Lucien Van Impe 40 jaar later: hoe de Kleine van Mere de Tour won

Veertig jaar geleden, in de bloedhete zomer van 1976, won Lucien Van Impe (69) de Tour. Een wonderlijke gebeurtenis, die duizenden mensen op bedevaart deed trekken naar Mere, waar het grootste volksfeest sinds de bevrijding losbarstte. Het was alsof onze buurjongen had gewonnen, en iedereen hem eens wilde aanraken. Veertig jaar later staat alles opnieuw in het teken van ‘De zomer van Lucien’, die iedereen in Mere nog eens wil herbeleven. Niet het minst Lucien zelf, en zijn vrouw Rita.

'Eigenlijk heb ik nooit echt graag gekoerst. Ik deed het om mijn vader te plezieren'

In Villa Alpe d’Huez in Impe word ik uitgebreid begroet door een papegaai, een fraai gevederd exemplaar uit de Amazone. ‘Vroeger kweekte ik ze zelf,’ vertelt Lucien. ‘Toen ik nog koerste, had ik er een stuk of 35.’ Het gezellige huis staat vol dozen met herinneringen aan die magische zomer. Veertig jaar lang heeft hij alles bijgehouden op zolder, maar niemand leek geïnteresseerd. Tot nu. De festiviteiten en huldigingen zijn niet te tellen, er is het televisieprogramma en het prachtige boek ‘Lucien!’ (Lannoo), er is zelfs Van Impebier en Van Impebrood. En in het weekend van 30 juli zal er opnieuw een volksfeest plaatsvinden én een standbeeld worden onthuld. De brede glimlach op Luciens gezicht verraadt zowel ongeloof als trots, maar voor hij honderduit begint te vertellen, vraagt een lieve stem me wat ik wil drinken – geen Lucien zonder Rita!

HUMO Een standbeeld, Lucien!

Lucien Van Impe «Ja, jong, ze zijn eraan bezig. Op de rotonde in Mere, waar mijn moeder altijd café heeft gehouden. Die moet zelfs heraangelegd worden, want het beeld is helemaal in brons gegoten en schijnt heel zwaar te zijn. Ze hebben me al gezegd dat ik niet mag gaan kijken, maar ik moet me inhouden: ik ben serieus benieuwd. Het zou groter zijn dan ik, hebben ze me gezegd. Maar da’s niet moeilijk, hé (lacht).

»Het is niet te geloven wat er allemaal georganiseerd wordt. Gisteren was ik nog op een schoolfeest waar driehonderd kinderen in een gele of bolletjestrui rondliepen. Ik snap echt niet waarom het opnieuw zo leeft.»

HUMO Omdat je de mensen zoveel vreugde hebt gebracht, veertig jaar geleden.

Van Impe (knikt) «Als ik ergens kwam, maakte ik me dikwijls de bedenking: ik moet de mensen echt gelukkig gemaakt hebben. ‘Ik kan me nog elk moment van die Tour herinneren, Lucien,’ zeggen ze dan.»

HUMO Hoe kwam het dat je in de winter van ’75-’76 al wist: dit jaar zal het gebeuren?

Van Impe «In de Tour ’75 hadden we gezien dat Merckx te kloppen was. In de laatste week won ik de tijdrit naar Chatel, en toen kwam Fred De Bruyne (destijds sportjournalist, red.), die ik goed kende, bij mij op de kamer: ‘Verdomme, Lucien. Wanneer ga je wat meer in jezelf geloven! Zie je niet dat je kunt winnen?’ Hij was echt kwaad, hij begreep niet dat ik enkel de bergprijs ambieerde. Achteraf gezien had ik dat jaar al moeten winnen, alleen: ik mocht niet! Mijn Franse sportbestuurder Jean Stablinski moet onder één hoedje gespeeld hebben met Bernard Thévenet, de latere winnaar: op de Puy de Dôme verbood hij me te demarreren. Anders had ik ook daar veel tijd gepakt: niemand kon me volgen. Omdat de Fransen wilden dat Thévenet opnieuw zou winnen, tekenden ze voor 1976 een parcours uit dat volledig op zijn maat gesneden was, met nóg meer cols. Alleen hielden ze er geen rekening mee dat zo’n traject vooral in mijn voordeel was.»

HUMO Had Fred De Bruyne gelijk: geloofde je niet genoeg in jezelf?

Van Impe «Wat moest ik doen? Duelleren met Merckx? Ik kon hem niet op minuten rijden, daarom ging ik altijd voor een ritzege en de bergprijs, zeker toen vanaf ’75 de bolletjestrui zijn intrede deed en de leider in het bergklassement echt zichtbaar werd. In de criteriums kreeg je daardoor meer betaald.»

HUMO Dat was de kritiek van de befaamde Cyrille Guimard, jouw ploegleider in 1976 bij Gitane-Campagnolo: ‘Lucien denkt te veel aan het geld van de criteriums en is te gemakzuchtig.’

Van Impe (zucht) «Ach, Guimard. Als hij vond dat het zwart was, dan was het zwart, ook al was het wit.»

Rita Van der Biest «Ik had ook het gevoel dat er meer in zat, en ik heb hem dat dikwijls gezegd.»

Van Impe «Rita is harder en sterker dan ik. Nu, Fred en zij hadden ergens wel gelijk: ik was soms iets te snel tevreden.»

HUMO Waarom toch? Jij kon je tegenstanders veel pijn doen in de bergen en zo beslissen over winst of verlies.

Van Impe «Ik kon iemand de Tour doen verliezen, ja. Op de cols smeekten mijn tegenstanders me om niet sneller te rijden, zeker de klassementsrenners. Ik herinner me hoe Bernard Hinault altijd riep: ‘Lucien, niet onnozel doen, hé.’ Maar als ze mij lieten spurten voor het bergklassement, legde ik hen niks in de weg. Ook Eddy niet, we hebben nooit tegen elkaar gekoerst. Hij zei ook tegen zijn ploegmaats dat ze me mochten laten rijden. Iedereen was blij als ik er pas in de laatste kilometer vandoor ging.

»In ’76 had ik besloten het anders te doen. In de voorbereidingskoersen voelde ik al dat ik héél goed zou zijn. Het was zaak om niet te vroeg in vorm te zijn. En vooral niet ziek te worden. Nee, de weken voor de Tour was ik niet de gemakkelijkste.»

Van der Biest «Ik was op den duur blij dat hij het huis uit was. Er mocht geen deur openstaan, of hij begon al te mopperen. Ook Bartje en Suzy, onze kinderen, waren blij dat hij weg was. Kregen ze eindelijk frieten.»

HUMO Heb je moeten wennen aan die rol van rennersvrouw, Rita?

Van der Biest «In het begin, maar na een tijdje kweek je je gewoontes. Ook de kinderen: ‘Stillekes zijn, papa moet rusten.’ (lacht)»

Van Impe «We waren nog maar net getrouwd, of ik was ’s anderendaags al voor twee weken weg.»

Van der Biest «Hij is me weer bij mijn mama gaan afzetten, aan de kust. Dat was in 1970, zijn tweede jaar als beroepsrenner.»

'Over het bergklassement: 'Als je in de bergen de beste bent, geeft je dat een gevoel van macht.'

HUMO Lucien was toen al een held.

Van Impe «Ik was nog niks! Ik was zesde geworden in de Tour: er waren wel tweehonderd Lucien Van Impes, in die tijd betekende dat niet veel. Ik herinner me nog hoe Rik Van Looy me bij mijn eerste Tour, het jaar voordien, begroette: ‘Awel, Pinocchio: wat kom jij hier doen?’»

HUMO Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

Van Impe «Bij haar neef, hij was mijn kapper. Ik zag daar op een dag een mooi, blond meisje opduiken. Maar ze vond mij maar niks.»

Van der Biest «Na een tijdje klikte het wel: we konden goed met mekaar praten. Alleen was ik op pensionaat: ik studeerde voor kinderverzorgster.»

Van Impe «Ik heb haar eens gevraagd om naar de cinema te gaan: ik heb er verdorie zes maanden op moeten wachten.

»Ik weet niet hoe mijn carrière er had uitgezien zonder Rita. In het huishouden heb ik niks gedaan, geen klop. Ik kwam alleen maar uit de sofa om naar de wc te gaan. Als ik thuiskwam van de training, stond mijn badje gereed en was mijn eten klaar. Mijn vrouw legt trouwens nog altijd mijn kleren klaar.»

'Lucien en Rita Van Impe bij koning Boudewijn en koningin Fabiola: 'Op de foto zie je hoeveel ik was vermagerd: mijn nieuw kostuum was twee maten te groot.'


Haricots verts

HUMO Tijdens de zomer van 1976 was het bloedheet, ook tijdens de Tour.

Van Impe «Ik had niks liever, ik kon er ook goed tegen. Vreemd, want in die tijd mochten we niet veel drinken: te belastend voor de maag, zeiden ze. Ik sproeide hoogstens een beetje water op mijn gezicht en maakte mijn lippen nat. Afzien, hoor: ik weet wat dorst is en hoe goed water kan smaken, als ik van mijn broer of iemand die ik kende – nooit van vreemden – toch een flesje aangereikt kreeg. Ik heb nog geweten hoe de renners in cafés op zoek gingen naar drank, of hoe we met een half peloton een fontein in doken. Het moet heerlijk zijn om zoals nu een bidon te krijgen als je erom vraagt. Het waren andere tijden, bevoorradingen kenden we niet.»

HUMO De Tour stond onder dictaat van Felix Lévitan en Jacques Goddet, en die lachten er niet mee.

Van Impe «Het leek soms meer op een strafkamp. Ze kwamen zelfs in het hotel kijken of we wel het juiste menu aten. Elke avond was dat hetzelfde: haricots verts met puree. En ’s morgens biefstuk met rijst of spaghetti. Als de start vroeg viel, zaten we al om zes uur voor ons stuk vlees. Vooral de laatste week kregen we dat amper nog binnen, ook al door de geur van geroosterd vlees die drie weken lang in élk hotel hing. Dan gingen we bedelen om onze steak te malen, om minder te moeten kauwen.

»Slapen deden we ook dikwijls in lyceums, waar Lévitan en Goddet echt kwamen tellen: je riskeerde uit de Tour te vliegen als je er niet was. Zoals Luis Ocaña, die een keer stiekem in een hotel was gaan slapen. Iedereen gelijk voor de wet, vonden ze. Nu, op zich is dat geen slecht systeem.»

'Ik mag er niet aan denken dat ze Pantani of Virenque tot beste klimmer aller tijden hadden gekroond'

HUMO Freddy Maertens won vier etappes in de eerste week, en mocht tien dagen het geel dragen.

Van Impe «Ideaal voor mij: ik liet me zorgeloos meedrijven achter de mannen van Flandria. Maar vanaf de negende rit, met aankomst op Alpe d’Huez, begon de Tour voor mij. ‘Hier, je mag mijn trui hebben,’ riep Freddy ’s morgens. Iedereen wist dat ik zou aanvallen.

»Alpe d’Huez is een speciale col, met al dat volk. Ik had gedurende de hele beklimming kippenvel. Toen ik aanviel, zat Joop Zoetemelk natuurlijk in mijn wiel. Hij weigerde over te nemen, zogezegd omdat zijn ploegmaat Poulidor op komst was. Gelogen, want die zat al lang kapot»

'Na de Tour van 1976 werd Café Van Impe, uitgebaat door Luciens ouders, geel geschilderd.'

HUMO Hij beloofde ook dat-ie niet zou meesprinten, maar deed het toch en won de etappe. Fijne vent.

Van Impe «Dat is koers, al zou ik zoiets nooit gedaan hebben. Ach, hoeveel keer heb ik niet op hem geroepen en gescholden. Maar Joop nam nóóit over, ook niet bij Eddy of iemand anders. In de koers hadden wij een slechte relatie, maar daarbuiten kwamen we goed overeen. Rita was zelfs goed bevriend met Françoise, zijn vrouw.»

Van der Biest «Wij zijn nog samen naar het WK in Ostuni gegaan dat jaar, en hebben er zelfs in hetzelfde bed geslapen – plezier dat wij daar hebben gehad. Tijdens de criteriums na de Tour trokken we ook samen op. En als Joop er ’s avonds bij kwam zitten, zei Françoise: ‘Wat doe jij hier? Ga maar naar je kamer.’ Ah, ja: hij zei nooit iets.»

Van Impe «Nog altijd niet. Joop is eigenlijk een goeie gast. Maar aan die dag hield ik wel een dubbel gevoel over: ik veroverde voor het eerst in mijn carrière de gele trui, maar verloor de etappe – ik heb nooit kunnen winnen op Alpe d’Huez.»

HUMO ’s Avonds naaide je het logo van de sponsor zelf op je gele trui. Ik zie het Chris Froome niet doen.

Van Impe «Ik kon goed overweg met naald en draad, en ik kon er niet tegen als het scheef hing. Dus deed ik het zelf: eerst de trui goed opentrekken, en dan pas het logo erop. Dat waren nog van die wollen truien.»

HUMO Opmerkelijk: je werd enorm aangemoedigd door het Franse publiek. In schril contrast met Eddy Merckx, die vooral met vijandigheid te maken kreeg.

Van Impe «Eerst noemden ze mij ‘Petit Lulu’, maar op een gegeven moment hoorde ik overal ‘Ouistiti’ roepen.»

Van der Biest «We hebben het moeten opzoeken. Bleek het een mooi, klein aapje te zijn, dat vliegensvlug in de bomen kon klimmen.»

Van Impe «Ik heb me altijd aanvaard gevoeld in Frankrijk. We hebben zelfs overwogen om er te gaan wonen. Allee, Rita wilde dat graag.»

Van der Biest «Het leven zou daar gemakkelijker geweest zijn, altijd zon en ideaal om te trainen. We gingen sowieso altijd naar Nice in het voorjaar. Maar Lucien was verknocht aan zijn streek en zijn familie.»

HUMO Twee dagen na Alpe d’Huez verloor je de gele trui aan de Fransman Raymond Delisle. Een bewuste zet van Cyrille Guimard, zegt hij zelf: de ploeg was niet sterk genoeg om jou bij te staan, en hij wilde het team sparen.

Van Impe «Niks van! Dat geloof je toch niet? Hoe kan hij dat nu geregeld hebben? Delisle, die voor Peugeot reed, vormde geen gevaar. Alleen hebben we een grote fout gemaakt door hem twaalf minuten te laten uitlopen. Ik ben nog drie keer tot bij Guimard geweest om de achtervolging te bespreken, maar uiteindelijk heb ík beslist om Delisle te laten rijden, of beter: we hebben het samen besloten. De kopman heeft altijd meer te zeggen dan de sportbestuurder, dat is nog altijd zo. Je denkt toch niet dat Nibali eerst toestemming gaat vragen om te demarreren?»

HUMO Je won de koninginnenrit naar Pla d’Adet in de Pyreneeën, en veroverde opnieuw de gele trui. Fred De Bruyne in zijn commentaar: ‘Een exploot à la Fausto Coppi en Eddy Merckx.’

Van Impe «Op de tweede col van de dag ging ik al in de aanval – volgens Guimard ook zijn beslissing – en ik won met meer dan drie minuten voorsprong op Zoetemelk. Ze zeggen altijd dat je één dag boven alles en iedereen moet uitsteken, wil je de Tour winnen. Wel, dat was mijn jour de gloire, misschien wel de beste prestatie uit mijn hele carrière. Zulke dingen zie je niet meer, ze proberen enkel nog tempo te rijden en seconden te pakken.»

'In het café liet mijn vader zijn zonen tegen elkaar vechten: 5 frank als je iemand op z'n rug kon leggen'

HUMO De volgende dag speelde het grote drama van die Tour zich af: je kreeg ruzie met Guimard en besloot de Tour te verlaten. Wat was er gebeurd?

Van Impe «Hij wilde mijn pap niet geven. Ik maakte ’s avonds altijd zelf een papje – vloeibare voeding, gemaakt van gekookte rijst, babyvoeding en havermout. Gellekes bestonden nog niet, maar als je bergop rijdt, kun je geen pistolet of kippenbil eten. Dus dronk ik mijn pap, die door mijn ploegmaats werd gebracht als ik ernaar vroeg. Maar die dag wilde Guimard m’n pap niet geven. Ik heb mezelf tot bij de auto laten afzakken, maar hij bleef weigeren. ‘Ik beslis wanneer je eet.’ ‘Tu es un con,’ heb ik hem gezegd. En nog iets als: ‘Kust eens goed mijn kloten’ (lacht).

»Na de rit wilde Guimard dat ik me verontschuldigde. Ik heb geweigerd, waarop hij zei dat hij ervoor zou zorgen dat ik de Tour verloor. ‘Oké, dan ga ik naar huis,’ antwoordde ik.»

HUMO Rita, jij bent meteen in de auto gesprongen toen je ervan hoorde.

Van der Biest «Ik kénde Lucien: hij zou écht opgestapt zijn. Nonkel Maurice, de tweede ploegleider, heeft me gebeld en ik heb de hele nacht gereden – 1.200 kilometer tot in Pau.»

Van Impe «Mijn ploegmaats waren in paniek. Ze probeerden me te overtuigen om te blijven. Ik begreep hen: ik zou altijd werk vinden, voor hen was dat minder evident. Eén voor één kwamen ze mijn kamer binnen, maar ik was mijn koffer al aan het pakken. Ze zeggen altijd dat ik te braaf ben, maar dat is niet waar: als ik vind dat ik gelijk heb, dan hou ik voet bij stuk.»

Van der Biest «Ik heb Lucien zover gekregen dat hij zich excuseerde, ook al had hij 200 procent gelijk.»

Van Impa «‘Excusez-moi,’ heb ik gemompeld. Niks meer, maar meneer was content. Hij wilde mij gewoon op mijn knieën.»

Van der Biest «Guimard heeft mij vastgepakt, en is met mij beginnen te dansen. De hele kamer rond. Onwaarschijnlijk: hij is de meest valse mens die er bestaat. Ik zeg het hem ook als ik hem zie: ‘Tu es un salaud.’ Maar dat lacht hij altijd weg.»

HUMO Guimard schildert je graag af als een dommerik.

Van Impe «Als hij me ziet, komt hij met open armen op me af en krijg ik overal kussen. Ik laat het allemaal gebeuren. Mijn vader zei ooit: in een stinkende stront mag je niet roeren.»


Straatlopers

Dochter Suzy komt binnen, de ogen van Lucien lichten op. ‘Ik lijk veel op mijn pa,’ zegt ze. ‘Ik ben ook een vechter.’ Ze is zwaar ziek geweest, en dat zindert nog na.

Suzy Van Impe «Ik heb kanker overwonnen. Dat ik zijn karakter heb, heeft veel geholpen.»

Van Impe «Als renner moet je een vechter zijn. Het was mijn vader die me destijds heeft leren afzien. Hij wilde dat ik overschot had tijdens de wedstrijd, dus moest ik op training nog harder tekeergaan. Hij liet me in de winter ook meewerken met de metsers: ik was te mager, er moesten spieren gekweekt worden. En dan was er nog de krantenronde die hij voor mij had overgenomen – óók om aan te sterken. Ik heb veel Humo’s rondgebracht, hoor. Pfff, als de magazines erbij zaten, woog mijn fiets dubbel zo zwaar en plooide hij soms helemaal weg onder het gewicht. Ik stond op om één uur ’s nachts, het was keihard werken. Maar: ik kreeg kracht in m’n benen, én ik verdiende goed geld. Ik ben maar tot mijn 14de naar school geweest, daarna ben ik beginnen te werken bij een doodskistenmaker. Dat bleef ik overdag doen, als mijn krantenronde erop zat.»

HUMO Vader Jef was een berucht figuur in Mere.

Van Impe «Dat kun je wel zeggen. Hij was een beer van een vent, bokste en deed aan jiujitsu. Mijn ouders hadden een sportcafé – Café Van Impe Sport – met daarnaast nog een fietsenwinkel. We waren thuis met zes jongens, en in het café liet hij zijn zonen tegen elkaar vechten: 5 frank als je iemand op z’n rug kon leggen. Ik versloeg mijn broers één voor één. En in het café amuseerden de klanten zich te pletter. Wij ook, al kwam er snel ruzie van: ze hebben ons dikwijls uiteen moeten trekken, onze Marcel begon snel te bijten (lacht). Wij waren straatlopers, en zo noemden ze ons ook: de hele dag buiten, en van alles uitsteken. In de winter zetten we vogelklemmen om mussen te vangen.

»Vader was streng, hij had een zweepje, voor als we te laat thuiskwamen. We hebben vaak een pak slaag gekregen, ja, hij klopte erop. Het was nodig ook, maar als je het nu zou doen, steken ze je in den bak.»

HUMO Hij wilde dat je wielrenner werd.

Lucien «Iedereen was wielrenner bij ons! In het café ging het over niks anders dan de koers. Ik werd daar zot van, en had er helemaal geen zin in. Mijn broer Philemon was verschrikkelijk rap in de sprint, en won veel koersen. Ik herinner me nog hoe mijn vader en ik op de brommer meereden achter Philemon, ik zat achterop als zijn mecanicien, met enkele tubes op mijn rug gebonden. Elke ronde werden we weggejaagd, tot er een agent in het midden van de straat stond om ons tegen te houden. ‘Ik kan niet freinen, ik kan niet freinen,’ riep mijn vader, en hij heeft hem omvergereden (lacht).

»Soit, toen Philemon trouwde, wilde zijn vrouw dat hij ermee ophield. Dan was het aan onze Marcel, die als bierproever werkte in een brouwerij in Aalst. Je kunt al denken. Hij heeft het geprobeerd, maar hij kwam niet vooruit.

»Va zat natuurlijk in de put: geen coureur meer in de familie! En dan maar zagen en zagen tegen mij, maar ik weigerde. Hij heeft mij echt gesmeekt, en dan ben ik er toch mee begonnen om er vanaf te zijn. Ik kon meteen goed mee: mijn vierde koers won ik al – we stonden met vijf aan de start, de rest viel plat (lacht).

»Vanaf dan stond alles in het teken van de koers. Bij de buren had ik op televisie beelden gezien van Federico Bahamontes en Charly Gaul in de Tour, en toen stond mijn besluit vast: ik zou klimmer worden. We gingen van dan af enkel koersen waar het bergop ging. Winnen interesseerde ons niet, we wilden enkel de bergprijs. In de koers hoorde ik mijn vader roepen als ik moest aanzetten: hij stond dan recht op zijn motor, en reed mee met het peloton. Dat mocht niet: ontelbare keren werd hij door de flikken uit de koers gezet. Soms zat hij verborgen in een bosje om te controleren of ik mijn trainingen wel deed – twintig keer de Muur van Geraardsbergen – en hij liet me in alle uithoeken van het land briefkaarten posten om zich ervan te vergewissen dat ik effectief tot daar was gereden. Of die keer in Sint-Pieters-Leeuw: ik kreeg de toelating om naar mijn lief te gaan, Rita woonde nog in Knokke-Heist, maar ik moest eerst de koers winnen. Na 120 kilometer op kop te hebben gereden, mocht ik van hem vertrekken… met de fiets. Van Brussel naar de zee: ik viel van mijn velo toen ik daar aankwam. Maar daardoor ben ik wel coureur geworden.»


Crèche op het podium

HUMO Terug naar de Tour van 1976. Op de Champs-Élysées kwam je al jubelend over de streep.

Lucien «Andere renners zijn altijd opgelucht als de Tour gedaan is. Ik vond het spijtig: van mij mocht die nog een maand duren – de tegenstand werd slechter, ik niet.»

HUMO Op het podium kwam moeder Julia plots tevoorschijn, en die hield niet op je te kussen. Rita, jij werd door toenmalig minister Chabert naar de achtergrond verwezen.

Van der Biest «Ik heb er nog hartzeer van. Hij zei me: ‘De eer komt zijn moeder toe.’ Ik werd helemaal over het hoofd gezien, terwijl we al zes jaar getrouwd waren. Dat moment kwam mij wél toe.»

Van Impe «Mijn moeder mocht mee met een privévliegtuig, Rita hebben ze genegeerd. Maar zij liet zich altijd zo wegdrummen, ze had meer haar mannetje moeten staan.

»Nu worden de vrouwen wel overal bij betrokken, én hun kinderen. Onlangs stond Valverde met zijn kroost op het podium: het leek op een kindercrèche.»

'De Aubisque en de Tourmalet: dáár wou ik schitteren. Niet op de Champs-Élysées'

HUMO In Mere barstte er een groot volksfeest los, massahysterie zelfs.

Van der Biest «Er waren hier 40.000 mensen: ze stonden rijen dik vanaf de afrit van de autostrade.»

Van Impe «Ze hebben de politiecombi waar ik in zat, gewoon opgetild. En maar roepen: ‘Lucien blijft bij ons.’ Ik mocht niet naar huis. Enfin, ik ben moeten gaan, anders had zíj mij laten zitten.»

HUMO Hoezo?

Van Impe «Hetzelfde: ze had zich weer laten opzijzetten. Ze is van colère te voet naar huis gegaan. Ik was uiteindelijk op het politiekantoor in Aalst beland. ‘Je blijft beter hier,’ zeiden ze. Ik bel naar Rita: ‘Als je godverdomme niet maakt dat je thuis bent, ben ik weg.’ Zeg het hun zelf, heb ik gezegd. In een grijze Peugeot hebben ze me tussen al dat volk naar huis gebracht, ik lag verscholen onder de achterbank. Er stonden nog duizenden mensen voor onze deur. Ik hoor die agent nog roepen: ‘Ga weg, hij komt niet meer naar huis.’ Ik ben langs achter over het kippenhok gekropen, en toch binnengeraakt.»

'In het kader van de festiviteiten naar aanleiding van de 40ste verjaardag van Luciens Tourwinst is er zelfs Van Impebier.'

HUMO Waarom had je de volksgunst zo gewonnen?

Van der Biest «Omdat Lucien een volksjongen was.»

Van Impe «Ik was goed bekend in de streek, als dagbladverkoper passeerde ik overal. Maar op den duur stopten er voortdurend autocars met dagtoeristen aan het café van mijn ouders.»

Van der Biest «Iedereen wilde hem aanraken, ook de vrouwen – die heb ik dikwijls van zijn lijf moeten trekken.»

Van Impe «Ik wilde niemand aan mijn lijf, ik kan er nog altijd niet tegen dat ze aan mij komen. Iedereen gaf me toen een vriendelijke klap op mijn schouder of op mijn hoofd. Op het criterium van Aalst deden wel tienduizend mensen dat. Maar ik woog nog amper 54 kilo: na zo’n dag was ik murw geslagen.»

Suzy «Niet elke renner is zo sympathiek: mijn vader kan gewoon geen nee zeggen.»

Van der Biest «Iedereen mocht hier ook binnen. De dagen nadien namen de journalisten hier de telefoon op: ‘Hallo, bij Van Impe’.»

Van Impe «Rita en ik zijn zelfs ontvangen geweest op het paleis. Koning Boudewijn had de Tour op de voet gevolgd. Heel vriendelijke mensen, met Fabiola heb ik zelfs over mijn volières gepraat. Op de foto zie je pas hoeveel ik was vermagerd: mijn nieuw kostuum was twee maten te groot.»

'Mijn standbeeld zou groter zijn dan ik – maar da's niet moeilijk, hè'

HUMO Jullie werden geleefd. Maar hebben jullie er ook van genoten?

Van Impe «Ja, maar alleen omdat iedereen er zoveel plezier in had. Daar genoot ik het meest van: ik maak graag mensen gelukkig. Zelf hou ik niet van feesten.

»Ook het gevoel van winnen heeft me nooit veel gedaan. Ik heb pas de laatste maanden, met al die oude kranten opnieuw te lezen, voor het eerst stilgestaan bij die Touroverwinning. Misschien geniet ik er nu wel meer van dan toen.»

Van der Biest «Omdat we alles samen kunnen meemaken. Vroeger kon ik dat nooit, Lucien was altijd weg. Op feesten stond ik altijd alleen.»

Van Impe «De communies van onze kinderen heb ik enkel op foto gezien.

»Weet je, eigenlijk ben ik nooit zo bezig geweest met koersen – een overwinning, een nederlaag: het passeerde. En dat komt toch omdat ik het eigenlijk nooit echt graag gedaan heb. Ik koerste om mijn vader te plezieren. En omdat het mijn werk was, en omdat ik het goed kon.»

HUMO Ben je er dan niet trots op dat je tot de beste klimmers uit de geschiedenis behoort, samen met Gaul en Bahamontes?

Van Impe «Dat wel! Ze hebben mij zelfs verkozen tot beste klimmer aller tijden. Ik mag er niet aan denken dat het Pantani of Virenque was geweest. Zeker Virenque zou bij mij nooit op de foto gestaan hebben: hij heeft de bolletjestrui oneer aangedaan.

»Eén van de mooiste momenten uit mijn leven speelde zich af in de Ronde van Navarra, in 1969. Ik was nog amateur, en reed er aan de leiding. ’s Avonds in het hotel riepen ze me, er was iemand die me wilde spreken. Voor mij stond plots Federico Bahamontes: mijn grote idool, ik kon het amper geloven. Hij zag me als zijn opvolger, en zei me dat ik op een dag de Tour zou winnen. Ik was enorm vereerd. Charly Gaul heb ik op latere leeftijd nog leren kennen, ook met hem klikte het meteen. We hadden alle drie een speciale band.»

'Met dochter Suzy: 'Ik heb kanker overwonnen. Dat ik het karakter van mijn vader heb, heeft veel geholpen.'

HUMO Waarom begrepen jullie mekaar zo goed?

Van Impe «Ik kan het moeilijk onder woorden brengen. Ik heb er altijd van gedroomd om een keer met zoveel voorsprong op een col boven te komen, dat ik daar, zoals Federico ooit gedaan heeft, een ijsje kon eten. Maar ik stond altijd te dicht in het klassement: ze lieten me nooit rijden. Maar misschien zegt het verhaal van Federico wel alles: het was er ons enkel om te doen om als eerste boven te komen, meer niet. De Aubisque en de Tourmalet: dáár wilden we schitteren. Niet op de Champs-Élysées. De bergen zijn het moeilijkste terrein: als je daar de beste bent, geeft je dat een gevoel van macht. Zoals een kat met een muis speelt, dolde ik met mijn tegenstanders.»

HUMO Zal er nog ooit een Belg de Tour winnen?

Van Impe «De volgende Belg die de Tour zou kunnen winnen, is zeker al geboren: hij moet nu een jaar of 15 zijn. Hij koerst al, maar helaas wil hij een renner voor de klassiekers worden. Dat is gemakkelijker en véél minder zwaar dan de Tour. En zo verliezen we elk jaar onze grootste talenten. Klimmen is talent, zeggen ze. Niet waar: het is voortdurend oefenen in de bergen, en doorbijten.»

HUMO Welke raad geef je die 15-jarige?

Van Impe «Niet rond de kerktoren blijven rijden, want dan verlies je je klimcapaciteiten.»

HUMO En een vrouw zoals Rita zoeken?

Van der Biest «Zo lopen er veel rond.»

Van Impe «Het is in elk geval véél gemakkelijker om zo iemand te vinden, dan de Tour te winnen (lacht).»

HUMO En het standbeeld? Wat denk je?

Van der Biest «Het zal de moeite zijn. Allee, het is te hopen. Wat ga je zeggen als je het maar niks vindt, Lucien?»

Van Impe «Niks. Zoals je iemand bezoekt die net een baby heeft gekregen. Vriendelijk lachen, en zeggen: héél schoon! (lacht)»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234