Literaire klassiekers: op zoek naar de nieuwe 'Stoner'

In letterenland heerst dezer dagen de klassieker. ‘Stoner’ van John Williams zette de trend. Sinds iedereen is bezweken voor het veronachtzaamde meesterwerk uit 1965, blinken uitgevers met gepaste ijver al dan niet vergeten parels op, beleven literaire goudzoekers hoogdagen en wisselen lezers gretig tips uit.

David van Reybrouck ‘Kinderjaren’

David van Reybrouck «‘Kinderjaren’ (1939) van de onderwijzer Norbert Edgard Fonteyne, mij aangereikt door Frederik van antiquariaat Het ivoren aapje in Brussel, is een vergeten meesterwerk. Het verbaast me dat het dezer dagen niet wordt heruitgebracht, want het is één van de mooiste Vlaamse boeken over de Eerste Wereldoorlog.

»Fonteyne, geboren in 1904, was 10 toen de oorlog uitbrak en heeft in de jaren 30 zijn herinneringen aan zijn kinderjaren in oorlogstijd genoteerd. ‘Kinderjaren’ wordt beschouwd als het werk van een Vlaamse Proust, met zijn mijmerende evocatie van impressies en herinneringen. ’t Is geen strak verhaal, maar een poëtisch meanderende tekst over een kindertijd in bezet gebied. Een ronduit prachtige tekst, twintig jaar geleden voor het laatst herdrukt, met een voorwoord van Benno Barnard.

»‘Kinderjaren’ is destijds postuum verschenen, want Fonteyne stierf, amper 34, tijdens het nalezen van de drukproeven. De dag van zijn dood had hij op school ruzie gehad over een geschrapte uitstap en daar had hij zich enorm over opgewonden. Dat typeert deze bijzondere man: hij had progressieve ideeën over onderwijs, en was, komende uit een Franstalig nest, Vlaamsgezind. Voor mij is hij extra bijzonder omdat hij uit Oedelem komt; in het aangrenzende dorp, Assebroek, heb ik míjn kinderjaren doorgebracht.»

Annelies Verbeke ‘Het huis in de duinen’

Annelies Verbeke «Van mij mag het volledige oeuvre van de Franse auteur Maxence Van der Meersch worden herdrukt, te beginnen met zijn debuut ‘Het huis in de duinen’ (1932).

»Van der Meersch werd geboren in Roubaix, in het grensgebied tussen Frans-Vlaanderen en de Westhoek. Hij was de zoon van een rijke, atheïstische industrieel, trouwde met een arbeidersvrouw en werd steeds geloviger. Dat was méér dan rebellie tegen zijn vader; het kreeg een interessante weerslag in zijn romans. Hoewel zowel de katholieken als de socialisten hem op bepaalde momenten naar voren wilden schuiven als ‘hun’ schrijver, laat hij telkens weer zien dat goed en kwaad zich gelijkmatig over de verschillende milieus verdelen. Nu en dan staat in al die verschillende groepen een zeldzame held op.

»Van der Meersch’ werk is ook in historisch opzicht interessant. Hij herinnert je er bijvoorbeeld aan dat Vlamingen ook migranten zijn geweest. Omgeven door rampspoed, landschap en een veelheid aan personages en gebeurtenissen laat hij op een hoogst eigenzinnige manier een ‘geloof in het goede’ door de bladzijden heen broeien. Hij is geen feilloze schrijver, maar wel een heel bijzondere.»

Yannick Dangre ‘De onverschilligen’

Yannick Dangre «‘De onverschilligen’ (1929) is het debuut van de Italiaanse schrijver Alberto Moravia. Het is een vilein, ingenieus opgebouwd boek dat vier personages volgt. Afwisselend krijgen we de gedachten mee van moeder Mariagrazia, dochter Carla, zoon Michele en Leo, de minnaar van Mariagrazia. Wanneer Leo ook zijn oog op Carla laat vallen – wat Michele al snel door heeft – ontstaat er tussen de vier een complexe verhouding die voortdurend op het scherp van de snee balanceert. De personages zijn de hele tijd bang dat hun verraad ten opzichte van elkaar wordt ontmaskerd, maar ze gaan er tegelijk wel lustig mee door. Met haarfijn psychologisch inzicht, een slimme plot en een demonisch genoegen schrijft Moravia hen allen liefdevol de afgrond in. ‘De onverschilligen’ is een absoluut meesterwerk dat veel te weinig gelezen wordt.»

Joost Vandecasteele ‘Breakfast of Champions’

Joost Vandecasteele «Waarom kies ik voor ‘Breakfast of Champions’ (1973) van Kurt Vonnegut? Omdat het grappig, scherp en vreemd is. Drie woorden die elke auteur op het binnenste van zijn of haar oogleden moet laten tatoeëren om er elke seconde aan herinnerd te worden. Wat mij betreft een beter boek dan ‘Slachthuis 5’, met een slechtere verfilming. De onderkoelde humor uit de roman wordt kapotgemaakt door een hyperkinetische Bruce Willis. Maar ja, hoe speel je een man die te weten komt dat hij de enige is met een vrije wil, en dat alle andere mensen robots zijn, gemaakt om hem te irriteren? Kurt Vonnegut is voor mij hét bewijs dat een schrijver een serieuze stempel op een maatschappij kan drukken zonder zichzelf te serieus te nemen.»

Griet Op de Beeck ‘Revolutionary Road’

Griet Op de Beeck «Richard Yates is één van mijn favoriete schrijvers. Het is moeilijk kiezen tussen zijn titels, maar omdat het moet, ga ik voor zijn debuut: ‘Revolutionary Road’, het verhaal van de Wheelers uit 1961. Omdat een boek zelden zo gestaag en prachtig traag het onvermogen om te leven en lief te hebben wist te beschrijven. Omdat zijn stilistische brio nooit in de weg van het verhaal gaat staan, iets waar naar mijn gevoel niet elke schrijver altijd in slaagt. Omdat eenzaamheid zelden zo in mijn eigen hoofd kroop tijdens het lezen. Omdat het boek in al zijn heerlijke complexiteit schuurt en trekt en aanvuurt en verleidt en ontregelt, allemaal tegelijk. Echt een boek om ondersteboven van te zijn en te blijven, om te lezen en te herlezen.»

Fikry El Azzouzi ‘Hongerjaren’

Fikry El Azzouzi «‘Ik kan niet schrijven over de melk van vogels, de zachte wurggreep van de engelen, de cascade van leeuwen en de grote borsten van vrouwen. Ik kan niet met een kristallen penseel schrijven. Voor mij is schrijven een protest, geen parade.’ En of Mohamed Choukri protesteerde! Met zijn autobiografische debuutroman ‘Hongerjaren’ (1973) veroorzaakte hij meteen opschudding: het boek werd door de Marokkaanse overheid vrijwel direct verboden. In de rest van de wereld groeide ‘Hongerjaren’ uit tot een klassieker, terwijl in Marokko de censuur pas in 2000 werd opgeheven.

»De roman is al oud, maar zijn rauwe, harde taal grijpt nog altijd naar de keel. Mohamed Choukri, die pas op zijn 20ste leerde schrijven, heeft met ‘Hongerjaren’ een boek geschreven dat je doet duizelen van walging, van ongemak en ook van schoonheid. Maar vooral ook van begrip: ’t is bij uitstek een boek voor wie vijftig jaar migratie wil begrijpen, voor wie de geschiedenis van de nieuwe Belgen wil leren kennen. Want wat weten jullie nu over ons? Wel, lees het boek.

»Laat ik tot slot de vergelijking maken met de Vlaamse literatuur: wat ‘De Kapellekensbaan’ en ‘Het verdriet van België’ betekenen voor de Vlaamse literatuur, betekent ‘Hongerjaren’ voor de Maghrebijnse literatuur – maal duizend.»

Paul Mennes ‘De paradijsvogel’

Paul Mennes «Er zijn angstwekkend veel vergeten boeken die ik klassiekers zou noemen. Als het een boek moet zijn van voor mijn geboortedatum, denk ik dat ‘De paradijsvogel’ van Louis Paul Boon geen slechte keuze is.

»Ik weet uit goede bron dat alle schoolkinderen tegenwoordig hun iPhones en computers met veel plezier uit het raam gooien om ‘De Kapellekensbaan’, ‘Zomer te Ter-Muren’ en ‘Pieter Daens’ te lezen, maar ‘De paradijsvogel’ ontsnapt meestal. Toch is het een opmerkelijke roman. Boon was zijn tijd wel degelijk decennia vooruit. Dit boek verscheen in 1958 en heeft alles om een Generatie Uweetwel-meesterwerk te zijn. De ondertitel luidt ‘Relaas van een amorele tijd’ en is dus al niet gedateerd. Verder bestaat ‘De paradijsvogel’ uit korte hoofdstukken en komen er verschillende vertellers aan het woord, onder wie een serial killer (iets waarmee je mensen zelfs nu nog tegen de haren strijkt), een makkelijk herkenbare Hollywoodactrice en een sprekende dode. Wat wil je nog meer, eigenlijk?»

Jeroen Theunissen ‘De werf’

Jeroen Theunissen «Vrolijk word je niet van de boeken van de Uruguayaan Juan Carlos Onetti. Een diep pessimisme, dat echter nooit cynisch of goedkoop is, waart door zijn werk. Zijn wereld betreden is moeilijk, die achteraf opnieuw verlaten nog moeilijker. Ten onrechte wordt Onetti bij ons amper gelezen; zijn Zuid-Amerikaanse collega’s Julio Cortázar, Carlos Fuentes en Gabriel García Márquez bewonderden hem mateloos, en volgens Mario Vargas Llosa was hij de vader van de Zuid-Amerikaanse roman. In ‘De werf’ uit 1961 (‘El astillero’, vertaald door Barber van de Pol) probeert de Argentijnse scheepsbouwer Larsen in Santa María – Onetti’s tegenhanger van Macondo – met de moed der wanhoop een oude, verlaten scheepswerf nieuw leven in te blazen. De tijden zijn moeilijk en Larsen is, hoe hij ook probeert, niet meer dan een speelbal van omstandigheden die hem ver te boven gaan. Klinkt dit actueel? Larsen weet zelf dat zijn poging om de oude glorietijden te laten herleven tot mislukken gedoemd is, maar zo af en toe wordt hij opgeschud door een vlaag van zelfbedrog en gelooft hij dat het hem toch zal lukken. In een harde, meedogenloze, maar prachtige stijl ontleedt Onetti de tragische neergang van deze kleine ondernemer.»

Dimitri Verhulst ‘Charms’ verzamelde verhalen’

Dimitri Verhulst «Als jurylid van de Finnegan’s List – die volgend jaar op de Frankfurter Buchmesse zal worden voorgesteld en die tot doel heeft ten onrechte onvertaalde en/of ongelezen meesterwerken uit het verleden opnieuw onder de aandacht te brengen – breek ik, onder meer, een lans voor de verzamelde verhalen van Daniil Charms, die twintig jaar vóór Samuel Beckett het absurdisme naar een hoogtepunt voerde.

»Niets is zo vermakelijk als een bijeenkomst van Charms-lezers; zij houden er niet mee op samen zijn ultrakorte verhalen na te vertellen. De observatie van het alledaagse in het werk van Charms is dan ook om vingers en duimen bij af te likken. Absurd, maar herkenbaar. En laat het, paradoxaal genoeg, net die herkenbaarheid zijn die hem het leven en het schrijven bemoeilijkte, geplaagd als hij werd door een communistisch regime dat zwoer bij de on-stijl van het socialistisch-realisme.

»Zoals ook Sándor Márai recentelijk uit de vergeetkrochten van de linkse literatuurpolitie werd gered, en Gajto Gazdanov, zo lijkt het mij de hoogste tijd dat de geschiedenis ook Daniil Charms eindelijk gelijk zal geven.»

Peter Terrin ‘Een liefde’

Peter Terrin «Laat mij een lans breken voor één van de grote stilisten uit Italië, Dino Buzzati. De man verwierf bekendheid met zijn krantenstukken voor de Corriere della Sera en met de roman ‘De woestijn der Tartaren’ (1939), een existentieel meesterwerk dat over de hele wereld als dusdanig erkend wordt. Mijn ‘Stoner’ heet simpelweg ‘Een liefde’ (1963), en verscheen in 2006 in het Nederlands bij de Wereldbibliotheek. Het is Buzzati’s laatste roman, over de obsessie van Antonio, een 50-jarige, wat timide architect in Milaan, voor een jong, wellustig wicht in een bordeel. Niets nieuws onder de zon? Dan hebt u nog geen kennis gemaakt met de pen van Buzzati. De taal is in dit boek de grootste verleider. Geen make-up, geen jarretellen, geen platinablonde pruik. Onopgesmukt beneemt ze je de adem. Na een paar pagina’s ben je in de ban en wordt de obsessie van Antonio pijnlijk invoelbaar. U bent gewaarschuwd.»

Ivo Victoria ‘Kosmos’

Ivo Victoria «Ik kies voor ‘Kosmos’ van Witold Gombrowicz uit 1965, een behoorlijk gestoord relaas van twee Poolse jongens die rust zoeken op het platteland, maar al op bladzijde 2 een opgehangen mus (!) ontdekken. Daarna volgt een even hilarische als verbijsterende reeks pogingen om zowat alles wat ze tegenkomen en wat voor gewone mensen onzichtbaar of toevallig is, met elkaar te verbinden en terug te voeren tot die mus. Klinkt raar? Is raar. Maar ook: briljant geschreven, in een verslavend hoog tempo – je móét mee en tegelijk wil je de hele tijd terugbladeren om nóg eens mee te mogen. Daarnaast is de paranoia die de protagonist in haar greep heeft, soms op verontrustende wijze herkenbaar – maar misschien ligt dat aan mij. Gombrowicz heeft nadien in een interview gezegd dat ‘Kosmos’ hem bang kon maken. Ik snap dat. Het boek is alleen nog tweedehands te vinden. Schande!»

Bart Meuleman ‘63: Dream Palace’

Bart Meuleman «Als het over de Amerikaanse meesters van het kortverhaal gaat, worden vooral Raymond Carver, John Cheever of Richard Yates bedoeld. Zelden valt de naam van James Purdy. Mogelijk omdat zijn taal een tikje barokker is, waarschijnlijk omdat hij zulke bizarre sferen weet te scheppen. Dat geldt in het bijzonder voor ‘63: Dream Palace’ (1956), een novelle die in Manhattan speelt.

»Twee zwarte broers, jongens nog, ontvluchten het platteland van West-Virginia en komen in een leeg spookhuis aan 63rd Street terecht. Daar vergaat het hun niet bepaald beter dan op de boerenbuiten. Terwijl de oudste zich als attractie verhuurt in het nachtleven, ligt de jongste, onder de luizen, in het koude bed van hun nieuwe thuis te sterven. Na amper 60 pagina’s schiet er van de American dream niets over. Maar eigenlijk vat ik nu veel te rechtlijnig samen wat zich als een bad trip laat ervaren.

»In het Nederlands verscheen deze literaire nachtmerrie, samen met elf prachtige korte verhalen, ooit onder de titel ‘Kleur van duisternis’. Dat is een treffende titel. Zoek dat boekje in het antiquariaat. Lees het. U zult er geen spijt van hebben.»

Saskia de Coster ‘De staart’

Saskia de Coster «‘De staart’ van Patricia de Martelaere verscheen in 1992 en kan dus niet helemaal exact bij de boeken van vóór mijn geboorte gerekend worden. Maar het móét weer verkrijgbaar zijn bij uw betere en eventueel ook slechtere boekhandel – als het maar weer kan circuleren.

»De roman is dermate vlot geschreven dat je haast vergeet naar wat voor fabelachtige dieptes De Martelaere reikt. Veel is daar niet voor nodig: De Martelaere vertelt over een opgroeiend jongetje dat door het leven struikelt. De moeder van de 12-jarige nakomer Theo is op de koop toe erg ziek en de dood lijkt Theo om iedere hoek op te wachten. Hij krijgt de bijnaam ‘de staart’, omdat hij zich aan een kameraad vastklampt. Bovendien kan de jongen met die rare tweevoeters genaamd mensen maar moeizaam overweg, terwijl hij zich bij viervoeters wel meteen thuisvoelt.

»‘De staart’, deels opgevat als een handboek voor de verzorging van honden, is zonder twijfel één van de ontroerendste, slimste en schrijnendste verhalen ooit verschenen in de hondenliteratuur én in de Nederlandstalige literatuur. Ruim vijf jaar na de dood van schrijver-filosoof Patrica de Martelaere móét dit boek opnieuw tot leven komen. Door lezers, maar eerst dus door drukpersen.»

Roderik Six ‘Gravity’s Rainbow’

Roderik Six «‘A screaming comes across the sky. It has happened before, but there is nothing to compare it to now.’ De openingsregel zegt het al: alles is al eens gebeurd, maar zeker niet op deze manier. Postmoderne kluizenaar Thomas Pynchon – hij weigert zich te laten fotograferen, maar speelt wel gretig mee in afleveringen van ‘The Simpsons’ – pende met ‘Gravity’s Rainbow’ een burleske Amerikaanse klassieker bij elkaar die, hoewel het boek uit 1973 stamt, nog steeds als een rollercoaster leest. Een wirwar aan verhalen over paranoïde geheim agenten, V2’s en sm-meesteressen, mysterieuze codes en mechanische octopussen, allemaal vakkundig bijeengeknoopt in een lijvig boek dat helaas niet meer in het Nederlands verkrijgbaar is. Maar het vitalistische Engels van Pynchon mept je genadeloos tegen de mat. Zelden voelde een ko zo heerlijk aan.»

Christophe Vekeman ‘Liefdeleven’

Christophe Vekeman «‘Een nagelaten bekentenis’ uit 1894 is zonder twijfel en terecht zijn bekendste boek, maar ook in ‘Liefdeleven’, zijn laatste, in 1916 verschenen roman, weet Marcellus Emants duizelingwekkend diep door te dringen in de krochtenrijke psyche van zijn beide hoofdpersonages. Kunstschilder Christiaan Duyts en de veel jongere Mina Boswijk gaan spartelend ten onder in een huwelijk dat nooit voltrokken had mogen worden. Emants’ schildering van de ronduit atoomoorlogachtige strijd tussen de seksen is een angstaanjagend vuurwerk van illusieloosheid, een worgend beklemmend geschrift dat je bladzijde na bladzijde noopt jezelf in te prenten dat je godzijdank slechts bezig bent met het lezen van een roman. Maar dan een zo meeslepende roman dat het leven zelf erbij verbleekt. In de Nederlandstalige letteren ongeëvenaard. En in de wereldliteratuur eveneens, als je ’t mij vraagt.»

P.B. Gronda ‘Young Hearts Crying’

P.B. Gronda «Ik was al geboren toen in 1984 het voorlaatste boek van Richard Yates verscheen, maar ik heb het toen niet meteen gelezen. Voornamelijk omdat ik eerst nog enkele zaken moest leren, bijvoorbeeld lezen en schrijven, de Engelse taal en ook dat de mens fundamenteel een tragisch, eenzaam wezen is. Gelukkig voor de literatuur had Richard Yates zich precies die drie zaken tegen dan al grondig eigen gemaakt.

»Uitleggen waarover ‘Young Hearts Crying’ gaat, is uitleggen waar al het werk van Yates rond draait. Namelijk jeugdige, groteske plannen. De American dream van de jaren 50 en 60. Veel ambitie. Veel pretenties. Veel New York. Het leven lijkt wel te kunnen ontploffen van geluk en opportunities. En dan gaat alles en iedereen kapot. Niet met een klap, maar langzaam en schrijnend, en met veel alcohol in de wonden. Plannen worden uitgesteld, de grote kansen vallen tegen, kleuren verschralen en koffie wordt koud tot er schimmel op groeit. Elke menselijke onderneming is pathetisch. We staan allemaal in de weg van ons eigen geluk en zijn dus uiteindelijk – daar zul je het hebben – alleen, maar verder wordt er ook altijd goed gelachen!

»Kortom, voor wie dacht dat het nogal een feest geweest moet zijn, die ‘Mad Men’-jaren: Richard Yates. En het heden zal u toelachen als nooit tevoren. Of het zou natuurlijk moeten blijken dat sommige dingen nu eenmaal nooit veranderen…»

Yves Petry ‘Gesprekken met Leuco’

Yves Petry «‘Gesprekken met Leuco’ (1947) van de Italiaanse schrijver Cesare Pavese is naar mijn persoonlijke smaak het enige leesbare boek van deze auteur, maar het is dan ook meteen overweldigend goed.

»Het bestaat uit 27 dialogen tussen figuren uit de Griekse mythologie, die elkaar vertellen over hun ervaringen met wreedheid, sterfelijkheid, seksualiteit en de onverschilligheid der goden. De grote thema’s van het leven, met andere woorden. Een verademing voor de lezer die in fictie iets anders zoekt dan het opgeklopte pathos van de zogenaamde actualiteit – poëzie, bijvoorbeeld, of getuigenissen van vreugde en leed waarin de mens van alle tijden spreekt en niet alleen het wat kortzichtige kind van ons toevallige tijdsgewricht.

»Er wordt gezegd dat een exemplaar van dit boek op het nachtkastje van de auteur lag toen hij, drie jaar na de verschijning ervan, in zijn hotelkamer zelfmoord pleegde. Met enige zin voor dramatiek kan men daarin een statement zien: nec plus ultra.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234