null Beeld

'Losweg beschaafd' Dwarskijker over 'Alleen Elvis blijft bestaan' en 'Echt niet OK!'

Behalve haar borsten onthulde Cath Luyten ook dat haar man Frank Raes zich soms op plastic schoeisel van het merk Crocs voortbeweegt – zonder sokken aan

'Blijf bestaan, Elvis, hoe eenzaam je in de hedendaagse televisieprogrammering ook mag zijn'


Alleen Elvis blijft bestaan

Canvas – 19 december

‘Alleen Elvis blijft bestaan’ heeft een mooi najaar achter de rug: op de gastenlijst prijkte niet één klaarblijkelijke poseur, nu ja, hooguit een halve. Zijn of haar naam noemen zou me te ver voeren, maar niets mag u beletten zelf een naam te prevelen en daarbij te denken: ‘Díé bedoelt hij, de etterbak, het kan niet anders.’

Mijn generatiegenoot Herman Koch, internationaal bestsellerauteur, was de laatste gast van dit seizoen. Tot mijn vreugde raakte hij om te beginnen Gerard Reve aan op het scherm van de beeldjukebox. Aangezien Reve, voor altijd één van mijn lievelingsschrijvers, al negen jaar ter ziele is, en met het engelengeduld van een dode op wederopstanding ligt te wachten in Machelen-aan-de-Leie, kun je je met recht en reden afvragen of hij nog wel gelezen wordt. De eeuwigheid voor schrijvers is namelijk flink gekrompen in een tijdperk waarin menigeen kort van memorie is. Het aantal assertieve dwazen dat schaamteloos zegt dat iets of iemand van ver voor hun tijd is, neemt in elk geval schrikbarend toe. Herman Koch koos een fragment uit Reves ophefmakende televisieoptreden in de Amsterdamse Vondelkerk in 1969, het jaar waarin hij de P.C.Hooft-prijs in ontvangst mocht nemen. Toen heette dat godshuis aan het Vondelpark nog voluit kerk van het Allerheiligst Hart van Jezus, een naam die Gerard Reve, ten prooi aan religieuze extase en rode wijn – zeg maar bloed van Christus – op eigen kracht bedacht had kunnen hebben. Herman Koch vertelde dat zijn breeddenkende en bovengemiddeld geletterde ouders hem destijds dat televisieprogramma hadden aanbevolen. Daar moest hun zoon, met het oog op zijn ontwikkeling, toch eens naar kijken. In mijn ouders zou dat nooit opgekomen zijn, maar mogen zij niettemin in vrede rusten. Meegesleept door het timbre en de theatrale persoonlijkheid van Reve, begon Herman Koch, die toen 16 was, alles van Reve te lezen, wat me een interessant begin van een kijk op het leven lijkt. En op literatuur: er ging een wereld voor hem open toen hij zich verloor in Reves ‘geouwehoer waar Gods zegen op rust.’

In een tijd dat haast iedereen die jong was hardop en vaak in dichte drom van het Amerikaanse imperialisme walgde, vroeg Herman Koch zich onder invloed van Gerard Reve stilletjes af of zijn progressieve gedachtegoed geen modeverschijnsel als een ander was. Hij had het in ‘Alleen Elvis’ ook over zijn hang naar tegendraadsheid, en over de contramine waartoe hij zich van jongs af aangetrokken voelde.

1969 was ook het jaar van Apollo 11 en de eerste mensen op de maan. Deze Grote Sprong voor de Mensheid zag Herman Koch als jongen van 16 in primetime op de televisie in Amerika, waar hij bij een oudere zus logeerde. Hij zat, als we het personeel van NASA buiten beschouwing laten, als het ware op de eerste rang tijdens de maanlanding. Het kwam hem voor dat die iconische beelden vandaag de dag bepaald achterhaald leken: hij vond ze sciencefiction die knullig tegen het heden afstak, laat staan tegen de toekomst. ‘Niets veroudert zo slecht als sciencefiction’. Alsof die beelden veel ouder waren dan hun jaartal aangaf. Hoe subjectief zo’n waarneming ook mag zijn, ik vond ze aannemelijk. Talkin’ ’bout my generation: we zijn ondertussen wellicht verder van onze jeugd en de bijbehorende maanlanding afgedwaald dan we voor mogelijk houden.

Het zag ernaar uit dat Herman Koch niet uit zichzelf over ‘Jiskefet’ zou beginnen, het ongeëvenaarde trio waar hij ooit con brillo deel van uitmaakte. Thomas Vanderveken confronteerde zijn gast met een kenschetsende maar net iets te voor de hand liggende scène uit de Lullo’s, die mij naar nog meer ‘Jiskefet’ deed verlangen. Herman Koch deed er niet dik over – hij minimaliseerde ‘Jiskefet’ naar mijn smaak zelfs te veel: het was volgens hem een ‘uitstapje’ geweest. Hij was al schrijver vóór hij met Michiel Romeyn en Kees Prins irreguliere en hoogstpersoonlijke humor op de televisie ging maken, humor die meer beïnvloed was door grote voorlopers als Van Kooten en De Bie – we kregen de geilneef in actie te zien – dan door cabaretiers als Toon Hermans of Wim Kan: ‘Dat was meer humor die je met je ouders associeerde.’ Dat die ouders hem ooit op de bijzondere Gerard Reve hadden gewezen, was voor iemand die van de contramine houdt natuurlijk nog geen reden om het generatieconflict over te slaan.

Aangezien er een schrijver in het spel was, kon het niet anders dan dat het gesprek op een bepaald moment ook over schrijven en zelfs over stijl zou gaan, de eigen wijze waarop een beetje schrijver zich in geschrifte uitdrukt. Stijl wordt in de Nederlanden nogal snel geassocieerd met bellettristische hoogstandjes of, in het ergste geval, met verbale blingbling, terwijl de kunst van het schrijven volgens Herman Koch veel meer te maken heeft met het nastreven van de grootst mogelijke helderheid: ‘Over elke zin is nagedacht.’ Zoals vaker in dit programma, was ik het met hem eens. Een mooie stijl is misschien wel te discreet om de aandacht te trekken. Laat de gierzwaluw zich op de gratie van zijn vlucht voorstaan? Welaan dan.

Thomas Vanderveken stelde hardop vast dat Herman Koch nog geen literaire prijzen had gekregen, maar de meest vertaalde schrijver der Nederlanden piekerde daar niet over: veel liever veroverde hij alweer een nieuw taalgebied in druk.

Tot slot koos Herman Koch voor de videoclip van ‘Formidable’ van Stromae, een Belgische wereldartiest die hij ook met zijn wonderlijk elegante en bezienswaardige voorkomen complimenteerde. ‘Iemand als Stromae herken je, net als Elvis, uit duizenden. Ik weet niet of ik Adele zou herkennen in de supermarkt.’ Het klonk alsof hij niet tuk was op die pathetische resonantieruimte, die – hoeveel gerede kopers haar album ook mag vinden – in haar eentje een soort malaise in de hedendaagse pop voorstelt. Voeg daar nog Coldplay aan toe, en je zou weleens kunnen weten hoe laat het is.

Thomas Vanderveken, daarentegen, is nog altijd uitstekend gezelschap in dit programma, zowel voor zijn gast als voor het kijkerspubliek: op een ontspannen manier hoffelijk, losweg beschaafd, empathisch, maar verre van een watje. Hij kan ook beter pianospelen dan de meesten. En zijn gebreide suspensoirs zijn van het merk Maurice.

Blijf bestaan, Elvis, hoe eenzaam je in de hedendaagse televisieprogrammering ook mag zijn.


Echt niet OK!

Eén – 22 december

Tom Waes, één van de weinige testosterongevallen die ik goed kan verdragen, is – hoe je het ook wendt of keert – de Slimste Mens ter Wereld. En dan te bedenken dat de zon over amper enkele miljarden jaren geheel en al zal uitdoven. Waar heeft het allemaal toe gediend, Tom?

Samen met Cath Luyten, die mij vreemd genoeg aan Ibiza doet denken, speelt Tom Waes in ‘Echt niet OK!’ voor participerende presentator in de Vlaamse invulling van een Deens format. Dit programma wil met tijdsverschijnselen en eigentijdse omgangsvormen stoeien. Het geval wil dat ik een voorstander van zowel savoir-faire als savoir-vivre ben, en zelfs van elementaire beleefdheid. Laatst zocht ik dekking in een café waar de klandizie doorgaans in zichzelf verzonken is en dus geen gerucht maakt, op wat wezenloos gemompel tegen de kosmos na. Aan de belendende tafel had echter een uitbundig vrouwelijk gezelschap plaatsgenomen, goedgeklede dertigers à veertigers uit een zekere inkomensklasse, die gillerig een mannenbestand doornamen, waarmee ze kennelijk erg bekend en misschien zelfs getrouwd waren. Strijk-en-zet klonk de kreet ‘Oh my Gawd!’ op, in ’t vetste Amerikaans dat je je kunt voorstellen als je bij Dr. Phil op VIJF al eens white trash grand cru hebt aangezien. Van mij hadden die Vlaamse mevrouwen geen last, want uit beleefdheid deed ik alsof ik geen last van ze had, terwijl elke ‘Oh my Gawd!’ me uit een dundrukeditie van de korte verhalen van Tsjechov wegrukte. Als ik wil kan ik, als ijveraar voor goede omgangsvormen, dus voorbeeldig zijn. En dan te bedenken dat over amper enkele miljarden jaren de zon geheel en al zal uitdoven.

‘Echt niet OK!’ hield me ongemakken voor waar ik in mijn persoonlijke levenssfeer over het algemeen vrij van ben. In een kantoor bespraken Cath Luyten en Tom Waes het al sinds de zondeval gevoelige thema ‘naaktheid’, wat kennelijk usance is tijdens de werkuren. Cath Luyten had het over ‘functioneel naakt’ in huiselijke kring, waarop ze Tom Waes, op zijn verzoek, secondelang haar tieten liet zien, een borstenpaar dat ze later ‘theezakjes’ zou noemen. Ten kantore bij De Persgroep staat ontslag om dringende reden op zulk gedrag, ook als je het, vrouw of man, met de beste bedoelingen in de directiekamer van Christian Van Thillo vertoont. Toen Humo nog onder de familie Dupuis viel, was topless dan weer verplicht tijdens de kantooruren. Alleen in je vrije tijd mocht je je fatsoenlijk aankleden. O tempora, o mores! Wat dat ook moge betekenen als je geen sjoege hebt van Latijn.

Behalve haar borsten onthulde Cath Luyten ook dat haar man Frank Raes, die hardop doorheen voetbalwedstrijden praat, zich soms op plastic schoeisel van het merk Crocs voortbeweegt, maar dan – pikant detail – zonder sokken aan. Zolang het nog vrede is, zal er altijd wel een krant zijn die zoiets op de voorpagina gooit.

De vraag ‘Hoe begroet ik mijn schoonvader voor het eerst?’ leek mij nog net iets interessanter dan Frank Raes op Crocs, want ze behelsde mannen die elkaar ter begroeting kussen, een gewoonte, en een problematiek, waar ik een godsgruwelijke hekel aan heb. Wat is er mis met een handdruk, de overbrenging van legioenen likkebaardende microben niet te na gesproken? In ‘Hoe hoort het eigenlijk?’ van Amy Groskamp-Ten Have, hét standaardwerk inzake etiquette uit 1940, las ik: ‘Groeten door met zijzweep of karwats tegen het hoofddeksel te tikken, is in strijd met de goede vormen.’ Wat ik dan weer jammer vind. Maar goed, doordat mevrouw Groskamp-Ten Have al in 1959 kwam te overlijden, heeft ze gelukkig allerlei fratsen van deze tijd niet meer hoeven mee te maken. Heden zijn er namelijk manspersonen die hun – excuus voor het woord – tampeloeres verbijzonderen met ijzerwaren, waardoor detectiepoortjes in luchthavens hevig op ze reageren. Wat hen in dat geval te doen staat, kregen we in een betere scène uit de eerste aflevering van ‘Echt niet OK!’ te zien. Dit programma, waarin acteurs amusement aan gênante situaties ontwringen, doet aan ‘En toen kwam ons ma binnen’, aan ‘Foute vrienden’ en aan ‘Loslopend wild & gevogelte’ denken, programma’s waar ik doorgaans weinig aan denk. De epiloog bestond uit bloopers die me zelfs als blooper nogal mislukt leken. De dalai lama zei het me laatst nog: ‘Het ene tv-programma is al vergetelijker dan het andere.’

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234