null Beeld

Lize Spit - Het smelt

Literaire hypes: ’t is altijd oppassen als je op die trein wilt springen, want voor je ’t weet is-ie alweer bruusk tot stilstand gekomen. De boekenwereld stort zich immers maar wat graag op die ene witte raaf die het onmogelijke klaarspeelt: een roman schrijven die het grote publiek inpalmt en sneeuwbalgewijs aan het rollen gaat. Sinds een paar weken klinkt vanuit Brussel het gebulder van zo’n literaire sneeuwbal. Hij heet ‘Het smelt’, telt bijna 500 bladzijden en is het romandebuut van de 27-jarige Lize Spit.

mke

In de eerste tien dagen na de publicatie ging ‘Het smelt’ al meer dan 10.000 keer over de toonbank. Wie ’m in de bibliotheek wil bemachtigen, moet bereid zijn een oog of ander lichaamsdeel in de strijd te verliezen. Ook critici verdringen zich om het debuut van Spit onder accolades te bedelven. In 2013 won de jonge auteur de schrijfwedstrijd WriteNow!, waarna ze in alle stilte aan haar eerste roman begon. Maar liefst zes uitgeverijen zagen wel brood in ‘Het smelt’. Spit koos uiteindelijk voor Das Mag, de uitgeverij van Das Magazin, die tot stand kwam dankzij crowdfunding en met schrijvers als Maartje Wortel en Gouden Uil-laureaat Niña Weijers toont dat ze een neus heeft voor fris, jong talent. Al is het instantsucces van ‘Het smelt’ ook voor de uitgeverij ongezien.

Om maar meteen even scherp te stellen: het debuut van Spit verdient veel meer dan een kortstondige, gehypete triomftocht. Ook zouden we haar krachttoer oneer aandoen door almaar op haar ‘prille leeftijd’ te hameren. Het lijkt veeleer een teken van de tijd dat iemand die op 27-jarige leeftijd gewag maakt van een portie levenswijsheid als curiosum wordt beschouwd. Wat ‘Het smelt’ zo kostbaar maakt, is dat het geen precedent kent: pas nu krijgt de generatie die opgroeide in de jaren 90 een literaire stem die naam waardig. Eindelijk is er een grootse roman van en voor de ninetieskids, die Get Ready! van overtuigd hetero naar schoorvoetend homo zagen gaan, en computers van logge, zoemende bakken tot blikkerende schermen op handpalmformaat.

Die jaren 90 lijken in het kneuterige Kempische dorpje Bovenmeer, de heimat van Spits’ hoofdpersonage Eva, een eeuwigheid geleden. Bovenmeer ligt tussen twee snelwegen in geprangd, maar de vooruitgang lijkt de afslag ernaar hardnekkig te negeren. Haar eerste levensjaren beleeft Eva dan ook in zoetig, eenvoudig geluk, als lid van ‘de drie musketiers’, een vriendschapsverbond met Pim en Laurens, de enige twee jongens die net als zij in 1988 in Bovenmeer werden geboren. Hun vriendschap lijkt aanvankelijk zo uit een Marc De Bel-boek te komen, tot de puberteit voor spelbreker komt spelen en het verbond tot iets grimmigs maakt. De schuchtere Eva, in tegenstelling tot andere meisjes ‘niet fijn geslepen, maar met een botte punt’, wordt meegesleurd in een pervers spel, aangevuurd door hoge doses testosteron, groepsdruk en knagende, jeugdige onzekerheid. Ook thuis maakt Eva deel uit van een noodlottige drie-eenheid: net als haar oudere broer Jolan en haar jongere zusje Tes probeert ze het ongeluk van haar ouders, allebei hardnekkig aan de fles, krampachtig in te dijken.

Het relaas van die ongelukkige jeugd ontvouwt Spit tergend traag, als een ongeval in slow motion. Wegkijken is daarbij onmogelijk. De tweede verhaallijn, waarin we Eva als jonge vrouw terug zien keren naar haar geboortedorp, met een mysterieuze blok ijs in haar auto, leest als een trieste coda, tegelijk echo en versterking van al die jeugdige tragedie. Net als haar hoofdpersonage heeft Spit een scherp oog voor ‘de donkerte in mensen’, al vervalt ze nooit in het soort ongeluksfetisjisme dat ‘Vele hemels boven de zevende’ – die andere gehypete roman (van Griet Op de Beeck, red.) – soms kleurde. De tragedie in ‘Het smelt’ is hartverscheurend, maar wars van sentiment. Spit hangt haar verhaal op aan ervaringen, gebeurtenissen en anekdotes, en laat expliciet gepsychologiseer achterwege. In dat web vangt ze haar levenswijs-heden, die daardoor des te beter blijven plakken.

Het gevoel dat na ‘Het smelt’ blijft hangen, is behoorlijk wrang, al gebruikt Spit humor, en vooral nostalgie, om de boel verteerbaar te maken. Of misschien is het juister om te stellen dat de nostalgie in ‘Het smelt’ zich evengoed op de gevaren uit Eva’s kindertijd vastpint als op de veilige havens. De helverlichte gloed waarin onze diepste jeugdherinneringen baden, zo toont Spit, kan zowel verwarmen als schroeien. ‘Dat de zomermaanden me later het meeste zouden bijblijven wist ik al voor ze voorbij waren. Er viel meer zonlicht op onze bewegingen, herinneringen hieraan konden zich scherper ontwikkelen.’

In interviews werd Spit al veelvuldig ondervraagd over de autobiografische inslag van haar roman. Ons maakt het eerlijk gezegd niet uit hoeveel Eva De Wolf er precies in Lize Spit zit en omgekeerd. Eva zit ondertussen diep in ons systeem genesteld – dat is uiteindelijk al wat telt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234