Lumumba-kenner Ludo De Witte ontleedt de geboorte van de Mobutu-dictatuur

In 1999 publiceerde Ludo De Witte een voor de Belgische geschiedenis onmisbaar boek. Met ‘De moord op Lumumba’ was hij gangmaker voor de parlementaire Lumumba-commissie (2001-2002), die de Belgische betrokkenheid bij de moord op de eerste Congolese premier vaststelde. Vijftien jaar later heeft De Witte een complementair boek klaar, ‘Huurlingen, geheimagenten en diplomaten’, waarin hij inzoomt op een volgend hoofdstuk van de Congolese tragedie: de geboorte van de Mobutu-dictatuur.

Het vertrekpunt van De Wittes opmerkelijk heldere relaas is de operatie Rode Draak – het klinkt als de spannende film die het ooit nog weleens zal worden. Rode Draak staat voor een actie van Belgische para’s, precies vijftig jaar geleden. Op 24 november 1964 dropten Amerikaanse vliegtuigen hen boven Stanleystad, waar ze een paar duizend blanken zouden redden uit de handen van furieuze Simba-rebellen. Een week later paradeerden deze para’s door Brussel als de helden die een ongeëvenaarde humanitaire actie tot een goed einde hadden gebracht. Maar Ludo De Witte heeft een heel ander verhaal. Patrice Lumumba kijkt vanaf een poster toe, terwijl hij het me in zijn woonkamer vertelt. Het is twintig jaar geleden dat De Witte, een socioloog die de kost verdient als redacteur van het parlementair verslag, in de ban van de kwestie-Lumumba raakte. Hij noemt het zelf ‘een uit de hand gelopen hobby’, inmiddels heeft hij ter zake het meest complete archief ter wereld in huis. Als ik hem vraag even samen te vatten wat we nu definitief zeker weten over de moord op Lumumba, rolt er zo een gedetailleerd relaas uit zijn mond.

Ludo De Witte «14 januari 1961 is er een muiterij in Leopoldstad, de hoofdstad van het net onafhankelijke Congo. Lumumba, als premier opzijgeschoven door president Kasavubu en legerleider Mobutu, zit vast; soldaten eisen zijn vrijlating. Lumumba dreigt zo weer aan de macht te komen. Gevolg: grote paniek in Brussel. Hem ter plekke uitschakelen kan niet, want dan zou het regime worden weggeblazen.

»De oplossing: men probeert hem over te brengen en denkt daarbij aan Bakwanga in de Kasaï, waar een soort Zwarte Khmer de plak zwaait, of aan Katanga, het economische hart van het land waar de vriend van alle zakenlui, Tsjombe, de baas is. Etienne Davignon, medewerker van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, stuurt op het kabinet telexen door om die transfer aan te kondigen. Het wordt Katanga.

»Na zijn aankomst in Katanga op 17 januari heeft Lumumba nog vier uur geleefd. In die vier uur stond hij permanent onder bewaking van Katangese soldaten en agenten onder het bevel van Belgische officieren. Het vuurpeloton werd aangevoerd door een Belgische kapitein, Julien Gat. Onzeker is alleen of Lumumba tijdens de executie nog leefde dan wel voordien al doodgemarteld was. Alles wat ik in mijn boek schreef, is door de parlementaire Lumumba-commissie bevestigd.»

HUMO Waarom is er in het rapport van de commissie dan alleen sprake van een Belgische morele verantwoordelijkheid voor de moord?

De Witte «Die vraag heeft commissievoorzitter Geert Versnick alleen met wat vaag gestamel kunnen beantwoorden. Vergeet niet dat het om een politiek samengestelde commissie ging, waarin ook vurige verdedigers zaten van de stelling dat de Belgen helemaal niet bij de moord betrokken waren, zoals de Franstalige liberaal Daniel Bacquelaine, vandaag federaal minister van Pensioenen. De Lumumba-commissie moest een beeld van openheid creëren zonder té veel bloot te leggen.»

HUMO Eens kijken hoe Etienne Davignon de besluiten van de commissie onthouden heeft. Lumumba is door zijn eigen volk vermoord, zei hij enkele weken geleden in Humo, níét door de Belgen. ‘Ik had er helemaal niks mee te maken.’

De Witte «Dat kan zo’n man alleen beweren omdat hij zich onaantastbaar acht. En terecht, eigenlijk: de staat heeft de Belgen die met de moord te maken hadden decennialang beschermd. Dat geldt voor de eenvoudige uitvoerders als Julien Gat – die onder een andere naam naar een kazerne in Duitsland is overgebracht – en a fortiori geldt dat voor Davignon, die uit een voorname familie verbonden met een aantal industriële dynastieën stamt. Hij speelde destijds op het kabinet van Buitenlandse Zaken een essentiële rol. De commissie beschikte over telexen waarin hij het plan om de regering-Lumumba omver te werpen ‘volgens onze wens’ letterlijk ter sprake bracht. Maar ook op het commissierapport reageerde Davignon met zijn bekende flegmatieke zelfverzekerdheid. Een Congolese journalist die hem met een aantal zaken confronteerde, zei hij: ‘U denkt toch niet dat u een krokodil als ik er zo in gaat luizen. Bon, en nu met vakantie!’

»Geen enkele conclusie van het commissierapport heeft ergens toe geleid. De beloofde archiefwet is er niet gekomen, het beloofde Fonds Lumumba evenmin. Het gevolg is dat de familie van Lumumba in 2010 twaalf Belgen, onder wie Davignon, voor het gerecht heeft gedaagd. Hun klacht is inmiddels ontvankelijk verklaard, een onderzoeksrechter bekijkt nu of er ook effectief een proces moet komen.»

HUMO Waarom vond u zelf een tweede boek over de Congolese jaren 60 noodzakelijk?

De Witte «Het is een scharniermoment in die zin dat de Belgische elite voor het eerst in haar bestaan haar fundamentele belangen in doodsgevaar wist, en dan is het heel interessant bloot te leggen hoe ze daarop reageerde. Nadat ze Lumumba hadden geliquideerd, moesten ze toch iets in de plaats zetten dat een beetje stabiel was. Hoe hebben ze dat gedaan?

»Na de moord op Lumumba waren er voortdurend opstanden, culminerend in de opstand van mei ’64: de Simba’s namen toen in een mum van tijd de helft van Congo in bezit. En dat terwijl hun leiders vrij waardeloos waren – één van hen, Gbenye, heb ik nog opgezocht, en dat was behoorlijk ontgoochelend. Maar de frustraties waren zo groot dat deze opstand uitgroeide tot de grootste in Afrika in de tweede helft van de 20ste eeuw.»

HUMO Die opstand werd hardhandig neergeslagen, en het stoort u dat die acties werden voorgesteld als een humanitaire operatie: para’s redden blanken uit de klauwen van gedrogeerde Simba’s. Die deden trouwens effectief de verschrikkelijkste dingen, weet ik óók uit uw boek.

De Witte «Ja, maar als je de rapporten leest over de eerste acht weken van de opstand, dan gaat het over een behoorlijk stabiele opstand. Le Soir en de Libre hadden het over beleefde, gedisciplineerde opstandelingen, ‘aimables rebelles’, die de blanken ongemoeid lieten. Pas toen de Amerikanen met bombardementen begonnen, sloeg de sfeer om en gingen ze blanken gijzelen en als paraplu gebruiken om zichzelf te beschermen. De humanitaire interventie was dus helemaal geen gevolg van de gijzelnemingen, het is omgekeerd: de beslissing om de Simba-citadel Stanleystad militair te verpletteren veroorzaakte het humanitaire probleem.»

HUMO Etienne Davignon, in die tijd kabinetschef van minister van Buitenlandse Zaken Spaak, heeft al laten weten dat een schandalige visie te vinden. ‘Al in mei ’64,’ zegt hij, ‘waren wij volop bezig een oplossing te zoeken voor het lot van de buitenlanders die zich in rebellengebied bevonden.’

De Witte «Totaal niet waar. Toen de Belgische consul in Stanleystad eind juli suggereerde de Belgen op te roepen om te vertrekken, moest hij opstappen! De Belgische regering steunde volledig de bedrijfsleiders in hun obsessie met de winstcijfers: de productie draaiende houden had alle voorrang. Men vreesde dat het rebellenregime een diplomatieke erkenning zou krijgen, er moest dus snel en hard worden opgetreden om de aanslepende opstanden eens en voor altijd en in bloed te smoren.

»Natuurlijk had de interventie ook een humanitair aspect. Men wilde zo veel mogelijk blanken uit Stanleystad oppikken, maar die interventie was tegelijk een scherm waarachter een militaire en politieke operatie werd gepland. Medio augustus 1964 werd het plan van kolonel Frédéric Vandewalle goedgekeurd. Hij zou met een leger van huurlingen en Congolese soldaten naar Stanleystad oprukken om de stad te heroveren, ook al bracht dat blanken elders in gevaar: het binnenland ‘telde niet mee’, stond expliciet in het plan. Spaak wist dat hij met blanke levens speelde, hij had zich er daarom aanvankelijk tegen verzet, maar uiteindelijk moest hij inzien dat alleen repressie de winstcijfers definitief veilig kon stellen.»

Beestachtige repressie

HUMO Uiteindelijk werden zo’n 3.500 blanken in Stanleystad gered, maar daar moeten andere cijfers tegenover worden gesteld, schrijft u: de hele actie kostte ook vele blanke en zwarte levens.

De Witte «Van de vierhonderd vermoorde blanken zijn er 62 vermoord vóór 24 november, tijdens de opmars naar Stanleystad, en 330 ná die datum. En bij de repressie nadien stierven tienduizenden zwarten. Onderzoeker Jules Gérard-Libois had het over honderdduizenden. Ik weet het niet, zwarte doden werden toen niet geteld.»

HUMO De slachtpartijen onder zwarten waren het werk van het leger van Mobutu en van huurlingen?

De Witte «De grondtroepen werden geleid door tientallen Belgische officieren, zij gaven leiding aan huurlingen die ook door de Belgische staatsveiligheid waren gerekruteerd, al ontkende minister Spaak dat. Het ging om een ratjetoe van ideologisch gemotiveerde fascisten, voor wie een Afrikaan doden hetzelfde was als een koe doden, of avonturiers, of mensen die snel geld wilden verdienen.»

HUMO Sommige huurlingen probeerden de moordpartijen tegen te houden, reageert Davignon.

De Witte «Zijn minister, Spaak, was zich nochtans goed bewust van de uitspattingen: ik heb een telex gevonden waarin hij zijn ongerustheid uit over ‘de beestachtigheid’ waarmee de repressie werd uitgevoerd. Elke zwarte die zich in Stanleystad op straat vertoonde, was in levensgevaar. Ongelofelijk cynisch was dan ook dat de Belgische ambassadeur aankondigde het consulaat daar te sluiten, zonder dat Spaak daarop reageerde, omdat te veel Congolezen er bescherming kwamen zoeken. Hij sloot de deur waarvoor mensen werden afgemaakt.»

HUMO Als u ook inzake deze crisis Davignon op z’n verantwoordelijkheid wijst, heeft die dan niet de pech nog in leven te zijn? Anderen droegen meer verantwoordelijkheid.

De Witte «Spaak of kolonel Vandewalle zouden allicht voorrang krijgen als ze nog hadden geleefd. Maar Davignon was wél betrokken bij alle belangrijke beslissingen. Er is materiaal genoeg om hem op zijn minst schuldig verzuim te verwijten inzake oorlogsmisdaden gepleegd onder verantwoordelijkheid van Belgische officieren. De ontwerptelexen vanuit het ministerie zijn haast systematisch door Davignon geschreven, hij was de sleutelfiguur tussen Spaak en de Amerikanen en de militairen, de spin in het web. Als er in dit land een beetje gevoel voor gerechtigheid zou bestaan, dan werd Davignon voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden voor de rechtbank gesleept.»

HUMO In de krant De Morgen verwijt hij u niet met hem gesproken te hebben.

De Witte «Dat is een stommiteit die ik mezelf verwijt, want dat is zijn enige redelijke kritiek (lacht). En als ik formeel had gevraagd hem te spreken, had ik die kritiek makkelijk kunnen weerleggen: Davignon wíl namelijk niet met mij praten. Een debat op de RTBF heeft hij eens afgeblazen omdat ik er ook zou zijn.»

HUMO Behalve Lumumba, Mobutu en Davignon siert ook Che Guevara de cover van uw boek: die belandde in 1965 in Oost-Congo bij de Congolese rebellen. Was hij daar verloren gelopen tussen zijn eigen idealen?

De Witte «Ja, die Cubanen wisten er werkelijk de ballen van, ze hadden totaal geen informatie, geen geheimagenten. Ze kwamen daar tragisch genoeg terecht toen de ruggengraat van de opstand al lang gebroken was. Het had op een catastrofe kunnen uitdraaien: tegenover nog geen honderd gevechtsklare Cubanen stonden op den duur honderden huurlingen onder Belgisch bevel en een paar duizend Congolese soldaten, plus Amerikaanse special forces bij het Tanganyikameer. Ik heb daar een zevental Cubanen over gesproken. Bij hun aftocht over het meer hoorden ze vliegtuigen en boten in hun buurt, maar die hebben niet ingegrepen. De Amerikanen wilden de Cubanen niet bruuskeren op een moment dat ze politieke gevangenen uit Cuba vrij wilden krijgen. Ze wisten niet dat ook Che in de buurt was.»

HUMO Was hij eerder gekomen, had Che dan wel iets voor de opstand kunnen betekenen?

De Witte «Dat is toch de mening van de Belgische officieren. Enkele buitenlandse adviseurs die van wanten wisten, hadden een groot verschil kunnen maken, zeggen zij, want de Simba’s waren zulke armzalige strategen dat ze niet eens de bruggen hadden opgeblazen tegen het oprukkende leger.

»Het optreden van Che mag dan een gigantische mislukking geweest zijn, het was ook de kiem van de latere internationalistische spirit van de Cubanen, met militaire interventies in Angola en elders in Afrika, maar ook geneeskundige hulp. Wie vecht er vandaag in West-Afrika tegen het ebolavirus? Met bijna vijfhonderd Cubaanse dokters en verplegers scoort het kleine Cuba daar ver boven zijn gewichtsklasse.»

Mobutu en de CIA: één front

HUMO Als u zich zoveel moeite getroost om het ontstaan van de Mobutu-dictatuur te documenteren, is dat allicht ook omdat de gevolgen zo lang doorwerken?

De Witte «De bevolking was door de operaties in 1964 zo platgeslagen dat Mobutu met een vingerknip een dictatuur heeft kunnen installeren, en die is meer dan dertig jaar overeind gebleven.»

HUMO Mobutu was de man van de Amerikanen, maar ook van Spaak, maakt u heel duidelijk.

De Witte «De CIA-chef Larry Devlin heeft zich zeer ingespannen voor Mobutu. Ik heb hem opgezocht in Zuid-Frankrijk. Hij vertelde me hoe hij Mobutu op zijn hand kreeg door zelf aanslagen op hem te beramen en hem vervolgens te waarschuwen: Mobutu moest dus wel denken dat hij om zijn vel te redden een front met de CIA moest vormen.

»Ook de Belgen hadden geen andere keuze: nadat ze zelf de kleine kern van politiek geschoolden hadden geëlimineerd door de eerste Congolese regering te liquideren, kon alleen een dictatuur de boel nog bijeenhouden. Spaak heeft zelf Mobutu tot actie aangezet. Ik vond een telex terug waarin hij hem meteen na de staatsgreep feliciteerde voor zijn ‘moed en besluitvaardigheid’.»

HUMO Velen prijzen Mobutu om de stabiliteit die hij in de eerste jaren van zijn regime bracht.

De Witte «Aanvankelijk waren er ook veel Congolezen enthousiast omdat ze zich wat graag aan die strohalm vastklampten. Mobutu heeft vijf jaar een redelijk stabiel land gecreëerd, omdat de economische toestand niet slecht was: de koperprijzen stegen enorm, de Belgen en Amerikanen subsidieerden voor enorme bedragen. Maar ‘het mirakel Mobutu’ waar Walter Zinzen het weleens over had, is er nooit geweest. Hij deed de overheidsuitgaven exploderen en een gigantische inflatie verarmde de bevolking. Op termijn moest de boel wel ontploffen, wat midden de jaren 70 ook gebeurde.

»De rust die Mobutu bracht, was overigens een rust op het kerkhof: zijn soldaten bleven plunderen en verkrachten, en ook de huurlingen waren niet meteen weg. Jean Schramme bracht in Stanleystad in 1967 een heel garnizoen om, vrouwen en kinderen incluis. Dat waren toen onze jihadi’s, en kijk wat met hen gebeurde: koning Boudewijn en minister van Buitenlandse Zaken Pierre Harmel bewogen hemel en aarde om die huurlingen weer in Brussel te krijgen met vliegtuigen van het Rode Kruis; ze konden zo het vliegtuig uitstappen en naar huis gaan.»

HUMO Blijft het zin hebben naar die Mobutu-jaren terug te keren om de huidige situatie te begrijpen?

De Witte «Congo heeft met de twee Kabila’s een ander soort regime gekregen en de internationale krachtsverhoudingen zijn veranderd. Maar je ziet wel dat men dezelfde fouten blijft herhalen. Het Westen hanteert dezelfde basisregel: de grondstoffen van Congo zijn te belangrijk om ze in Congolese handen te laten – ik parafraseer Kissinger, die de Arabische olie te belangrijk vond om ’m in Arabische handen te laten. Men blijft proberen een verrotte situatie te remediëren, men blijft van buitenaf interveniëren in plaats van Congo aan de Congolezen te laten. Zowel de Belgen, de Amerikanen, de Fransen als de Chinezen verdedigen hun eigen belangen, niet die van Congo. Voor mij is de belangrijkste conclusie dat koloniseren een onvergeeflijke misdaad tegen de mensheid is.»

HUMO Academici hebben bij ons nagelaten de geschiedenis van die kolonisatie te schrijven, zegt u in een voetnoot.

De Witte «Het Belgische academische milieu is al even bekrompen als het politieke milieu – men dúrft het niet. Wie schrijft er over de rellen in 1964-1965? Een paar artiesten. Jef Geeraerts verwerkte in zijn Gangreencyclus getuigenissen van paracommando’s en Hugo Claus had het in zijn gedicht ‘1965’ over het jaar van Mobutu: ‘we zenden hem assistenten en centen die zullen ontbloeien tot procenten’ (lacht). Heel knap!

»Na een relatieve bereidheid tot reflectie na de val van Mobutu gaat het in onze omgang met de kolonie weer achteruit. Twintig academici schreven in 2009 in het boek ‘Leopold II, ongegeneerd genie?’ zeer welwillend over Leopold II. Ook een zo populair boek als ‘Congo’ van David Van Reybrouck vind ik een regressie. Martens, Davignon en Leburton komen daar niet in voor: een krachttoer! En we hebben het intussen ook meegemaakt dat Buitenlandse Zaken politiek druk uitoefende om een film over Lumumba niet op Belgische filmfestivals te spelen.»

HUMO Blijft Congo on your mind?

De Witte «Ik heb het nu wel ongeveer gehad. Er ligt nog materiaal voor een boek over Burundi, maar dan is het voor mij gedaan. Ik verleg mijn aandacht naar het Midden-Oosten: aan een Arabische vertaling van mijn Lumumba-boek heb ik slechts 100 dollar overgehouden, maar wel veel interessante contacten.

»Over de toekomst van Congo ben ik heel pessimistisch. De Chinezen leggen wel een infrastructuur aan, maar die zal over een paar decennia naar de knoppen zijn. Intussen slepen ze de rijkdommen daar weg. Toen ik een paar jaar geleden in het binnenland van Katanga was, vond ik het tragisch te moeten zien hoe kinderen daar met een stok in de modder speelden in plaats van naar school te gaan. Vrouwen liepen er zes kilometer ver naar een vervuilde rivier om wat water te gaan scheppen. Elektriciteit hebben ze niet, terwijl je boven je hoofd wel de kabels ziet hangen die de bedrijven van stroom voorzien. En onder je voeten rusten de rijke kopervoorraden.»

HUMO U zocht er naar de plek waar Lumumba werd vermoord.

De Witte «Toen ze ons daar opmerkten voor die eeuwig groene boom die ooit de spatten van het bloed van Lumumba droeg, haalden kinderen er een oude vrouw bij, die ons uitlegde waarom die boom geen schors meer had. Aan die schors schrijft men geneeskrachtige kwaliteiten toe, men brouwt er thee van om kinderen van bloedanemie te genezen. Fantastisch toch? Schreef je een roman, je zou het niet durven te bedenken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234