Liège 4000: stad in de ban van rock en punk

Wie aanleg voor overdrijving heeft, noemt Luik het Detroit van België: ’t zijn allebei ronkende muzieksteden die vrolijkere tijden hebben gekend en nog nasmeulen van de verdwenen industrie. Detroit vulde met The Stooges en MC5 kloeke bladzijden in het punkboek, Luik zorgt met Cocaine Piss, The K. en It It Anita voor een nieuw hoofdstuk.

'Het is hier goedkoop en iedereen werkt samen: dat is communisme, hè?'

Vragen naar de beste vaderlandse platen van het jaar, langst bijgebleven concerten en meest genietbare tinnitus wezen dit jaar bovengemiddeld vaak in de richting van Luik – zeker in de hardere, alternatievere afdelingen. De naam Cocaine Piss klinkt allicht het bekendst, mogelijk omdat het er één is die je niet licht vergeet. Wat hen van veel andere harde groepen onderscheidt (en beter maakt dan de concurrentie), is hun gevoel voor humor, hun meeslepende liveact én hun kierewiete frontvrouw Aurélie Poppins, die hen een samenwerking met Steve Albini opleverden. Quote: ‘Voorheen was de band één langgerekte mop – om bij Albini niet af te gaan, hebben we eindelijk een pointe verzonnen.’ It It Anita bracht een paar weken terug het meer dan uitstekende ‘AGAAIN’ uit – hun combinatie van oud (Sonic Youth, Lydia Lunch) en nieuw (METZ, Holy Fuck) zou een belletje moeten doen rinkelen. En The K. (rangschikken naast Raketkanon) viel op tijdens showcasefestival ‘The Great Escape’ in Brighton en tourde in pre-CETA-tijden door Canada. Die twee laatste bands mogen hun drumkit graag tússen het publiek poten. Het zoontje van een vriend was er deze zomer op Grensrock op zijn eerste (!) concert getuige van: te vrezen valt dat het onredelijke verwachtingen gecreëerd heeft.

Twee stellingen vooraf. Met 200.000 inwoners is Luik geen metropool, maar het wil er heel graag één zijn. En van alle cafés waar we heengebracht werden, is Le Pot au Lait met verve de aanbevelenswaardigste. Meer bevindingen: hieronder.


Gat opvullen

‘Don’t quit your day job.’ Veel van de Luikse muzikanten die ik spreek – Sébastien van The K., Damien van It It Anita, de helft van Cocaine Piss – deden precies dát: zij gaven in een recent verleden hun job op om zich voltijds op de muziek te storten. Aurélie Poppins van Cocaine Piss werkte tot een jaar geleden bijvoorbeeld aan de ULB (‘Ik was daar professor, haha’). Niet dat je in Luik met punk of noiserock snel rijk wordt, maar het centrum van de stad bevindt zich in een vroeg stadium van opwaardering: het is er veilig genoeg om veel jongeren en kunstenaars aan te trekken, én goedkoop om er te leven.

Sébastien Von Landau (frontman The K.) «De industrie is hier weggetrokken. Overal leegstaande gebouwen, en dus lage huurprijzen. Ik woon voor 500 euro in een appartement op één van de chicste boulevards van de stad. In de buurt St. Léonard, in het noorden van de stad, kun je voor 150.000 euro zelfs een huis met drie verdiepingen kopen: dat vind je in geen enkele andere Europese stad.»

'Als België ooit splitst en Wallonië wordt bij Frankrijk gevoegd, verhuis ik naar Vlaanderen'

Mike Goffard (It It Anita en Malibu Stacy) «Het is gemakkelijker om als muzikant te overleven in Luik dan in New York. Maar geld verdien je hier ook niet. In Wallonië, nobody gives a shit about noise rock. Iedereen luistert naar pop en electro, en voor ons is het krabben. Maar ik klaag daar niet over. Het steekt me tegen dat Belgen altijd klagen.»

Damien Aresta (It It Anita, gitaar) «Wie in Wallonië aan rock-’n-roll doet, is óf jong of arm. En jong zijn we allang niet meer. Daar gaat onze nieuwe song ‘25 (From Floor to Ceiling)’ over: soms gaat het goed, soms gaat het heel slecht. Je neemt de blutsen met de builen.»

HUMO Ik ben hier niet thuis, maar Luik lijkt een mooiere, nettere stad geworden. Dat spandoek van de Club Brugge-ultra’s – ‘Jullie toekomst is net zoals jullie stad. Grijs, miserabel en debiel’ – klopt niet.

Von Landau «Vroeger was het veel smeriger, maar het is nog steeds een vuile stad. Hier is niets chic. Er is weinig georganiseerd en er zijn nauwelijks geijkte paden die je kunt volgen om als muzikant ergens te geraken. In Vlaanderen kunnen beginnende bandjes repeteren en optreden in jeugdhuizen, tot voor kort was er in Luik niets van dat alles. Vreemd genoeg werkt dat aanstekelijk: het gevoel dat je nog alle kanten uit kunt, is spannend. In veel andere steden heerst het gevoel: ‘It’s all been done, wat moeten we daar nog aan toevoegen?’ Hier is het: ‘Er is niets, hoe gaan we dat gat eens opvullen?’»


Wallifornia

‘L’union fait la force’: in Luik wordt de vaderlandse tagline nog luidop en met fierheid uitgesproken. De bouwstenen van de muziekscene hier zijn de zogenaamde collectives: muzikanten en aanverwanten die samen concerten organiseren, en zo later al dan niet doorgroeien tot boekingskantoren, managementbureaus of voldragen labels. Luik telt talloze collectives, enthousiaste guerillatroepen die vaak in een bepaald genre gespecialiseerd zijn. Je hebt onder meer J U N G L E, Honest House, Silenceless, Make It Zero, PopKatari... En JauneOrange, dat vijftien jaar na oprichting geen collective meer is, maar een begrip.

Alex Stevens (mede-oprichter JauneOrange, nu in de organisatie van Dour) «Vijftien jaar geleden hebben we in café L’Escalier met een paar gelijkgestemden JauneOrange opgericht. Er was een kader nodig om muzikanten te helpen zich te ontplooien.

'Het is gemakkelijker om als muzikant te overleven in Luik dan in New York.'

»Een paar van onze eerste bands deden het meteen goed. Hollywood Porn Stars kon touren in Duitsland en Frankrijk. The Experimental Tropic Blues Band ging in New York met Jon Spencer werken. Die internationale focus was hier ongezien. En toen zij terugkwamen van hun reizen, is de rest in Luik ook volwassener geworden. De ogen open, de ambities bijgesteld. Het idee: als zij het kunnen, waarom wij dan niet?»

Von Landau «Veel vroeger waren hier óók goede bands, maar: compleet van elkaar geïsoleerd. Een groep als Ultraphallus had op basis van hun arty sludgedoom-muziek een internationale carrière kunnen hebben. Alleen is niemand hen hier toen uit de modder komen trekken.

»In Luik werkt iedereen samen. Dat én het feit dat je hier goedkoop kunt leven... Die twee samen: eigenlijk is dat communisme, hè (lacht). We gaan op elkaars schouders staan om samen iets te bereiken. Hier circuleren bij wijze van spreken maar een paar nagels om aan ons gat te krabben; waarom zouden we die niet delen? Het is de Wallifornian way of life.»

HUMO Zo bekeken oogt het muziekwereldje in Luik eerder klein. Ken je hier iedereen met een gitaar in huis?

Aurélie Poppins (frontvrouw Cocaine Piss) «De meeste muzikanten gaan ook naar concerten, en als je elkaar maar vaak genoeg tegen het lijf loopt, raak je vanzelf bevriend. Een band die een busje nodig heeft om te touren, vindt altijd een andere band bereid om het zijne uit te lenen.»

HUMO Toch: wie zijn peers ziet scoren, wil zelf ook vooruit. Concurrentie houdt scherp.

Poppins (trekt een vies gezicht) «Dat geloof ik niet. Het druist tegen al mijn waarden in. Je bereikt iets als je samenwerkt – en dat geldt voor alle niveaus van het leven, te beginnen op school. Competitie is vergif.»

Stevens «Luik valt op bepaalde vlakken te vergelijken met Marseille: de mensen hier zijn heel trots op hun stad. Bands zijn fier als de héle stad het goed doet. Dat is ook waarom de muziek in Luik op dit moment beter is dan die van andere steden.»


De eeuwige tiener

Laurent Eyen van de veelbezochte opnamestudio KOKO Records (spreek uit als ‘cocorico’, Frans voor ‘kukeleku’) geeft terloops mee dat veel Luikse muzikanten bovengemiddeld ‘crazy’ zijn, en knoopt daar het vermoeden aan vast dat je misschien wel zot móét zijn om hier muziek te maken.

Poppins «Goede muziek wordt toch altijd gemaakt door interessante, gepassioneerde en dus ongewone mensen? Wanneer heb je voor het laatst een goede song gehoord van een saaie mens? Op het podium doen wij extra onnozel, maar dat hoort bij het genre. Het zou raar zijn als we níét raar deden.»

HUMO In Michael Azerrads ‘Our Band Could Be Your Life’, een boek over de Amerikaanse undergroundmuziek van de jaren 80, zegt Calvin Johnson van Beat Happening: ‘Punk is een sport voor tieners. Of je nu 15, 25 of 35 bent.’

Poppins «Dat is het helemaal. Volwassen worden is: onrecht, bullshit en kromme toestanden zien en berustend denken: ‘Tja, zo is het leven.’ Zo wil ik nooit worden. Een eeuwige, pissige tiener kan tenminste recht in de spiegel kijken. En ik heb op mijn 31ste nog altijd acne, dus mijn lichaam is het met me eens.»

Aresta «Ik ben 38. Maar als ik geen tiener meer was, deed ik wel een echte job.»

HUMO ‘Our Band...’ wordt ook beschouwd als een soort doe-het-godverdomme-zelfbijbel, omdat het de beginselen van de DIY-punkcultuur zo mooi in kaart zet. Heeft het ooit als inspiratiebron gediend?

Poppins (verrast) «Niemand is ooit met DIY begonnen omdat hij een boek had gelezen. Niemand kiest bewust voor DIY. Toen we als tieners in Aarlen concerten in het skatepark organiseerden, was dat omdat niemand anders het deed. Toen ik als 15-jarige spijkers in mijn jasje hamerde, was dat niet omdat ik het leuk vond om dat zelf te doen; er was gewoon geen punkwinkel in de buurt.

»Toen we in Aarlen, waar we zijn opgegroeid, geen concerten meer mochten organiseren – de eigenaar van het skatepark kreeg boel met de gemeente – zijn we met een tiental vrienden naar Luik verhuisd. Omdat we doorhadden dat de muziekscene hier cool was.»

HUMO Zijn hier nog meer mensen aanwezig die puur omwille van de muziek naar Luik zijn verhuisd?

Von Landau «Ja en nee. Ik ben deels opgegroeid in Borgworm, een oersaai dorp waar nooit iets gebeurt. Ofwel maak je daar muziek, ofwel zit je er aan de drugs. En veel dealers zijn er niet (lacht).

»Ik beschouw mezelf als een Luikse muzikant en ondernemer, maar ik hang daar niet aan vast. Ik heb vrienden in Chili, Oekraïne, Canada, zelfs in Vlaanderen, en ik heb dagelijks contact met hen. Ik voel me vooral een wereldburger die toevallig vanuit Luik werkt.»


Belgisch, niet waals

Voor een artikel over Waalse bands komt het onderwerp ‘Vlaanderen’ opvallend vaak aan bod. Cocaine Piss zit om te beginnen bij het Hasseltse label Hypertension Records. En dat het label van It It Anita ‘Luik Records’ heet, en niet ‘Liège Records’, is evenmin toeval.

Aresta «Het begon als een mop, omdat onze manager een Vlaming is. Maar er is meer: de naam ‘Luik Records’ is gewoon onze manier om te benadrukken dat ons land niet ophoudt aan de taalgrens. Politici maken de mensen graag wijs dat het oorlog is tussen Vlaanderen en Wallonië. Maar er is geen muur, er is geen feitelijke grens.»

'Ik ben een wereldburger die toevallig vanuit Luik werkt.'

Goffard «Vlaanderen is bij momenten ook onze grootste afzetmarkt. Er is zogezegd veel gaande in Luik, en dat zal wel kloppen, maar het is voor ons wel heel moeilijk om hier optredens geboekt te krijgen. Het is pas sinds we af en toe in Antwerpen en Gent en zo spelen, dat ze ons hier een béétje ernstig beginnen te nemen.»

HUMO Een ander, vaak gehoord verband tussen noord en zuid: Frankrijk is jaloers op de weelde aan Waalse bands, net zoals ze in Nederland opkijken naar de muziek uit Vlaanderen.

Von Landau «Jaloers? Ze lachen ons minder uit dan vroeger, dat wel. Wat Belgisch is, wordt in Frankrijk tegenwoordig als fancy beschouwd. Vroeger vonden ze ons dom, nu waarderen ze ons om ons donkere gevoel voor humor. Maar dat is een evolutie die teruggaat tot de film ‘C’est arrivé près de chez vous’, die Frankrijk Benoît Poelvoorde heeft doen ontdekken, en heeft minder met recente ontwikkelingen te maken. En die humor is niet Waals, ze is Belgisch. Neem ‘De helaasheid der dingen’: die film had net zo goed in Luik gemaakt kunnen zijn. Als België ooit splitst en Wallonië wordt bij Frankrijk gevoegd, verhuis ik naar Vlaanderen.»

HUMO Zou Gent dan de eerstaangewezen bestemming kunnen zijn?

Von Landau «Onze drummer speelt alleszins ook al bij Kapitan Korsakov.

Yannick Tönnes (Cocaine Piss, drums) «Gent en Luik zijn twee handen op één buik. Het zijn steden met dezelfde vibe. Elke Gentse band wil hier komen spelen, elke Luikse band ginder. Raketkanon, Kapitan Korsakov, Drums Are For Parades: daar komen voortdurend geweldige bands boven water. Onmens speelde op het releasefeestje van onze laatste plaat. En Pieter-Paul Devos (frontman van Raketkanon en Kapitan Korsakov, red.) liep hier toen ook rond. Gent en Luik hebben die dag heel aangenaam verbroederd in de backstage.»


La zone!

Alles komt en gaat: L’Escalier is niet meer de hotspot van vijftien jaar geleden, toen JauneOrange er werd opgericht. Vandaag bevindt het zich pal in een studenten- en winkelbuurt, ‘waar geen volk meer komt dat nog naar rockmuziek luistert’. Maar er is altijd nog La Zone, een concertzaal met pedigree. Tijdens mijn rondvraag haalt iedereen het weetje boven dat ‘Green Day er ooit speelde, tijdens hun eerste Europese tournee’. Daar klinkt vaker verbijstering dan opschepperij in door: La Zone is een kleine kelderzaal, ‘waar het chronisch naar rijst-met-linzen ruikt en de wc’s goorder zijn dan die van de CBGB’s. En als je een beetje enthousiast staat te springen, breek je je hoofd aan het lage plafond.’ La Zone is kleiner dan pakweg de Reflektor – qua omvang en aantrek van bekende buitenlandse namen de plaatselijke AB – maar het staat wel een belangrijke stap éérder in de evolutie. Het is de zaal waar kleine bands groter worden en naam maken, en waar iedereen elkaar ontmoet.

'Volwassen worden is: onrecht, bullshit en kromme toestanden zien en denken: 'Tja, zo is het leven.' Een eeuwige tiener kan tenminste recht in de spiegel kijken'

Stevens «Wanneer de mannen van The Experimental Tropic Blues Band in de Verenigde Staten optreden en er backstage aan andere groepen vertellen dat ze uit Luik komen, is de eerste reactie altijd: ‘Luik! La Zone! Fantastisch!’»

Mathias Estelles Y Carrion (Cocaine Piss, gitaar) «In La Zone gebeurt altijd van alles. Er is tijd en ruimte voor tentoonstellingen, cabaret, workshops, soup kitchens... En er is een excellente mix van volk. Metalheads en hiphoppers door elkaar. Niet alleen punks met mohawks. Misschien vind ik het er daarom zo leuk.

»We hebben hen eens gevraagd of ze erover wilden nadenken om, op hun posters en flyers, de naam van het voorprogramma even groot af te drukken als die van de hoofdact. We doen immers allemaal dezelfde job. Wel, dat hébben ze gedaan. Voortaan staan alle bandnamen op de La Zone-posters in hetzelfde lettertype. Ook dát is Luik. De mensen hier zijn chill en positief en altijd bereid om mee te denken.»


Doorgeefluik

HUMO Wat was er in Luik vóór de wildgroei van beloftevolle bands?

Ralf Leesen (Hypertension Records) «Ik ben zelf opgegroeid in Zichen-Zussen-Bolder, het laatste Limburgse dorp voor je Wallonië binnenrijdt. Wie daar end jaren 80, begin jaren 90 als punkfan opgroeide, was automatisch op Luik aangewezen. Enfin, het was dát of De Vort’n Vis in Ieper. Niet veel later volgden ook de Lintfabriek in Kontich en de Sojo in Kessel-Lo, maar Luik bleef lang de meest aangewezen plek. Een groot deel van de scene daar draaide rond de crust punks, een specifiek, extra vuil klinkend subgenre. Het Luikse Hiatus was ooit een heel grote band in die scene. Met ons label brengen wij op dit moment een samenwerkingsplaat uit tussen leden van Amenra en Scott Kelly van het grote, Amerikaanse Neurosis. Het eerste wat Kelly mij vroeg, was: ‘Leven die mannen van Hiatus eigenlijk nog?’ Hij was zo blij als een kind toen ik hem een oude single cadeau deed.»

'Wij zijn met een tiental vrienden naar Luik verhuisd, omdat de muziekscene hier cool was.'

Aresta «Alles verloopt in cycli. Volgens mij is de huidige cyclus een jaar of vijf geleden begonnen. Toen werd bijvoorbeeld voor de eerste keer het Micro Festival georganiseerd; een heel tof festival, georganiseerd door JauneOrange, met goede buitenlandse en lokale bands, en een aangename sfeer. Wat later kwam ook het Sioux Festival, door de mannen van Dour. Ik weet ook niet waar het aan ligt, maar sinds een paar jaar voel je dat hier weer vanalles leeft.»

HUMO Wat ontbreekt er op dit moment nog?

Estelles Y Carrion (denkt na) «Misschien een extra concertzaal met ruimte voor ongeveer 300 toeschouwers. Er zijn al zalen voor een publiek van 150, van 500 – maar iets daartussen zou nog wel...»

Poppins «Pfff, prinses! Luik heeft veel dingen die we belangrijk vinden – een goede muziekscene, veel diversiteit, een goede sociale mix – maar natuurlijk is het de hemel niet. Hoe saai zou dát trouwens zijn?

»Op de merchandise-stickers van onze band staat behalve ‘COCAINE PISS’ ook ‘LIEGE 4000’. Toen we dat bedachten, was dat als grap bedoeld. Een parodie op al die Amerikaanse bands die pocherig ‘NEW YORK’ of ‘LOS ANGELES’ op hun merchandise plaatsen. Maar toen wij dat voor het eerst deden, was Luik nog een shithole en bijlange niet cool. Omdat het dat stilaan wél wordt, gaat het lijken alsof wij aan het opscheppen zijn. Damn!»


★★★

In Wallonië zeggen ze ‘Système B’ wanneer ze ‘’t Is verre van ideaal, maar het werkt wel’ bedoelen. Muziek in Luik wordt geheel conform ‘Système B’ gemaakt, maar luister naar ‘The Dancer’ van Cocaine Piss, ‘AGAAIN’ van It It Anita of ‘Burning Pattern Etiquette’ van The K., en u zal horen dat het werkt. Niet dat er in Luik alleen punk en alternatieve rock wordt gemaakt. Met Dan San, My Cheap Little Dictaphone, Pale Grey en Hollywood Porn Stars heeft de stad ook een voldragen popscene. Er zijn goede folk- en jazzbands, metalcombo’s en hiphop-posses, en vaak genoeg is het alles door elkaar. Als tijdens onze gesprekken het woord ‘incest’ valt, dan steeds op de minzame toon die we in Vlaanderen nog kennen van de nineties, toen één op drie Antwerpenaren in een band zat met Rudy Trouvé.

Punk is dit jaar naar verluidt veertig geworden. Wie dat wil vieren met een citytrip: sla New York en Londen eens een keertje over en neem de E40 naar Luik. Ze bakken er betere wafels.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234