Maaseik, terroristennest aan de Maas

Het was geen verrassing dat het zwaartepunt van de antiterreuractie van vorige week in Maaseik lag: al sinds 2000 is het schilderachtige Limburgse grensstadje in de greep van moslimradicalen. En de opvolging is verzekerd: op Facebook steken oudere, wegens terrorisme veroordeelde leden van de Noord-Afrikaanse terreurorganisatie GICM een spreekwoordelijke duim op naar de jonge generatie Syriëgangers.

Het is oktober 2014 en het is feest: de 24-jarige Maaseikenaar Fayssal Oussaih trouwt met S., een meisje uit het Antwerpse. Een gewoon huwelijk, zo lijkt het, met alles erop en eraan: ’s morgens de burgerlijke trouw op het stadhuis in Maaseik, ’s avonds een groot feest in een gehuurd zaaltje. Het koppel heeft een cameraman geboekt, een fotograaf geregeld, zelfs aan de tafel- en stoeldecoratie is gedacht. Fayssal en zijn bruid stralen – glimlachend nemen ze cadeaus en felicitaties in ontvangst.

'Naar de voedingsbodem van het radicalisme in Maaseik moeten we niet ver zoeken: de kiemen zijn begin 2000 gezaaid, met de oprichting van de Belgische GICM-cel in Maaseik' Burgemeester Jan Creemers

Fayssal is de jongste uit een gezin van twee meisjes en vijf jongens, een echte nakomer. Omdat zijn ouders amper Nederlands spreken, waren het meestal zijn broers en zussen die naar zijn voetbalmatchen bij SL Wurfeld gingen kijken en het oudercontact op school voor hun rekening namen. Toen iedereen de deur uit was en vader Oussaih in 2009 overleed, bleef Fayssal alleen achter met zijn moeder. Volgens een intimus van de familie, die Fayssal zag opgroeien, is er toen iets geknakt.

Intimus «Fayssal is nooit een moeilijke jongen geweest. Als tiener heeft hij wel gepuberd – op straat rondhangen, veel op zijn kamer zitten, alleen maar bezig met voetbal. Maar niets verontrustends.»

En toen dus die knak. Na de dood van zijn vader, twee maanden voor zijn eindexamens, namen Fayssals schoolresultaten een gigantische duik – de gevolgen waren navenant: hij moest zijn jaar overdoen.

Intimus «Dat zag hij niet zitten, waarop hij een jaar is thuisgebleven. Na een tijdje heeft hij toch zijn moed bijeengeraapt en heeft hij zich aangemeld bij de middenjury om zijn diploma te halen. Of hij geslaagd is, weet ik niet. Fayssal en ik hebben een tijdje weinig contact gehad.»

'Maaseik is voor sommige jongeren de poort naar Syrië geworden.'

Fayssal bleef aanmodderen. Hij klaagde erover dat hij nergens aan de bak kwam – als hij al de moeite deed om werk te zoeken. Leven als een strikte moslim zei hem weinig: hij had vriendinnetjes, ging op stap, droomde van mooie auto’s. Toen hij op een dag met een BMW kwam voorrijden, voelde hij zich de koning te rijk, zeker toen hij niet veel later erin slaagde de wagen met winst te verkopen. De gesjeesde scholier leek dan toch voor íéts in de wieg te zijn gelegd. Geregeld schafte hij zich een nieuwe auto aan, die hij met winst doorverkocht.

Een hobby, zo klinkt het in zijn omgeving, maar dan wel eentje die hem financieel onafhankelijk maakte. Hij nam zijn intrek in een appartement in het centrum van Maaseik. Toen Fayssal ook nog eens een meisje leerde kennen met wie het serieus was, dacht iedereen dat zijn ‘zoekende’ periode voorbij was.


Huwelijksreis

De Maaseikse CD&V-burgemeester Jan Creemers herinnert zich de trouw van Fayssal en S. nog goed.

Jan Creemers «Zoals ik mij de meeste recente huwelijken nog herinner. Een jong, verliefd koppel. Er was niets vreemds aan, alles verliep normaal.»

Een drietal weken geleden liet Creemers Fayssal uit het bevolkingsregister van Maaseik schrappen. Voor S. was dat niet nodig, zij was er niet eens ingeschreven. Het was de burgemeester ter ore gekomen dat Fayssal zich niet meer op zijn domicilie bevond.

Creemers «Politiecontroles hebben dat bevestigd. En als ik de sociale media moet geloven, verblijft Fayssal momenteel in Syrië.»

Op Facebook doken begin januari foto’s op van de jonge Maaseikenaar met een machinegeweer. Op één foto staat hij een beetje onwennig met een kogelgordel rond het lichaam, op een andere grijnst hij breeduit en draagt hij een camouflagevest. Fayssal laat zich tegenwoordig ook aanspreken met Abou Shaheed‘shaheed’ betekent martelaar, iemand die sterft in de jihad.

Jihad? Fayssal en S. zouden twee weken op huwelijksreis gaan naar Italië. Of ze daar ooit aangekomen zijn, is niet duidelijk, zegt een vriend van Fayssal, die sporadisch nog contact met hem heeft.

Vriend «Dan zouden we wel foto’s te zien hebben gekregen op zijn Facebookpagina. Ik heb een tijdje niets van ze gehoord, tot Fayssal plots sms’te dat ze in Turkije zaten en dat ze van plan waren de grens met Syrië over te steken. Ze wilden mensen gaan helpen die door het leger van Assad werden ‘benadeeld’. Iedereen was in shock, vooral de familie: zij hebben niets te maken met Syrië en de oorlog die daar woedt.

»Ik heb hem nog aan de lijn gekregen en hem op het hart gedrukt geen domme dingen te doen. Maar hij klonk beslist: ‘Ik wil in een islamitisch land gaan wonen.’ ‘Waarom ga je dan niet naar Saoedi-Arabië? Waarom een land dat in oorlog is?’ ‘Ik wil mensen helpen die het echt nodig hebben.’»

Het ‘perfecte’ huwelijk van Fayssal kreeg ineens een wrange nasmaak. De vriend begrijpt het nog altijd niet, de familieleden nog minder. ‘Voor mij is het een teken dat hij twijfelde,’ zegt de vriend. ‘Als ik zeker wist dat ik naar Syrië zou gaan, dan had ik niet zo veel moeite gedaan voor een trouwfeest. Dan zou ik louter voor de wet zijn getrouwd en niet zo met geld hebben gesmeten. Was hij wel zeker dat hij wilde gaan? Heeft iemand in Turkije hem nog moeten overtuigen? We weten het niet.’


Geslaagde Actie

Voorlopig zijn Fayssal Oussaih en S. de laatsten in een rij jongeren die de laatste twee jaar vanuit Maaseik naar Syrië zijn vertrokken. Eerder lieten ook al Rachid Iba, Jamal Elkoua en Ismaïl Amgroud alles achter in Limburg om een paar duizend kilometer verder deel te nemen aan een strijd die ze steeds meer als de hunne waren gaan beschouwen.

'Deze schoonheid houden we mooi aan de kant voor het Joodse volk' Jamal Elkoua op Facebook, onder een foto van een scudraket

‘Onbegrijpelijk,’ zucht een familielid van Jamal Elkoua. ‘Wij hebben hier niets mee te maken. Onze familie is zo niet.’

Familielid Jamal «Deze maand is het precies twee jaar geleden dat Jamal is vertrokken. Op een dag was hij gewoon weg. Hij woonde nog bij zijn ouders, die nu niet meer weten of ze hun zoon ooit nog zullen terugzien.»

Jamal is de jongste van zes kinderen. Een rustige kerel die veel met sport bezig was: hij voetbalde, deed vroeger aan taekwondo.

Familielid Jamal «Jamal leidde een normaal leven. Hij ging naar de moskee, had vrienden, werkte als elektricien. In de periode voor zijn vertrek zat hij wel al meer dan een jaar thuis: tijdens een zwaar ongeval, waarbij een bus op zijn auto was ingereden, had hij een ingewikkelde beenbreuk opgelopen. Hij kreeg een stalen pin in zijn been en moest lang revalideren.»

Over wáár in Syrië hij zich precies bevindt, rept Jamal met geen woord – hij laat alleen weten dat alles goed gaat. Af en toe belt hij naar zijn ouders. ‘Hij zegt dat hij bij een hulporganisatie zit,’ aldus het familielid. ‘Wat dat ook moge betekenen.’

Weinig goeds, zo blijkt: ook van Jamal verschenen sinds zijn vertrek foto’s waarop hij stoer poseert met een machinegeweer. Voor een ander kiekje nam hij plaats naast een scudraket die IS in Syrië buitmaakte. ‘Deze schoonheid houden we mooi aan de kant voor het Joodse volk,’ schreef hij eronder. De aanslag op Charlie Hebdo en de gijzeling in een Joodse supermarkt bestempelde hij dan weer als ‘een geslaagde actie van onze broeders in Parijs’.

Familielid Jamal (beslist) «Ik ben daartegen. Voor mij is het gedaan.»


Boerka’s op straat

Om te begrijpen hoe jongens als Fayssal, Jamal en Ismaïl – over wie weinig bekend is, behalve dat hij in juni 2013, enkele maanden na zijn aankomst in Syrië, sneuvelde – in de klauwen van het moslimextremisme werden gedreven, volstaat een blik op de sociale media: op zijn Facebookpagina krijgt Fayssal Oussaih likes van Maaseikenaren Khalid Bouloudo en Abdallah Ouabour.

Bouloudo en Ouabour werden in 2006, op een proces waar ze met nog elf anderen terechtstonden, veroordeeld tot vijf jaar effectieve celstraf wegens lidmaatschap van de terroristische organisatie Groupe Islamique Combattant Marocain (GICM) – in beroep kreeg Ouabour er overigens nog een jaar bij. Stonden destijds ook voor de rechtbank: Rachid Iba, momenteel ook beklaagde in het proces tegen Sharia4Belgium, die twee jaar effectief kreeg omdat hij zijn paspoort had ‘uitgeleend’ zodat een topterrorist van de GICM naar België kon reizen; én Khalid Oussaih, de oudere neef van Fayssal, die bij verstek veroordeeld werd tot vier jaar effectief, ook wegens paspoortfraude.

De GICM is een Noord-Afrikaanse terreurorganisatie die een fundamentalistische staat wil vestigen in Marokko. De groepering ontstond in Afghanistan, tijdens het bewind van de taliban. Ze heeft rechtstreekse banden met Al-Qaeda en zat achter de aanslagen in Madrid in 2004 (191 doden) en Casablanca in 2003 (45 doden). De GICM heeft ook een Belgische cel, die werd opgericht door Abdelkader Hakimi en Lahoussine El Haski, twee uitgeweken Marokkanen met een verleden als strijder in onder meer Afghanistan, Tsjetsjenië en Bosnië.

Hakimi en El Haski opereerden aanvankelijk vanuit Brussel, maar vonden al snel medestanders in Maaseik: Khalid Bouloudo en Abdallah Ouabour, die eind jaren 90 naar een koranschool in Syrië gereisd waren. Ouabour keerde na een maand terug omdat zijn geld op was, Bouloudo bleef en leerde er zijn latere echtgenote kennen, Khadija El Ouazzani, naar verluidt een nicht van één van de stichters van de GICM.

Concrete plannen voor een aanslag heeft de Maaseikse GICM-franchise nooit gehad – tijdens huiszoekingen zijn nooit wapens of explosieven gewonden. De ‘slapende cel’ had vooral een logistieke functie: ze zorgde voor valse paspoorten, zwart geld en onderduikadressen voor GICM’ers die van en naar het strijdtoneel in Afghanistan en Irak reisden. De Belgen onderhielden ook intense contacten met de latere verdachten van de aanslagen in Madrid en Casablanca – in een appartement in Maaseik vond de politie vingerafdrukken van een Spaanse GICM-verdachte.

Draaischijf van de Maaseikse cel was Khalid Bouloudo, die na een militaire training in een Al-Qaedakamp in Afghanistan vanuit zijn thuisstad de internationale GICM-contacten onderhield en de exfiltraties regelde. Zijn echtgenote moet trouwens niet voor hem onderdoen: het was mevrouw Bouloudo die als eerste met een boerka opdook in het Maaseikse straatbeeld. Na het gemeentelijke boerkaverbod stapelde ze de boetes op omdat ze haar boerka weigerde uit te doen.

Bouloudo zorgde ook voor de definitieve verankering van GICM-kopstuk Lahoussine El Haski in Maaseik door zijn zus Samira aan hem voor te stellen. De twee trouwden en vestigden zich in de Maaseikse deelgemeente Neeroeteren.

‘Het begin van alle ellende,’ zegt een goede bekende van één van de Syriëstrijders, die zijn naam niet gepubliceerd wil zien omdat hij represailles vreest.

Bekende van Syriëstrijder «Vroeger was Maaseik een vredig stadje. Iedereen deed waar hij zin in had. Als ik nu door Maaseik rijd, zíé ik hoe streng islamitisch de stad geworden is. Vrouwen lopen er rond met een hoofddoek en geboorte-, verlovings- en trouwfeesten worden gevierd met een gescheiden publiek: mannen aan de ene kant, vrouwen aan de andere. Vroeger zouden we daar eens mee gelachen hebben, nu is het de regel geworden.»

Dé verpersoonlijking van die omslag zijn Khalid en Samira Bouloudo, aldus de bekende, die de twee nog kent van vroeger.

Bekende van Syriëstrijder «Khalid en Samira hingen meestal rond op het speelpleintje. Samira was een toffe, iemand met wie je goed kon lachen. Rebels, ook: bijna elke week had ze een andere haarkleur. Naar haar kon je opkijken, ze deed dingen die andere moslims niet durfden. Maar dat is allemaal veranderd toen ze Lahoussine El Haski leerde kennen.»

Het meisje dat vroeger met iedereen een praatje maakte, groet nu zelfs geen moslima’s meer die geen hoofddoek dragen en die niet strikt volgens de islam leven. Ook Khalid Bouloudo transformeerde: van een onopvallende jongere – pintje drinken, jointje roken – die op het Technisch Atheneum alle moeite moest doen om zijn diploma middelbaar onderwijs te halen en daarna aan de slag ging in de auto-industrie, in de aspergeteelt en als koekjesbakker, werd hij een gewelddadige jihadist. Nadat hij besloten had om als vrome moslim door het leven te gaan, ging hij bij zijn oude vrienden vakantiefoto’s van zijn losbandige verleden aftroggelen. Gedaan met beelden waarop hij in zwembroek prijkte, jointje in de hand. Voortaan wilde hij alleen in gebedsjurk en met een lange baard worden gezien.

Zeven jaar na zijn eerste veroordeling lijkt Bouloudo zijn ideologie nauwelijks te hebben bijgesteld. Integendeel: vorige week, tijdens een grote antiterreuractie waarvan het zwaartepunt in Maaseik lag, pakte de politie hem opnieuw op. Aan het gemeentebestuur van Kinrooi, zijn nieuwe woonplaats, had hij toelating gevraagd om zijn twee kinderen van 5 en 10 jaar onder begeleiding van een volwassene naar Turkije te laten reizen. Het federale parket vermoedt dat Bouloudo zijn kinderen naar Syrië probeerde te sturen, met de bedoeling ze achterna te reizen.


Altijd welkom

Wanneer in een terrorismedossier iets te mooi lijkt om toeval te zijn, dan is dat meestal ook zo. Toen afgelopen zomer in de Maaseikse deelgemeente Neeroeteren een islamitische ‘gebedsgroep’ neerstreek in de Ophovenstraat, nota bene in een woning schuin tegenover het privéadres van Lahoussine El Haski en Samira Bouloudo, heette het dat het om een groep moslims ging die er hun conservatieve visie op de islam wilden belijden. Niks geen extremisten: de jongeren kregen huiswerkbegeleiding aangeboden en wie dat wilde, kon komen kennismaken met het bestuur van vzw Attawasol. De oprichters staken zelfs de hand uit naar de Maaseikse burgemeester Jan Creemers.

'Als ik door Maaseik rijd, zíé ik hoe streng islamistisch de stad geworden is' Bekende van één van de Syriëstrijders

Die heeft de uitnodiging nooit aanvaard. Had hij dat wel gedaan, dan zou Creemers misschien sneller alarm hebben kunnen slaan. In werkelijkheid ging het immers om een groep gelovigen rond Khalid Bouloudo, die zich had afgescheurd van de El Hidayamoskee in Maaseik. Bouloudo was al langer aan het proberen om zijn visie ingang te laten vinden bij de Maaseikse moslims. Na de dood van Ismaïl Amgroud in Syrië had hij in de moskee een herdenking georganiseerd en een schaap laten slachten – een martelarenverering waarmee het moskeebestuur niet was opgezet.

Maar de extremisten buitenzetten, dat was blijkbaar toch een brug te ver. ‘Iedereen is en blijft welkom bij ons,’ zegt Tahar Chahbi, voorzitter van de El Hidayamoskee. Ook een veroordeelde moslimterrorist zoals Rachid Iba? Ja, zo klinkt het desgevraagd.

Tahar Chahbi «Wij staan niet aan de deur om naar het verleden van onze bezoekers te vragen. Het kan zijn dat een paar mensen van onze gemeenschap er een extremistische, gewelddadige interpretatie van hun geloof op nahouden, maar dat geldt niet voor de hele gemeenschap. Wij staan voor een gematigde islam. De lessen die daarover bij ons worden gegeven, zijn ook van die strekking.»

De voorzitter ontkent niet dat de jongste generatie Syriëgangers naar de moskee kwam. Hij ként ze ook: Fayssal, Jamal, Ismaïl, Rachid – allemaal jongens met een gezicht. Maar dat ze een vertrek naar Syrië bekokstoofden, dat wist Chahbi niet.

Chahbi «Uiteraard niet. Radicalisering gebeurt tegenwoordig via Facebook en via iPhones, dat kan de moskee toch niet controleren?

»Ik betreur dat die jongens naar Syrië zijn vertrokken, ze hebben daar niet goed over nagedacht. Het zijn zij die de moskee met radicalisme in verband brengen, niet omgekeerd. Wij willen dat jongeren gaan studeren en hun rol in de maatschappij opnemen. Te veel jongelui denken nog altijd dat ze recht hebben op iets – ‘Geef mij!’ Wij leren hun wat verantwoordelijkheid is en dat ze hun eigen lot in handen moeten nemen.»

De intimus van de familie Oussaih is niet verbaasd dat de moskee Rachid Iba geen toegangsverbod oplegde. ‘De moskee mag niemand uitsluiten. Ze is gebouwd door de gemeenschap, waarschijnlijk ook met centen van de familie Iba. Dan kun je moeilijk familieleden gaan weigeren. Bovendien verdient iedereen een tweede kans.’

Waar de intimus meer moeite mee heeft, is dat blijkbaar veel jongeren wisten dat Fayssal zou vertrekken, maar dat niemand iets heeft gezegd.

Intimus «Volgens mij gaat het om jongeren die dezelfde overtuiging zijn toegedaan en er geen graten in zien om naar Syrië te reizen. Ze hebben niks gezegd omdat ze dachten: ‘Wow, die gaat dat echt doen!’ Ze waren trots, en ze wisten dat Fayssal er niet zou raken als ze iemand alarmeerden. Dus zwegen ze.»

Fayssal maakte nooit een punt van zijn geloof, tot enkele jaren geleden. Ineens maakte hij in zijn vrienden- en kennissenkring opmerkingen over ‘onaangepast gedrag’. Tijdens zijn huwelijksfeest stond hij erop dat de mannen van de vrouwen zouden worden gescheiden. Hij heeft lang gezocht naar een locatie met twee aparte zaaltjes, zo herinnert zijn vriend zich.

Vriend «Dat zou de Fayssal van vroeger nooit gedaan hebben. Ik heb ook niet gemerkt dat hij zich in de Koran begon te verdiepen. Volgens mij hebben anderen dat voor hem gedaan. Zij hebben een ander mens van hem gemaakt.»

De vriend vreest dat Fayssal, net zoals alle recente vertrekkers, is geïndoctrineerd door de oude generatie GICM-terroristen.

Vriend «Voor mij zijn Khalid Bouloudo en Abdallah Ouabour de slechteriken in dit verhaal. Doordat zij hun gang konden gaan, is Maaseik voor veel jongeren de poort naar Syrië geworden. Vroeger was er geen sprake van terrorisme in Maaseik, nu vertrekt de ene na de andere.»


Respect voor veteranen

Volgens burgemeester Jan Creemers is het zo klaar als een klontje.

Creemers «Naar de voedingsbodem van het radicalisme in Maaseik moeten we niet ver zoeken: de grondvesten zijn begin 2000 gelegd met de oprichting van de Belgische GICM-cel in Maaseik.»

Politicoloog Bilal Benyaich, die onderzoek deed naar de islamradicalisering in ons land, bevestigt dat er een speciale relatie bestaat tussen de oude terreurnetwerken en sommige Syriëstrijders.

Bilal Benyaich «Niet dat ze elkaar allemaal kennen, maar er zijn wel brugfiguren tussen de verschillende generaties, die je als een soort netwerk kunt beschouwen. Die netwerken zijn er al sinds de tweede helft van de jaren 90, toen de eerste islamextremisten en jihadisten in ons land opdoken. Zij hadden banden met de GIA in Algerije en kwamen in het milieu rond de moordenaars van de Afghaanse leider Ahmed Shah Massoed terecht. Het zijn dezelfde mensen die in Afghanistan gingen trainen, in kampen waar ook de latere schutter van Toulouse (Mohamed Merah schoot in 2012 zeven mensen dood, red.) verbleef en waar de kennissen van Malika El Aroud naartoe trokken, de Belgische internetjihadiste en weduwe van één van de moordenaars van Massoud.»

Zonder die oude netwerken zou België nooit zoveel Syriëstrijders hebben gehad, stelt Benyaich.

Benyaich «Het zijn anciens, en voor veteranen heb je respect. Je ziet het ook in Frankrijk, waar veel Syriëstrijders gehoor geven aan de propaganda die leden van de oude terreurnetwerken verspreiden. Zij importeerden het gewelddadige islamisme en lieten het hier wortel schieten, de jongeren pikken het op.

Fayssal was geen beïnvloedbaar type, zegt de intimus van de familie. ‘Maar als je geen werk hebt, geen doel in het leven, dan ben je vatbaar voor allerlei theorieën.’

Intimus «Dan krijg je mensen zover dat ze gaan helpen in Syrië en dat ze snelsnel met een kalasjnikov op de foto gaan die ze op het laatste moment in de handen geduwd krijgen. Iemand drukt af en hup: weer een beeld dat zieltjes moet winnen. Wie zegt dat het zo niet is gegaan? Dat Fayssal slechts een onderdeel is in de vuile propagandaoorlog van IS?»

De vriend van Fayssal wéét dat hij zich tegenwoordig Abou Shaheed laat noemen. Dat zijn neef Khalid Oussaih in 2006 veroordeeld werd wegens terrorisme (bij verstek, hij wacht sinds zijn terugkeer uit Marokko op een nieuw proces, red.). Dat hij de perceptie tegen heeft, dat zelfs zijn familienaam nu verdacht is.

Vriend «Niemand weet hoe het is gegaan. Niemand weet hoe close Fayssal en Khalid de laatste tijd waren. Niemand weet of hij bij IS zit – zelf laat hij ons in het ongewisse. In het begin was ik ervan overtuigd dat hij naar Syrië was gegaan om te strijden. Maar hij heeft me verzekerd dat dat niet de bedoeling is. Dat hij geen slechte dingen zou doen.»

Ook de intimus weet niet meer wat te geloven. ‘Ik weet alleen dat wij hier ook de andere kant zien: strijders die terugkomen uit Syrië. Parijs, Verviers. Daar zijn wij bang voor, dat ze van Fayssal ook zo iemand zullen maken. De beelden van Fayssal met dat geweer hebben de familie geen goed gedaan.’

Maar ondanks alles zegt de vriend met Fayssal en S. in contact te willen blijven.

Vriend «Zijn familie probeert hem ervan te overtuigen om terug te komen. Ze zeggen dat hij híér nodig is, niet daar. Als ik hem daarop wijs, zegt hij dat hij genoeg heeft gedaan in België. Dat de échte slachtoffers zich in Syrië bevinden en dat ik ook beter naar daar zou gaan. ‘We komen hier handen te kort.’

»Ik durf er niet aan te denken hoe dit verhaal gaat aflopen. Ofwel komt Fayssal terug – als hij dat nog mag, met al die politici die hem zijn identiteit willen afnemen. Ofwel blijft hij, en eindigt hij als Ismaïl.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234