null Beeld

Lou Reed De biografie: 'Eigenlijk was hij alleen maar in drugs geïnteresseerd. Drugs en whisky. Hij was geen gelukkige mens'

Vier jaar na zijn dood is ‘Lou Reed – De biografie’ uit, het definitieve levensverhaal van Lou Reed, geschreven door Rolling Stone-journalist Anthony DeCurtis. Bij wijze van voorsmaakje krijgt u hieronder een fragment over een belangrijke periode uit Reeds leven: toen hij uit The Velvet Underground stapte en met de hulp van David Bowie zijn solocarrière lanceerde.

'De wereld was bezig met flowerpower, maar ik was geïnteresseerd in het tegenovergestelde'

Zondagavond 23 augustus 1970 maakte The Velvet Underground eens te meer zijn opwachting in de New Yorkse nachtclub Max’s. De eerste set, die begon met ‘I’m Waiting for the Man’, bestond uit zeven nummers van hun vorige drie platen en het te verschijnen ‘Loaded’. In de tweede set legde Lou Reed de klemtoon op de zachtere en meer contemplatieve kant van zijn oeuvre, met onder meer ‘I’ll Be Your Mirror’, ‘Pale Blue Eyes’, ‘Candy Says’, ‘Sunday Morning’ en ‘Femme Fatale’. Reed beschouwde die songs als het bewijs van zijn kunnen als songwriter, en zeker als tekstschrijver. Het waren niet de bakken herrie waar de Velvets bekend om waren, ze lieten zijn romantische kant zien. Voor Reed vormde die tweede set zowel een uitdrukking van zijn talent als een geruisloos afscheid. Hij wilde niet met vuurwerk, maar met een verstild vaarwel afscheid nemen. Geen van de andere bandleden wist dat Reed na dat optreden uit The Velvet Underground zou stappen. Journalist Danny Fields zei hem gedag toen hij wegging, maar Reed liep naar buiten zonder te reageren. Later vernam Fields dat hij uit de band was gestapt.

Dat Reed vervreemd was geraakt van de band die hij mee had opgericht, bleek uit de laatste studioplaat ‘Loaded’, die ongeveer een maand na dat optreden uitkwam. Het hele project werd zodanig gepresenteerd dat Reeds bijdrage zo gering mogelijk leek. Geen van de bandleden prijkt op de voorkant van de hoes –een niet bepaald geïnspireerde illustratie van rook die uit een New Yorks metrostation opstijgt. Het enige bandlid dat op de achterkant van de hoes staat afgebeeld, is Doug Yule. Te midden van apparatuur speelt hij zittend gitaar in de studio. De namen van de bandleden staan wel vermeld, verticaal, met Reeds naam als derde, na die van Yule en Sterling Morrison. Het was duidelijk dat Reed werd gestraft en op zijn plaats gezet.

Nadat Reed uit de band was gestapt, betrok hij zijn oude kamer in zijn ouderlijk huis en ging hij voor 40 dollar per week aan de slag als typist in het accountantsbureau van zijn vader. Hij vond het werk rustgevend, al viel die ontspanning misschien niet van een depressie te onderscheiden. Hoewel Reed zijn vader herhaaldelijk als een tiran heeft neergezet, vond de ouder geworden man het waarschijnlijk prettig dat zijn verloren zoon weer bij hem in de buurt was. Nu de muziek op een laag pitje stond, was Reed vastbesloten om zich op zijn carrière als schrijver toe te leggen. Wat dat betreft, kwam het typewerk goed uit. In zijn ‘werk’-tijd kon hij zich aan zijn manuscripten wijden.

Verrassend genoeg begon ‘Loaded’ al snel na verschijning de aandacht te trekken. ‘Sweet Jane’ en ‘Rock & Roll’ werden door radiostations in New York en andere steden gedraaid, en de plaat kreeg veel en lovende recensies. Rolling Stone noemde het ‘één van de beste platen die dit jaar zijn verschenen’. Als Reed de band niet had verlaten, dan was een scenario denkbaar geweest waarin ‘Loaded’ een undergroundhit was geworden en de band uitgebreid en goed georganiseerd was gaan touren. De plaat zou waarschijnlijk geen enorme oplagen hebben gehaald, maar de verkoop zou zeker voldoende zijn geweest om ervoor te zorgen dat de band kon blijven bestaan en zou Reed zijn plaats als één van de belangrijkste songwriters binnen de rockscene veiliggesteld hebben.

Spijtig genoeg kwam daar niets van terecht. Rolling Stone besloot de recensie met: ‘Als gevolg van een bijna klassiek geval van managementgeknoei, heeft Lou Reed tegen het einde van de optredens in Max’s de band verlaten, en al mag een verzoening niet uitgesloten worden, de situatie ziet er momenteel niet veelbelovend uit.’

Die verklaring haalde de wind uit de zeilen van de verder positieve besprekingen en ook platenlabel Atlantic raakte ontmoedigd. Wellicht had het label sowieso weinig promotieplannen voor ‘Loaded’, maar welke ondersteuning kon je nog geven aan een cultband waarvan de oprichter, zanger en songwriter nog vóór de release was opgestapt?

undefined

'Lou leek géén belang-stelling voor seks te hebben. Eigenlijk was hij alleen maar in drugs geïnteresseerd. Drugs en whisky. Hij was geen gelukkige mens'


Tik op de billen

Rond de tijd dat Reed uit The Velvet Underground stapte, was het dik aan tussen hem en een jonge studente van Columbia University. Ze heette Bettye Kronstad, ze was 1 meter 78 groot, blond, vrij knap en 19 jaar oud. Ze was opgegroeid in het westen van Pennsylvania, maar in 1967 naar New York verhuisd. Ze leerden elkaar in 1968 kennen via Lincoln Swados, Reeds voormalige huisgenoot in Syracuse die zelf ook colleges aan Columbia volgde. Reed voelde zich aangetrokken tot Kronstad, en toen hij vertrok, tikte hij haar op de billen en glimlachte. Ze was geschokt, maar hij bleef in haar gedachten. Swados zei tegen haar: ‘Gewoon negeren. Zo gedraagt hij zich soms. [...] Het is een aardige kerel.’

Aanvankelijk negeerde Kronstad alle telefoontjes van Reed, maar ze had wel van The Velvet Underground gehoord en stond op het punt om zes maanden door Europa te reizen, dus ze dacht: waarom niet? Hun eerste afspraakje vond plaats in de West End Bar, vlak bij Columbia, de legendarische kroeg van de beatgeneratie. Reed raakte flink dronken. ‘Hij kon amper op zijn benen staan, maar hij stond erop dat hij me naar huis zou brengen,’ aldus Kronstad. ‘En hij probeerde niet binnen te komen. Hij was een heer.’

In de twee weken tot haar vertrek bleef Reed bellen. Opnieuw leek het haar het beste hem te negeren. ‘Ik wist echt niet wat ik ervan moest denken,’ zegt ze. ‘Eerst slaat hij me op m’n kont. Daarna wordt hij stomdronken. Ik had genoeg aan mijn hoofd. Ik ging naar Europa en moest inpakken.’

Zoals altijd bij Reed, nam zijn verlangen alleen maar toe door Kronstads weerstand. Hij bleef bellen en uiteindelijk belde ze hem terug. ‘Hij zei: ‘Luister, ik wil je zien voor je vertrekt.’ Hij ging ervan uit dat ik van iedereen die ik kende juist hem wilde zien. De eigendunk van die vent! Maar voor een vrouw gaat er van zulke overmoed wel een zekere charme uit. Het is bijna komisch.’

Niettemin besloot ze niet met hem af te spreken. Maar toen ze in Parijs was, sloeg ze op een goede dag een Engelstalige krant open waarin een artikel over The Velvet Underground stond. Het was lovend over Reed en zijn baanbrekende teksten. ‘Toen dacht ik: ‘Maar dat is die kerel. Dat is Lou.’ Ik probeerde dat gegeven te combineren met die dronken gast die aan mijn billen had gezeten.’ Na haar terugkeer kregen ze een relatie.

In de tijd dat Reed weer bij zijn ouders woonde, bracht hij het weekend vaak bij Kronstad door in haar studentenflat nabij Columbia University. Minstens één weekend per maand zocht ze hem en zijn ouders op in Freeport, waar ze onder meer tijd doorbrachten in de privéclub waar zijn ouders lid van waren. Reed had zijn apparatuur in zijn kamer staan, waar hij aan zijn nummers werkte. Vaak vroeg hij Kronstad, die volgens hem de stem van een ‘koorknaap’ bezat, om voor hem te zingen.

Het gezinsleven op Long Island ging Kronstad gemakkelijk af, makkelijker dan Reed zelf. ‘Zijn ouders waren dol op me,’ zegt ze. ‘Ik voldeed aan de eerste vereiste: ik was een meisje, geen jongen. Dat was al één zorg minder.’

undefined

null Beeld

'Lou kon amper op zijn benen staan, maar hij stond erop dat hij me naar huis zou brengen. En hij probeerde niet binnen te komen. Hij was een heer' Bettye Kronstad

Kronstad ging van Columbia af om zich op een loopbaan als actrice te richten. Reed en zij trokken in een studio aan de Upper East Side. Hij bleef onverminderd drinken en drugs gebruiken, al ging dat laatste aan Kronstad voorbij. Zoals vaak bij Reed waren zijn gevoelens voor Kronstad ambigu. Een deel van hem idealiseerde haar als een prachtig en onschuldig meisje van het platteland, onbezoedeld door het cynisme en de gekte van de grote stad. Een ander deel stoorde zich juist aan haar onschuld en wilde haar van die eigenschap ontdoen. ‘Lou vertelde me vaak op bijna onsmakelijk sentimentele wijze hoeveel hij van Bettye hield,’ vertelt Reeds vriend Ed McCormack. ‘Hij bleef dat maar herhalen, omdat ze niet hip was. Hij zei dan: ‘De meeste mensen die ik ken, behoren tot het schuim van de aarde, en zelf hoor ik daar ook bij, denk ik soms. Maar ik geloof wel in sprookjesprinsessen.’

Net als veel anderen dacht McCormack dat Reeds homoseksuele verlangens voor een groot deel een act waren. ‘Hij was onzeker wat betreft zijn seksualiteit. Voor een deel was hij zeer conventioneel. Dat was hij echt. Hij hoorde een keurige Joodse jongen te zijn. Mijn indruk is dat hij van Warhol de kunst van de aseksualiteit heeft geleerd. Hij leek géén belangstelling voor seks te hebben. Eigenlijk was hij alleen maar in drugs geïnteresseerd. Drugs en whisky. Wat maar hielp. In bepaalde opzichten was hij één van de ellendigste mensen die ik heb gekend. Hij was geen gelukkige mens.’

undefined

null Beeld

'Met Andy Warhol en The Velvet Underground. 'Van Warhol heeft hij de aseksualiteit geleerd'

undefined

Pure ROCK-’N-ROLL

Op hun eigen manier maakten Reed en McCormack elk deel uit van de scene rond Richard en Lisa Robinson in de Upper West Side. Richard schreef over muziek, presenteerde een radioshow bij één van de grootste rockzenders in New York en werkte bij een platenlabel. Lisa, die aanvankelijk Richards papierwerk verzorgde, trad al snel in zijn voetsporen en werd één van de bekendste en best geïnformeerde muziekauteurs van het land, een status die ze tot op heden heeft. Al snel traden ze in het huwelijk, en ze omringden zich met gelijkgestemde vrienden – allemaal fanatieke muziekliefhebbers die graag hun stempel wilden drukken op de media. Ze noemden hun informele groep The Collective Conscience, en als een soort hofdichter van de muzikale undergroundscene in New York schoof Reed geregeld bij de soirees van de Robinsons aan.

‘Als Lou in de stad was, nodigde Lisa ons vaak uit voor haar salon,’ vertelt Kronstad. ‘Iedereen zat in een bewonderende kring om hem heen. Het verschil was dat ik een relatie met hem had. Lou was aan het zuipen en iedereen zat hem aan te gapen bij de schatten aan wijsheid die uit zijn mond stroomden. Lisa verafgoodde Lou. Alles voor hem.’

Het belangrijkste wat voortkwam uit de bijeenkomsten van The Collective Conscience, was dat Richard Robinson, die stafproducer bij RCA was geworden, voor elkaar kreeg dat Reed bij het label onder contract kwam. Daarmee ging zijn solocarrière officieel van start. De overeenkomst werd in november 1971 getekend, slechts vijftien maanden na zijn laatste optreden met The Velvet Underground. Reed had een stapel onopgenomen nummers uit zijn Velvet-tijd liggen en was nieuw materiaal blijven schrijven. Robinson, die de nieuwe plaat zou producen, werkte nauw samen met Reed om de nummers gereed te krijgen. Door de cultstatus van The Velvet Underground waren Reed en zijn naaste omgeving van mening dat het goed zou zijn om geen overdreven verwachtingen rondom de plaat te scheppen. ‘We maken gewoon een rock-’n-rollplaat,’ zei Reed, een voortzetting van zijn voornemen vanaf de derde Velvet-plaat om zijn avant-gardistische ambities te bagatelliseren en zijn afslag naar de mainstream duidelijk te maken.

Lou Reeds eerste soloplaat, simpelweg ‘Lou Reed’ getiteld, alsof hij opnieuw aan de wereld moest worden voorgesteld, verscheen in mei 1972. Er stonden voornamelijk nummers op die Reed eerder met The Velvet Underground had opgenomen of live had uitgevoerd, waaronder ‘I Can’t Stand It’, ‘Ocean’ en ‘Lisa Says’. Reed prees de plaat plichtmatig aan en probeerde ondertussen de verwachtingen van het publiek bij te sturen. ‘Het is me nog nooit zo goed gelukt om wat ik in mijn hoofd hoor te verklanken,’ zei hij. ‘Het is een echte rock-’n-rollplaat. Rock-’n-roll is altijd mijn richting geweest. Ik beschouw het als een levenskracht. Ik denk niet dat deze nieuwe plaat ook maar iemand die mijn werk heeft gevolgd, zal verbazen. En ik denk dat het grotere publiek het wat toegankelijker zal vinden.’

Al snel nam Reed echter afstand van de plaat, wat een patroon zou worden in het verdere verloop van zijn solocarrière. ‘Er klopt gewoon veel te veel niet aan,’ vertelde hij nog voor het einde van het jaar aan Rolling Stone. Helaas deelde ook het grotere publiek die opvatting: ‘Lou Reed’ wist net de Billboard Top 200 te halen, om er snel weer uit te verdwijnen.

undefined

null Beeld

undefined

'De seksuele revolutie kwam in de jaren 70 pas goed op stoom, en Lou Reed en David Bowie verkenden uitgebreid de homo-erotiek'


De hand van BOWIE

Commercieel gezien mocht The Velvet Underground een mislukking zijn geweest, maar de culturele rol van de band had niet groter kunnen zijn. ‘Wat de wereld destijds bezighield, viel niet samen met mijn belangstelling,’ zei Reed. ‘Ten tijde van de Velvets was de wereld bezig met flowerpower, ik was geïnteresseerd in het tegenovergestelde.’ Die tegendraadse houding maakte een wezenlijk deel uit van de aantrekkingskracht en de geloofwaardigheid van de band. Dat gold in veel mindere mate voor ‘Lou Reed’. De rechttoe rechtaan rock-’n-roll van de plaat was gruwelijk gedateerd. Er was elders hardere rock te horen, van Jimi Hendrix, Led Zeppelin en The Stooges, die zonder The Velvet Underground niet denkbaar was geweest. Aan het kalmere front van de singer-songwriters verkende men, onder invloed van de zachtere kant van Bob Dylan, meer autobiografische onderwerpen. Progressieve rockbands verkenden de klankwereld en thema’s die The Beatles hadden ontsloten met ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’.

Vanuit Reeds perspectief was het echter van groter belang dat het niet meer zo noodzakelijk leek om zich recalcitrant op te stellen: dat was mainstream geworden. De verschijning van ‘The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars’, een paar maanden na ‘Lou Reed’, had ervoor gezorgd dat David Bowie tot de voorhoede van de rockwereld was gaan behoren. Hij beschouwde The Velvet Underground als een zeer belangrijke inspiratiebron, die voor hem net zo bepalend was geweest als Chuck Berry voor The Rolling Stones.

Bowies rijzende ster bewees ook dat zich in de rock-’n-roll een belangrijke verschuiving had voltrokken, die voor Reed gunstig bleek. Hoeveel de rock uit de sixties ook travestie had gekend, was de muziek nog altijd heteroseksueel. Zelfs Mick Jagger, die in een uiterst commerciële groep zo veel als mogelijk homo-erotisch had geparadeerd, werd beschouwd als een volbloed womanizer. Maar de seksuele revolutie die in de jaren 60 was begonnen, kwam pas goed op stoom toen de jaren 70 zich aandienden. Seks werd van alle ideologie ontdaan, en iedereen moest doen waarbij hij of zij zich goed voelde. Opeens gooiden niet alleen hippies, studenten en provocateurs, maar ook secretaresses, boekhouders en leraren de traditionele waarden overboord.

Aspecten van het seksuele leven die tot dan toe tot de marge hadden behoord, begonnen gemeengoed te worden. De homoseksuele levensstijl uit de door Reed geliefde bars en nachtkroegen trad in de openbaarheid. In korte tijd werd New York een broeinest van flamboyante mannenjagers. In het weekend reden limousines van beroemdheden en hun aanhang rond op zoek naar plezier en sensatie. Het seksuele carnaval stroomde vanuit de clubs naar de verlaten pieren en de laadbakken van lege vrachtauto’s in het havengebied.

Al snel begonnen die veranderingen de popmuziek te beïnvloeden, met name in Engeland. De glamrock, die in de vroege jaren 70 ontstond, bracht een nieuw soort rockster voort die de rolwisselingen van de jaren 60 nog verder doorvoerde. In Engeland werd Marc Bolan een ongekend populaire ster dankzij zijn gefluisterde gezang, prachtige donkere krullen en grillige droomwerelden. Bowie en zijn gitarist Mick Ronson zouden spoedig volgen op ‘The Rise and Fall of Ziggy Stardust’. Bowie voegde provocatieve homo-erotische elementen toe aan zijn optredens, en beide mannen gebruikten make-up. Op het podium knielde Bowie voor Ronson, die op zijn beurt de fallische beeldtaal van zijn gitaar tot het uiterste benadrukte.

undefined

'Lou zijn ouders waren dol op me. Ik voldeed aan de eerste vereiste: ik was een meisje, geen jongen. Dat was al één zorg minder'


Een wilde trip

Toen David Bowie aan RCA Records voorstelde om de volgende plaat van Lou Reed te producen, begreep Reed dat dat precies was wat hij nodig had. ‘Rond de tijd dat ik hem voor het eerst ontmoette, was hij er beroerd aan toe,’ vertelde Bowie over hun eerste ontmoeting in het New Yorkse restaurant Ginger Man. Voor Bowie, zelf een superster in wording, was Reed een held. ‘De manier waarop hij zijn teksten vormgaf, was tot dan toe ongezien in de rock, hij toonde ons hoe we een meer theatrale visie konden ontwikkelen. Hij voorzag ons van de straten en het landschap, en wij bevolkten het.’

De samenwerking was weldoordacht. Reed snapte dat Bowie van hem een eigentijdse rockfiguur kon maken, waardoor hij de aandacht kon winnen van een nieuw en jong publiek. Ook muzikaal gezien belichaamde hij het nieuwste van het nieuwste. ‘Ik wilde zien hoe hij dingen in de studio deed,’ vertelde Reed later over zijn verlangen om met Bowie te werken. ‘Wat deed hij precies? Hij leek heel snel en vlot te werk te gaan. Zelf was ik geïsoleerd. Waarom hadden mensen het over hem? Wat deed hij waarvan ik iets kon leren?’

Zoals Bowie Reed mogelijk bij de tijd kon brengen – naast de roem en het commerciële succes waar hij altijd naar had verlangd – zo zou Reed Bowie een bijzondere status kunnen verlenen, door hem in de stamboom op te nemen waartoe hij graag wilde behoren. Dat zeiden ze allebei niet luidop. Bowie was te veel de zelfbewuste rebel, en Reed te vastbesloten om zichzelf neer te zetten als een artiest die niet om verkoopcijfers maalde. Maar die drijfveren bepaalden in grote mate waarom zij wilden samenwerken. Billboard merkte al snel hun veranderende status op: ‘Aan het begin van het jaar won David Bowie snel aanzien als één van Lou Reeds trendy discipelen; aan het einde van het jaar zullen de rollen keurig omgedraaid zijn.’

Deze keer betrad Reed de studio met een voorraad nieuwe nummers. Bowie zei tegen de pers: ‘Ik denk dat het materiaal op de nieuwe plaat veel mensen zal verbazen. Het verschilt hemelsbreed van alles wat hij tot dusver heeft gedaan.’

‘Walk on the Wild Side’ had Reed geschreven voor een musical naar de roman van Nelson Algren, die nooit van de grond was gekomen. Door het ontspannen softjazz-arrangement wordt ‘Walk on the Wild Side’ vaak beschouwd als een anomalie binnen Reeds werk, dat zich over het algemeen kenmerkt door woeste hardrock of emotioneel gelaagde ballads. Maar het nummer, door Bowie ‘een klassieker’ en ‘absoluut briljant’ genoemd, zou een mijlpaal worden en was in Amerika de enige top 20-hit die Reed in zijn 46-jarige carrière zou scoren. Op bedaarde wijze verheerlijkt het nummer de seksuele transformaties van Holly Woodlawn, Jackie Curtis en Candy Darling, drie transgender-prominenten uit de Factory en sterren uit Warhols en Paul Morrisseys ‘Women in Revolt’ (1971), hun satirische film over de feministische beweging.

Andere Factory-bewoners die hun opwachting in het nummer maken, zijn Joe Dallesandro, die een pooier speelt in de Warhol-trilogie ‘Flesh’, ‘Trash’ en ‘Heat’, en Sugar Plum Fairy alias Joe Campbell, lange tijd de vriend van Harvey Milk, die later vermoord zou worden om zijn homoactivisme.

Reed kende die mensen niet goed of zelfs maar oppervlakkig. ‘Het zijn vluchtige schetsen,’ gaf hij toe, ‘maar de beschrijvingen moesten zo beeldend zijn dat je ze na drie minuten niet meer zou vergeten.’

Holly Woodlawn beweerde dat zij Reed één keer op een feestje had ontmoet. Joe Dellasandro daarentegen, die getrouwd was en kinderen had in de tijd dat hij in Warhols films speelde, kende hem helemaal niet en brieste jarenlang dat Reed zijn personage op het scherm met zijn echte leven had verwisseld. Voor Reed ging het echter niet om een realistische weergave. Hij baseerde zich op de mensen die hij om zich heen zag. Over Sugar Plum Fairy zei hij: ‘Iemand met zo’n naam kun je niet met rust laten.’

‘Walk on the Wild Side’ is méér dan een nummer. Het is een slagzin en een uitnodiging. De titel bevat de kortste en zuiverste weergave van Reeds symbolische waarde: mensen blootstellen aan omgevingen waarvan ze anders geen weet zouden hebben. ‘Ik heb altijd gedacht dat het wel grappig zou zijn om mensen aan personages voor te stellen die ze misschien niet kenden of niet wilden kennen, snap je. Aan van die figuren die je soms op feestjes ziet, maar op wie je niet durft af te stappen. Dat was één van de belangrijkste beweegredenen om al die nummers te schrijven.’

In de vroege jaren 70 stonden miljoenen mensen op het punt een ‘walk on the wild side’ te ondernemen. Het enige wat ze nodig hadden, was een zetje. Dat is precies wat Reed ze gaf. ‘Walk on the Wild Side’ won geleidelijk aan bekendheid: het was steeds vaker op de radio te horen en werd uiteindelijk een hit, vier maanden nadat de plaat verschenen was. In de Verenigde Staten werden de regels over Candy weggelaten op de single, maar niet in Engeland. Daar was de uitdrukking ‘giving head’ voor pijpen nog niet bekend, en het nummer haalde de top tien. In de ware Warholiaanse betekenis was Lou Reed nu niet alleen een legende, hij was een ster.

null Beeld

Anthony DeCurtis, ‘Lou Reed – De biografie’, Het Spectrum

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234