null Beeld

Man over woord

Dwarskijker bekijkt voor u het nieuwe tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: 'Man over woord' op Canvas.

Rudy Vandendaele

De titel van dit programma is een woordspeling, en in de inleiding zette presentator Pieter Embrechts het op een rijmelen. Het leed geen twijfel dat ‘Man over woord’ over taal zou gaan, meer bepaald over het Nederlands en de Vlaamse variant ervan, voor zover dat Vlaams nog als een variant van het Nederlands bekend wil staan nu we hier zelf ook praatjes hebben.

Toen ik dertien was heeft de schoonheid van het Nederlands zich op een blauwe maandag, die op een zaterdagmiddag viel, aan mij geopenbaard door middel van de elpee ‘Voor de overlevenden’ van Boudewijn de Groot.

‘Zoals hij Nederlands zingt,’ dacht ik toen, ‘zou ik het willen spreken.’ Het duurde niet lang meer of ik ging op spraakles. Voor de rest was ik geen heilige, en daar was ik nog trots op ook. Dertien: een moeilijke leeftijd.

In mijn kindertijd werd er nog volop voor het zogeheten ABN geijverd. Op de televisie was er, als ik het me goed herinner, elke dag ‘Hier spreekt men Nederlands’, een programmaatje van vijf minuten waarin Joos Florquin, Fons Fraeters en Annie Van Avermaet de gemiddelde Vlaming op het bestaan van het algemeen Nederlands wezen, niet zelden met een geinige ondertoon, alsmede met een pratende herdershond.

Het was allemaal maar om te lachen, au fond. Florquin, Fraeters en die herdershond zijn overleden – wellicht iets minder om te lachen - maar Annie Van Avermaet niet. In ‘Man over woord’ zat deze vieve emerita aan tafel met twee heren die ook nog hadden gepionierd inzake goed Nederlands: Wilfried Martens, die jongen die met Miet Smet gaat, en Frans Debrabandere, naar wiens privéleven ik het raden heb.

Wilfried Martens herinnerde zich dat hij ergens in het onherbergzame Meetjesland, in een bar, eeuwig door de noordenwind geteisterd college, met zijn klasgenoten had afgesproken om elke dag een uur lang in zo goed mogelijk Nederlands te converseren. Ter vervanging van zelfkastijding in groepsverband wellicht.

Toen die stonde aanbrak, begon haast iedereen in zo goed mogelijk Nederlands te zwijgen, de blik strak op het plafond gericht. Het Nederlands zou een bozestiefmoedertaal blijven in Vlaanderen, het tochtgat aan de Noordzee, waar ‘Ollander’ meer een scheldwoord dan een door overstroming of haringschaarste bedreigde inwoner van Nederland is.

De taal die deze pioniers van het algemeen Nederlands spraken was correct, maar tegelijk was ze een geplastificeerd klankenspel dat je haast nooit meer hoort in het wild. En zeker niet in een land waar de overdreven trots op plaatselijk gegaggel nog elke dag toeneemt.

Er zaten nog meer rariora in dit programma: een filmpje uit de jaren vijftig waarin een vanuit vogelperspectief bekeken menigte padvinders met inzet van het eigen hachje de letters A, B en N vormden, en daaromheen rende een padvinder met een triomfantelijk wapperende leeuwenvlag zich de longen uit het lijf.

Wervend zou ik het niet noemen, mocht iemand me op de man af de vraag ‘Darling, zou jij dit nu wervend noemen?’ stellen. Dat archieffilmpje dateerde uit de tijd dat de wereld kennismaakte met rock-‘n-roll. Kejje nagaan.

De eerste aflevering van ‘Man over woord’ hing aaneen van de wetenschappelijk onderbouwde wetenswaardigheden, die nog het meest op excuses neerkwamen: Elio Di Rupo kan er helemaal niets aan doen dat zijn Nederlands nog veel potsierlijker klinkt dan het koeterwaals dat zijn Vlaamse imitatoren hem in de mond leggen.

Het zou allemaal de schuld van een onomkeerbare gehoorbeschadiging zijn, opgelopen toen een airbag zonder reden openknalde. De nieuwslezers van de VRT, de om één of andere reden als modelgebruikers van het Nederlands bekendstaan, kúnnen in een tekst die op beelden van blote mensen is geprojecteerd een hoop dt- en andere spelfouten over het hoofd zien, en niet alleen omdat ze een stel gore seksmaniakken zijn.

Volgens de psycholinguïstiek is bijvoorbeeld ‘wordt’ een dominanter woordbeeld dan ‘word’, omdat het vaker voorkomt, zodat je brein zich nogal snel aan ‘ik wordt’ bezondigtdt, en al helemaal als je Jan Becaus heedt. Of Becous, Bekaus of Bekous.

Of Beckaus of – waarom ook niet? – Beckous. Soit. Of Swa. Er is zelfs een wetenschappelijk excuus voor West-Vlamingen die tekenen van epilepsie vertonen als ze het woord ‘handgranaat’ aan hun spraakorgaan moeten ontwringen. Hoe dát in z’n werk gaat, ga ik niet navertellen, want daar ben ik godzijdank net niet genoeg West-Vlaming voor.

Voorts werden we in ‘Man over woord' nog maar eens geconfronteerd met de problematiek die in Vlaanderen al decennia lang het frituurwezen overschaduwt: een frikandel betekent in elke Vlaamse provincie iets anders. Als daar maar geen burgeroorlog van komt.

Nu ja, je kunt in een frituur natuurlijk ook aanwijzen wat je wil. Sommige mensen raad ik zelfs van harte non-verbale communicatie aan.

Ik weet niet of ‘Man over woord’ de liefde voor het Nederlands zal bevorderen – daar dient het wellicht niet eens voor - maar de eerste aflevering was in iedere geval een onderhoudend programma over de woekering die we taal noemen, omdat we nu eenmaal over taal beschikken.

Pieter Embrechts ging niet aan dwangmatige leukte ten onder: hij wist de innerlijke Kakkewiet in bedwang te houden, en de uiterlijke ook. Een goede crooner overigens.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234