'Likkende vlammen op een geil sambaritme' Dwarskijker over 'Off the record' en 'Bevegem'

In mijn opvatting vertikt rock-'n-roll het om volwassen te worden, door op een grillige manier eeuwig jong te willen blijven, tegen beter weten in.


Off the Record

Canvas – 28 september

Er is in de kunsten en de kunstjes altegader niets mooier, laat staan indringender, dan muziek. Over deze bewering kan goddank niet worden gecorrespondeerd. Nu ik het toch over muziek heb, de mooiste van alle kunsten en kunstjes: de jongste tijd haal ik als teenager op jaren mijn hart op aan ‘Crosseyed Heart’ van Keith Richards en aan ‘Anthems for Doomed Youth’ van The Libertines. Die laatste plaat kwam onlangs ter sprake in ‘Wonderland’, een avondprogramma op Radio 1. De titel refereert aan ‘Anthem for Doomed Youth’, een gedicht van Wilfred Owen, één van de Engelse war poets. Annelies Moons, de presentatrice van ‘Wonderland’, had het, mede door die titel, over ‘dramatische pubermuziek’. Uit haar toonzetting meende ik een zekere afkeuring te mogen opmaken, alsof ze aandrong op volwassenheid, zoals op zekere dag mijn schooldirecteur toen hij me als 17-jarige in zijn bureau met enig misbaar tot de orde riep. Zijn karakteristieke voorhoofdsader stond op knappen. In mijn opvatting vertikt rock-’n-roll het juist om volwassen te worden, door op een grillige manier eeuwig jong te willen blijven, tegen beter weten in. Laten we de ouderdom maar aan bejaarden overlaten, zij weten er wel raad mee. Rock-’n-roll is de opwindende muziek die in mijn gedachten de filippica van mijn schooldirecteur heilzaam overstemde toen ik 17 was en in de beklaagdenbank zat wegens ongezeglijkheid. Hoewel een oude tante me laatst op een huwelijksreceptie op het hart drukte dat er méér in mij zat, ben ik vermoedelijk nog niet zo slecht terechtgekomen, want ik weet wat ‘filippica’ betekent en ik kan Wilfred Owen thuisbrengen, mocht iemand mij daar onverwachts toe nopen. Wat alvast van die oude tante en heur naaste omgeving niet kan worden gezegd. Tussen haakjes: waarom denk ik eerst anderhalve seconde aan een lintworm als zo’n oude tante me zegt dat er méér in me zit?

Nog meer muziek: Canvas introduceerde onlangs ‘Off the Record’, een programma waarin muzikanten – gelukkig niet de meest voor de hand liggende – het openlijk over díé platen mogen hebben die hun leven in de muziek een bepaalde wending hebben gegeven. Niet bepaald een fonkelnieuw idee, maar daarom nog niet waardeloos.

Geoffrey Burton, onorthodox gitarist, die sommigen kennen van significante werkzaamheden bij Pieter-Jan De Smet en Arno, mocht als eerste in dit programma aantreden. Heden is hij gitarist bij zijn familieaangelegenheid Hong Kong Dong, en naar verluidt is hij ook een veelgevraagd gitarist in Frankrijk, waar hij onder anderen Cali van dienst is, een Franse zanger die buiten mijn belangstellingssfeer werkzaam is.

Het was erg prettig om bij Geoffrey Burton thuis een wandmeubel vol cd’s te zien, en ook nog aanzienlijke hoeveelheden elpees, die ertegenaan leunden. Tastbare geluidsdragers. Hoe heerlijk was en is het niet om in een platenbak te bladeren? De vader van Geoffrey Burton was nog niet zo lang geleden gestorven. Hij had zijn zoon een mooie maar ook wel door merg en been gaande platencollectie nagelaten: alle muziek die hem in zijn kindertijd al was aangewaaid, bijvoorbeeld het zo goed als eeuwige ‘Sympathy for the Devil’ van The Rolling Stones, een nummer dat op hitsige percussie drijft, likkende vlammen op een geil sambaritme. Geoffrey Burton zei dat hij nog het liefst drummer was geworden, maar de gitaar, het allermooiste instrument – ook hierover wordt niet gecorrespondeerd – was ertussen gekomen. Hij bleek oor te hebben voor lyriek, of melodieusheid in percussie, zelfs in drummachines, wat ongetwijfeld zijn gitaarstijl heeft beïnvloed.

Uit deze aflevering van ‘Off the Record’ bleek ook dat liefde voor muziek, die naam waardig, vooral divers is: zowel Manu Dibango als Prince als Iggy Pop – die hij nog begeleid heeft – kwamen aan bod. Geoffrey Burton had een voorliefde voor Pops vergeten elpee ‘Zombie Birdhouse’: ‘Ik hou van verguisde platen.’ Op de hoes van die plaat stond ‘gegarandeerd zonder synthesizers’ terwijl de gitaren hun best deden om zo synthetisch mogelijk te klinken.

Geoffrey Burton hoorde ook veel in het gitaarspel van de betreurde Lou Reed, zoals hij het op ‘Street Hassle’ had gehoord: expressie die uit een technische beperking voortkwam. Van je tekortkomingen een stijlmiddel maken, is vast ook een kunst. Ik vind de totale Lou Reed van grote betekenis, maar ik heb dan weer geen zin om echt vaardige gitaristen, of virtuozen, als minder artistiek af te doen. Volkomen terecht herinnerde Geoffrey Burton ons aan de betreurde Mick ‘Ronno’ Ronson, de vooraanstaande Spider From Mars, die hard en toch zangerig speelde, haast kosmisch kon gieren, en ongetwijfeld een betere gitarist was dan Lou Reed, de Nachtegaal van New York.

Ik weet niet of iemands muzikale smaak een betrouwbaar inzicht verschaft in diens persoonlijkheid, zodat ik ook niet weet of ‘Off the Record’ valabele portretkunst oplevert, maar ik denk nu al dat ik een vaste afnemer van dit programma ben.

'Maaike Cafmeyer speelde in 'Bevergem' een seksueel overdraagbare lellebel die de lotto gewonnen heeft en daar liever hardop over zwijgt, tegen iedereen die het maar wil horen'


Bevergem

Canvas – 30 september

Ik bracht mijn jongensjaren door op een zogeheten drieprovinciepunt. Mijn ouderlijk huis bevond zich in Oost-Vlaanderen; één dorp verder in oostelijke richting verhief het heuvelachtige Henegouwen zich: men sprak er Frans – koeterwaals eigenlijk, een modderig patois waaruit je als francofiel kon opmaken dat het nog een verdomd end fietsen was vooraleer de Eiffeltoren in zicht zou zijn. Eén dorp verder in westelijke richting begon West-Vlaanderen, een provincie waar ik met gemengde gevoelens, en met vallen en opstaan, school heb gelopen. De gemeente waar ik dat middelbaar onderwijs heb verbeten, lag vlakbij Kooigem en Zwevegem, locaties waar ‘Bevergem’ is opgenomen. De politiek correcte dogmatiek gebiedt eenieder om omzichtig om te springen met het begrip ‘volksaard’ en te allen tijde af te zien van vooroordelen, maar omdat politieke correctheid de werkelijkheid alleen maar verbloemt en dan ook geen journalistieke deugd is, durf ik te stellen dat de sfeer waarin ‘Bevergem’ en de Bevergemnaren baden mij erg bekend voorkomt, en uiterst realistisch is: feels like coming home, en als we uitgelachen zijn, maken we ons er weer spoorslags uit de voeten, zoals vroeger.

Het ochtendritueel van Freddy De Vadder (Bart Vanneste) was een uitstekend begin: de sigaret als zuurstofslang en morgenlicht dat in hoofdzakelijk lege flessen blikkert, terwijl Freddy in de mate van het mogelijke bijtrekt van zijn nachtrust. Freddy De Vadder, die op het podium munt slaat uit zijn marginaliteit en ook deskundig is op het gebied van leeflonen, heeft zijn woonstede Gent, het asielcentrum voor West-Vlamingen uit de culturele sector, verlaten om zich ter hoogte van Bevergem opnieuw in zijn natuurlijke taalgebied te vestigen. Daar moet uiteraard méér achter zitten. Aan het eind van de eerste aflevering zagen we één van zijn vriendinnen, die in Gent op Freddy’s huis past, mogelijk omgebracht worden door een jong meisje. Er is iets gaande waar wij en Freddy voorlopig geen weet van hebben. Wij wellicht nog net iets minder dan Freddy.

De ingezetenen van Bevergem zijn veelbelovend: de pierewaaiende ritselaar Claude Delvoye (Piet De Praitere), een volle neef van Wim Delvoye en ook nog eens OCMW-voorzitter, is me nu al een waar genoegen. Dat geldt ook voor Anja (Maaike Cafmeyer), een seksueel overdraagbare lellebel die de lotto gewonnen heeft en daar liever hardop over zwijgt, tegen iedereen die het maar wil horen. Ze gaat alvast duurder gekleed dan de rest van het personeel van de kringloopwinkel waar ze, in afwachting van een luizenleven, ‘in vooropzeg’ is. Ook interessant is de sullige Kurt (Dries Heyneman), de vrijgezelle winkelier wiens bazige moeder nog maar pas is overleden: een tragische solitair die zich telkens weer laat intimideren door Amar (Zouzou Ben Chikha), een chagrijnige, op het eerste gezicht rücksichtslos geïntegreerde allochtoon die, of hij daar nu zin in heeft of niet, op commando zijn vrouw Martine (Ann Tuts) moet bestijgen, die zo te zien niet in een wip zwanger is.

Er zat een kunstig en toonaangevend shot in de eerste aflevering van ‘Bevergem’: de camera gleed starend langs de lintbebouwing; voor elke voordeur zat een pittoresk kluitje mensen in het zonnetje, markante levende have die er geen misverstand over liet bestaan dat wij ons tot onze nek in la Flandre profonde bevonden, waar humor uitstel van huilen met de pet op is, maar geen afstel. De Bevergemnaren mogen dan wel enige samenhang vertonen, het kan niet anders of hun plaatselijke gemeenschapje zal, voor ons vermaak, naar de filistijnen gaan, met Freddy De Vadder als katalysator. Ik ben, waarde lezersschare, na één aflevering al voor ‘Bevergem’ en z’n rake cast te vinden.

West-Vlamingen moeten vooral niet denken dat ze voortaan geen Nederlands meer hoeven te leren.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234