null Beeld

Maak kennis met Marcel Tack, 117 jaar oud en het genie achter Humo

Slechts één man kan nog vertellen hoe het eraan toeging toen de allereerste Humoradio in elkaar werd geflanst. Hij heet Marcel Tack, en hij is inmiddels een krasse 117-jarige.

Hugo Matthysen

'Een jonggestorven moeder mag geen excuus zijn om je als een rotzak te gedragen, Führer!'

Tack was al 36 toen hij bij het gloednieuwe weekblad solliciteerde. ‘Wat zou u kunnen betekenen voor onze nieuwe publicatie?’ vroeg de hoofdredacteur.

‘Alles,’ antwoordde Tack, ‘ik ben van niks bang, ik spreek vlot vijf talen en mijn IQ reikt tot in de stratosfeer. En zoals u ziet ben ik stijlvol gekleed en proper op mijn eigen.’ Tack paste dus perfect in het Humo-profiel en hij werd prompt aangenomen.

Zijn eerste interview, met kardinaal Van Roey, was meteen spraakmakend. Omdat de Belgische metropoliet maar bleef doorzeuren over de wonderen van Lourdes, daagde Tack hem uit een been te laten amputeren en daarna een reisje naar Lourdes te maken om te zien hoe Onze Lieve Vrouw dat zou oplossen. Van Roey, die geen flauwerik was, ging akkoord. Onder toezicht van een deurwaarder werd zijn linkerbeen afgezaagd, net onder de lies. Na een bezoekje aan de Heilige Grot ging hij langs bij Tack. ‘Wonderen bestaan! Het is weer aangegroeid!’ lachte de kardinaal, waarbij hij een paar vrolijke sprongen maakte. Meteen bekeerde de heidense Tack zich tot het christendom, tot hij een paar maanden later een dubbelganger van de kardinaal ontmoette, die op krukken een café kwam binnengesukkeld.

Het vlammende artikel dat daarop volgde en waarin het bedrog uit de doeken werd gedaan, betekende het begin van de ontkerkelijking in Vlaanderen.


De emocrash van Adolf

Een interview met Hitler was niet evident, maar waar een wil was, vond Tack een weg. Die weg leidde naar Berlijn, waar hij zich de kanselarij binnenblufte met de mededeling dat hij een pil had uitgevonden die soldaten onkwetsbaar maakte voor kogels. Meteen mocht hij de Führer spreken.

‘Interessante uitvinding,’ zei Hitler, ‘geef mijn secretaris zo’n pilletje, dan zal ik proberen hem neer te knallen. Die kogels ketsen toch niet zurück, hoop ik?’

‘Het was een grapje, mijn Führer. Ik zou de stomkoppen die in zo’n ding geloven onmiddellijk ontslaan.’

‘Jaja, ich war ganz mit, haha!’ antwoordde Hitler, die als de dood was dat men hem zou betrappen op een gebrek aan humor, ‘wat kan ik verder voor u doen?’

‘Ik wil je interviewen voor Humo, een blad dat de grenzen van de journalistiek zal verleggen.’

‘Uitstekend! Grenzen verleggen staat hoog op mijn zu tun-lijstje. Je krijgt twintig minuten.’

Het was 1937. Hitler begon over economie, snelwegen, de zegeningen van het vegetarisme, bolsjewistische joden en de glorie van de Wehrmacht.

‘Jaja, die verhaaltjes kennen we al. Maar hoe was de band met je moeder?’ onderbrak Tack hem. Hitler werd meteen emotioneel. Tranen liepen langs zijn snor toen hij vertelde hoe zijn mama Knödelsuppe voor hem maakte, en hoe alles anders had kunnen lopen als zij niet zo jong was gestorven. Dan was hij misschien wel een hardwerkende schoolmeester geworden. Met een lieve mollige vrouw en kinderen die van hem hielden. Het gesnotter duurde bijna drie uur.

‘Bedankt voor je openhartigheid,’ zei Tack tot slot. ‘Maar een jonggestorven moeder mag geen excuus zijn om je als een rotzak te gedragen. En dat ben je toch, of niet?’

‘Zeker, maar er is meer,’ antwoordde Hitler haast fluisterend. ‘Ik ben bovendien een moederskindje dat razend wordt als het zijn zin niet krijgt. Ja, noem mij maar gerust een zielige engerd. Want dat ben ik. Gelukkig heeft Mutti dat niet meer moeten meemaken.’

Toen het stuk verscheen, kregen alleen de Humo-abonnees het te lezen. De Führer, inmiddels bekomen van zijn emocrash, liet immers alle losse exemplaren opkopen en vernietigen.

undefined

null Beeld

undefined

'Bij de landing in Normandië kreeg de Humo-redactie Omaha Beach toegewezen.'


Vlaanderen rouwt om Rita

Marcel Tack was een vernieuwer. ‘De verslaggever maakt het nieuws,’ was zijn devies. In 1938 hoorde hij dat in Rijkevorsel een kip was doodgereden. Hij vulde een halve Humo met het drama. Het beest kreeg een naam: Rita, naar Rita Hayworth, een populaire Amerikaanse actrice. Het tragische ongeval werd vanuit twee gezichtspunten beschreven: dat van de kip, die nog net op tijd haar kuikentjes in veiligheid wist te brengen, maar daardoor niet kon ontsnappen aan de moordende wielen. Daarna werd het tafereel geschilderd vanuit het standpunt van de chauffeur. Eén ruk aan het stuur en hij had Rita kunnen ontwijken, maar dan wel ten koste van de onschuldige kuikentjes. Rita had hem tijdens die laatste seconde strak aangekeken, alsof ze wou zeggen: ‘Vergiet mijn bloed maar. Ik geef mijn leven voor dat van mijn kroost.’

In de weken die volgden verschenen nog gesprekken met de boer (‘Hoe kom ik dit ooit te boven?’) en met de schoolkinderen die weleens een eitje van Rita hadden gegeten (‘Ze rekenen en schrijven vlotter dan hun vriendjes’). Daarnaast plaatste Tack nog een technische vergelijking tussen de Citroën Traction Avant en de legkip, waaruit bleek dat de verhouding tussen beider gewichtsklassen ongeveer één op duizend was. In het nadeel van de kip, die dus geen schijn van kans had. Vlaanderen leefde mee. Er werden herdenkingen gehouden en een paar Citroën-bestuurders werden door boze boeren met de blote riek afgemaakt. Ja, ook in die vroege jaren bepaalde Humo mee het maatschappelijke debat.


D-Day: Humo bij de infanterie!

In mei 1940 werd de Humo-redactie in spoed bijeen geroepen. Den Duits was binnengevallen. Hoe zullen we moeten werken onder de bezetter? Dat was de vraag.

‘Verder werken? Geen sprake van, wij gaan vechten!’ riep Marcel, en zijn enthousiasme begeesterde jong en oud. Het hele personeelsbestand verscheepte naar Engeland. Tack bracht de documentatiedienst onder bij de Secret Services, de lay-out vervoegde de luchtmacht en de journalisten gingen naar de infanterie.

Bij de landing in Normandië kreeg uw lijfblad Omaha Beach toegewezen. Dankzij het uitstekende spionagewerk van onze documentatiedienst verliep de operatie gesmeerd. Terwijl de lay-outafdeling de mof bestookte vanuit de lucht, liepen onze verslaggevers het strand op en ruimden het ene mitrailleursnest na het andere op. Marcel Tack zag ongeveer de helft van zijn collega’s sneuvelen. ‘Jammer, maar het is goed voor de verjonging van het blad,’ mompelde hij, terwijl hij aan zijn sigaar trok en nog een handgranaat richting Derde Rijk wierp.


Journalistiek engagement

Na de oorlog werd Marcel Tack een succesvol showbizzreporter, en dat had veel te maken met zijn persoonlijke betrokkenheid. Brigitte Bardot is hem steeds blijven waarderen voor de tedere manier waarop hij haar de liefde leerde kennen. Liz Taylor zei ooit over Richard Burton: ‘Prima gast, maar géén Marcel!’ Maar rond 1960 voelde Tack dat het tijd werd voor een nieuwe uitdaging. Een belangrijke minderheid wordt gediscrimineerd, ontdekte hij: de homoseksuele medemensen. Als man van de daad meende hij dat het niet volstond om alleen maar te schrijven over misstanden in de samenleving. Een journalist moet zich durven te engageren. Huiverend en ontroerd las Vlaanderen hoe Marcel de herenliefde leerde kennen. ‘Het is niet meteen mijn ding,’ berichtte hij openhartig, ‘maar de journalistieke plicht roept.’ Voor de gemiddelde Vlaming, die het middel enkel kende als een remedie tegen ruwe handen, kreeg het woord vaseline plots een nieuwe betekenis. Heel wat vrouwelijke fans waren in shock, en daarom stond na een tijdje onderaan elke aflevering de volgende mededeling: ‘Dames, deze handelingen gebeuren enkel en alleen om de feiten te leren kennen in het kader van de onderzoeksjournalistiek. Bedankt voor jullie begrip en tot gauw.’ Daarnaast stond zijn telefoonnummer.


Naar Mars en terug

Tack bleef nog lang bij Humo. Hij bleef briljant, maar eens de 100 gepasseerd, ruimde zijn hardnekkigheid plaats voor ordinaire koppigheid. Twaalf jaar geleden kreeg hij de Russen zo ver dat ze hem naar Mars stuurden. Hij liep er zes weken rond en ontdekte er vier vlindersoorten en een primitief zoogdier dat op een uier lijkt, waarvan de spenen meteen de poten zijn. Marcel haalde er nauwelijks zijn schouders voor op. Hij vond Mars alleen maar saai. Als een journalist íéts moet vermijden, dan is het saaiheid, meende hij. Daarom nam hij niet eens de moeite om foto’s te maken of een verslag neer te schrijven. ‘Ik heb het grootste respect voor de Humo-lezers,’ zei hij achteraf. ‘Het zou een misdaad zijn geweest die mensen te pesten met vervelende reisverhalen.’

Over twee weken wordt de man 117. Fysiek is hij nog helemaal in orde, maar hij lijdt aan ouderdomsdementie. De frontale hersenkwab doet het niet meer zo goed. Zijn empathisch vermogen is volledig verdwenen, maar daar heeft hij zelf geen last van. Meer zelfs, hij heeft van de nood een deugd gemaakt: sinds een jaar of twee is hij ghostwriter van Gwendolyn Rutten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234