Mama van een pedofiel:'Mijn zoon randt kleine meisjes aan.' Familieleden van seksuele delinquenten aan het woord (2)

In deel 2 van onze reeks over de familie van zedenplegers vertelt de moeder van Felix over de duistere kant van haar toen 16-jarige zoon, een brave jongen die rookte noch dronk, en altijd op tijd thuis was.‘Ik zou hem vermoord hebben. Letterlijk. Zo boos was ik op hem.’

'Ik dacht: 'Mijn zoon is een pervert. Hij gaat later mensen verkrachten en vermoorden'' Veerle, moeder van Felix

‘Maar ik had het haar gevraagd!’ zei hij altijd weer. ‘Ik had het haar gevraagd, en ze heeft ja gezegd.’ Dat beangstigde zijn moeder nog het meest. Dat haar zoon van 16 dacht dat het oké was om een meisje van 6 aan te randen, omdat hij het beleefd had gevraagd.

Veerle (43) «Het was in de kerstvakantie van 2010. We zaten met het gezin televisie te kijken. Felix was met iemand aan het sms’en. Plots kreeg ik telefoon van mijn beste vriendin. Ze had een berichtje gezien dat Felix aan haar dochtertje had gestuurd dat niks aan de verbeelding overliet. Wanneer ze nog eens gingen afspreken, ‘om aan zijn lolly te likken’. Felix was op dat moment 15, het dochtertje van mijn vriendin was 9.

»Het misbruik was al drie jaar aan de gang, zou achteraf blijken. Het gebeurde bijna onder onze neuzen, als we bij mijn beste vriendin op bezoek waren. Felix speelde dan verstoppertje met het dochtertje, of ze keken samen televisie. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht dat daar iets mis mee was, want Felix was een doodbrave, lieve jongen. Zo’n tiener die nooit tegensprak en zonder morren de vuilniszakken buitenzette.

»Het telefoontje was een bom. Ik wist absoluut niet hoe ik op mijn zoon moest reageren. Mijn partner, een vrouw, heeft zijn gsm afgepakt en hem naar zijn kamer gestuurd. Ik ben naar buiten gelopen. Het was winter en berekoud. Ik moest letterlijk afkoelen. Ik heb mijn zoon nooit geslagen, maar als Felix toen in mijn buurt was gekomen, had ik hem een pak rammel gegeven. We logeerden bij mijn schoonouders, die vroegen wat er scheelde. ‘Niets,’ zei ik. ‘Ik voel me niet goed.’ Een paar dagen later zou het Kerstmis zijn.

»Ik heb zelf een afschuwelijke jeugd gehad. Ik werd mishandeld en was het slachtoffer van incest door mijn stiefvader. Van mijn 8ste tot mijn 16de, bijna wekelijks. Mijn moeder wist het en ze heeft er nooit iets tegen gedaan. Toen ik zelf moeder werd, heb ik me voorgenomen dat mijn kinderen nooit zouden doormaken wat ik zelf had meegemaakt. Ik wilde de cirkel doorbreken. Mijn kinderen moesten met mij kunnen praten als er iets was. Ik leerde hen ook dat ze anderen altijd met respect moesten behandelen. Als er iets over misbruik in het nieuws kwam, maakte ik hen duidelijk dat dat absoluut niet kon. Maar die avond viel heel mijn opvoeding als een kaartenhuisje in elkaar. Alles waar ik met mijn kinderen over gepraat had, de grenzen die ik zo mooi had uitgestippeld, dat alles viel in duigen. Ik was radeloos. Was ik zo’n slechte moeder geweest? Waar was ik verkeerd gegaan? Wáár was ik niet duidelijk genoeg? Waar?»


★★★

Seksueel misbruik door jongeren komt vaker voor dan we denken. 20 procent van de verkrachtingen en 30 tot 50 procent van alle gevallen van seksueel misbruik worden gepleegd door daders van jonger dan 18 jaar. ‘Dat is heel veel,’ beaamt Nils Verbeeck, psychiater bij Fides, een residentieel centrum in Beernem voor de behandeling van seksuele delinquenten.

Nils Verbeeck «Het goede nieuws is dat het risico op recidive bij jongeren veel kleiner is dan bij volwassenen. Er zit maar een kleine groep tussen die bijzonder gevaarlijk is en ook als volwassene feiten zal blijven plegen. Als ze goed begeleid worden, hervalt minder dan 10 procent van de jongeren, terwijl het risico op hervallen bij volwassenen tussen de 30 en de 40 procent zit. Dat is een groot verschil. Bij een jongere kan er nog veel rechtgetrokken worden.»

Maar het zal jouw kind maar zijn. ‘Ouders die ontdekken dat hun kind met zulke dingen bezig is, zijn meestal wanhopig,’ zegt sociaal assistente Karen Ryckewaert van het aan Fides verbonden IRIS-project. Zij begeleidt ouders en partners van seksuele delinquenten om hen voor te bereiden op het moment dat de dader terug thuiskomt.

Karen Ryckewaert «Ze schamen zich dood, zijn vaak ontzettend kwaad, voelen zich machteloos en bang. Mogen ze hun kind nog graag zien? Er speelt een enorm loyauteitsconflict. Als partner kun je kiezen om wel of niet bij een dader te blijven, maar als ouder heb je niet te kiezen. Het is en blijft je kind. Dat maakt de band complexer. Het is ook moeilijk als ouder om met je kind over zoiets te praten. Ze weten niet hoe ze de situatie in het gezin moeten aanpakken, en ze kunnen vaak niet anders dan hulp inroepen – wat dikwijls tot nieuwe conflicten leidt. Dan is de relatie tussen ouder en kind zo verstoord dat het heel moeilijk wordt om het gezin terug in evenwicht te brengen.»


Een gevaarlijke jongen

Veerle «Ik heb die avond naar Tele-Onthaal gebeld, maar eigenlijk konden ze me daar niet helpen. De man die ik aan de lijn had, reageerde ongemakkelijk en maakte zich er snel van af. De dag erna ben ik nog gaan werken, maar eigenlijk heb ik die dag behalve wenen niet veel gedaan. Mijn huisarts verwees me door naar de dienst slachtofferhulp, maar daar kon ik pas veertien dagen later terecht.

»Het werd de zwaarste kerstvakantie van mijn leven. Met kerst wist niemand aan de feestdis, behalve mijn vriendin, wat er aan de hand was. Felix deed heel normaal, nam cadeautjes in ontvangst en deed heel vrolijk. Ook dát maakte me razend. Hij zat ’s avonds gewoon naar televisie te kijken en te lachen om Geert Hoste. Hij begreep helemaal niet dat hij iets verkeerds had gedaan.

»De dag dat we met slachtofferhulp gingen praten, kan ik me zo voor de geest halen. Het eerste wat die man zei na zijn gesprek met Felix was: ‘Uw zoon is een gevaarlijke jongen.’

»Ik zag Felix daar zitten, mijn tengere zoon die verlegen zat te schuifelen op zijn stoel. De jongen aan wie ik altijd kon vragen om een brood te halen, en die belde als hij vijf minuten later thuis zou zijn omdat de trein vertraging had. Dát was een gevaarlijke jongen. Ik vond het verschrikkelijk.»

HUMO Wat voor kind was Felix?

Veerle «Heel lief en aanhankelijk, maar ook nerveus en hyperactief. Hij deed soms rare dingen: hij gooide de boterhammen weg die ik hem meegaf naar school en vertelde dan aan de juf dat hij thuis geen eten kreeg. Op zijn 10de werd er ADHD bij hem vastgesteld. De kinderpsychiater zei toen ook dat hij een lichte vorm van autisme had. Hij denkt heel zwart-wit en heeft altijd veel structuur nodig gehad.

»Als tiener had hij een hechte band met mij, hij kwam vaak knuffelen, maar op school had hij het moeilijk. Hij moest spartelen om zijn punten te halen, had weinig vrienden en werd gepest met zijn goedkope kleren. Daar klaagde hij thuis nooit over. Hij wist dat ik in die periode veel zorgen had als alleenstaande moeder en wilde het niet moeilijker voor mij maken dan het al was. Zijn jongere broer Tom is een heel ander type: een stoere, zelfverzekerde jongen die door het leven walst, met aan elke vinger tien meisjes.

'30 tot 50 procent van alle gevallen seksueel misbruik wordt gepleegd door daders jonger dan 18 jaar. Maar bij jongeren valt er vaker wat aan te doen' Niks Verbeeck, psychiater

»Ik heb lang getwijfeld of we naar de politie moesten gaan. Mijn beste vriendin had geen klacht ingediend. Moest ik hem zelf aangeven? Kun je dat, als moeder? Moest ik zijn toekomst op het spel zetten? Ik heb het niet gedaan – en achteraf had ik daar spijt van. Hoe kwaad en triest ik ook was, ik vond dat Felix geholpen moest worden. Ik wilde hem beschermen tegen de buitenwereld. We zijn naar het centrum I.T.E.R. in Brussel gestapt (een centrum voor preventie, begeleiding en behandeling van seksueel grensoverschrijdend gedrag, red.). Hij ging in therapie en ik hoopte dat dat voldoende zou zijn. Hij had ook beloofd dat hij het nooit, nooit meer zou doen.

»Felix woonde nog thuis. Er was niemand die wist wat voor bom hij op ons gezin gegooid had. Tegen de familie deden wij zo normaal mogelijk. Mijn partner steunde me gelukkig voluit. We hebben op die manier Kerstmis en Nieuwjaar doorgesparteld, en de maanden nadien.

»Felix ging elke woensdag gehoorzaam naar I.T.E.R. voor zijn therapie. Maar ik had nog altijd het gevoel dat hij niet besefte wat hij had gedaan. We maakten er dikwijls ruzie over. Als ik vroeg hoe het bij de psychologe geweest was, antwoordde hij: ‘Goed, goed.’ Dat maakte me razend. Hij ging praten over seksueel misbruik, hoe kon dat ‘goed’ zijn? Hij begreep mijn reactie niet. ‘Ik doe toch wat je vraagt, ik ga toch in therapie?’ – ‘Nee, ik wil dat je begrijpt waarom het verkeerd is wat je met dat meisje hebt gedaan.’ Dan hij weer: ‘Maar ik had het gevráágd en ze had ja gezegd!’ We zaten in een spiraal van verwijten. Ik vertrouwde hem niet meer. We wonen naast een onthaalmoeder, het liep in onze straat vol kleine kindjes. Ik was doodsbang dat er iets zou gebeuren als hij alleen thuis was.

»Het was in de periode dat Roger Vangheluwe heel vaak in het nieuws was. Toen er op televisie een interview met Vangheluwe was, heb ik het opgenomen, om het later samen met hem te bekijken. Vangheluwe deed alsof hij niks had misdaan. Hij had ‘een relatietje’ gehad, meer niet. De normaalste zaak van de wereld. ‘Zo ga jij er ook mee om,’ zei ik tegen mijn zoon. Die haalde zijn schouders op. ‘Zo erg was het bij mij toch niet, mama?’

»De sfeer thuis was nooit meer ontspannen. Ik was alleen nog met Felix bezig. Hij mocht van mij niet alleen meer op de computer, want wie weet wat hij op het internet allemaal deed. Ik wilde dat hij zijn vrije tijd opvulde met andere dingen. Op vrijdagavond moest hij van mij naar het jeugdhuis. Ik wilde dat hij een vriendenkring opbouwde. Hij moest leren praten met jongeren van zijn leeftijd. Maar er was altijd iets: zijn ketting lag van zijn fiets, of hij had een lekke band… Uiteindelijk gaf hij toe dat hij niet naar het jeugdhuis wilde. ‘Mama, die jongens roken allemaal, en die drinken bier.’ En dat wilde hij niet doen, anders was hij een slechte jongen. Ik zei: ‘Felix, wat denk je dat die jongens van jou zullen vinden als ze weten wat jij hebt gedaan?’»


Meisjes in het park

Zondag 12 juni 2011 ging Veerle met haar partner en haar jongste zoon Tom naar de bioscoop in Brussel. Een poging ‘om nog eens iets plezants te doen’, na de spanningen die het gezin al maanden uit zijn gewone doen haalden. De dag eindigde in het politiebureau.

Veerle «Tom koos voor de film ‘X-Men: First Class’. Felix was er niet bij, hij moest werken – hij had een jobje als afwasser in een restaurant. Midden in de film, de scène waar de mutanten op het eiland zitten, kreeg ik een oproep op mijn gsm van een onbekend nummer. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Laat het alsjeblieft niks te maken hebben met Felix.’ Ik zag dat ik al drie oproepen gemist had. Dat deed alarmbellen rinkelen in mijn hoofd. Ik werd misselijk van de paniek. Ik had geen zicht op waar Felix precies was. Was hij wel gaan werken? Ik hoorde op mijn voicemail dat het de politie was. Ik ben bij mijn jongste zoon in de zaal blijven zitten, je kunt niet zomaar weggaan, maar ik heb natuurlijk niks meer van de film gezien. Toen de aftiteling me eindelijk verloste, heb ik meteen teruggebeld. Ik hoor mezelf nog vragen: ‘Heeft het te maken met kleine kinderen?’

»Felix was op heterdaad betrapt met een meisje van 6. Hij was tijdens de pauze op zijn werk naar het park gegaan en was daar verstoppertje gaan spelen met een groepje kinderen. Hij was 16, die meisjes waren 5, 6 jaar. Na een tijdje gingen de kinderen terug naar hun ouders en bleef er één meisje over. Dat meisje is hij gevolgd in een tunnel onder een speeltuin in het park. ‘Mag ik met jou iets doen?’ vroeg hij, en het meisje zei ja. Hij zei dat ze moest gaan liggen, trok haar slipje uit en begon haar te betasten. Het meisje sloeg zijn hand weg en liep weg: ‘Jij doet dingen die ik niet wil!’ Hij ging haar achterna, maar plots stond haar vader daar. Felix probeerde weg te lopen, maar de vader grabbelde hem vast en riep de politie. Toevallig was er een agent in burger in de buurt. Zo is hij op heterdaad betrapt en opgepakt. Ik ben er nog altijd blij om.

»Ik zat in het politiebureau als een geslagen hond. Nog meer schaamte, nog meer teleurstelling, nog meer woede. In de wachtkamer hoorde ik dat Felix verhoord werd. Ik wilde hem niet zien. Ik ben zelf verhoord tot 12 uur ’s nachts. De vrouwelijke commissaris herhaalde wat de man van slachtofferhulp had gezegd: dat mijn zoon een gevaarlijke jongen was. Hij werkte wel goed mee. Hij heeft alles toegegeven, niks verzwegen of verbloemd. Maar hij begreep niet wat hij verkeerd gedaan had.

»Uit het verhoor bleek dat hij nog een derde meisje had aangerand, het dochtertje van een andere vriendin van mij. Met dezelfde openingsvraag: ‘Mag ik iets doen met jou?’ Dat meisje had ook ja gezegd. Ze was ook 6 jaar.

»Hij is die avond in de politiecel gebleven. ’s Anderendaags verschenen we voor de jeugdrechter in haar kabinet. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hem staan, met zijn lief gezicht en de handboeien om. Ik kon er niet naar kijken, ik wilde hem niet aankijken. De jeugdrechter zei dat er geen plaats was in de gevangenis. Ze vroeg of ik hem mee naar huis wilde nemen. Hij zou later opgeroepen worden. Ik heb geweigerd. Het kon echt niet. Ik zou Felix beginnen slaan en ik weet niet of ik zou stoppen. Ik was bang dat ik hem zou vermoorden. Ik heb hem naar de gevangenis gestuurd. De maatschappij moest tegen hem beschermd worden. Ik moest hem beschermen tegen mezelf.

»De jeugdrechter heeft hem toen in een crisisopvang in Tongeren geplaatst, en daarna is hij naar de jeugdgevangenis in Everberg gegaan. In zijn dossier dat ik later ging inkijken, had de jeugdrechter er een zinnetje in potlood bij geschreven: ‘Moeder en zoon kijken elkaar niet aan.’ De aanklacht: ‘aanranding en verkrachting.’»


Vroege vogels

Dat jongeren experimenteren op seksueel vlak, is van alle tijden, maar hulpverleners signaleren nu meer en meer problemen met jongeren die daarin soms (veel) te ver gaan. Psychiater Nils Verbeeck legt een verband met de seksualisering van onze samenleving. Onze kinderen en jongeren komen met een overmaat van seksueel getinte beelden in aanraking op momenten dat ze daar nog niet klaar voor zijn.

'Het eerste wat de man van slachtofferhulp zei was: 'Uw zoon is een gevaarlijke jongen'' Veerle, moeder van Felix

Nils Verbeeck «Erotische muziekclips en seksueel getinte reclame prikkelen de verbeelding en de nieuwsgierigheid van jongeren. Op het internet kijken ze veel eerder naar porno dan vroeger, toen je nog een seksboekje op de kop moest tikken. Voor sommige jongeren komt het allemaal te vroeg, terwijl ze ook in een lichamelijk ontluikingsproces zitten en hormonaal enorm veel veranderingen doormaken. Hun puberteit maakt dat ze impulsiever zijn en minder controle hebben over hun gedrag. Tegelijk wordt er in gezinnen en op school heel weinig over een normale, gezonde seksualiteit gepraat. Als er over seks gesproken wordt, ligt de nadruk op het negatieve: dat seksueel misbruik verkeerd is, dat excessen niet kunnen en dat kinderporno des duivels is. Jongeren zoeken hun weg dan zelf en gaan daarin soms te ver. Maar je mag het ook niet dramatiseren. Het is niet zo dat erotische beelden van onze jongeren onmiddellijk perverten maken.»

HUMO Welke jongeren lopen een hoger risico om kinderen te misbruiken?

Verbeeck «Jongeren die moeilijk vrienden maken en gepest worden door leeftijdsgenoten, en die hun aandacht daardoor op jongere kinderen richten. Pubers die slecht in hun vel zitten, zich onzeker voelen en emotioneel onevenwichtig zijn. Er zijn ook daders die zelf misbruikt zijn of die uit een onstabiel gezin komen, met weinig sturende ouders in een sociaal zwak milieu. Op de leeftijd tussen 12 en 17 jaar spelen ook psychologische problemen een rol, veel meer dan bij volwassenen. Jonge daders hebben vaker stoornissen zoals ADHD, extreme stemmingsschommelingen of autisme. Ze kunnen zich niet inleven in de gevoelens van een ander, ze begrijpen niet dat een kind in een afhankelijke positie zit en moeilijk nee kan zeggen.

»Je hebt nog een aparte groep van heel jonge daders: jonger dan 12 jaar. Die problematiek zit heel anders in elkaar en de kans dat het kind zelf misbruikt wordt, is dan heel reëel. Onlangs kregen we in het centrum een meisje van 7 dat een klasgenootje bij zijn geslacht nam en hem oraal wilde bevredigen. Als je zulke dingen ziet, weet je dat er bij dat meisje thuis iets aan de hand is.»

HUMO Kunnen jullie voorspellen of een jongere later – als volwassene – zal hervallen of niet?

Verbeeck «Het risico is groter bij jongeren die feiten plegen op kinderen van buiten de familie of de dichte kennissenkring. Het grootste aandeel van seksueel misbruik in onze maatschappij gaat over incest; 80 procent is intrafamiliaal. Als een jongere het buiten die kring gaat zoeken, kan dat een verontrustend signaal zijn. Ook als er meerdere slachtoffers zijn of als het gaat om heel afwijkend seksueel gedrag, is het risico groter. En als een jongere al eens is gestraft wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag, en hij doet het opnieuw, moet je het zeker goed in de gaten houden. Maar er is natuurlijk geen algemene regel. Je moet elk geval apart bekijken en een beoordeling maken op basis van hun hele persoonlijkheid, want zo’n etiket is heel stigmatiserend.»


Een deken van schaamte

Ronald Janssen, Marc Du-troux, Roger Vangheluwe… In het hoofd van Felix’ moeder passeerden ze allemaal de revue.

Veerle «Ik dacht: mijn zoon is een pervert. Als hij nu niet geholpen wordt, gaat hij later mensen verkrachten en vermoorden. Felix verlegde zijn grenzen alsmaar. Het was begonnen met het dochtertje van mijn vriendin, nu viel hij op klaarlichte dag meisjes lastig in het park. Was hij daarmee weggekomen, dan was hij volgens mij nog verder gegaan. Het feit dat hij is opgepakt, is zijn redding geweest.

»De eerste keer op bezoek in Everberg was pijnlijk, toen ik hem zag in die veel te grote grijze gevangenisplunje. Hijzelf leek er geen last van te hebben. Hij vertelde vrolijk over het eten dat niet te vreten was, hoe hij zijn dagen doorkwam en over de jongens bij wie hij zat. Ze hadden hem gezegd dat hij beter niet vertelde waarom hij daar zat, en dat deed hij dan ook niet, maar hij begreep nog altijd niet waarom. Toen het bezoek afgelopen was, moest hij zich voor de cipiers uitkleden en bukken, zodat ze konden controleren of hij niks meegenomen had. Toen hij dat vertelde brak mijn hart, ik vond het zo vernederend.

»Hoe kwaad ik ook op hem was, ik wist dat ik achter hem moest blijven staan. Ik móést. Want als ik hem ook liet vallen, wie zou hij dan nog hebben? Dan was hij helemaal een vogel voor de kat. Ik vertelde wat er was gebeurd aan mijn familie en mijn schoonfamilie, gewikkeld in een deken van schaamte. Ze zijn me blijven steunen, maar Felix mag nooit meer bij hen binnen.

»Later is hij overgeplaatst naar de gesloten instelling van Ruiselede, en ten slotte naar de gesloten psychiatrische jeugdafdeling van een grote kliniek, waar hij tot zijn 18de is gebleven.

»Hij heeft altijd gedacht dat hij wel terug naar huis zou mogen komen. Maar dat ging niet voor mij. Ik heb mijn verleden een plaats kunnen geven, maar ik heb gezworen dat ik nooit meer met een dader onder één dak zou leven, of hij nu mijn zoon is of niet. ‘Ik ga je nooit laten vallen,’ heb ik hem gezegd, ‘maar je komt nooit meer bij mij wonen.’ En dus is hij begeleid zelfstandig gaan wonen.»


★★★

Vijf jaar later woont Felix in een kleine studio, op 20 minuten rijden van zijn moeder. Hij heeft werk en vrienden met wie hij aan brommers sleutelt en eropuit trekt. Naar I.T.E.R. gaat hij nog één keer per maand; zijn therapie wordt langzaam afgebouwd.

Veerle «Felix doet het goed. Ik ben zo blij dat hij vrienden van zijn leeftijd heeft gemaakt. Vroeger zat hij altijd in zijn eentje op zijn kamer met zijn PlayStation te spelen, nu spreekt hij af met zijn vrienden. Hij is zijn puberjaren aan het inhalen, hij geniet van de vrijheid die hij de voorbije jaren niet heeft gehad, en dat maakt hem leuk in de omgang. Op Moederdag was hij bij ons met twee vrienden om zijn brommer te laten zien. Ze zaten te lachen en elkaar te plagen. Felix was heel uitbundig en ongedwongen, en daar geniet ik dan weer van. Vroeger zou hij heel nerveus geweest zijn in de buurt van jongens van zijn leeftijd.

»We praten niet vaak over wat er gebeurd is. Hij zegt dat hij het nooit meer zal doen en dat hij er nooit meer aan denkt. De therapie heeft hem veranderd, merk ik. Hij denkt meer na over de gevolgen van wat hij doet. Hij weet dat ik soms nog twijfel, dat er momenten zijn dat ik bang ben dat hij hervalt. Wat als hij een tegenslag krijgt en zich slecht in zijn vel voelt? En wat als hij een vriendin krijgt? Moet die weten wat hij in zijn jeugd heeft uitgespookt?

»Op Moederdag hadden we een fijn gesprek. ‘Je hoeft niet bang te zijn, mama,’ zei hij. ‘Ik weet nu wat kan en wat niet kan en waar mijn grenzen liggen. Je mag vertrouwen hebben.’

»Mijn vertrouwen in hem groeit, omdat ik hém zie groeien. Er was een tijd dat ik dacht dat hij zijn hele toekomst had opgeblazen. Dat gevoel heb ik nu niet meer. Ik heb opnieuw hoop voor hem. De tijd dat ik alleen maar slechte dingen over hem kon denken, is voorbij.»

Alleen die film, ‘X-Men: First Class’, daar heeft ze het nog altijd moeilijk mee.

Veerle «Ik heb die onlangs op televisie teruggezien. Maar verder dan de scène op het eiland ben ik weer niet geraakt. Toen ging in mijn hoofd de alarmbel af.»

* Veerle, Felix en Tom zijn fictieve namen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234