Ik herinner me nog dat ik dacht, heel kalm: ‘Dit is het dan.’ Ik voelde niets. Voor mijn ogen werd het zwart. Net op dat moment passeerde een verpleegster die er haar nachtshift had opzitten. Zij heeft meteen mijn benen afgebonden, is – samen met mijn man en de vriend van mijn dochter – heel de tijd tegen me blijven praten en heeft me kletsen op mijn hoofd gegeven. Volgens de dokters is dat mijn redding geweest. Als ik het bewustzijn toen had verloren, had ik het allicht niet overleefd.»

'Ik vroeg de verpleegster om mijn been goed te leggen. Toen pas drong tot me door dat ik geen benen meer hád'

HUMO In het ziekenhuis hebben ze je meteen in coma gebracht?

Vervoort «Klopt. Opdat ik de pijn niet zou hoeven mee te maken, en om mijn benen te amputeren. Het heeft de dokters enkele pogingen gekost om me weer uit die kunstmatige coma te halen. De elfde dag na het ongeval is het gelukt en werd ik wakker. Ik herinner me een waas van rare dromen, verstrengeld met de realiteit. Niet veel later stonden de dokter en de psycholoog aan mijn bed en vertelden ze me onmiddellijk, zonder omwegen, wat er met me gebeurd was. Ze legden uit dat ik in een verkeersongeval betrokken was geraakt en dat ze beide benen hadden moeten amputeren. Dat mijn bovenbenen en mijn rechterarm gebroken waren en dat ik lang zou moeten revalideren. ‘Ah ja, oké,’ reageerde ik. Ik had zelfs niet de reflex om aan mijn benen te voelen. Pas een paar dagen later besefte ik de volle impact ervan. Aan een verpleegster vroeg ik: ‘Leg mijn rechterbeen eens goed, wil je?’ Toen zij me vertelde dat ik geen benen meer had, drong het tot me door. Maar ook toen ben ik rustig gebleven. Nooit ben ik in paniek geraakt. Daar verbaas ik me nu, meer dan een jaar later, nog altijd over.»

HUMO Was je boos op de vrouw die je heeft aangereden?

Vervoort «De eerste weken op intensieve zorgen was ik daar niet mee bezig. Ik kreeg nog te veel pijnstillers en andere medicatie die het denkvermogen beperkt. Later, toen ik op een gewone kamer lag en ondertussen beetje bij beetje op de hoogte was gesteld van wat er die avond was gebeurd, wilde ik niks met die vrouw te maken hebben en zéker geen bezoek van haar krijgen. Ze heeft gelukkig geen enkele poging ondernomen om haar excuses te komen aanbieden. Wat zij gedaan heeft, stomdronken en met harddrugs in haar bloed in haar auto stappen, heeft mijn leven én dat van mijn gezin veranderd. Mijn dochter heeft de hulp van een psycholoog moeten zoeken.

»Die vrouw heeft niet lang na het ongeval zelfmoord gepleegd. Enerzijds ben ik blij dat ze niemand meer iets kan aandoen, anderzijds vind ik het wat makkelijk. Ik zit levenslang in deze situatie. Zij is ervan af. Een proces zou ook goed zijn geweest voor mijn verwerking. Intussen had ik ook besloten dat ik haar tóch wou ontmoeten, zodra ik opnieuw kon stappen. Zodat ze zou zien wat ze had aangericht.»

HUMO Kun je ondertussen al wat stappen?

Vervoort «Dat lukt wel. In het revalidatiecentrum van Pellenberg heb ik geleerd hoe ik moet vertrouwen op mijn elektronische knieën. Het moeilijke is dat mijn benen tot boven de knie zijn geamputeerd. Wat betekent dat ik de protheses moet aansturen vanuit mijn bovenbenen en heupen, en dat is een pak moeilijker dan vanuit de knie.»

HUMO Ben je bang voor je terugkeer naar het gewone leven?

Vervoort «Het zal wel anders zijn, dat weet ik zeker. Als ik vóór het ongeval iemand in een rolstoel zag, voelde ik medelijden. Maar medelijden is overbodig, weet ik nu. Iedereen heeft zijn verhaal en probeert er ook maar gewoon op de best mogelijke manier mee om te gaan. Mocht ik mezelf op straat zien rondrijden, ik zou ook eens kijken. Kijken, niet staren, zoals veel mensen doen. Ze proberen het ‘onopvallend’ te doen, maar na een jaar heb je die truc wel door.

»Onlangs was ik samen met andere patiënten uit Pellenberg in Ikea. Iemand zei me goeiendag, maar keek intussen naar mijn prothesebenen. ‘Weer één die mijn benen mooier vindt dan mijn gezicht,’ grapte ik. Ik kan er nu al wel om lachen.»

HUMO Mis je je vrijheid?

Vervoort «In het weekend in de auto springen en snel ergens naartoe rijden, dat mis ik enorm. Ik heb al een rijgeschiktheidstest afgelegd en ben geslaagd. Mijn rijbewijs heb ik terug. Nu moet ik alleen nog mijn auto laten aanpassen: zetels die kunnen draaien, een lift en een met de hand te bedienen gas- en remsysteem.»

HUMO Zul je opnieuw gaan werken na je revalidatie?

Vervoort «Op 3 september wil ik opnieuw aan de slag. Ik was voltijds ICT-coördinator in zes stedelijke scholen in Geel. Die job ga ik opnieuw doen, maar dan halftijds.

»Begin juni was ik op het schoolfeest van één van die scholen. Sommige kinderen wilden komen kijken naar mijn protheses, anderen wilden voelen. Hoe jonger, hoe normaler ze ermee omgaan, viel me op. Ik hoop dat ik opnieuw gewoon ‘juffrouw Lieva’ word, en niet ‘juffrouw Lieva met de protheses’. Oké, er zullen dingen zijn die ik niet meer kan. Er zullen dagen zijn dat het tegenzit, maar ik kijk ernaar uit om opnieuw mee te draaien in de wereld en mijn leven niet te laten bepalen door dat ongeluk.»

HUMO Zijn er dingen die je vroeger als vanzelfsprekend zag en die nu irritant moeilijk zijn?

Vervoort «Ik ben een positief ingesteld mens. Dat was ik al vóór mijn ongeluk. Ik erger me dus niet zo snel (lacht). Kleding is wel lastiger geworden. Een broek over die protheses aantrekken is een huzarenwerk. Maar vóór het ongeval droeg ik ook al veel jurkjes, dus zo lastig vind ik het niet.»

HUMO Ben je veranderd?

Vervoort «Mijn benen zijn weg, dat is alles. Ik relativeer veel meer dan vroeger. Vroeger maakte ik me druk in onbenulligheden, nu denk ik: ‘Is het dat maar?’ Boos ben ik niet. Wat bereik je daarmee?»

HUMO Kijk je ernaar uit om het revalidatiecentrum van Pellenberg na vier maanden achter je te laten?

Vervoort «Dat afscheid is dubbel. Ik kijk ernaar uit naar huis te gaan en mijn leven weer op te pikken waar het zo brutaal is gestokt. Maar hier in Pellenberg word ik omringd door mensen die ongeveer hetzelfde hebben meegemaakt. Tegen hen kan ik dingen vertellen die mijn familie en vrienden niet altijd helemaal begrijpen. Of tien keer terugkomen op hetzelfde detail over mijn protheses. Mijn familie zou er gek van worden, denk ik (lacht). Maar ik weet zeker dat ik met de meesten van hen contact zal houden. Pellenberg zal ik niet snel vergeten.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234