Lidewij Nuitten uit 'Mijn straat': 'Ik wil aan de Vlamingen laten zien hoe het leven in Brussel is, ze hebben evenveel vooroordelen als ik'

Toen Lidewij Nuitten voor het eerst uitstapte in het Centraal Station in Brussel, was ze meteen verliefd: ‘Het was zoals vallen voor een verkeerde man. Mijn vriendinnen gingen naar Antwerpen en Gent, Brussel vonden ze gevaarlijk. Maar dat alles er zo spannend en onduidelijk was, trok mij juist aan: ik kon niet wachten om de stad tot in de krochten te leren kennen.’

'Met 'Mijn straat' wil ik een gevecht aangaan met mijn vooroordelen. En hoe meer ik film, hoe meer ik besef hoeveel ik er heb.'

Met haar camera op haar schouder spreekt Lidewij haar buren in Schaarbeek aan. Ze nodigt hen uit om kennis te maken en komt zo voor de ene na de andere verrassing te staan. Ze geniet ervan, dat zie je. Terwijl ze ooit een droom van een heel andere aard koesterde.



Lidewij Nuitten «Ik wilde eigenlijk heel lang maar één ding: singer-songwriter worden. Op mijn 18de dacht ik: ‘Na de humaniora stap ik op een vliegtuig naar Amerika, om liedjes te maken en wereldberoemd te worden.’ Het was dat of niks.»



HUMO In één van de liedjes die je in die tijd geschreven hebt, zing je: ‘Meneer, zou u toch eens naar mijn hoofd willen zien / want volgens mij is er iets mis / misschien weet u wel in mijn hoofd klinkt alles als een formidabel plan wat het is / maar in het echt is dat zelden het geval’.



Nuitten «Dat is van toen ik in het middelbaar zat (lacht). Ik kan nooit de juiste woorden vinden voor wat er in mijn hoofd allemaal omgaat. Maar als ik liedjes maakte, kon ik er lang over nadenken en dan kreeg ik het wel in woorden gevat.»



HUMO Deze tekst verraste me ook: ‘My God, look at the news / There is a man who slaughters his race / would he have been drinking / Or would he just have an awful day’.



Nuitten «Dat gaat over Assad. Je kunt toch onmogelijk vatten wat er in die man zijn hoofd omgaat? Elke avond voor ik ga slapen, lig ik over die dingen na te denken. Ik probeer de wereld te begrijpen, maar dat lukt niet. De wereld is te groot. Het enige wat dan helpt, is een liedje schrijven om dingen een plaats te geven.»

HUMO In ‘Meneer’ zing je ook: ‘In mijn hoofd was alles...’

Nuitten (vult aan) «‘...zo poëtisch / maar in het echt was alles zo gewoon’. Achteraf gezien vind ik dat wel een beetje verwend klinken van mezelf, want ik heb altijd alles gekregen wat ik wou, maar toch. Ik weet nog dat ik de film ‘Amélie Poulain’ zag en dacht: ‘Zó ga ik het doen: van het gewone leven poëzie maken – liedjes, in mijn geval.’ Maar goed, toen het zover was en ik op het vliegtuig zou stappen, heb ik me op aandringen van ouders en leraren, die het zonde vonden van mijn goeie punten, toch eerst in Nederland aangemeld voor een singer-songwriteropleiding. Ik heb daar een liedje laten horen. Na twintig seconden zei de man die me moest beoordelen: ‘Niet goed. De volgende.’»

HUMO Daar ging je toekomst.

Nuitten «Ik gaf het niet op, hoor. Ik dacht: ‘Dan ga ik eerst een jaartje rondtrekken en daarna probeer ik het nog eens.’ Maar toen ik in Mechelen-Nekkerspoel op de trein stond te wachten, zag ik een affiche van de Erasmus Hogeschool waarop stond: ‘Word wat je wilt.’ Ik ben thuis gaan googelen wat die school te bieden had en bij de richting journalistiek stond: ‘Ben je creatief en nieuwsgierig, dan is dit iets voor jou.’ Dus ben ik naar de infodag gegaan. Ik heb stage gelopen bij ‘Iedereen beroemd’ en mocht daarna blijven. Je moet weten dat ik op mijn 16de nooit naar series keek, maar wel elke dag om halfacht klaarzat voor ‘Man bijt hond’. Dat programma toonde ook een poëtische verdichting van het gewone leven, net als ‘Amélie Poulain’. Ik denk nog bijna elke avond als ik in bed kruip: ‘Hoe is het mogelijk dat ik voor de opvolger van ‘Man bijt hond’ werk?’»

HUMO In ‘Mijn straat’ doe je alles alleen. Kon je met een camera overweg?

Nuitten «Als je me vraagt wat de iriswaarde of het diafragma is, dan weet ik het antwoord niet. Van die technische kennis heb ik op school alleen de basis meegekregen. De camera staat tijdens de opname volledig op autofunctie. Maar zo maakte ik op mijn 10de ook al filmpjes met de handycam, gewoon uit de losse pols. Alle drie mijn neven en nichten hebben mij gevraagd om hun grote, chique trouwfeest met mijn oude H8-camera vast te leggen – een tiener, en geen professionele cameraman. Ik monteerde en zette er effectjes op terwijl ik aan het filmen was. Ik deed dat ongelofelijk graag.»

HUMO Wanneer heb je ‘Mijn straat’ bedacht?

Nuitten «Dat kan ik niet precies zeggen, maar ik weet wel heel goed wáár het ontkiemd is. Ik stapte voor een citytrip naar Sevilla op het vliegtuig in Charleroi en ik zag een oud madammeke met een zuur gezicht haar koffer voortzeulen. Wat ik dan altijd doe: ik maak een verhaal bij wat ik zie. ‘Amaai, zo’n chagrijn! Die zal wel al wat meegemaakt hebben.’ In mijn drang om dingen te begrijpen en te plaatsen, verval ik nogal snel in vooroordelen. Maar dat vrouwtje raakte met haar koffer de trap niet op en hoewel ik helemaal geen zin had haar te leren kennen, vroeg ik haar toch: ‘Kan ik u helpen?’ Waarop die vrouw opeens begon te stralen. Ze was zo dankbaar en vriendelijk dat ik er zelf ook blij van werd. De hele vlucht ben ik daarover aan het denken geweest: ‘Ik heb met die kleine geste die vrouw zó gelukkig gemaakt. En daar werd ik dan weer gelukkig van, terwijl mijn vooroordeel me er bijna van had weerhouden.’ Ik heb die gedachte toen opgeschreven: hoeveel plezier kunnen we elkaar niet doen met kleine dingen? Dát is het uitgangspunt geworden voor ‘Mijn straat’: aardig zijn tegen mijn buren in Schaarbeek, en een gevecht aangaan met mijn vooroordelen. Hoe meer ik film, hoe meer ik erachter kom hoeveel vooroordelen ik heb. Als ik, bijvoorbeeld, een allochtoon zie, dan denk ik al snel: ‘Die zal ik maar in het Frans aanspreken, want hij praat zeker en vast geen Nederlands.’ Nu, na een paar maanden filmen heb ik ontdekt dat er in mijn straat meer Marokkanen zijn die Nederlands spreken dan blanken. Een paar dagen geleden zag ik een buur die er wat verwaarloosd uitzag. Ik twijfelde of ik hem wel zou aanspreken, ik dacht: ‘Wat als dat nu een simpele is?’ Maar dat bleek een megaintelligente, keibelezen mens. Dan schaam ik mij dood.

»Toen ik dit project voorstelde, gingen er stemmen op om het naar Antwerpen te verplaatsen, omdat het dan dichter bij de Vlamingen zou staan. ‘Neen!’ dacht ik alleen maar: ‘Ik wil en zal het in Brussel doen. Ik wil aan de Vlamingen laten zien hoe het leven in Brussel is, want ik weet dat ze met evenveel vooroordelen zitten als ik.’ Ik wil hen juist tonen dat het leven in mijn straat helemaal niet zo anders is dan het leven in hun dorp.»

'Op mijn 18de dacht ik: 'Ik stap op een vliegtuig naar Amerika, om liedjes te maken en wereldberoemd te worden.' Het was dat of niks'

HUMO Maar heel subtiel raak je ook aan het feit dat Brussel dezer dagen de naam heeft een schuilplaats te zijn voor terroristen.

Nuitten «Ja. Er heeft een Tunesische man met een djellaba en een lange baard in de uitzending gezeten. Ik moet weer toegeven dat ik hem – de eerste keer dat ik hem zag, vlak na de aanslagen in Parijs – in mijn achterhoofd ook even associeerde met terrorisme. Daar is het gesprek uiteindelijk ook over gegaan. Hij vertelde me dat hij de tram niet meer nam. Elke keer als hij opstapte, zag hij de angst in de mensen hun ogen: ‘Zou hij een geweer bij zich hebben? Plaatst hij hier stiekem een bom?’ Hij vond dat erg voor die mensen en ging liever een halfuur te voet dan hen schrik aan te jagen.

»Mijn belangrijkste oefening – en ik denk wel dat ik daarin slaag – is iedereen die ik in mijn straat tegenkom te zien als buren, en niet als Chinezen of Marokkanen. Dat is wat mijn buren onderling ook steeds meer doen. Ze beginnen op straat met elkaar te praten omdat ze – o ironie – via de televisie allerlei dingen over elkaar te weten zijn gekomen.»


De eenzame fietser

HUMO In de aankondiging van ‘Mijn straat’ zei je dat je eigenlijk niet zo sociaal bent. Je durft nu contact te leggen met mensen omdat je via de camera en je rol als journalist toch een zekere afstand kunt houden.

Nuitten «Dat is waar. Niet sociaal zijn is makkelijker, hè: je vermijdt confrontaties, en er is minder aanleiding om jezelf in vraag te stellen. Ik liep hier tot voor kort ook met mijn oortjes in over straat, ik wilde liever anoniem blijven. Ik maak ‘Mijn straat’ nu al een half jaar, maar ik moet mezelf nog altijd een beetje forceren om de deur uit te gaan en mensen aan te spreken. Hoe dan ook: als ik eraan begin en ik krijg een glimlach terug, dan voel ik geluk maal tien in mijn hoofd.

»Ik probeer nu naar iedereen – zelfs naar mensen die ik in eerste instantie niet zo graag heb – licht te sturen. Liefde, eigenlijk. Dat klinkt heel wazig, maar meestal krijg je dan hetzelfde terug. Het werkt écht. Tegenwoordig val ik in slaap met het idee: wat zijn er veel goeie mensen in de wereld. Terwijl ik vroeger dacht: de wereld is om zeep. Ik durf het bijna niet te vertellen, maar op de eerste dag dat ik eropuit trok met mijn camera, had ik een bus haarlak mee in mijn heuptas, en zo’n sleutel die veel lawaai maakt als je eraan trekt. Alsof ik zeker was dat iemand me iets zou proberen aan te doen. Vreselijk, hè. Terwijl ik me nu in mijn buurt veiliger voel dan ooit. Ik weet zeker: als ik nu buiten m’n deur ga staan gillen, schieten er meteen vijf buren te hulp.»

HUMO Ik kan me voorstellen dat al die nieuwe vrienden nog weleens met je willen afspreken. Dat lijkt me voor iemand met een mindere sociale aanleg ook wel drukkend.

Nuitten «Dat is waar. Ik heb moeten leren om op een beleefde manier nee te zeggen, en me op tijd even op mezelf terug te plooien en me weer voor de sociale omgang op te laden. Ik ben graag alleen.

»Vroeger maakte ik humaninterestreportages. Daarvoor moet je ook veel babbelen en investeren in mensen. Het eerste wat ik dan deed als ik vakantie had, was mijn fiets pakken en alleen naar Noorwegen of Denemarken fietsen. Om even met niemand te hoeven praten. Dat ging zover dat ik pas de weg vroeg als ik het écht niet meer wist.»

HUMO Er staat op YouTube ook een filmpje van een eenzame fietser dat ‘On the Road’ heet. Ben jij dat?

Nuitten «Nee, dat is mijn pa. Ik maak ook fietsreizen met hem. Mijn pa is zoals ik. Als we samen op weg zijn, kunnen we zes uur lang zwijgen.»

HUMO Goed alleen kunnen zijn helpt om stevig in het leven te staan.

Nuitten «Ja, ik heb vrienden die altijd een lief nodig hebben, en vrienden om zich heen. Die benijd ik niet. Nu, ik besef dat als ik niet het initiatief neem om met een vriendin af te spreken, je vrienden jou op den duur ook niet meer bellen. Dat is wel iets waar ik aan moet werken.»

HUMO Als mensen zo sterk in hun schoenen staan, komen ze meestal uit een warm nest.

Nuitten «Ik hou van mijn ouders, maar dat ik uit een echt héél warm nest kom, zou ik niet zeggen. Mijn pa is zelfstandige en daardoor bijna nooit thuis.

»Mijn moeder heeft mij van jongs af aan de belangrijke boodschap meegegeven: ‘Alleen jijzelf kunt ervoor zorgen dat je gelukkig wordt. Niemand anders zal dat voor jou doen.’ Ik heb me dus al heel jong voorgenomen: ‘Oké, dat ga ik dus zelf doen.’ Toen mijn ouders jong waren, mochten ze van hun ouders niet zomaar eender wat studeren. Ik ben blij dat ik dat wel kon. Mijn vader is zelfstandig pianostemmer, -transporteur en -verkoper, maar er schuilt ook een goeie pianist in hem. Als ik zie dat hij door continu te werken geen tijd meer heeft om piano te spelen, vind ik dat wel jammer. Als ik mijn buren film, vragen ze mij vaak: ‘Wat een leuke hobby heb je, maar wat doe je als werk?’ Dan schaam ik me bijna om te zeggen: Ik word hier voor betaald.’

»Mijn ouders hebben mij alle kansen gegeven om te kunnen doen wat ik wilde. Ze waren niet blij toen ik met mijn gitaar naar Amerika wilde gaan, maar ze hadden me wél laten vertrekken. Dat weet ik zeker. Weet je, mijn vader heeft bij mijn geboorte een haiku voor me geschreven: ‘Lidewij, beleef / je beelden met de ziel van / een mensen vriendin’ – ongelofelijk, hè, dat hij daarin mijn leven van nu tóén al heeft samengevat.»


Potje zonder dekseltje

HUMO In je liedje ‘Meneer’ vraag je een meneer om hulp. Moest het een man zijn? Heb je meer vertrouwen in hun oordeel?

Nuitten «Hm. Interessant. Ik vond meisjes lang saai. En als ik een Barbie kreeg, knipte ik het haar eraf en gooide ze weg. Ik wilde alleen maar Lego. Ik speelde tot in het middelbaar met jongens – maar toen gingen die zich voor échte meisjes interesseren. Vervolgens ben ik bij de meisjes vriendschap gaan zoeken en kreeg ik de vriendinnen die ik nu nog steeds koester.»

HUMO In ‘Mijn straat’ gaat het wel vaak over de liefde.

Nuitten «Ja. Ik heb het laatste jaar geleerd dat liefde toch heel belangrijk is. Veel mensen hebben niet de juiste gevonden en worstelen daarmee. Maar mijn buren Jean en Erna zijn na vijftig jaar nog elke dag verliefd op elkaar. Ik kan me dat niet inbeelden, dat ik nu een vent tegenkom over wie ik na vijftig jaar nog altijd zou zeggen: ‘Ik ben verliefd.’»

HUMO Je verwacht niet veel van de liefde.

Nuitten «Soms denk ik dat dat beter is, ja, dan kan het alleen maar meevallen. Cynisch, hè?»

HUMO In het lied ‘Amen’ schets je een niet bepaald aantrekkelijk beeld van De Man. Van de ene zeg je: ‘He said: darling, serve my dinner cause I am hungry like a horse.’ De volgende was een mooie, maar zegt na een nacht: ‘Thank you for the night, but you’re not the one I am looking for.’ Het eindigt ermee dat je zegt: ‘I ain’t gonna waste my time with any man, Amen.’

Nuitten «Terwijl ik nog nooit een vriend had gehad toen ik dat lied schreef. Maar ik ben opgegroeid tussen mijn broers en met een vader die er weinig was, waardoor ik op een gegeven moment wel even dacht: ‘Zijn dat mannen?’»

'Eerst mijn nagels in orde brengen en dan een vent zoeken: dat is het plan'

HUMO Je hebt nu ook geen vriend. En je zingt in ‘Give It a Name’ dat je wel een man wil, maar niet één die te dichtbij komt. Of te veel complimenten geeft.

Nuitten (lacht) «Ja, dat is allemaal nog steeds zo. Heel ingewikkeld. Ik vraag me soms echt af of er op mijn potje wel een dekseltje past. Ik heb een vriend gehad die mij heel veel liefde gaf, maar ik kon dat niet aan. Ik kreeg het er benauwd van. Ik ben dan bang dat er van mij wordt verwacht dat ik ook zoveel geef en ik weet niet of ik dat wel kan.

»Ik kan er slecht tegen als ik iets móét. Als kind kon ik ontzettend goed tekenen. Op mijn 6de tekende ik al portretten waarvan ze op school dachten dat ze door een volwassene waren gemaakt. Maar als iemand me vroeg om iets te tekenen, dan kon ik dat niet. Ik kon alleen iets moois maken als ik mijn zin mocht doen.»

HUMO Wíl je wel een lief?

Nuitten «Waarschijnlijk wel, maar ik ben er niet naar op zoek. Als je dingen maakt, kom je ver met wilskracht. Maar op het gebied van de liefde is het volgens mij omgekeerd. Als je te hard naar de liefde zoekt, vind je ze niet. Ik haal op dit moment ook zoveel voldoening, liefde en energie uit mijn job, dat ik eigenlijk niet zoveel meer nodig heb.»

HUMO Ben je bezig met je uiterlijk?

Nuitten «Ik weeg, denk ik, wel te veel, maar ik maak daar geen drama van. Er zijn ergere dingen in de wereld. Ik heb me ook nog nooit opgemaakt. Ik denk dat dat beter is. Dan ziet iedereen ineens de echte versie en moeten ze me nemen zoals ik ben.»

HUMO Je ‘pakt’ wel goed op film.

Nuitten «Awel, ik vind ook dat dat goed meevalt. Nu, als ik er echt als een idioot uitzie, en ik zeg niks belangrijks, dan knip ik dat er wel uit. Zo ijdel ben ik wel.»

HUMO Je bijt op je nagels.

Nuitten «Ja. Ik eet ze helemaal op. Ik schaam me daarvoor, maar als ik straks ga monteren, doe ik het geheid weer. Gisteren was ik een mooi beeld kwijt en ben ik naar huis gerend om te zien of ik het daar nog op mijn computer had staan. Onderweg heb ik tot bloedens toe mijn nagels opgegeten – wat ik maak moet helemaal goed zijn, hè. Mijn moeder heeft al vaak gezegd: vraag een middeltje aan de dokter. Ik heb dat nog niet gedaan, omdat ik niet wil toegeven aan mijn eigen zwakte. Maar ik moet er iets aan doen. Dat is mijn plan: Ik ga eerst mijn nagels in orde brengen en dan ga ik een vent zoeken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234