'Luieren in de luwte' Dwarskijker over 'De slimste mens ter wereld', 'Altijd prijs' en 'Bevergem'

Altijd prijs' is mogelijk een verkapt gidsje voor lottowinnaars, maar het is vooral een komisch bedoelde serie waar ik het lachen makkelijk bij kan laten.


De Slimste mens ter wereld

VIER – 12 & 13 oktober

Altijd prijs

VTM – 7 & 14 oktober

Behalve aan mijn beroepsbezigheden heb ik ook een dagtaak aan wanhoopsbestrijding, een overlevingstechniek waaraan nogal wat gelach te pas komt, en zo nu en dan een glas wijn op doktersvoorschrift. Het geval wil dat ik nu ook weer niet zó’n gewillige lacher ben, zodat de lachsalvo’s die gedurig uit ‘De slimste mens’ opklinken mij veeleer verbazen dan meeslepen. Eigenlijk zijn ze een op zichzelf staand fenomeentje in deze listige quiz, en zeker een gimmick. Alles voor de lach: Kim Clijsters, tenniswonder in ruste, keerde in ‘De slimste mens’ haar oogleden binnenstebuiten, waarna ze haar neus als het ware vacuüm snoof, zodat hij ineens het snufferdje van iemand anders leek, dat vertwijfeld asiel zocht op haar gezicht. Je kon merken dat ze dat kunstje al vaker had gedaan op bruiloften en partijen, en vroeger wellicht ook op het tennisveld, om tegenstanders te verzwakken door middel van primitieve, maar daarom niet minder internationale humor. Reken maar dat haar act die avond een lachsucces was in ‘De slimste mens’, een programma dat naar jaarlijkse gewoonte een groeistuip van VIER inluidt. Ik laat me nog altijd graag aansteken door Erik Van Looy die zich ongans lacht met één of ander flauw tot intens flauw geintje, misschien wel omdát het zo flauw is. Als het de tóón van een mop heeft, houdt Erik het al niet meer. Daarbij gaat hij enigszins uit het lood hangen, met de gezichtsuitdrukking van iemand die aan de genadeslag toe is. Het geluid dat hij in onmacht voortbrengt, zal een plattelander, die zich al jaren geleden in de stad heeft gevestigd, vast met heimwee maar evengoed met gemengde gevoelens aan een in het ongerede geraakte gierpomp doen terugdenken. Ik heb me ook al herhaaldelijk vermaakt met de videoclip die op ‘De slimste mens’ preludeerde: ‘Electric Erik & His Fabulous Five’ is een tot in de puntjes geslaagde pastiche op een beatgroep uit de vroege jaren 60 en de televisuele stijl van die tijd: de synchrone pasjes, de bête blijdschap, het vertoon van camaraderie, het blinde vertrouwen in de toekomst. De ornamentele vraagtekens in het decor zijn op zich al een lachertje van formaat. Wie dit kan maken, zou zijn zinnen moeten zetten op een tv-programma vol pastiches, want er is mijnerzijds aldoor veel vraag naar humor die ik de moeite van het lachen waard vind.

Op dat soort amusement rekende ik ook toen ik me instelde op ‘Altijd prijs’, een komische serie van de VTM die op woensdagavond aan ‘Bevergem’ op Canvas voorafgaat. Wat daarachter zit, zal wel geen strategie zijn. In ‘Altijd prijs’ heeft een buitengewoon modaal echtpaar met één kind, een zoon, de lotto gewonnen. Zo’n gelukstreffer zou nog geen garantie voor een uitgebalanceerde voortzetting van het leven zijn, en dus een bron van drama. Geld zou volgens kenners, net als gebrek aan geld, niet gelukkig maken. Ik herinner me dienaangaande de serie ‘Rang 1’, en ook in ‘Bevergem’ is er een lottowinnares die nog lang niet jarig is: Anja, uit het West-Vlaamse leven gegrepen door Maaike Cafmeyer. Lottowinnaars in reclamefilmpjes voor de Nationale Loterij zijn altijd idioten die het ook niet kunnen helpen dat ze ineens een jacht of een kasteel bezitten. Ach, ik zal me ook weleens bezondigd hebben aan de proleterige vraag wat ik zoal zou aanvangen met een bom duiten. Ik denk: luieren in de luwte, tot mijn geld en mijn levensdagen in gelijke mate op zijn. Dat ik, eenmaal gefortuneerd, nog langer lucht zou geven aan gedachteflarden aangaande bijvoorbeeld ‘Altijd prijs’, acht ik onwaarschijnlijk, maar het is stellig nog veel onwaarschijnlijker dat ik de lotto win. ‘Nooit zo weinig lottowinnaars’ kopte een krant laatst op de voorpagina, wellicht omdat er in deze tijd een zorgwekkend tekort aan wereldnieuws heerst.

Laat ik het spoorslags over ‘Altijd prijs’ hebben, een comedyserie waarin het hoofdpersonage, toevallig werkzaam in het geldtransport, zomaar Rudy Desmet heet. Hij wordt gespeeld door Steve Geerts, die ik erg komisch vond als Danny in het gedenkwaardige ‘Duts’. Op aanraden van de Nationale Loterij nemen hij en zijn echtgenote Sandra (Ini Massez) zich voor met geen woord over hun nieuwe rijkdom te reppen, ook in hun flat niet, waar behalve een zoon ook nog een iets te assertieve moeder/schoonmoeder woont, die ‘Hard Times’ van The Scabs uit kan zingen. Je kon wel zien aankomen dat zwijgen over dat onvoorziene kapitaal onbegonnen werk was. En dat het nieuwe bestedingspatroon van de echtelieden tot onenigheid zou leiden, was ook te voorzien. Er dart voorts een schlemielige, over zijn goede bedoelingen struikelende therapeut in deze serie rond, die de lottowinnaars in theorie voor een hoop narigheid moet behoeden. Toen hij zich in het vuur van een therapeutische sessie met de vrouw des huizes ineens verrekte, gaf zij hem prompt een goedbedoelde massage, en uitgerekend tóén kwam Rudy binnen. Dat soort werk.

‘Altijd prijs’ is mogelijk een verkapt gidsje voor lottowinnaars, maar het is vooral een komisch bedoelde serie waar ik het lachen makkelijk bij kan laten. Er zit weinig vaart in – er kleeft zelfs iets ouwelijks aan, en de personages zitten knel tussen stripfiguur en typetje. Ik zag één scène die eruit sprong doordat er ineens een ander soort leven in zat: twee politieagenten gespeeld door Nico Sturm en Robbie Cleiren, omkoopbaar voor de goede zaak, die Rudy Desmet aan de tand kwamen voelen aangaande een zware snelheidsovertreding.

Het is me bekend dat tv-producenten nog altijd op zoek zijn naar een opvolger voor ‘F.C. De Kampioenen’. Dat ‘Altijd prijs’ in dat licht is uitgedacht, zou me dan ook niet verwonderen. Op een bepaald moment scheen het me toe dat deze serie misschien wel van een lachband gediend zou zijn, wat waarlijk nooit eerder in me is opgekomen.

'Humor is in 'Bevergem' vaker een compromis tussen de mens en zijn ingebakken tragiek, maar dat belet je gelukkig nooit om te grinniken'


Bevergem

Canvas – 14 oktober

Comakijken is een tijdsbesteding van uit zitvlees bestaande evennaasten, die het aldoor van ogenblikkelijke bevrediging moeten hebben. Ik heb weinig op met zulke schrokkers en hun hang naar kwantiteit, want een deel van het genoegen dat je aan een goede televisieserie kunt beleven, zit ’m net in het verbeiden van de volgende aflevering. Ik moet hier aan toevoegen dat ik al sinds mijn kindertijd erg goed kan verlangen, op olympisch niveau mag ik wel zeggen. Misschien is dat wel aangeboren en meer een afwijking dan een talent. Kortom: nóg iets waar ik me zorgen over zou moeten maken. Nu ik er nog even bij stilsta, lijkt talent mij misschien ook wel een afwijking, alles welbeschouwd, of het scheelt niet veel.

Nu ja, dat ik naar een televisieserie uitkijk, komt nu ook weer niet zó vaak voor. Ik merk dat ik heden alleen maar benieuwd ben naar de verdere verwikkelingen in ‘Bevergem’, waarin laatst bleek wat voor een ingewikkeld en tragisch personage de op het oog erg simpele Danny wel is, een man van middelbare leeftijd die graag veel tijd doorbrengt bezijden de toonbank in de krantenwinkel van zijn docielste klankbord Kurt, toevallig óók een tragisch personage. Daar drinkt hij weleens drie biertjes na elkaar. Wim Willaert zet Danny meesterlijk neer: door het West-Vlaamse dialect met een huig-r te verbijzonderen, geeft hij hem meteen iets lulligs, maar ook iets kwetsbaars. Dat leg ik later nog wel omstandig uit in een essay. De bekrompen braverik Danny blijft graag aan de praat en verraadt aanhoudend zijn onscherpe persoonlijkheid door op grappen te teren waar de lol al rond de eeuwwisseling van af was; Danny ontleent zijn wijsheid aan wijsheden van heb ik jou daar; Danny spreidt ongevraagd zijn geheimzinnige kennis van dorpsnamen die op –gem of op –zele eindigen, tentoon: ‘Ha neen, Dudzele niet, Kurt! Maar Dadizele dan weer wel’; Danny moest voor zijn vak ooit lampen in- en uit draaien, en over zijn voormalige werkzaamheden spreekt hij nu alsof hij een verantwoordelijke baan had bij de NASA. Danny, de aangewezen risee, wakkerde in deze aflevering van ‘Bevergem’ ineens mijn empathie aan. Als wederhelft van Anja, die de lotto heeft gewonnen, bleek hij vervreemd te zijn van zijn nieuwe levensomstandigheden: een protserige kast van een huis, de wensdroom van de smakeloze parvenu, waar je – typisch West-Vlaams – het verkeer op de nabije snelweg doorlopend hoorde dreunen. Basso continuo. ‘Het went,’ zei Anja, en dat had ze van horen zeggen. Op inblazing van zijn vrouw had Danny zijn baan opgegeven, waardoor hij haast ongemerkt in een depressie was weggezakt: de prijzige kois in zijn nieuwe vijver wogen niet op tegen de visjes in zijn oude aquarium. Wat hem te wachten stond, zagen we in een flashforward: een vermoedelijke zelfmoordpoging in eigen nieuwe vijver, een duik in de dood, die even pathetisch als knullig was. Danny bleek een man die niet door geld van zijn gewoonheid en zijn oude gewoontes was af te brengen, waardoor hij een oprecht ontroerend personage werd. Ik hoopte zelfs even dat zulke mensen ook buiten Bevergem zouden bestaan. Het gesprek dat Anja in de auto met haar bedrukte en ontregelde man voerde, was een aandoenlijke scène. Ze bleek meer van hem te houden dan een buitenstaander zou denken, al weet je maar nooit in Bevergem, waar de waarheid zich achter de façade schuilhoudt.

Humor is in deze serie vaker een compromis tussen de mens en zijn ingebakken tragiek, maar dat belet je gelukkig nooit om te grinniken: bijvoorbeeld om de kortaangebonden Italiaanse immigrant Lorenzo (Han Coucke), een manus-van-alles bij het kringloopcentrum, die volgens mensen die hem beter kenden een gewone Waregemnaar was. Hij hoorde naar de naam Laurent Van Marcke te luisteren, en was de zoon van een plaatselijke textielbaron. Dat hij verknocht was aan de Italiaanse voetbalcompetitie, was dan weer wel waar, maar op iets nóg Italiaanser kon hij niet bogen. Freddy De Vadder, the new kid in town in Bevergem, bood langs de neus weg alweer stof tot nadenken: ‘Je moet content zijn met wat je hebt, maar ook content zijn met wat je niet hebt,’ sprak hij. En nu jij weer. Schrijf dáár maar eens een verhandeling over, of desnoods een thesis.

En straks nog de Zeugefeesten.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234