Man met meningen: de andere kant van Timmy Simons (Club Brugge)

Geen Belg die als professioneel voetballer meer wedstrijden heeft gespeeld dan Timmy Simons (40), de ouderdomsdeken uit de Jupiler Pro League: ruim 1.000, zoals de titel van zijn onlangs verschenen autobiografie verraadt.

'Ik ben er nooit voor anderen geweest, niet in goede en niet in slechte dagen. Dat kan ik niet meer goedmaken'

Halfweg zijn autobiografie brengt Timmy Simons – 40 geworden in december – een oud duel tegen Anderlecht in herinnering, waarmee Club Brugge zich in 2005 de landstitel toe-eigende. Door een pijnlijke ribblessure dreigde hij die cruciale wedstrijd te missen. ‘Dankzij onder meer een acupunctuurbehandeling en naaldenprikken in mijn rechteroor raakte ik op miraculeuze wijze toch nog speelklaar.’

Timmy Simons «Ik denk niet dat veel mensen dat wisten. Ik heb altijd naar alles gegrepen wat toegelaten was om fit te zijn en te blijven. Als ik 200 kilometer moest rijden voor een behandeling waarvan ik dacht dat ze me in staat zou stellen te spelen, dan deed ik het. Door die acupunctuurbehandeling ontdekten we dat de ribben niet gekneusd waren, maar dat er een scheurtje zat. Ik ben toen langer dan goed voor me was blijven spelen, weliswaar zwaar ingetapet, maar toch. Als men dus zegt dat ik het geluk heb gehad altijd blessurevrij te zijn gebleven, antwoord ik: ‘Ik heb met blessures gespeeld waarvan ik nu weet: het was volstrekt onverantwoord.’ De gevolgen daarvan zal ik altijd meedragen. Zodra ik stop, zullen de problemen zich manifesteren. Ik heb een pak trainers gekend: er waren er bij die amper nog deftig konden stappen. Dat staat me ook te wachten. Een dag zonder pijn: ik ken dat niet.»

HUMO Ergens schrijf je: ‘Ik heb altijd geprobeerd zonder inspuitingen en ontstekingsremmers te spelen.’

Simons «Ik heb altijd willen weten tot waar mijn lichaam kan gaan. Dat betekent dat je vaak moet doorbijten. Maar soms kan het niet anders. Slijtage is onvermijdelijk – ik heb voorbeelden genoeg gezien van kapotte knieën en heupen – maar door die slijtage voel je wel iedere dag pijn. Een ontstekingsremmer verlicht dat, maar het is niet de oplossing. Je weet niet of het je lichaam schade toebrengt.»

HUMO Je noemt stoppen op een hoogtepunt bullshit. Je zou er dus geen moeite mee hebben om na deze play-offs te stoppen, ongeacht de uitkomst?

Simons «Neen, ik kan van vandaag op morgen stoppen. Na de play-offs ligt alles open: ik voel me nog goed, maar over drie weken kan dat helemaal anders zijn.»

HUMO Je autobiografie ademt een haast verontschuldigend ‘het is me ook maar allemaal overkomen’-gevoel.

Simons «Dat zijn de beste verhalen, toch? (lacht) Geluk hebben en de momenten grijpen: dat hoort er zeker bij. Het had een heel ander leven kunnen zijn. Ik had een goed loon – ik werkte in het ramen- en deurenbedrijf van een collega van mijn vader – en voetbalde bij Diest in derde klasse. Toen ik naar het profvoetbal overstapte, verdiende ik in eerste instantie mínder: dan neem je een risico. Het was springen en niet weten wat er ging gebeuren, al was het in mijn geval wel een berekend risico: ik wist dat ik na twee jaar naar mijn oude job terug kon. Ik zou daar ook geen enkele moeite mee hebben gehad: we klopten lange dagen, maar dat vond ik fijn.»

HUMO ‘Voetbal wordt ooit een voetnoot in mijn carrière,’ zei Vincent Kompany een jaar geleden in De Tijd.

Simons «Daar denk ik exact hetzelfde over. Als het eenmaal afgelopen is, schrijf je een nieuw verhaal. Dat ben ik ook al een hele tijd aan het voorbereiden, al sinds mijn laatste jaar bij PSV. Dat was een moeilijk seizoen: op het einde – onder trainer Fred Rutten – speelde ik bijna niet meer. Dan denk je: ‘Wat nu?’ Ik ging ervan uit dat het na dat jaar afgelopen was, en daarom heb ik toen een bedrijfje opgericht. Ik wilde niet wachten tot er iets op mij af zou komen. Ondertussen zijn we acht jaar verder en voetbal ik nog altijd. Straf, hè?»

'Ik heb trainers gekend die amper nog deftig konden stappen. Dat staat ook mij te wachten.'

HUMO Slecht ingeschat tot wat je nog in staat was?

Simons «Zoiets weet je nooit op voorhand. Bij PSV had ik het aanbod om na mijn carrière in een andere functie te stappen – in de scouting, als trainer of in het management. Ik stond voor de keuze tussen de garantie op nog dertig jaar bij een topclub, en het risico nemen om nóg een stap te zetten, naar het buitenland bovendien. Voor een contract van twee jaar bij Nürnberg heb ik de zekerheid van dertig jaar PSV op het spel gezet: niet evident.»

HUMO Had je dat niet gedaan, dan was je als 33-jarige al gestopt.

Simons «Een leeftijd waarop ik kon zeggen: ‘Het is goed geweest.’ Is het me allemaal overkomen? Eigenlijk wel. Drie of vier keer heb ik bouwgrond gekocht, omdat ik dacht: ‘Hier is het goed, hier blijf ik.’ Veel voetballers hebben het over een tussenstap als ze ergens voor twee jaar tekenen. Ik heb het nooit zo bekeken: voelde ik me ergens goed, dan wilde ik er blijven en zoeken naar een definitieve oplossing. Uiteindelijk is het altijd anders uitgedraaid. Telkens kwam er een halfjaar later iets nieuws op mijn pad en hop, ik was weg.»

HUMO Toen je naar PSV ging, had je al grond gekocht, maar nog niet gebouwd. In je Eindhovense periode had je wel al gebouwd – in Mol, net over de grens – toen je naar Nürnberg verhuisde. En ook daar had je net een appartement gekocht toen je besloot naar België terug te keren.

Simons «Waren we gebleven, was het misschien voor altijd geweest. Zeker omdat de kinderen zich juist goed begonnen te voelen. De eerste twee jaar waren voor hen zeer moeilijk: ze werden uit hun vertrouwde omgeving gerukt en in een omgeving gedropt waar ze de taal niet machtig waren. Daar zijn ze goed doorgekomen: op het moment dat Club zich meldde, was het echt wel oké. We beseften: ‘Als we blijven, kunnen we niet meer naar België terug.’ Ik wilde niet dat de kids de dupe zouden zijn van mijn keuzes. De oudste zit nu in het middelbaar: de achterstand die ze had opgelopen doordat ze de basisschool in het Duits had afgewerkt, is grotendeels weg. Hadden we een jaar langer gewacht, dan was haar dat nooit gelukt.»


Op de werf

HUMO Toen bondscoach Roberto Martínez je afgelopen november onverwacht opriep voor wat wellicht je laatste interland was – de 94ste, tegen Estland – zat je ook in Duitsland.

Simons «Ik heb er nog een project lopen. Vaak vertrekken we voor een weekend: ik groepeer al mijn afspraken op de eerste dag, en daarna bezoeken we een pretpark met de kinderen. Die zaterdag waren we al een eindje op de terugweg. Mijn vriendin en ik hadden elkaar net aangekeken: ‘Wat doen we? Blijven we nog ergens overnachten?’ Toen kwam die telefoon.»

'Ik zeg vaak tegen de jonge gasten: 'Jullie hebben hópen tijd!' In plaats van drie uur op hun PlayStation te spelen, zouden ze avondonderwijs kunnen volgen'

HUMO Het project waarover je spreekt, is een vastgoedproject: in een uitgestrekt natuurgebied tussen Nürnberg en München bouw je enkele tientallen huizen voor 50-plussers die nog zelfstandig kunnen wonen, maar alle voorzieningen binnen handbereik willen hebben voor de oude dag.

Simons «Het probleem van de vergrijzing wordt steeds nijpender, er zijn genoeg studies die dat aantonen. Als je hoort hoeveel aangepaste woningen en plaatsen in rusthuizen er tussen nu en 2030 tekort zullen zijn, móét je je wel afvragen hoe we dat gaan opvangen. Er bestaat vandaag geen tussenstap tussen het wonen in de vertrouwde omgeving en het wonen in een rusthuis. Met dit project proberen we dat te overbruggen.»

HUMO Dat klinkt als maatschappelijk verantwoord bouwen.

Simons «De eerste huizen staan er nu, maar het gaat traag. Het probleem is dat ik er veel te weinig ben. Dat heb ik onderschat. Ik dacht: ‘We hebben goede mensen ter plaatse,’ maar sinds onze terugkeer naar België heb ik ontdekt hoe belangrijk het is dat de baas zich op de werf laat zien. Je moet je mensen blijven motiveren, anders ebt de inzet weg. Maar 750 kilometer is te ver om zomaar op en af te rijden. Ik doe het nu twee keer per jaar en tijdens de vakanties: dan koppelen we het aangename aan het nuttige. En toch blijft het te weinig. Daarom heb ik het nu op een iets lager pitje gezet, tot ik meer tijd zal hebben.»

HUMO Naast je voetballersbestaan nog een eenmanszaak opstarten, in het buitenland bovendien: dat getuigt van lef.

Simons «De eerste ondernemer die zegt dat hij altijd winst maakt, moet ik nog tegenkomen. Ik ben ook al met mijn kop tegen de muur gelopen. Dat risico loop je altijd.»

HUMO ‘Ik ben met een baksteen in mijn maag geboren,’ schrijf je in je boek. Je bent ook aandeelhouder bij Vastgoedservice, een makelaarskantoor in residentieel vastgoed.

Simons «Ik ben van jongs af geïnteresseerd in vastgoed. Eigenlijk ben ik opgegroeid in de bouw, als tiener trok ik al op met mijn vader. Mijn eerste bij Diest verdiende centen heb ik op zijn aanraden geïnvesteerd in een appartementje. Ik heb het nog altijd: het is ondertussen afbetaald, de lening is weg. Later hebben mijn vader en ik samen een kleine firma opgericht.

»Ik sta nog altijd graag op een werf. Toen ik bij PSV speelde, ging ik mijn pa tijdens de vakanties nog geregeld helpen. Of mijn broer, als metserdiender: dan stond ik er ’s morgens om 6 uur als eerste om paletten klaar te zetten. Ik voel me niet te beroerd om mijn handen vuil te maken. Ik doe dat graag, het is geen last. Ik moet soms iets anders kunnen doen, anders word ik gek.»

HUMO Wilde je het zwarte gat te snel af zijn?

Simons «Nee, daar dacht ik toen nog niet aan. Maar er komt inderdaad een punt – vanaf je 30ste – dat je denkt: ‘Wat gaan we doen als het morgen stopt?’ Ik wil graag in het voetbal blijven, maar het moet een mooi project zijn. Daarom moet ik onafhankelijk zijn. Ik wil neen kunnen zeggen als het niet goed aanvoelt. Er zijn genoeg jongens die nooit iets anders hebben gekend dan voetbal: die hebben geen keuze. Die kunnen niet zeggen: ‘Jeugdtrainer? Dat zie ik niet zitten.’ Voor hen is het dát of niks meer. Ik heb nog de mogelijkheid om een andere keuze te maken, maar daar heb ik de laatste vijf jaar wel voor op de schoolbanken gezeten en cursussen gevolgd. Dat is in Duitsland begonnen, met een opleiding tot vastgoedmakelaar in afstandsonderwijs – in het Duits, ja. Daarna in België nog eens drie jaar hetzelfde, en nu ben ik bezig aan een cursus om expert-schatter te worden.

'Als ik een avondje uitging, legde ik altijd mijn loopschoenen in de auto. Dan liep ik na afloop naar huis.'

»Ik zeg vaak tegen de jonge gasten: ‘Jullie hebben hópen tijd!’ Ik heb dingen lopen die ik perfect met het voetbal kan combineren: waarom zouden zij dat niet kunnen? In plaats van drie uur op hun PlayStation te spelen: speel een uur en volg avondonderwijs – dat is geen hogeschool of universiteit, hè. En er zitten best jongens met brains tussen.»

HUMO Je hebt je vaak geërgerd aan de lichtzinnigheid waarmee de jongere generatie met het vak omgaat.

Simons «Je kunt een doel op verschillende manieren bereiken. En iedereen is anders. Met het ouder worden heb ik dat beter leren in te schatten. Als ik me vroeger stoorde aan dingen, vloog ik er meteen op: ‘Waarom kunnen die nu niet normaal doen?’ Normaal in míjn ogen, dan. Nu denk ik: ‘Hélp ze.’ Trouwens, ik heb óók ooit dingen gedaan waarmee ik nu niet meer zou wegkomen.»

HUMO Ah?

Simons «Ik was geen heilige. Ik dronk ook pinten, maar op mijn manier: ik liet nooit mijn ploeg in de steek. En als ik wist dat het zo’n avond ging worden, legde ik altijd mijn loopschoenen in de auto. Ook bij PSV en Nürnberg: wanneer de jongens na een avondje stappen de taxi namen, stippelde ik uit waar ze me konden afzetten. Dan líép ik het laatste stuk naar huis. In jeans, ook als het vroor. Ik doe dat nog altijd, mijn vriendin en kinderen weten dat. De afstanden zijn wel ietsje korter geworden (lacht).»


Vleugelspeler

HUMO Is de baksteen in je maag ten koste van je carrière gegaan?

Simons «Eigenlijk niet, nee. Ik hou me niet bezig met de dagelijkse leiding, daar heb ik goede mensen voor. Natuurlijk maak je mindere momenten mee, zoals de huiszoekingen vorig jaar bij Vastgoedservice. Maar dat hoort erbij: hoge bomen vangen veel wind.»

HUMO Die huiszoekingen kwamen er na vermoedens van fiscale fraude. Nooit overwogen om eruit te stappen?

Simons «Nee, integendeel: ik ben er nog altijd trots op. Dat zegt genoeg. Maar als er iets is, wil ik het wel weten. Wij gaan zoals iedereen ook te rade bij boekhouders, financiële instellingen en advocaten. Als zulke mensen mij iets zeggen, ga ik ervan uit dat ik ze kan vertrouwen, zoals anderen mij kunnen vertrouwen op een voetbalveld – omdat het je metier is. Meer kan ik er niet over zeggen: die zaak loopt nog.»

HUMO Met Vastgoedservice riepen jullie ook een wielerteam in het leven.

Simons «Het parcours dat we in drie jaar tijd hebben afgelegd: dat is een boek waard. De return heeft onze stoutste verwachtingen ver overtroffen. Voorlopig blijven we er nog in vanwege de engagementen die we met de renners zijn aangegaan, maar niets houdt ons tegen om een stap terug te zetten.»

HUMO Met Wout van Aert hadden jullie meteen een wereldkampioen in de rangen. Dat helpt.

Simons «Tuurlijk. Hij was een talent, maar dat kenners-oog heb ik niet. Daar hebben we Niels Albert en Wilfried Peeters voor in huis. Ik heb wel de passie: mijn vader nam me vrijwel wekelijks mee naar de cross – ik heb als kind nooit een voetbalwedstrijd live gezien – en Roland Liboton (voormalig wereldkampioen veldrijden, red.) is een dorpsgenoot. Toch is het niet mijn wereld: ik weet niets van fietsen en tubes. Ik heb ook geen tijd om naar de cross te gaan. Vorig jaar één of twee keer: dat is te weinig. Noem me dus geen teammanager, zoals ik weleens lees. Dan moet je dag en nacht beschikbaar zijn, en dat ben ik niet. Op de club staat mijn gsm altijd op stil – ik neem nooit op. En als ik naar huis rij, vergeet ik soms het geluid weer in te schakelen, waardoor ik een hoop oproepen mis. ’s Nachts staat hij af.»

'Elke trainer maakt keuzes, daar moet je je bij neerleggen. Maar Marc Wilmots had beloftes gemaakt. Kom ze dan na'

HUMO Over je vastgoed- en wieleractiviteiten gaat het amper in je boek. Dat is jammer.

Simons «Ik had al vaker de vraag gekregen: ‘Waarom schrijf je geen boek?’ Ik heb het altijd weggeduwd: zolang ik voetbalde, zou ik er nooit aan beginnen. Toen kwam die duizendste wedstrijd – een mijlpaal – én werd ik 40. Twee ronde getallen, en ik dacht: ‘Ik doe het!’ Het was mijn bedoeling te laten zien dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is geweest. Ik was jong en kreeg voortdurend te horen dat ik het niet zou maken: te traag, geen linkervoet. Daar moet je tegen bestand zijn.

»Ik ben best trots op het resultaat. Het boek geeft goed weer hoe ik in elkaar zit. Vaak ben ik versleten voor iemand zonder een mening. Ik heb ooit iemand in Nederland horen zeggen: ‘Als Simons voor de camera komt, ga ik een pint halen of pissen.’ (lacht)»

HUMO Je onthult geen geheimen.

Simons «Ik trap wel voorzetjes.»

HUMO Maar je werkt ze niet af.

Simons «Daar zijn anderen voor (lacht). Het is geen sensatieboek. Ik zou een tweede deel kunnen schrijven, maar dat is niet de bedoeling: ik ben niet rancuneus. Er zijn dingen gebeurd waarvan ik denk: ‘Moet ik dit nu over mij heen laten gaan?’ Ik kan iedereen recht in de ogen kijken, er zijn er die dat op het eind van hun carrière niet meer kunnen. Is het dan aan mij om daarop in te gaan? Dat is natrappen, en dat wil ik niet. Ik wil geen mensen beschadigen.»

HUMO De enige over wie je wat scherper uit de hoek komt, is voormalig bondscoach Marc Wilmots: hij liet je thuis voor het WK 2014 in Brazilië, ondanks zijn belofte dat hij je mee zou nemen – was het niet als speler, dan als lid van de technische staf.

Simons «Elke trainer maakt keuzes, daar moet je je bij neerleggen. In dit geval zou ik misschien hetzelfde hebben gedaan. Maar er waren beloftes gemaakt. Kom ze dan na, of zeg niets: je hoeft mij geen wortel voor de neus te houden. Wat me nog het meeste stoort, is de manier waarop het mij is meegedeeld. Als we dan toch vrienden zijn, vertél het mij gewoon. Ik kan best iets voor mezelf houden, hoor. Nu, het was geen drama: ik heb het direct geklasseerd.»

HUMO Toch één verrassende onthulling: ten huize Simons staat een vleugelpiano.

Simons «Zo’n vleugelpiano is misschien wat omslachtig, maar het staat wel mooi in de living (lacht). Vijf jaar geleden ben ik er via zelfstudie mee begonnen. Ik kan enorm genieten van muziek waarin een piano voorkomt. Niet de Chopins van deze wereld: dat is te heftig. Maar het rustige werk van Robbie Williams of Adele, daar hou ik wel van. Ik kan dat ook spelen. Soms zet ik me er nog eens aan, maar dan merk ik hoe stroef het gaat. Zoals met alles geldt ook hier: je moet het onderhouden. Daar heb ik de tijd niet voor. Als het wat rustiger wordt, pik ik die draad zeker weer op.»

HUMO Hoe wil je herinnerd worden?

Simons «Als een klootzak! (lacht) Nee, zoals een aantal mensen in het boek getuigen: als iemand die je kunt vertrouwen. Iemand met een mening ook, die de dingen niettemin binnenskamers kan houden. Twintig jaar lang – de helft van mijn leven – heeft alles voor het voetbal moeten wijken, maar ik zou niet durven te zeggen dat het het belangrijkste is. Er zijn andere dingen in het leven.

»Ik heb geen spijt: ik heb al mijn beslissingen zelf genomen en mocht ik het opnieuw kunnen doen, ik zou precies hetzelfde doen.»

HUMO Peter Van der Heyden was jarenlang je ploegmaat en kamergenoot bij Club. Jullie schoten goed met elkaar op, maar hij zegt wel: ‘Toch kan ik niet zeggen dat ik Timmy echt goed ken.’

Simons «Je deelt lief en leed met elkaar, ligt zelfs samen op de kamer, maar dan tekent de één voor Wolfsburg en de ander voor PSV, en zie je mekaar nog één keer per jaar, met wat geluk twee keer. Je belt nog eens, stuurt een sms’je, maar daar blijft het bij. Daar komt bij dat ik geen extravert persoon ben. Ik kan genieten van een goed gesprek, maar neem niet gauw zelf het woord. Er zijn er met het hart op de tong: zo ben ik niet. Ik luister graag en geniet vooral van de verhalen van anderen.»

HUMO Een wat wrange bekentenis van jezelf: ‘Ik heb niet zoveel vrienden, vrees ik.’

Simons «Het gevolg van de keuzes die je maakt. In het begin van je carrière bellen je jeugdvrienden nog als er iets te doen is, maar jij moet voetballen, dus je zegt af: ‘Het gaat niet, ik heb morgen wedstrijd.’ Dan bellen ze nog wel een tweede keer, maar geen derde.»

HUMO Mis je het?

Simons «Eigenlijk wel. Elk weerzien is nog wel hartelijk, maar iedereen heeft ondertussen zijn eigen leven opgebouwd. Als je twintig jaar hebt gevoetbald, en je hebt twaalf jaar in het buitenland gezeten, wordt het moeilijk om die banden weer aan te halen. Dat is mijn fout, dat besef ik. Zelfs tegen mijn kinderen moet ik vaak zeggen, als ik thuiskom en zij willen spelen: ‘Papa moet rusten.’ Dat is hard.»

HUMO Heb je iets goed te maken na je carrière?

Simons «Je kúnt het niet goedmaken. Een vriend moet er ook zijn in de moeilijke momenten. Wel, ik ben er nóóit geweest: niet in goede en niet in slechte dagen. Ik weet het zelfs niet als iemand een probleem heeft. Dan houdt het op, hè.»

Timmy Simons, '1000', Van Halewyck

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234